Onder
is het groenig en stil. Niet doodstil. Zo kun je gerinkel horen - de
ketting waar een boei aan vast ligt. Of een snel scherp tikkend
geluid, de buitenboordmotor van een oesterschuit. Hier hou je je adem
in. Veel is er niet te zien. Het meest opvallend zijn je eigen handen
voor je uit. Boven is het licht. Je ziet de blauwe lucht, de wolken,
of je ziet niets, de zon zit laag voor je uit, alles schittert als
vuurwerk, of tegen de horizon het zeil van een boot. Er zijn
krijsende meeuwen te horen, het klokje van de kerk, de sirene van een
ambulance. Luid en aanhoudend autogetoeter: zaterdag, bruiloftdag. Zo
ga je heen en weer tussen boven en onder, boven en onder, en je bedenkt, als je de
armen uitstrekt: zwemmen is eigenlijk vliegen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten