donderdag 30 november 2017

30 november


Gisteren wat rondgelopen in de stad S. Een van de dingen die ik er zag was een reuzegroot affiche verwijzend naar de inmiddels voorbije expo bij de achthonderdste verjaardag van de stad: Zijde gij ook van Sinnekloas?

De vraag is mij al eerder gesteld. Ik antwoord altijd: Nee, ik woon er alleen maar. Van 1972 tot 1979, en onafgebroken van 1989 tot nu. In mijn geboortestad heb ik maar achttien jaar gewoond. Ik weet nog waar die is, maar al minder goed hoe ik er moet komen, laat staan dat ik er mijn weg nog vind.

De waarheid is dat ik me van nergens voel. Dat stemt me wel eens treurig, soms benijd ik de mensen die de halve stad waar ze wonen bij de voornaam kennen. Maar op zonniger dagen prijs ik mezelf gelukkig, dat dat bij mij niet zo is. Het loopt een stuk lekkerder op straat, vind ik. Ik heb niet zoveel met roots. De plek, de streek, het land waar ik geboren ben - zij doen dat goed ook zonder mij, en dat is wederzijds.

Geboren worden is een loterij. Of je in een betere wijk van Saint-Tropez ter wereld komt, of ver van hier tussen het puin van een oorlogsdorp : het is je lot, niet je verdienste. Ik ben Vlaming en daar ben ik fier op is in die optiek klinkklare onzin. In het beste geval zou je kunnen zeggen: en daar ben ik blij om.

Niet, wat mij betreft, omdat het hier zo bijzonder is. Wel is het door de band rustig, veilig en welvarend. Als gemiddelde bewoner van het land België, met mijn huis en mijn auto en mijn ziekteverzekering en mijn pensioen, ook al is het wat saai, had ik een slechter lot kunnen trekken. De kleine ongemakken, en soms grote ergernissen,  neem ik er graag bij.

zaterdag 25 november 2017

25 november



Vandaag geluisterd naar de Klara top honderd. Dat ging goed, tot Maria Callas Casta Diva aanhief. Alles viel stil, de houten kamervloer zonk weg onder mijn voeten. Zo leek het. In werkelijkheid was ik het die in vervoering ten hemel steeg. Van die hemel wordt veel gezegd: wie de poort opendoet, hoeveel maagden er verblijven, wat de bewoners te eten krijgen en met welke lepeltjes. Het gezang, zoveel is zeker, komt van Callas. Geen koren van engelen van doen, een is genoeg. Naar verluidt was Callas geen engel, maar wie had het aangedurfd haar buiten te houden? O wat fout, mijn adoratie voor een operadiva uit diep in de vorige eeuw. In Piet Huysentruyts restaurant komt ze niet binnen, zoveel heb ik begrepen. Daar tafelt men bij hard rock en metal. Dat zat hij gisteren bij Annemie Peeters uit te leggen. Ik ga de Zuid-Afrikaanse pers bewerken, zei Huysentruyt nog, voor wie zich af zou vragen waar hij nu mee bezig is. Tien minuten later zei hij het weer. Het klinkt ook perfect, natuurlijk. Nog beter met een gespeeld Kortrijks accent.

vrijdag 24 november 2017

24 november


Ik hoor dat de Kerk van Zweden haar personeel aanbeveelt het gebruik van 'hij' of 'Heer' te mijden als het over de godheid gaat. De redenering is dat god geen mens is, en dus ook niet past in het hokje 'man' of 'vrouw'.

Daarmee is de genderneutrale kruistocht van acteur.trice.s en étudiant.e.s de grens overgestoken tussen het aardse en wat daarachter of daarboven al dan niet bestaat.

Aan die kruistocht doe ik niet mee. Dat hoef ik ook niet. De vrouwen staan hun mannetje wel.

Het schrappen van de Heer juich ik des te harder toe. Ik heb het woord in mijn kinder- en jonge jeugdjaren net een paar tienduizend keren te vaak (en ongevraagd) gehoord, meestal ook nog als 'Geer' uitgesproken door de lokale kerkbediende die vond dat hij, West-Vlaming zijnde, extra hard op zijn g's en h's moest letten.

Verder volg ik de logica van de Zweedse Kerk, die voor een deel samenvalt met de mijne: als god niet bestaat, wat ik sterk vermoed, dan is 'hij' inderdaad ook geen mens, dus ook geen man, laat staan een heer.

Hoe dan wel naar god verwezen moet worden, zoeken ze bij de Zweedse Kerk maar uit. Aan die discussie, volgens mij zonder voorwerp, hoef ik ook weer niet mee te doen.

donderdag 23 november 2017

23 november


Maand van kerkhoven, van heiligen en zielen, van dynastieën en wapenstilstanden. Slachtmaand. Brumaire stemt mij niet vrolijk. Niet deze november. Niet vandaag, de drieëntwintigste, al gaat het al wat beter. Nog een week, dan komt december. December stemt mij nooit vrolijk. Het is ook mijn maand niet, hij hoort de winkeliers toe, de horeca-exploitanten, shoppingcentergangers, op witte schimmels en hertensleeën rijdende schertsfiguren, glühweindrinkers, het volk per autocue toesprekende vorsten. Met fluitend en knallend vuurwerk  neem ik me voor hem ook dit keer na afloop weer snel te vergeten, op de dijk van Westende.

maandag 13 november 2017

13 november


De economiebijlage valt al eens tussen de plooien. Dat krijg je als je als ontluikende puber Latijn en Grieks geleerd hebt: de economie is ver van je bed, financiële geletterdheid was in die tijd nog geen eindterm. Ik geloof dat er nog geen eindtermen waren. Dat valt wel eens te voelen, als ik iets moet doen en het gaat niet en ik vraag me af: waarom hebben ze me dat op school niet geleerd?

Wat ik vertellen wou: vandaag bij mijn koffie in het station van S las ik toch eens een artikel over webwinkels, en hoe Colruyt te laat op de thuisbezorging had ingezet. Het ging over onlinewinkels en gewone winkels. Alleen noemden ze die laatste niet gewone winkels, maar baksteenwinkels. Het duurde even voor ik het doorhad.

Toen moest ik denken aan een ander krantenatikel van al een hele tijd geleden, over jongeren, relaties en het internet. Daar heette het dat de jongelui geen problemen hebben om avances te maken op het internet, maar offline een lief vinden lukt niet zo goed. Ook toen begreep ik pas na enig gefrons dat het ging over het zoeken naar een lief in 't echt. Zoals je 's ochtends offline je tanden poetst. En een kilo appelsienen haalt bij de baksteenkruidenier. Waarbij het ook de vraag is of er tegenwoordig nog veel winkels in baksteen worden gebouwd.

If at all, want volgens weer een ander artikel in de cultuur & mediabijlage zijn er binnenkort alleen nog Amazon Prime winkels, en worden de appelsienen dezelfde dag nog gratis thuis bezorgd. Per drone, heb ik me laten vertellen.

En vooruit: nog in de zaterdagkrant stond een artikel met de kop Mag ik nog naar Kevin Spacey kijken? op pagina 38, en op pagina 10: Mag ik nog plastic waterflessen kopen? Zulke diep gravende zwartepietartikels dragen natuurlijk niet bij aan een lekker ontspannend weekeinde. Toch hield de tweede vraag me wel bezig (de eerste niet). Het antwoord was, na een lang betoog: ja, zolang er maar kraantjeswater in zit.

Alles is nog niet verloren.

maandag 6 november 2017

6 november


In mijn krant van zaterdag stond dat Vlamingen huismussen zijn. Bijna driekwart woont in de buurt van het ouderlijke huis. Toch, zegt het artikel, zijn Vlamingen geen 'kneuterig volkje'. Ze gaan nu ook al eens in het buitenland werken of studeren. Ook binnen de Vlaamse grenzen durven sommigen de vleugels uit te slaan. Bijna een kwart van de Vlamingen woont tegenwoordig op zeker 16 kilometer van zijn ouderlijke huis. Zestien kilometer! Eén op de tien woont minstens 51 kilometer verderop. Eenenvijftig! Maar de krant stelt mij gerust. Mensen integreren vrij gemakkelijk in een nieuwe gemeente. Mobiel, avontuurlijk, flexibel volkje dus toch, die Vlamingen. Toch bijna een kwart toch een beetje, één op de tien al helemaal.