Als iedereen op café weer over voetbal wil praten of over de Tour of zelfs over tennis, breng ik het gesprek ongemerkt op de Belgische staatsinstellingen, die zoals bekend in een toestand zijn van permanente hertimmering. Ik laat de tooghangers een tijdje bezig over de fijnere nuances van federatie en confederatie, de goede en kwade trekjes van autonomisten, independisten, separatisten en secessionisten.
Dan, als er even een stilte valt, en iemand bestelt een nieuw rondje, is het moment daar voor mijn uiteenzetting over artikel 35, en wat dat inhoudt voor het subsidiariteitsbeginsel, de residuaire en de usurperende bevoedgheden. Lang voor ik klaar ben is iedereen weg. Ik kan rustig nog een Orval kopen en met de kroegbazin een boompje opzetten over de kleinkindjes.