dinsdag 29 januari 2019

29 januari


Bent u ook zo kwaad? Zeg nu niet nee, u bent het wel. De mensen zijn kwaad, hoor en lees ik elke dag. Journalisten zakken af naar de onooglijkste dorpjes, ze stoppen plaatselijke bewoners een microfoon onder de neus. Bent u ook kwaad? vragen ze. Ja, wij zijn kwaad! is het eenstemmige antwoord.


Het werkt aanstekelijk. Na enige tijd kan ik het niet meer aanhoren zonder zelf ook een beetje kwaad te worden. Ben jij ook zo kwaad? vraag ik aan de man naast mij op de bus. Kwaad? vraagt die verwonderd. Waarom zou ik kwaad zijn? - Omdat iedereen kwaad is, zeg ik. Lees jij dan geen kranten? - Nee, zegt hij. Maar ik volg wel het nieuws op mijn smartphone. En je hebt gelijk: de mensen zijn kwaad. En gelijk hebben ze. Het is een schande.


Wat? vraag ik. Wat vind je een schande? - Alles, zegt hij. Wat ze doen. En wij zijn de dupe. Hij heeft zich inmiddels flink opgewonden. Andere mensen luisteren mee en knikken instemmend. Ja, zegt er nog een. Ik ben ook kwaad.


Gelukkig komt mijn halte eraan. Ik bel en stap uit. Het laatste stukje naar huis lopend, voel ik me stilaan weer beter. De zon schijnt een beetje, er is haast geen verkeer. Ik bedenk, dat mijn straat nog zo kwaad niet is.

zondag 27 januari 2019

27 januari



Het Engels is de taal van klimaatbetogingen. What do we want? Climate justice! When do we want it? Now! No planet B! Best zo handig in een plek als Brussel, waar je nooit goed weet of het Hallo! of Bonjour! moet zijn. Toch hoort de verkleumde opstapper ook heel wat leuks in het Belgisch. On est plus chauds, plus chauds, plus chauds que le climat! Verzet! Verzet! Internationaal! Tegen de vervuiling van het kapitaal! Het bekt lekker. Leuke slogans op de bordjes. Aux arbres citoyens! Rien NVA plus! Niet echt over het klimaat, dat laatste, of net wel? Dat zou je ook van Tax the Rich! kunnen zeggen. Zo kort en snedig, daar blinkt het Engels in uit. Hoewel: Merde il pleut! mag er ook zijn. Die laatste slogan vandaag niet gespot, een gemiste kans. Het goot anders aardig.


 

woensdag 23 januari 2019

23 januari


Vandaag was de Pianoman op bezoek. Dat is hij tweejaarlijks. Dat wil zeggen: om de twee jaar. Vraag maar na bij de Taaltelefoon. Voor twee keer per jaar hebben we halfjaarlijks, leggen ze daar uit. Ik bedoel maar.


De Pianoman staat zo in mijn adressenlijst, omdat ik hem niet vaak zie (zie hoger). Het gevaar bestaat dat ik zijn echte naam vergeet. Hij heet Jo. Jo komt dus tweejaarlijks mijn piano stemmen. Het is weer tijd om de piano te stemmen, zegt mijn gade. En om te vermijden, dat het dan gaat van: Hoe heet die stemmer ook weer? En: Hij staat toch in de adressenlijst? En dan: Ja, onder welke naam dan wel? Om dat alles te vermijden, staat hij geboekt als Pianoman, een eerbetoon en passant aan Billy Joel.


De Pianoman stemt mijn piano, drinkt tussendoor een paar kopjes koffie en dan nog eentje achteraf, terwijl hij een zorgvuldig en tactvol oordeel geeft over de staat van het instrument. Hij klinkt een beetje scherper, zegt Jo. Het pedaal piepte een beetje. Een paar van die pinnen zitten niet meer zo vast. Kan hij nog een tijdje verder? O ja, de Pianoman stelt mij gerust. Er is nog geen reden tot ongerustheid.


Na afloop speelt hij altijd een kort stukje, als test, als demonstratie, of gewoon omdat hij het graag doet. Als hij vertrekt, is de ochtend voorbij. Een hele ochtend van tastend getingel, glijdende tonen, elkaar zoekende en verbaasd vindende akkoorden. Een kort recital en een vakkundige babbel. Geen radio Klara van doen.

dinsdag 15 januari 2019

15 januari


Er zijn mensen die vogels spotten of treinen of vliegtuigen. Zelf doe ik dat niet, of het zouden de meesjes en de eksters en kauwen in mijn tuin moeten zijn, en de bosduiven. Ook dan doe ik niet de moeite om ze te tellen. Er zijn er veel, zoveel is zeker.
Op dezelfde manier spot ik wel eens ergerlijke woorden. Dat wil zeggen, ik ga er niet expres naar op zoek, ik vlooi ze niet uit in mijn krant of elders, ik kom er niet voor uit mijn luie stoel. Dat hoeft ook niet. Er zijn er zo veel, ze komen vanzelf op me af. Dan bedoel ik niet eens, dat er zoveel verschillende ergerlijke woorden zijn. Een woord wordt pas ergerlijk, als je het op elk uur van de dag of nacht talloze keren tegenkomt.
Misschien wordt nu van mij verwacht, dat ik een voorbeeld geef, maar ik aarzel om dat te doen. Want het werkt als een oorwurm. Zit het een keer in je kop, het gaat er niet meer uit. Mag ik dat de argeloze lezer aandoen? Anderzijds, is die vraag niet neerbuigend en paternalistisch? De argeloze lezer kan best wel wat hebben, toch?
Zo'n toch? met vraagteken is zelf ook een bijzonder ergerlijk woord, maar ik heb het hier over icoon en iconisch. Vraag mij niet wat het betekent, ik wil het zelfs niet weten. Ook heb ik al lang opgegeven erop te letten, maar het is te laat. De iconische iconen bespringen mij in elke ooghoek zo gauw ik ontwaak tot ik weer inslaap. En dan droom ik er nog van in mijn nachtmerries.

zondag 6 januari 2019

6 januari (bis)


Gezien en gehoord vandaag op het nieuwjaarsconcert: sopraan Charlotte Wajnberg en het Symfonisch Orkest van de Academie van S. Ik zit op de tweede rij, de zangeres staat geen vijf meter van mij af. Wat een stem. Wat een présence. Wat een heerlijke mimiek. Het is genieten, tot ik me realiseer dat mijn telefoon niet op stil staat. Het koude zweet breekt me uit. Ik stel me een pianissimopassage voor, de hele zaal hoort ademloos toe, en hop daar klinkt die stomme beltoon van mij boven alles uit. Volume vijf, zo goed horen doe ik ook niet meer. Of iemand wil perse een bericht sturen. Ping!!! gaat het oorverdovend. Mensen sturen almaar berichten. Hallo! schrijven ze, hier geen nieuws! De sopraan stokt midden in haar glissando. Ze staart me met afschuw aan, stormt van de scène op me af, in haar razernij gevolgd door het hele orkest, dat mij met strijkstokken, cimbalen, trombones en fagotten te lijf gaat, een fluitist boort zijn piccolo in mijn oog. Gelukkig niet. De aria is uit, het publiek applaudisseert, ik diep de telefoon uit mijn zak en zet de klank af. Charlotte Wajnberg buigt en lacht mij toe. Het orkest zet Nacht op de Kale Berg in, van Modest Mussorgski, bewerkt door Nikolai Rimski-Korsakov.

6 januari


Vandaag kerstboom afbreken, Driekoningen (check). Weekendkrant lezen, zondag (check). Nieuwjaarsconcert in de stadsschouwburg (check). Nieuwjaarswensen beantwoorden (de laatste, check). Over die weekendkrant, daar stond deze zin in: Stress is een opportuniteit om te groeien. Niet zomaar ergens achterin onderaan, nee, in het commentaarstuk van de redactie, op pagina 4. Meestal is het pagina 2, maar daar stond nu een reclame, over twee pagina's, van Belfius, een kwestie van prioriteiten. Die zin wil ik nomineren voor stomste zin van 2019. Oké, het is nog vroeg, en iets zegt mij dat er dit jaar nog wel stommere zinnen zitten aan te komen. Maar we zijn toch al goed begonnen. Dan gaat het niet over de gedachte, dat stress iets goeds zou zijn, waarom ook niet. Het gaat over dat pretentieuze pedante opgefokte woord opportuniteit. Mijn wens voor 2019 is dat dat woord verdwijnt, het gaat op in de warme lucht waarvan het gemaakt is. Een jaar zonder opportuniteiten, dat wens ik iedereen toe. Een jaar vol kansen en andere klare, eerlijke woorden, dat wel. En moge het ook verder allemaal goed gaan.

Ja, dat ge-check. Je kunt zo'n vogeltje gebruiken, dat staat ergens op mijn laptop, maar ik vind het niet, ik blijf een kluns in die dingen. Misschien moet ik daar in het nieuwe jaar eindelijk wat aan doen.