Er
zit een beer voor mijn raam. Hij zit met de rug naar de woonkamer
toe, op de vensterbank, en kijkt naar buiten. Je zou het niet netjes
kunnen noemen, dat hij ons de rug toekeert, terwijl wij hem toch
altijd meer dan vriendelijk hebben behandeld, bij wijlen zelfs
geknuffeld en mee in bed genomen. Maar hij mag dat doen. Het is voor
de kindjes die op straat voorbijlopen, met papa en mama, op zoek naar
beren. Soms zitten wij van achter onze beer zijn rug mee naar buiten
te kijken, om te zien of de kindjes onze beer hebben gezien. Niet
vaak, zo blijkt, maar er komen in onze straat, die geen echte straat
is, ook niet zoveel kindjes voorbij. Onze straat is een baan.
Daar komen vooral veel auto's voorbij, al is dat de laatste tijd wel
fel geminderd. De beer vindt het allemaal best. Kijk, weer een
kindje, zie ik hem denken, als er dan toch eens eentje voorbijloopt.
Er zijn wel kindjes die de beer niet zien, bezig als ze zijn met naar
iets anders te kijken. Maar onze beer zelf, hij zal er nooit eentje
missen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten