woensdag 26 maart 2014

26 maart


Vandaag liep ik voorbij een winkel waar ze schoenen verkochten. Anders dan je zou kunnen verwachten, stond er niet op de winkelruit dat ze daar schoenen verkochten. Er stond dat ze musthaves verkochten. Ja zonder schoenen is het moeilijk, ik weet dat. Zonder aardappelen ook.

Het zal wel zo zijn dat Engelse woorden goed in de markt liggen. Maar kunnen we niet afspreken dat we de domste Engelse woorden weglaten? Wie noemt een boek nu een pageturner? Als je de bladzijdes niet omdraait, hoe kom je er dan ooit achter dat je misschien wel een doodgewoon boek vast hebt?

Ik bedoel, mag ik ook eens een keer over straat lopen zonder al die onzin te moeten zien?

donderdag 20 maart 2014

20 maart


Vlindertjes of hondjes?, vraagt de dame.
Geen hondjes, zeg ik.

Ik heb wel meer rare gesprekken gevoerd, het hangt er maar van af waar je bent.
In het postkantoor bijvoorbeeld om wat zegels te kopen.

De tijd dat je gewoon tien zegels vroeg, en er tien kreeg met de kop van koning Boudewijn, die tijd is voorbij, zoals Boudewijn zelf. Vandaag krijgt de postconsument inspraak in wat hij op zijn envelop zal plakken. Ik herinner mij smurfen, kerstmannetjes.

Het zal vast de verdienste zijn van die postbaas die inmiddels elders werkt omdat de minister in zijn loon wou knippen. Of voorlopig nog niet werkt, omdat hij nog heel lang met het overschot van zijn oude loon verder kan.

Ik naar huis met mijn tien vlindertjes. Niet dat ik daarom gevraagd had. Maar zolang het geen hondjes zijn, wil ik best alles op mijn enveloppen plakken. 


Zeg nu zelf.

maandag 17 maart 2014

17 maart


Het woordje balsturig ben ik voor het eerst tegengekomen in Sophie De Schaepdrijvers onvolprezen boek De Groote Oorlog. Alleen had ik op dat moment m'n oranje fluostift niet bij de hand, en ik heb het nog niet teruggevonden in de 334 pagina's van het boek.
Maar een paar dagen later, zoals dat dan gaat, kwam ik het weer tegen, in een opiniestuk van Geert van Istendael in De Standaard van 1 en 2 maart over het Zwitserse referendum van 9 februari. 'Hoofdredacteuren spraken in hun krantenkolommen de balsturige Zwitser vermanend toe', schrijft Van Istendael, 'op de toon van, je beseft zelf toch wel dat je iets ergs hebt gedaan'.
Een prachtig woord, dat je zoals veel prachtige woorden meteen begrijpt, omdat het zo goed zegt wat het wil zeggen.

Nu, in diezelfde Standaard van 1 en 2 maart, botste ik zoals dat dan ook gaat op een ander even prachtig woord, dat ook nog geheel in dezelfde lijn ligt. Het stond in de satirische column Parbleu van Jo Van Damme: 'Te oordelen echter aan de guitige grijns op zijn gezicht was hij vandaag toch niet zo gramstorig als hij eerst had geklonken.' De grijns en het gezicht, niet verwonderlijk, behoorden toe aan Louis Tobback, die Van Damme 'de nog kleinere Tobback' noemt.
Voor wie uit wil zoeken wat 'gramstorig' precies betekent: geen betere plek dan het Woordenboek der Nederlandsche Taal in een artikel van 1892. Daar vind je overigens ook de exquise synoniemen gramgrimmig, gramnijdig en gramtoornig.

Wat ik maar zeggen wil: het moet niet altijd amai of oh my god zijn.

donderdag 13 maart 2014

De kiezingen (2)

Zo vele malen is al herhaald dat de komende verkiezingen zo belangrijk zijn, zo lang al voor ze eraan komen, dat iedereen zo moe is het te horen dat men er niet zo meer mee bezig is. Ongetwijfeld komt er nog een korte opstoot van belangstelling een paar weken voor het gebeuren, maar vandaag is het de Boeing van Malaysia Airlines.

Wat maakt het ook uit. De uitslag van die verkiezingen kennen we al, hij zal sterk lijken op die van de peilingen. Kiezers zijn als voetbalsupporters, ze hangen hun team aan tegen beter weten in. Het gaat om de kleuren en het clublied, niet om het vertoonde spel.

Zelf zal ik bijdragen aan de zeven of acht procent die mijn partij wel weer zal hebben, en dan mogen hun boegbeelden gerust wat uitschuivers maken in de prime-timedebatten, voor mij spelen ze goed genoeg, in elk geval beter dan de rest.

Overigens hoop ik per volmacht te stemmen, wat inhoudt dat mijn gevolmachtigde, als hij in het hokje staat, toch stemt voor wie hij wil. Maar ik ben daar gerust is.

dinsdag 11 maart 2014

11 maart


Op een dag, het zal een zondag zijn, zal ik des ochtends in mijn stad S bij een willekeurige bakker binnenlopen voor een paar pistoletjes en wat sandwiches, en nog voor ik de deur weer achter me dichtgedaan heb (het zal in de winter gebeuren), zullen de vóór mij op hun gerief wachtende klanten mij als uit een mond allerhartelijkst een goede morgen toewensen, 'Goeie morgen!', zullen zij zeggen, en de onbekende dame die net voor mij in de rij staat zal verder informeren hoe ik het maak, 'Hoe maakt u het?' zal zij vragen, of: 'Alles goed?' en nog terwijl ik haar dienaangaande geruststel, door te antwoorden: 'Met mij gaat alles prima, dank u', en in een moeite de vraag reciproceer met de woorden 'En u?', zal zij al haar hand op mijn voorarm gelegd hebben alvorens te laten weten dat het met haar ook uitstekend is, en al die tijd zullen de meisjes achter de toonbank met olijk opgewekt stemgeluid de klanten te woord staan die zelf in goede luim keuvelend hun beurt afwachten, elkaar schouderklopjes gevend en op het goede moment de deur opendoend voor wie met zijn zak vol koekjes en kadetjes naar buiten wil, en maar node afscheid neemt van deze willekeurige maar wel zeer warme bakkerij, op die dag ergens in mijn stad S.

donderdag 6 maart 2014

6 maart


Ergens, het doet er nu niet toe waar, las ik dat je voor zeventig euro een cursus kunt volgen in meditatief boogschieten. 'Er is geen speciale kracht of vaardigheid voor nodig', stond er, 'het competitieve element is volledig afwezig' en ook: 'we leren totaal aanwezig te zijn bij iedere handeling en tegelijk onbezorgd te zijn over het resultaat'.

Het meeste daarvan verstond ik wel. Geen speciale vaardigheid, onbezorgd over het resultaat: zo gaat het toch haast de hele tijd, en maar goed ook. Wat ik niet verstond was: totaal aanwezig zijn bij iedere handeling. Hoe je dat zou moeten doen, is mij een raadsel. Het lijkt me in elk geval vermoeiend.

Boogschieten trekt me verder wel aan, zeker als het niet uitmaakt of en waar de pijl ergens terechtkomt. Zelf zou ik dat eerder boogschieten in het wilde weg noemen. Maar voor zo'n cursus tekent natuurlijk niemand in.