Gisteren
wat rondgelopen in de stad S. Een van de dingen die ik er zag was een
reuzegroot affiche verwijzend naar de inmiddels voorbije expo bij de
achthonderdste verjaardag van de stad: Zijde gij ook van
Sinnekloas?
De
vraag is mij al eerder gesteld. Ik antwoord altijd: Nee, ik woon er
alleen maar. Van 1972 tot 1979, en onafgebroken van 1989 tot nu. In mijn
geboortestad heb ik maar achttien jaar gewoond. Ik weet nog waar die
is, maar al minder goed hoe ik er moet komen, laat staan dat ik er
mijn weg nog vind.
De
waarheid is dat ik me van nergens voel. Dat stemt me wel eens
treurig, soms benijd ik de mensen die de halve stad waar ze wonen bij
de voornaam kennen. Maar op zonniger dagen prijs ik mezelf gelukkig,
dat dat bij mij niet zo is. Het loopt een stuk lekkerder op straat,
vind ik. Ik heb niet zoveel met roots. De plek, de streek, het
land waar ik geboren ben - zij doen dat goed ook zonder mij, en dat
is wederzijds.
Geboren
worden is een loterij. Of je in een betere wijk van Saint-Tropez ter
wereld komt, of ver van hier tussen het puin van een oorlogsdorp : het
is je lot, niet je verdienste. Ik ben Vlaming en daar ben ik fier
op is in die optiek klinkklare onzin. In het beste
geval zou je kunnen zeggen: en daar ben ik blij om.
Niet,
wat mij betreft, omdat het hier zo bijzonder is. Wel is het door de
band rustig, veilig en welvarend. Als gemiddelde bewoner van het land
België, met mijn huis en mijn auto en mijn ziekteverzekering en mijn
pensioen, ook al is het wat saai, had ik een slechter lot kunnen trekken. De kleine ongemakken, en soms grote ergernissen, neem ik er graag
bij.