In
mijn krant van zaterdag stond dat Vlamingen huismussen zijn. Bijna
driekwart woont in de buurt van het ouderlijke huis. Toch, zegt het
artikel, zijn Vlamingen geen 'kneuterig volkje'. Ze gaan nu ook al
eens in het buitenland werken of studeren. Ook binnen de Vlaamse
grenzen durven sommigen de vleugels uit te slaan. Bijna een kwart
van de Vlamingen woont tegenwoordig op zeker 16 kilometer van zijn
ouderlijke huis. Zestien kilometer! Eén op de tien woont
minstens 51 kilometer verderop. Eenenvijftig! Maar de krant stelt
mij gerust. Mensen integreren vrij gemakkelijk in een nieuwe
gemeente. Mobiel, avontuurlijk, flexibel volkje dus toch, die
Vlamingen. Toch bijna een kwart toch een beetje, één op de tien al
helemaal.
maandag 6 november 2017
zaterdag 28 oktober 2017
28 oktober
Ik
heb een zwarte lijst. Er staan namen op van mensen,
plaatsen, dingen, bedrijven, noem maar op, die, nu ja, op mijn zwarte
lijst staan. Waarom zij daar staan weet ik heel goed, maar ik
betwijfel of het nuttig is dat telkens uit te leggen.
Neem rode kool. Ik beweer dat rode kool een sierplant is, niet bestemd
voor menselijke consumptie. Dus staat hij, als levensmiddel, op mijn
zwarte lijst.
Die
uitleg wordt natuurlijk betwist. Men zal beweren dat rode kool wel
eetbaar en zelfs lekker is. Men zal getuigen dat men om de zoveel
tijd rode kool eet, en daarvan geniet, en er niet ziek van wordt,
laat staan dood van gaat.
Eindeloze
discussies zullen volgen en verglijden, zoals dat tegenwoordig zeer
snel gaat, van redelijk betoog naar vileine scheldtirade.
Daarom
hanteer ik bij mijn zwarte lijst een regel: wie op de lijst staat,
zeg ik niet. Om gezeur te voorkomen, maar ook
omdat ik de mensen en dingen op mijn lijst geen naambekendheid gun.
Als je iets of iemand weg wilt, is de redenering, vereer ze dan niet
met aandacht die ze niet verdienen. De rode kool was een
uitzondering, uit didactische overwegingen.
Amerikaanse
'presidenten', hamburger- en koffiehuisketens, frisdrank- en
sportschoenenfabrikanten, 'sociale' media-providers, Zwitserse
melkpoederproducenten, Nederlandse brouwerijen, Antwerpse burgemeesters - wie op mijn lijst
staat, zul je me niet horen noemen, tenzij per ongeluk.
Waarom
dan ook niet zwijgen over het bestaan van de lijst zelf? Een goede
vraag. Het zal wel weer ijdelheid zijn. Niet kunnen zwijgen, ook als
dat verstandiger is. Het is meestal verstandiger.
donderdag 19 oktober 2017
19 oktober
Het
weeroverzicht bij de VRT heet nu Wat
weet Sabine?
Misschien is dat al lang zo, maar het is me pas nu opgevallen. Tja,
het moet toegankelijk blijven, dat staat in de beheersovereenkomst.
Voor iedereen
relevant
is daar de eerste van de zeven genoemde 'strategische
doelstellingen'.
Als
ik kan helpen:
Sabine Hagedoren (Bornem, 26 juni 1968) is een
Belgische weervrouw die werkt voor de Vlaamse zenders van de VRT.
Met dank aan Wikipedia,
die mij dezer dagen met aandrang en herhaling vragen of ik geen twee
euro kan doneren, of tien, of meer, het liefst nog per maand of jaar,
om hun goede werk in stand te houden. Zoals ook The Guardian doet.
Beide instituten liggen mij nauw aan het hart. Waar wacht ik op? Put
your money where your mouth is, zeggen
Engelsen. De Britten,
het is oppassen tegenwoordig.
De
dag is nakend dat Wikipedia, als ik nog eens vraag wie Sabine is, mij
fijntjes laat weten dat ik dat maar elders uit moet zoeken. Geef ze
maar eens ongelijk. The Guardian heb ik inmiddels al gesteund, en
speciaal voor hen zet ik ook nog mijn ad blocker
af. Ze mogen mij met hun reclameboodschapjes blijven bestoken, als
ze daar beter van worden, ik bekijk ze toch niet.
Het
weer op de VRT ook niet, overigens. Als ik wil weten welk weer het
wordt, wacht ik wel tot het er is. Zo'n real-time of zelfs
retrospectieve weersvoorspelling is een stuk betrouwbaarder. Vandaag
bijvoorbeeld was een zachte en zonnige dag, met temperaturen die het
buiten eten in T-shirt toelieten.
Of dat morgen weer zo wordt, kan ik zaterdag laten weten.
zaterdag 14 oktober 2017
14 oktober
Ik
heb vandaag mijn gras gemaaid, dat was weer een hele tijd geleden.
Het was lang en nat, ik heb hard moeten duwen met mijn smal
elektrisch maaiertje. De kortste stand ging niet, de tweede ook niet,
wat wil zeggen dat ik over een week of zo al weer aan de slag kan.
Ook op andere manieren heb ik draden weer opgenomen. Een
zaterdagkrant gekocht, bijvoorbeeld. De Standaard was
uitverkocht, dan De Morgen maar. Die krant begint met de dag
meer op Het Laatste Nieuws te lijken. Ik bedoel dat niet als
compliment. Grote foto's, dikke koppen, spuuglelijke reclames.
Daartussen valt er net nog wat te lezen, over het
'hittegolfje in de herfst.' Dat het een warm weekend wordt, maar dat
dat geen kwaad kan: 'Ook voor vlinders en libellen is het warme weer
een meevaller'. In DM Magazine nog geleerd wat fomo is, de fear of missing out. Liever ontprikkelen. Je telefoon al eens een keertje afzetten. Of het gras
maaien, dan hoor je hem ook niet.
woensdag 11 oktober 2017
11 oktober
Vandaag
heb ik het windscherm op de scooter gezet. Dat doe ik een keer per
jaar. Een keer haal ik het er ook weer af, in het voorjaar. Het
weghalen is een makkie, maar opzetten: ho maar.
Ik doe het doosje met de moeren en de bouten open, en stel vast dat er een bout ontbreekt. Daar gaan we. Er is een lange bout, en twee kortere, met twee moeren en nog twee tussenstukjes.
Ik zet me aan het proberen, zonder een duidelijk idee van hoe het moet, trial and error is nu eenmaal mijn modus operandi in situaties als deze - excuse my French.
Al prutsend weet ik plots weer dat er een lange bout ontbrak, omdat die toch niet meer werkte. Dat helpt een beetje. Maar niet genoeg. Ik ben hopeloos vergeten hoe het ook weer ging.
Dan krijg ik een ingeving: YouTube! Rijkelijk laat, ik besef het. Een beetje bijdetijdse mens denkt aan YouTube nog voor hij zijn bed uit komt. Ik tik in : Sym windscherm monteren en hop, daar is het filmpje al. Fluitje van een cent. Geen vijf minuten later is de klus geklaard.
We zijn weer goed voor een jaar. Natuurlijk heb ik het filmpje bij mijn bladwijzers opgeslagen, in de map huishouden, waar hopen dergelijke eerstehulpdocumenten wachten op weer een noodgeval.
Dat zal volgend jaar een stuk schelen, als ik niet vergeet eraan te denken. Maar dat zijn zorgen voor later. Nu eerst maar eens deze winter weer doorkomen.
Ik doe het doosje met de moeren en de bouten open, en stel vast dat er een bout ontbreekt. Daar gaan we. Er is een lange bout, en twee kortere, met twee moeren en nog twee tussenstukjes.
Ik zet me aan het proberen, zonder een duidelijk idee van hoe het moet, trial and error is nu eenmaal mijn modus operandi in situaties als deze - excuse my French.
Al prutsend weet ik plots weer dat er een lange bout ontbrak, omdat die toch niet meer werkte. Dat helpt een beetje. Maar niet genoeg. Ik ben hopeloos vergeten hoe het ook weer ging.
Dan krijg ik een ingeving: YouTube! Rijkelijk laat, ik besef het. Een beetje bijdetijdse mens denkt aan YouTube nog voor hij zijn bed uit komt. Ik tik in : Sym windscherm monteren en hop, daar is het filmpje al. Fluitje van een cent. Geen vijf minuten later is de klus geklaard.
We zijn weer goed voor een jaar. Natuurlijk heb ik het filmpje bij mijn bladwijzers opgeslagen, in de map huishouden, waar hopen dergelijke eerstehulpdocumenten wachten op weer een noodgeval.
Dat zal volgend jaar een stuk schelen, als ik niet vergeet eraan te denken. Maar dat zijn zorgen voor later. Nu eerst maar eens deze winter weer doorkomen.
vrijdag 6 oktober 2017
5 oktober
Op
terugweg van de Etang de Bages 's avonds rond een uur of negen laat
ik mij leiden door de maan. Ander licht is er niet. Zij is groot en vol, ze zit recht voor me uit. De maan schijnt zo fel dat
ze mij verblindt. De Nederlanders zeggen hij.
Twee
meter links van mij is het kanaaltje, waar ik om de zoveel passen
iets met een luide plons in hoor ploffen. Een muskusrat, of een ander
zich aan de waterkant ophoudend nachtdier.
Ik
ben nog eens naar de plas gaan kijken, het zwart klotsend water, de heuvel aan
de overkant, het silhouet van Bages, de rode lichtjes op de
windmolens die aan- en uitfloepen. Tot mijn spijt waren er vandaag
geen flamingo's. Die zitten in het rijstveld bij de sluis van
Mandirac, in het gezelschap van ooievaars, blauwe en witte reigers en
god weet welk ander langpotig tuig nog.
Het
is weer gaan waaien. Thuis zit ik nog even buiten, tik wat dingen op
de laptop. Het is stil. Het is weer bijna voorbij hier.
woensdag 27 september 2017
27 september
Proactief
anticiperend op een brandstofschaarste die in Frankrijk zou kunnen
ontstaan als gevolg van vakbondsacties tegen de hervorming van de
arbeidswetgeving, ben ik een paar dagen terug naar Mr.
Bricolage gereden en heb daar drie grote bussen gekocht, twee van
twintig en een van tien liter, en die heb ik vol diesel gedaan.
Ik
schaamde me een beetje, en ik was blij dat er niet veel volk was in
het tankstation, want hamsteren getuigt niet van goed burgerschap. Je
helpt de schaarste creëren nog voor ze er is, en zo komt ze er,
terwijl ze er anders misschien niet gekomen zou zijn.
Volhardend
in mijn slecht burgerschap reed ik met mijn bussen hamsterdiesel naar
huis, wat vast verboden is, en stouwde het kostbare, wie weet
binnenkort zeldzame vocht, weg voor later.
Inmiddels
ben ik naar een nieuwe plek verhuisd zo'n honderd kilometer verder,
en heb na aankomst mijn autotank weer helemaal vol gedaan. Gegooid
zeggen de mensen nu, om een mij onbekende reden. Ook mijn noodbusje
van vijf liter voor de scooter was boordevol, zoals de tank van de
scooter zelf.
Herlezend
wat ik tot hier heb geschreven, moet ik besluiten dat mijn gedrag
minder van slecht burgerschap getuigt dan van een zekere paranoia. Ik
kan maar met grote moeite weerstaan aan de aandrang om, na elke rit
naar Lidl of de markt of het strand, prompt langs het tankstation te
passeren om de verbruikte liter(s) weer bij te vullen.
Ach,
zei iemand me, wat maak je je zorgen. Je bent op goed honderd
kilometer van de Spaanse grens. Alsof ze die grens niet af kunnen
sluiten. Alsof ze me met hun actions escargot niet zo lang
over die honderd kilometer kunnen laten rijden dat mijn tank als ik
thuis kom weer zo goed als leeg is.
Over
de grond van de zaak spreek ik me intussen niet uit. Ik ken de Franse
arbeidswetgeving niet, en weet dus ook niet of die al dan niet
hervormd moet worden. Dat moeten de Fransen zelf uitmaken. Wel zou ik
het aardig vinden als ze hun onenigheid ter zake nog even lieten
rusten, tot ik met mijn zeer foute fossiele brandstof weer in het
thuisland ben geraakt.
dinsdag 19 september 2017
19 september
Nederlands is lelijk, moeilijk en nutteloos. Dat, zegt de krant, vinden de
jongeren in Zuid-België die de taal moeten leren. Zit daar iets in?
1.
lelijk
Het
hangt ervan af wie het spreekt. Als dat Boudewijn de Groot is,
bestaan er niet veel mooiere talen. Is het zo'n plat diftongerende
Hollander of een Vlaming in een reclamespotje, dan hebben ze
overschot van gelijk.
2.
moeilijk
Allicht.
Maar dat is een zwak argument. Frans is ook moeilijk als je het op
school moet leren, en het Nederlands heeft tenminste geen subjonctif
of passé simple. Akkoord, de g en de h goed
zeggen is niet makkelijk, maar dat is voor West-Vlamingen ook zo.
3.
nutteloos
Wat
sterk geformuleerd. Zelfs het Latijn is niet helemaal nutteloos. Maar
echt nodig, nee. In Amsterdam krijg je toch in het (slecht) Engels
antwoord, welke taal je er ook gebruikt. Nogal wat Vlamingen halen
graag hun schoolfrans boven. Er zijn er ook die dat vertikken, maar
voor die kunnen de Walen het toch nooit goed genoeg doen.
maandag 18 september 2017
18 september
De
do's en don't's
van de conversatie met onbekenden: bestaat zo'n handleiding al? Niet
dat ik mij geroepen voel er een op te stellen. Zeker aan de kant van
de do's heb ik weinig
bij te dragen. Meestal zit ik mij de handen in het zweet te
piekeren, mij afvragend wat ik nu in godsnaam moet zeggen als ik
niets te zeggen heb.
'Die mensen hebben niets te zeggen,' hoorde ik
een eertijdse kennis eens tegen mij en mijn gade zeggen over iemand
anders en zijn gade. Het was bedoeld als een vernietigend oordeel, en
toen al had ik sterk de indruk dat het ook een beetje, of helemaal,
over mij ging.
Toch
zou ik het als eerste regel neerschrijven in het don't's
deel van de handleiding, waar ik wèl een paar ideeën over heb. Regel
1: als je niets te zeggen hebt, zeg dan niets.
Andere regels zijn: praat niet hard, nooit lang achter elkaar, probeer te luisteren naar wat de ander zegt, zit ondertussen niet te zoeken naar elke opening om met je eigen verhaal te komen ('Ja, juist, ik ken dat, ik heb dat ook eens', enz.)
Andere regels zijn: praat niet hard, nooit lang achter elkaar, probeer te luisteren naar wat de ander zegt, zit ondertussen niet te zoeken naar elke opening om met je eigen verhaal te komen ('Ja, juist, ik ken dat, ik heb dat ook eens', enz.)
Praat niet verder als je merkt dat de ander niet luistert,
stop desnoods midden in een zin. Begin niet over politiek, de
vreemdelingen, de vakbonden, de
werklozen, de kleine zelfstandigen, de Walen of de gepensioneerden.
Als de anderen het wel doen, doe niet mee. Hou met gepaste dooddoeners de boot af, à la 'er zijn overal leuke en minder leuke mensen.'
Als de anderen het wel doen, doe niet mee. Hou met gepaste dooddoeners de boot af, à la 'er zijn overal leuke en minder leuke mensen.'
Wat natuurlijk ook helemaal
waar is.
zaterdag 9 september 2017
8 september
Die
aan de overkant groeten niet terug. Ik heb het een paar keer
geprobeerd. Nu heb ik het opgegeven. Die ernaast groeten wel, maar
alleen terug. Zelf doen ze het niet. De buur naast mij, van Parijs,
praat niet meer met de Belg van het huisje. Vroeger waren ze dik,
maar dat is uit nu. De buurvrouw uit Duitsland vroeg aan een vrouw
bij de afwas: Are you English?
Nee, zei ze gebelgd. I am British.
Ze was van Schotland. ¿Eres Español?
No. Jo sóc català.
Alle
Menschen werden Brüder, maar
het kan nog wel wat duren.
zondag 3 september 2017
3 september
Ik
loop met mijn gade over de zondagse markt. Het is mooi weer, de markt
wordt druk bezocht. Vlak voor ons zien we twee Franse gezinnen elkaar
tegenkomen. Er wordt uitbundig gegroet en langdurig gezoend (drie
zijn het er hier). Als de begroeting afgewerkt is, hoor ik een man
zeggen: Alors, vous faites le marché? Kijk, daar ben ik nu
jaloers op. De kunst om iets te zeggen, ook als het manifest onnodig
is. Daar gaat het ook niet om, of het nodig is. Het gaat erom het
gesprek op gang te brengen. De aftrap, zeg maar. En door er meteen
een vraag van te maken, is de voorzet voor een antwoord al gegeven.
Dat heb ik niet gehoord, we waren al voorbij. Maar duidelijk was toen
al, dat dit gesprek nog wel even verder kon, net zolang tot iemand
eindelijk Allez zou zeggen, wat in zo'n geval betekent: oké,
het is nu wel weer goed geweest.
woensdag 30 augustus 2017
29 augustus
Gefeliciteerd!
U bent nu verbonden, zegt mijn laptop. De gelukwensen komen van
Ozmosis, een hotspotprovider hier in Frankrijk. Ze bereiken mij
luttele seconden nadat ik per creditcard 42 euro naar hen heb
overgemaakt. Daarvoor mogen ik en nog iemand, bijvoorbeeld mijn gade,
een maand lang van WiFi gebruik maken, elk op onze computer, maar
niet tegelijkertijd.
Ik
zal niet beweren dat deze regeling onze relatie onder druk zet. Toch,
een maand lang 'doe jij maar, nee, doe jij nu maar eerst' is een
vermoeiend vooruitzicht.
Wat
de felicitaties betreft, liever niet. Een beetje toten trekken
kan, maar het moet er niet af gaan druipen.
maandag 21 augustus 2017
21 augustus
Vandaag
weer gezwommen. Dat was precies twee maanden geleden. Nog niet in
zee, maar toch in een genietbare plas aan de voet van de Montagne
Noire. De Fransen hebben voor hun plassen allerlei namen: nu eens
is het een lac, dan weer een étang, deze hier heet le
bassin de Saint Ferréol. Hij is een keer of drie groter dan de
plas van 't Ster in mijn stad S, die ze daar op hun website
een watersportvijver noemen. (De markt heet er ook
evenenementenplein.) Drie keer ben ik in de bassin gaan
zwemmen: rond twaalf uur, rond drie uur, en nog eens iets na vijf. Ik
had iets goed te maken. Het werd elke keer beter, het water warmer
(plus bonne zeggen ze hier), de lichtinval mooier. Eerder had
ik ook graag in de Lot gezwommen en in de Aveyron, maar die reikten
waar ik was amper tot mijn kuiten, en in de Loire mocht het niet. Een
mens zwemt niet altijd wanneer hij wil, maar dat geldt voor andere
dingen ook.
donderdag 17 augustus 2017
17 augustus
Afgelopen
nacht ben ik plots wakker geworden, en toen kon ik de slaap niet meer
vatten. Het overkomt me veel vaker dan vroeger, dat wil zeggen voor
de Dream Station - een hels tuig waar ik verder geen woord
over zeg, het zal er altijd een te veel zijn.
Zo
wakker liggend liet ik talloze halve en hele gedachten voor mijn
geestesoog passeren, zoals mensen doen die het slapen is vergaan. Een
ervan was: de kiezer heeft altijd gelijk.
Zelf
vond ik dat niet zo zeker: de kiezer kiest, of hij gelijk heeft moet
altijd nog blijken.
Wel
heeft de gekozene intussen vrij spel, ten minste tot er weer eens
gekozen moet worden. Tenzij hij de spelregels onderweg naar zijn hand
zet, of afschaft. Dat kan hij met een beetje sluwigheid ongestraft
doen, hij is tenslotte gekozen.
Gestoord,
kwaadaardig, haatdragend, wraakzuchtig, onbekwaam, gevaarlijk? Best
mogelijk, maar wel gekozen.
Op
dat punt aangekomen werden mijn gedachten zo donker, dat ze mij als
een zwart gat in zich opslokten. Ik denk dat ik toen weer sliep. Al
bij al toch 6.3 uren die nacht. Dat is iets onder mijn weekgemiddelde
van 6.7, maar wel boven het maandgemiddelde van 6.1.
maandag 14 augustus 2017
11 augustus
Hier
en daar in kranten in cafés of in de supermarkt vang ik iets op over
aanhoudende bosbranden, alarmerend watertekort en verschroeiende
temperaturen goed boven de veertig graden. Gevoelstemperatuur heet
dat nu. Het moet geen veertig zijn, denk ik dan, als het voelt
als veertig, is het al goed. Dat zal wel een cynische gedachte zijn,
maar men zal ze mij vergeven. Vrijdagmiddag rond één uur 's reed ik
naar de stad, de buitenthermometer wees 10,5°C aan. Het voelde
gelukkig zo koud niet aan, want ik zat binnen in mijn auto, en daar
was het een stuk warmer. Ik bedoel minder koud. Ik bedoel maar.
Abonneren op:
Posts (Atom)