vrijdag 17 april 2020

17 april


Er zit een beer voor mijn raam. Hij zit met de rug naar de woonkamer toe, op de vensterbank, en kijkt naar buiten. Je zou het niet netjes kunnen noemen, dat hij ons de rug toekeert, terwijl wij hem toch altijd meer dan vriendelijk hebben behandeld, bij wijlen zelfs geknuffeld en mee in bed genomen. Maar hij mag dat doen. Het is voor de kindjes die op straat voorbijlopen, met papa en mama, op zoek naar beren. Soms zitten wij van achter onze beer zijn rug mee naar buiten te kijken, om te zien of de kindjes onze beer hebben gezien. Niet vaak, zo blijkt, maar er komen in onze straat, die geen echte straat is, ook niet zoveel kindjes voorbij. Onze straat is een baan. Daar komen vooral veel auto's voorbij, al is dat de laatste tijd wel fel geminderd. De beer vindt het allemaal best. Kijk, weer een kindje, zie ik hem denken, als er dan toch eens eentje voorbijloopt. Er zijn wel kindjes die de beer niet zien, bezig als ze zijn met naar iets anders te kijken. Maar onze beer zelf, hij zal er nooit eentje missen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten