zaterdag 31 oktober 2009

30 oktober


Weer thuis na een wat uitgelopen Tour de France moet ik vaststellen er tijdens mijn afwezigheid flink wat veranderd is.
Zo kan ik op mijn televisie een aantal zenders niet terugvinden. Ze zijn verhuisd naar een andere frequentie of naar iets dat nu ‘digitale televisie’ heet, en waarvan men mij zegt dat ik het dringend moet hebben. Ik vond wel een paar nieuwe zenders, met namen die eerlijk gezegd weinig goeds voorspellen.
Ook verdwenen zijn een handjevol vertrouwde mensen zoals Michael Jackson, Frank Vandenbroucke (de coureur), Karel Van Miert en Dré ‘Felice’ Steemans. Steve Stevaert is ook weg, maar navraag leerde dat hij wel nog in leven is.
Als ik naar het journaal kijk op mijn tv (die nu plots ‘analoog’ is), defileren daar volstrekt onbekende dames en heren met namen als Lieten, Muyters of Schauvlieghe, en allemaal beweren ze dat ze Vlaams minister zijn. Erger: ene Leterme uit Ieper zou mijn land nu op het wereldtoneel vertegenwoordigen. Dat laatste moet ik nog eens natrekken, ik zal dat wel mis verstaan hebben.

PS Nu ik erover nadenk, waar is die andere Frank Vandenbroucke naartoe?

woensdag 21 oktober 2009

20 oktober







Wie eens een goede natuurdocumentaire wil zien, genre National Geographic, kan natuurlijk met een pot chips en wat blikjes pils voor de televisie gaan zitten. Wat ook kan, is met de auto van Pézénas naar Clermond-Ferrand rijden op de A75. De breedbeeldlandschappen van Aveyron, Lozère, Cantal en Puy-de-Dôme rollen voorbij tot de bestuurder zijn auto vergeten is. Dat geeft niet, het is toch maar altijd rechtdoor. En passant worden vertoond: de bovenaardse viaducten van Millau en van Garabit.














12 oktober


Zeg niet mistral tegen de tramontane, dat heb ik vandaag uit de Midi Libre geleerd, al waaien ze allebei even hard, en uit dezelfde richting, en op hetzelfde moment. De wind zal na de middag nog aanwakkeren, zegt de krant, met rafales van 80 tot 100 km per uur. Bij zo’n weer helpt het niet meer dat je je botervlootje bovenop het dekseltje zet: ze waaien samen weg, net als je de magret de canard op de grillplaat legt. Je mag van geluk spreken dat de magret ze niet achternavliegt, zich plots weer herinnerend dat hij vroeger een eend was.

zaterdag 10 oktober 2009

9 oktober


‘Les flamands n’y sont pas’, zegt de man, terwijl hij aan zijn sigaretje zuigt. We staan naast het bankje uit te kijken over de Etang de Bages et de Sigean. Hij heeft mij eerder verteld over de palingen in het water en de fazanten in de bosjes aan de overkant. En de palombes (columba palumbus), die binnenkort komen aanvliegen uit Spanje over Perpignan en die ook leuk zijn om op te schieten. Zo begrijp ik net op tijd dat hij over de flamingo’s praat, phoenicopterus roseus of les flamants roses, die hier in kleinere maar soms ook grote kolonies genoeglijk knorrend door het water waden. Maar nu zitten ze wat verderop, bij Peyriac de Mer.
Wat is dat met Vlamingen en flamingo’s? Met flamants en fiamminghi? Ik neem me voor dat eens uit te pluizen als ik de volgende keer naar de stad ga. Ik kan in de Office de Tourisme twee uur per week gratis internetten. Gratis is altijd leuk, nog meer als het ook werkt, wat in deze Office geen uitgemaakte zaak is. De vorige keer heb ik er meer dan een uur gezeten, en na afloop waren amper elf minuten van mijn tijd opgebruikt. De rest had ik besteed aan het steeds opnieuw inloggen bij de stad Narbonne, die mij prompt daarop er weer uitgooide. Zouden ze iets tegen les flamands hebben?

vrijdag 2 oktober 2009

29 september

(klik op de foto voor vergroting)

Le français sans peine

Wie rond de Etang de Thau een woordje mee wil praten over oesters en mosselen, kan best eerst thuis wat oefenen. Voor de spiegel met een spiekbriefje, dan zonder spiegel, dan zonder briefje. Dat gaat daar over de culture conchylicole, met name de ostréiculture en de mythiliculture. Wat ook helpt is een bezoek aan het Musée de l’Etang de Thau in Bouzigues, waar de werken van vissers en schelpdierentelers met een ontmoedigende grondigheid worden getoond en uitgelegd.

Zo is er een lijst te zien uit het departementaal archief met de namen van alle mannen die in het begin van de 18e eeuw in Bouzigue visten of er een boot hadden. De lijst geeft niet alleen de naam van de betrokkene, maar ook zijn godsdienstige gezindheid en een summier zedelijk portret. Dat gaat zo:

Guillaume Simounet, ancien catholique, vieux et de bonnes moeurs; Jean Meisonier, ancien catholique, jeune homme tranquile; Jean Vidal, ancien catholique, un peu débauché, mais point dangereux; Estienne Valentin, ancien catholique, yvrogne, mais peu entreprenant, enzovoort. Pierre Meisonier, dit l’aigle, is ‘hardy et ayant l’esprit un peu dérangé’. Ancien catholique zijn ze allemaal.

Un peu dérangé. Gelukkig leer je in het museum ook hoe dat nu gaat met die oesters. Het zit goed in elkaar, hoe ze de oesters per drie met een toefje mortel uit een spuitzak aan de cordes vastmaken, al kun je niet van een groot rendement spreken als uit een miljoen larven maar een klein dozijn nieuwe oestertjes komen. OK, bij mensen is het nog bedroevender. Maar mensen zijn geen hermaphrodites cycliques.

Intussen ben ik er nog altijd niet aan gewend dat een Fransman die Elle est bonne! zegt, het over de temperatuur van het water heeft. Elle est froide! Elle est chaude! Elle est un peu fraîche!