maandag 6 november 2017

6 november


In mijn krant van zaterdag stond dat Vlamingen huismussen zijn. Bijna driekwart woont in de buurt van het ouderlijke huis. Toch, zegt het artikel, zijn Vlamingen geen 'kneuterig volkje'. Ze gaan nu ook al eens in het buitenland werken of studeren. Ook binnen de Vlaamse grenzen durven sommigen de vleugels uit te slaan. Bijna een kwart van de Vlamingen woont tegenwoordig op zeker 16 kilometer van zijn ouderlijke huis. Zestien kilometer! Eén op de tien woont minstens 51 kilometer verderop. Eenenvijftig! Maar de krant stelt mij gerust. Mensen integreren vrij gemakkelijk in een nieuwe gemeente. Mobiel, avontuurlijk, flexibel volkje dus toch, die Vlamingen. Toch bijna een kwart toch een beetje, één op de tien al helemaal.

zaterdag 28 oktober 2017

28 oktober


Ik heb een zwarte lijst. Er staan namen op van mensen, plaatsen, dingen, bedrijven, noem maar op, die, nu ja, op mijn zwarte lijst staan. Waarom zij daar staan weet ik heel goed, maar ik betwijfel of het nuttig is dat telkens uit te leggen.

Neem rode kool. Ik beweer dat rode kool een sierplant is, niet bestemd voor menselijke consumptie. Dus staat hij, als levensmiddel, op mijn zwarte lijst.

Die uitleg wordt natuurlijk betwist. Men zal beweren dat rode kool wel eetbaar en zelfs lekker is. Men zal getuigen dat men om de zoveel tijd rode kool eet, en daarvan geniet, en er niet ziek van wordt, laat staan dood van gaat.

Eindeloze discussies zullen volgen en verglijden, zoals dat tegenwoordig zeer snel gaat, van redelijk betoog naar vileine scheldtirade.

Daarom hanteer ik bij mijn zwarte lijst een regel: wie op de lijst staat, zeg ik niet. Om gezeur te voorkomen, maar ook omdat ik de mensen en dingen op mijn lijst geen naambekendheid gun. Als je iets of iemand weg wilt, is de redenering, vereer ze dan niet met aandacht die ze niet verdienen. De rode kool was een uitzondering, uit didactische overwegingen. 

Amerikaanse 'presidenten', hamburger- en koffiehuisketens, frisdrank- en sportschoenenfabrikanten, 'sociale' media-providers, Zwitserse melkpoederproducenten, Nederlandse brouwerijen, Antwerpse burgemeesters - wie op mijn lijst staat, zul je me niet horen noemen, tenzij per ongeluk.

Waarom dan ook niet zwijgen over het bestaan van de lijst zelf? Een goede vraag. Het zal wel weer ijdelheid zijn. Niet kunnen zwijgen, ook als dat verstandiger is. Het is meestal verstandiger.


donderdag 19 oktober 2017

19 oktober


Het weeroverzicht bij de VRT heet nu Wat weet Sabine? Misschien is dat al lang zo, maar het is me pas nu opgevallen. Tja, het moet toegankelijk blijven, dat staat in de beheersovereenkomst. Voor iedereen relevant is daar de eerste van de zeven genoemde 'strategische doelstellingen'.
Als ik kan helpen: Sabine Hagedoren (Bornem, 26 juni 1968) is een Belgische weervrouw die werkt voor de Vlaamse zenders van de VRT.

Met dank aan Wikipedia, die mij dezer dagen met aandrang en herhaling vragen of ik geen twee euro kan doneren, of tien, of meer, het liefst nog per maand of jaar, om hun goede werk in stand te houden. Zoals ook The Guardian doet. Beide instituten liggen mij nauw aan het hart. Waar wacht ik op? Put your money where your mouth is, zeggen Engelsen. De Britten, het is oppassen tegenwoordig.

De dag is nakend dat Wikipedia, als ik nog eens vraag wie Sabine is, mij fijntjes laat weten dat ik dat maar elders uit moet zoeken. Geef ze maar eens ongelijk. The Guardian heb ik inmiddels al gesteund, en speciaal voor hen zet ik ook nog mijn ad blocker af. Ze mogen mij met hun reclameboodschapjes blijven bestoken, als ze daar beter van worden, ik bekijk ze toch niet.

Het weer op de VRT ook niet, overigens. Als ik wil weten welk weer het wordt, wacht ik wel tot het er is. Zo'n real-time of zelfs retrospectieve weersvoorspelling is een stuk betrouwbaarder. Vandaag bijvoorbeeld was een zachte en zonnige dag, met temperaturen die het buiten eten in T-shirt toelieten. Of dat morgen weer zo wordt, kan ik zaterdag laten weten.

zaterdag 14 oktober 2017

14 oktober


Ik heb vandaag mijn gras gemaaid, dat was weer een hele tijd geleden. Het was lang en nat, ik heb hard moeten duwen met mijn smal elektrisch maaiertje. De kortste stand ging niet, de tweede ook niet, wat wil zeggen dat ik over een week of zo al weer aan de slag kan. Ook op andere manieren heb ik draden weer opgenomen. Een zaterdagkrant gekocht, bijvoorbeeld. De Standaard was uitverkocht, dan De Morgen maar. Die krant begint met de dag meer op Het Laatste Nieuws te lijken. Ik bedoel dat niet als compliment. Grote foto's, dikke koppen, spuuglelijke reclames. Daartussen valt er net nog wat te lezen, over het 'hittegolfje in de herfst.' Dat het een warm weekend wordt, maar dat dat geen kwaad kan: 'Ook voor vlinders en libellen is het warme weer een meevaller'. In DM Magazine nog geleerd wat fomo is, de fear of missing out. Liever ontprikkelen. Je telefoon al eens een keertje afzetten. Of het gras maaien, dan hoor je hem ook niet.

woensdag 11 oktober 2017

11 oktober


Vandaag heb ik het windscherm op de scooter gezet. Dat doe ik een keer per jaar. Een keer haal ik het er ook weer af, in het voorjaar. Het weghalen is een makkie, maar opzetten: ho maar. 

Ik doe het doosje met de moeren en de bouten open, en stel vast dat er een bout ontbreekt. Daar gaan we. Er is een lange bout, en twee kortere, met twee moeren en nog twee tussenstukjes. 

Ik zet me aan het proberen, zonder een duidelijk idee van hoe het moet, trial and error is nu eenmaal mijn modus operandi in situaties als deze - excuse my French

Al prutsend weet ik plots weer dat er een lange bout ontbrak, omdat die toch niet meer werkte. Dat helpt een beetje. Maar niet genoeg. Ik ben hopeloos vergeten hoe het ook weer ging. 

Dan krijg ik een ingeving: YouTube! Rijkelijk laat, ik besef het. Een beetje bijdetijdse mens denkt aan YouTube nog voor hij zijn bed uit komt. Ik tik in : Sym windscherm monteren en hop, daar is het filmpje al. Fluitje van een cent. Geen vijf minuten later is de klus geklaard. 

We zijn weer goed voor een jaar. Natuurlijk heb ik het filmpje bij mijn bladwijzers opgeslagen, in de map huishouden, waar hopen dergelijke eerstehulpdocumenten wachten op weer een noodgeval.

Dat zal volgend jaar een stuk schelen, als ik niet vergeet eraan te denken. Maar dat zijn zorgen voor later. Nu eerst maar eens deze winter weer doorkomen.

vrijdag 6 oktober 2017

5 oktober


Op terugweg van de Etang de Bages 's avonds rond een uur of negen laat ik mij leiden door de maan. Ander licht is er niet. Zij is groot en vol, ze zit recht voor me uit. De maan schijnt zo fel dat ze mij verblindt. De Nederlanders zeggen hij.
Twee meter links van mij is het kanaaltje, waar ik om de zoveel passen iets met een luide plons in hoor ploffen. Een muskusrat, of een ander zich aan de waterkant ophoudend nachtdier.
Ik ben nog eens naar de plas gaan kijken, het zwart klotsend water, de heuvel aan de overkant, het silhouet van Bages, de rode lichtjes op de windmolens die aan- en uitfloepen. Tot mijn spijt waren er vandaag geen flamingo's. Die zitten in het rijstveld bij de sluis van Mandirac, in het gezelschap van ooievaars, blauwe en witte reigers en god weet welk ander langpotig tuig nog.
Het is weer gaan waaien. Thuis zit ik nog even buiten, tik wat dingen op de laptop. Het is stil. Het is weer bijna voorbij hier.

woensdag 27 september 2017

27 september


Proactief anticiperend op een brandstofschaarste die in Frankrijk zou kunnen ontstaan als gevolg van vakbondsacties tegen de hervorming van de arbeidswetgeving, ben ik een paar dagen terug naar Mr. Bricolage gereden en heb daar drie grote bussen gekocht, twee van twintig en een van tien liter, en die heb ik vol diesel gedaan.

Ik schaamde me een beetje, en ik was blij dat er niet veel volk was in het tankstation, want hamsteren getuigt niet van goed burgerschap. Je helpt de schaarste creëren nog voor ze er is, en zo komt ze er, terwijl ze er anders misschien niet gekomen zou zijn.

Volhardend in mijn slecht burgerschap reed ik met mijn bussen hamsterdiesel naar huis, wat vast verboden is, en stouwde het kostbare, wie weet binnenkort zeldzame vocht, weg voor later.

Inmiddels ben ik naar een nieuwe plek verhuisd zo'n honderd kilometer verder, en heb na aankomst mijn autotank weer helemaal vol gedaan. Gegooid zeggen de mensen nu, om een mij onbekende reden. Ook mijn noodbusje van vijf liter voor de scooter was boordevol, zoals de tank van de scooter zelf.

Herlezend wat ik tot hier heb geschreven, moet ik besluiten dat mijn gedrag minder van slecht burgerschap getuigt dan van een zekere paranoia. Ik kan maar met grote moeite weerstaan aan de aandrang om, na elke rit naar Lidl of de markt of het strand, prompt langs het tankstation te passeren om de verbruikte liter(s) weer bij te vullen.

Ach, zei iemand me, wat maak je je zorgen. Je bent op goed honderd kilometer van de Spaanse grens. Alsof ze die grens niet af kunnen sluiten. Alsof ze me met hun actions escargot niet zo lang over die honderd kilometer kunnen laten rijden dat mijn tank als ik thuis kom weer zo goed als leeg is.

Over de grond van de zaak spreek ik me intussen niet uit. Ik ken de Franse arbeidswetgeving niet, en weet dus ook niet of die al dan niet hervormd moet worden. Dat moeten de Fransen zelf uitmaken. Wel zou ik het aardig vinden als ze hun onenigheid ter zake nog even lieten rusten, tot ik met mijn zeer foute fossiele brandstof weer in het thuisland ben geraakt.

dinsdag 19 september 2017

19 september


Nederlands is lelijk, moeilijk en nutteloos. Dat, zegt de krant, vinden de jongeren in Zuid-België die de taal moeten leren. Zit daar iets in?

1. lelijk

Het hangt ervan af wie het spreekt. Als dat Boudewijn de Groot is, bestaan er niet veel mooiere talen. Is het zo'n plat diftongerende Hollander of een Vlaming in een reclamespotje, dan hebben ze overschot van gelijk.

2. moeilijk

Allicht. Maar dat is een zwak argument. Frans is ook moeilijk als je het op school moet leren, en het Nederlands heeft tenminste geen subjonctif of passé simple. Akkoord, de g en de h goed zeggen is niet makkelijk, maar dat is voor West-Vlamingen ook zo.

3. nutteloos

Wat sterk geformuleerd. Zelfs het Latijn is niet helemaal nutteloos. Maar echt nodig, nee. In Amsterdam krijg je toch in het (slecht) Engels antwoord, welke taal je er ook gebruikt. Nogal wat Vlamingen halen graag hun schoolfrans boven. Er zijn er ook die dat vertikken, maar voor die kunnen de Walen het toch nooit goed genoeg doen.

maandag 18 september 2017

18 september


De do's en don't's van de conversatie met onbekenden: bestaat zo'n handleiding al? Niet dat ik mij geroepen voel er een op te stellen. Zeker aan de kant van de do's heb ik weinig bij te dragen. Meestal zit ik mij de handen in het zweet te piekeren, mij afvragend wat ik nu in godsnaam moet zeggen als ik niets te zeggen heb.

'Die mensen hebben niets te zeggen,' hoorde ik een eertijdse kennis eens tegen mij en mijn gade zeggen over iemand anders en zijn gade. Het was bedoeld als een vernietigend oordeel, en toen al had ik sterk de indruk dat het ook een beetje, of helemaal, over mij ging.

Toch zou ik het als eerste regel neerschrijven in het don't's deel van de handleiding, waar ik wèl een paar ideeën over heb. Regel 1: als je niets te zeggen hebt, zeg dan niets. 

Andere regels zijn: praat niet hard, nooit lang achter elkaar, probeer te luisteren naar wat de ander zegt, zit ondertussen niet te zoeken naar elke opening om met je eigen verhaal te komen ('Ja, juist, ik ken dat, ik heb dat ook eens', enz.)

Praat niet verder als je merkt dat de ander niet luistert, stop desnoods midden in een zin. Begin niet over politiek, de vreemdelingen, de vakbonden, de werklozen, de kleine zelfstandigen, de Walen of de gepensioneerden. 

Als de anderen het wel doen, doe niet mee. Hou met gepaste dooddoeners de boot af, à la 'er zijn overal leuke en minder leuke mensen.' 

Wat natuurlijk ook helemaal waar is.

zaterdag 9 september 2017

8 september


Die aan de overkant groeten niet terug. Ik heb het een paar keer geprobeerd. Nu heb ik het opgegeven. Die ernaast groeten wel, maar alleen terug. Zelf doen ze het niet. De buur naast mij, van Parijs, praat niet meer met de Belg van het huisje. Vroeger waren ze dik, maar dat is uit nu. De buurvrouw uit Duitsland vroeg aan een vrouw bij de afwas: Are you English? Nee, zei ze gebelgd. I am British. Ze was van Schotland. ¿Eres Español? No. Jo sóc català. 
Alle Menschen werden Brüder, maar het kan nog wel wat duren. 

zondag 3 september 2017

3 september


Ik loop met mijn gade over de zondagse markt. Het is mooi weer, de markt wordt druk bezocht. Vlak voor ons zien we twee Franse gezinnen elkaar tegenkomen. Er wordt uitbundig gegroet en langdurig gezoend (drie zijn het er hier). Als de begroeting afgewerkt is, hoor ik een man zeggen: Alors, vous faites le marché? Kijk, daar ben ik nu jaloers op. De kunst om iets te zeggen, ook als het manifest onnodig is. Daar gaat het ook niet om, of het nodig is. Het gaat erom het gesprek op gang te brengen. De aftrap, zeg maar. En door er meteen een vraag van te maken, is de voorzet voor een antwoord al gegeven. Dat heb ik niet gehoord, we waren al voorbij. Maar duidelijk was toen al, dat dit gesprek nog wel even verder kon, net zolang tot iemand eindelijk Allez zou zeggen, wat in zo'n geval betekent: oké, het is nu wel weer goed geweest.

woensdag 30 augustus 2017

29 augustus


Gefeliciteerd! U bent nu verbonden, zegt mijn laptop. De gelukwensen komen van Ozmosis, een hotspotprovider hier in Frankrijk. Ze bereiken mij luttele seconden nadat ik per creditcard 42 euro naar hen heb overgemaakt. Daarvoor mogen ik en nog iemand, bijvoorbeeld mijn gade, een maand lang van WiFi gebruik maken, elk op onze computer, maar niet tegelijkertijd.

Ik zal niet beweren dat deze regeling onze relatie onder druk zet. Toch, een maand lang 'doe jij maar, nee, doe jij nu maar eerst' is een vermoeiend vooruitzicht.

Wat de felicitaties betreft, liever niet. Een beetje toten trekken kan, maar het moet er niet af gaan druipen.

maandag 21 augustus 2017

21 augustus


Vandaag weer gezwommen. Dat was precies twee maanden geleden. Nog niet in zee, maar toch in een genietbare plas aan de voet van de Montagne Noire. De Fransen hebben voor hun plassen allerlei namen: nu eens is het een lac, dan weer een étang, deze hier heet le bassin de Saint Ferréol. Hij is een keer of drie groter dan de plas van 't Ster in mijn stad S, die ze daar op hun website een watersportvijver noemen. (De markt heet er ook evenenementenplein.) Drie keer ben ik in de bassin gaan zwemmen: rond twaalf uur, rond drie uur, en nog eens iets na vijf. Ik had iets goed te maken. Het werd elke keer beter, het water warmer (plus bonne zeggen ze hier), de lichtinval mooier. Eerder had ik ook graag in de Lot gezwommen en in de Aveyron, maar die reikten waar ik was amper tot mijn kuiten, en in de Loire mocht het niet. Een mens zwemt niet altijd wanneer hij wil, maar dat geldt voor andere dingen ook.

donderdag 17 augustus 2017

17 augustus

Afgelopen nacht ben ik plots wakker geworden, en toen kon ik de slaap niet meer vatten. Het overkomt me veel vaker dan vroeger, dat wil zeggen voor de Dream Station - een hels tuig waar ik verder geen woord over zeg, het zal er altijd een te veel zijn.

Zo wakker liggend liet ik talloze halve en hele gedachten voor mijn geestesoog passeren, zoals mensen doen die het slapen is vergaan. Een ervan was: de kiezer heeft altijd gelijk.

Zelf vond ik dat niet zo zeker: de kiezer kiest, of hij gelijk heeft moet altijd nog blijken.

Wel heeft de gekozene intussen vrij spel, ten minste tot er weer eens gekozen moet worden. Tenzij hij de spelregels onderweg naar zijn hand zet, of afschaft. Dat kan hij met een beetje sluwigheid ongestraft doen, hij is tenslotte gekozen.

Gestoord, kwaadaardig, haatdragend, wraakzuchtig, onbekwaam, gevaarlijk? Best mogelijk, maar wel gekozen.

Op dat punt aangekomen werden mijn gedachten zo donker, dat ze mij als een zwart gat in zich opslokten. Ik denk dat ik toen weer sliep. Al bij al toch 6.3 uren die nacht. Dat is iets onder mijn weekgemiddelde van 6.7, maar wel boven het maandgemiddelde van 6.1.

maandag 14 augustus 2017

11 augustus


Hier en daar in kranten in cafés of in de supermarkt vang ik iets op over aanhoudende bosbranden, alarmerend watertekort en verschroeiende temperaturen goed boven de veertig graden. Gevoelstemperatuur heet dat nu. Het moet geen veertig zijn, denk ik dan, als het voelt als veertig, is het al goed. Dat zal wel een cynische gedachte zijn, maar men zal ze mij vergeven. Vrijdagmiddag rond één uur 's reed ik naar de stad, de buitenthermometer wees 10,5°C aan. Het voelde gelukkig zo koud niet aan, want ik zat binnen in mijn auto, en daar was het een stuk warmer. Ik bedoel minder koud. Ik bedoel maar.