vrijdag 28 september 2012

28 september

 

Ik geef het niet graag toe, maar in mijn afwezigheid van thuis kan ik het niet laten af en toe toch eens stiekem te kijken hoe de dingen gaan in mijn stad S. Zeker nu daar, zoals in nog andere steden, binnenkort een nieuw stadsbestuur gekozen moet worden. Dan ga ik naar de website van de vrt-nieuwsdienst, altijd nog een baken van deugdelijke nieuwsgaring. 

'Hondenpoepvuilbakken', lees ik, 'worden in S systematisch geplunderd. Hondenbazen kunnen de hondenpoep dus niet oprapen en in de speciale bakjes gooien. De bevolking klaagt over stank en vuile schoenen.' 
 
Vuile schoenen zijn in mijn stad S inzet van de verkiezingen. Wat doe je daaraan, gemeentebestuur zijnde? Je installeert 'intelligente hondenpoepbakjes met zakjesverdeler en telebewaking. Per minuut kan er maar één zakje uit de verdeler getrokken worden. En de telebegeleiding alarmeert de gemeentediensten als er misbruik is of als de zakjes op zijn.'

Ik kan met een gerust gemoed naar S terugkeren, nu ik weet dat de stad met mijn opcentiemen telebegeleide hondenpoepzakjesverdelers organiseert. Intelligente, maar dat spreekt vanzelf.


zaterdag 22 september 2012

22 september


In het dorp zijn twee bakkers. Een is net voorbij de oude toegangspoort, de tweede geen honderd meter verder. Allebei verkopen ze perfect eerbare baguettes en croissants, chaussons aux pommes en pains aux céréales, complets en paillasses. De een heeft nu een sluitingsdag en de andere dan, de een heeft alleen op de ene dag pain complet, de ander op een andere. Ik hou het niet bij, en laat mijn keuze van bakker van het toeval afhangen.
Tot gisteren. Toen ging ik bij de tweede bakker een brood kopen, en terwijl ze het op de toonbank legde, zei de mevrouw: 'Et voilà, jeune homme!'
Tja, jammer voor de andere bakker. Zijn vrouw had het ook kunnen bedenken. 

dinsdag 11 september 2012

11 september


Een heer en twee dames. Ze zitten in de vooravond klokvast op het strand, vlak voor het terras van de Tambourin. De man en één vrouw hebben iets wits op hun hoofd, de tweede vrouw heeft een wat meer uitgedijde, Beatrixachtige rode hoed op. Met de blauwe stoeltjes waar ze op zitten vormen ze, men mag aannemen geheel te goeder trouw, een prachtige tricolore. En de zee, pardon, de bassin op de achtergrond, de bult van Sète, de langzaam vergrijzende blauwe lucht. 





Elle n'est pas trop froide?, vraagt de serveuse. Mais non, zeg ik, pas du tout. Elle est bonne!
Ze draagt naar dagelijkse gewoonte twee glazen wijn aan. Eng vous remerciang, zegt ze als ze de vier euro's op haar dienblad legt. Zo mag het. Morgen weer. 

vrijdag 7 september 2012

7 september

 

TOUT DOIT DISPARAÎTRE! lees ik in koeien van letters op een reusachtig spandoek en ik denk: Eindelijk! Het zal wel van mei 1968 geleden zijn dat in Frankrijk nog eens zo'n revolutionaire slogan te zien was. L'imagination au pouvoir was het toen, een veel positievere oproep dan hier te zien is, maar goed, dit is de 21e eeuw, de speeltijd is voorbij.

Produceren en verkopen, daar gaat het nu om. Het moet niet goed zijn, het moet véél zijn. Zoals in La Foir'Fouille, de populaire winkelketen die prul en brol in grote hopen voor weinig geld te koop aanbiedt. Zou het toeval zijn dat de boude eis net bij hen tegen de gevel hangt?

Nee. De Foir'Fouille van Frontignan organiseert een liquidation totale, en bij die gelegenheid knijpen ze nog eens winkelbreed dertig procent van de toch al belachelijke prijzen af.

Met mij heeft hun wervende slagzin al vast een aanhanger gewonnen. Tout doit disparaître, een eerbare doelstelling. Laten we inderdaad beginnen met de plastieken bucht die hier ligt opgestapeld, en daarna de Foir'Fouille zelf.