Op
terugweg van de Etang de Bages 's avonds rond een uur of negen laat
ik mij leiden door de maan. Ander licht is er niet. Zij is groot en vol, ze zit recht voor me uit. De maan schijnt zo fel dat
ze mij verblindt. De Nederlanders zeggen hij.
Twee
meter links van mij is het kanaaltje, waar ik om de zoveel passen
iets met een luide plons in hoor ploffen. Een muskusrat, of een ander
zich aan de waterkant ophoudend nachtdier.
Ik
ben nog eens naar de plas gaan kijken, het zwart klotsend water, de heuvel aan
de overkant, het silhouet van Bages, de rode lichtjes op de
windmolens die aan- en uitfloepen. Tot mijn spijt waren er vandaag
geen flamingo's. Die zitten in het rijstveld bij de sluis van
Mandirac, in het gezelschap van ooievaars, blauwe en witte reigers en
god weet welk ander langpotig tuig nog.
Het
is weer gaan waaien. Thuis zit ik nog even buiten, tik wat dingen op
de laptop. Het is stil. Het is weer bijna voorbij hier.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten