dinsdag 30 november 2010

29 november


'Poetin en zijn eerste minister, Dmitri Medvedev, hebben echter ook herhaaldelijk benadrukt dat Rusland (...) een WK moét organiseren om een echt voetballand te kunnen worden'. 

Ziedaar een citaat uit mijn krant van 27 november, en voor wie zich af zou vragen welke krant dat is, het is De Morgen.

Akkoord, het gaat over voetbal, en dan maakt het niet zoveel uit wie nu eigenlijk eerste minister is in Rusland. Over voetbal is alle onzin toegestaan. De bal is rond.

'Het doel is om duidelijk te maken dat dit geen bid is van de stakeholders van het voetbal alleen'. 

Voor wie zich af zou vragen wie hier in De Morgen geciteerd wordt, het is Yves Leterme. Hij praat over voetbal, en dan is onzin als bid en stakeholder toegestaan.

Ik hoop dat deze uitspraak niet strafbaar is, maar voetballers en mensen die over voetbal praten zijn niet per se intelligenter dan het nationale gemiddelde.

'Het contact vervaagde. We hebben het allemaal wat laten verslodderen. De versloddering slaat toe, erg is dat. Ik heb Johanna, en Johanna heeft mij. Ik leef op Johanna. O wee als zij wegvalt, dan heb je die mensen aan wie je nu niet genoeg aandacht besteedt nodig hoor. Dan wil je opeens wel weer even bellen. Maar goed, dat is er niet uit te rammen, die sleur van alles is goed. En wij zullen later wel... Ja, ik ben een uitsteller. Het grijpt me naar de keel. Ik ben bang voor een confrontatie of zo. Bang om iemand uit het verleden te bellen'.

Jan Mulder in De Morgen van 20 november, over Chez Stans.  
Die sleur van alles is goed. Soms, heel soms, is een voetballer vele keren intelligenter dan het nationale gemiddelde. 

vrijdag 26 november 2010

26 november


Ik krijg een brief van mijn oude Hoge School. Ze willen een 'recent verschenen historisch werk even onder (mijn) aandacht brengen'. Waarover gaat dat werk?

Over de geschiedenis van 'de rechtsvoorgangers' van mijn Hoge School. Die geschiedenis begint in 1748 (zeventien achtenveertig) en eindigt in 1995. De Hoge School zelf bestaat vijftien jaar (15). Dat zijn wel veel voorgangers. 

In het boek staan '250 biografieën van belangrijke figuren' en ook nog '150 foto's uit de oude doos'.

Ben ik ook 'benieuwd waar en wanneer de rechtsvoorgangers van (mijn Hoge School) ontstaan zijn? Of wie de eerste vrouwelijke docent was? (...) Of wie deelnam aan de eerste steenlegging van onze campussen' ? 

In dat geval kan ik 'als oud-collega het historisch werk aankopen tegen de reductieprijs van 29,90 euro (i.p.v. 39,90 euro)'. Tja, de taal van de Dienst Communicatie en Cultuur is er niet echt op vooruitgegaan, sinds 1748. 

Een koopje, dat is waar, en nu ben ik wel blij dat ik zo lang voor de Hoge School heb gewerkt. Anders kon ik tien euro méér neertellen om te weten wie allemaal een eerste steen hebben gelegd, in de tijd toen de Hoge School nog niet bestond. 

Of heb ik dat weer mis begrepen?

vrijdag 19 november 2010

18 november


Ja, ik rij wel eens harder dan de wet het toelaat. Ik weet dat het niet mag, maar heel af en toe vind ik dat zo'n bord met 30 of 50 of zelfs 70 er niets staat te doen, omdat er bijvoorbeeld in geen velden of wegen een teken van leven of zelfs maar van bebouwing te zien is, en ik negeer het. Met mate, en maar eventjes, en met verhoogde aandacht voor wat zich op de weg afspeelt (meestal niets), maar ik negeer het. 

Tenzij het zo'n spookbord is met gele lampjes op een voet of een karretje, dat oplicht als ik nader en zegt: u rijdt 56 km/u. Dan ga ik onvoorwaardelijk op de rem staan. Ik hou mijn blik op het bord gericht (wat mogelijk niet zo veilig is) en volg met spanning de evolutie van mijn rijgedrag: u rijdt 53 km/u, u rijdt 51 km/u. Soms is er ook nog een mannetje dat zuur kijkt zolang ik te snel ga, maar plots breed glimlacht en zegt: u rijdt 48 km/u. Dan glimlach ik altijd terug. 

Met borden is het als met mensen: je wilt veel voor ze doen, maar ze moeten wel tegen je praten






zondag 14 november 2010

13 november


Wat zie ik iedereen graag, en als ik iemand vergeet is dat geheel mijn fout, sorry!
Hoewel, de ranke madam met haar groene brilletje die vandaag voor me stond aan te schuiven bij Colruyt, nee.
Achter haar stond een ventje van een jaar of acht, met in zijn handen een brood, één brood, en een tekening die hij gekleurd had, vast voor zo'n wedstrijd van Colruyt. Nu was het behoorlijk druk bij Colruyt, en de madam moest wachten op de mensen voor haar, die een volle kar hadden. Zelf had de madam een overvolle kar, en op die kar was ze zo gefocust dat er geen oog meer was voor het mannetje achter haar, met zijn brood. Ook de wachtenden in de rij links en rechts van ons, dat wil zeggen van mij en de madam, hadden geen oog voor het jongetje met zijn brood. Natuurlijk had ik moeten zeggen: Dames en heren, mag dat baasje niet even voorgaan? Maar ik zei het niet. Sorry!

woensdag 10 november 2010

10 november


Als er niets is op de televisie en het is al donker en toch nog te vroeg om naar bed te gaan, dan wil ik wel eens nadenken over de Vlaamse identiteit.
Vlamingen puren hun identiteit uit hun taal. Dat zie je aan hun vijandbeeld.

[Hoe zo, vijand? Wel ja, het kan ook Club zijn (bij Cercle), of de boerkes van buiten (in 't stad), of de dikke nekken van 't stad (op de buiten).]
 
De vijand van de Vlaming is de anderstalige, bij uitstek de Franstalige. Zelf spreekt de Vlaming Vlaams, al wil hij dat liever niet zo gezegd hebben. Nederlands, zegt hij. Daar moeten ze in Nederland om lachen. 
 
Als het dan toch over taal moet gaan: er is een omgekeerd evenredige verhouding tussen de krampachtige manier waarop de Vlaming zich aan zijn taal vastklampt, en de al maar onbeholpener (en onbehouwener) manier waarop hij zich van die taal bedient.

'Gene zever', dat soort Nederlands. Eisen dat inwijkelingen in Sint-Pieters-Leeuw zulk koeterbergs gaan spreken getuigt niet meteen van, ja, waar getuigt het wel van? 

dinsdag 9 november 2010

9 november (bis)


Jij kleeft, Fun geeft!

Ziedaar met grote voorsprong de stomste slogan van 2010, en nu al een ernstige kanshebber voor Stomste Slogan van de Eeuw. Het zal een on-waar-schijn-lijk stomme slogan moeten zijn die deze slogan van Fun nog in stomheid overtreft. Ik zal het gelukkig niet meer beleven.

9 november

 
Hangbuikzwijn

Met verbazing vond ik op Google 78 hits voor het woordje pedaalzak. Ik dacht namelijk dat ik het zelf had bedacht. Nee dus, het bestond al. Een pedaalzak is een pedaalemmerzak (7230 hits), wat de Engelsen een bin liner noemen.

Maar: de 78 pedaalzakken die ik op Google vond, waren allemaal van plastic.
Mijn pedaalzak is van vlees en bloed. Een zak, maar dan erger, zij het niet zo erg als een klootzak.

Scheldwoorden zijn leuk, al vind ik niet dat je ze tegen de betrokkene moet zeggen. Je krijgt alleen maar ruzie, en dat is tijdverlies, want ruzies moet je later toch weer bijleggen (meer tijdverlies). Beter is het te schelden waar niemand bij is: je maakt geen vijanden, en het lucht toch op.

'Politieagent filmt jacht op hangbuikzwijnen', las ik gisteren op deredactie.be.
Kijk, nog zo'n prachtig scheldwoord. Niet politieagent, maar hangbuikzwijn.
Ik ken er wel een paar, maar wie dat zijn zeg ik niet. Tijdverlies.