De
schutting naast mijn huis in de verf zettend, maak ik een praatje met
de overbuur. We staan elk aan onze kant van de straat, informeren
naar elkaars welzijn en gezondheid, en die van de familie. We stellen
vast dat het mooi weer is, gelukkig. Geven wat welwillende commentaar
bij de politiepatrouille die drie huizen verderop een controlepost
heeft uitgezet. De buurvouw van rechts arriveert op haar fiets, we
bespreken kort het nieuws van de dag. Geen, eigenlijk. Gelukkig is
het mooi weer. Dan komt de schuinoverbuur links even op straat
kijken. Ik wou net naar de Ardennen vertrekken, zegt de
schuinoverbuur, maar dan maar niet. Je kunt naar zee rijden, zeg ik.
We lachen, stellen vast dat het gelukkig mooi weer is. Een
samenscholing met vier, op meer dan behoorlijke afstand, het mag nog.
De politie grijpt in elk geval niet in. Dan gaan we elk zijn weegs,
ikzelf met de kwast weer aan de slag. Plots komt Lennaert Nijgh me
voor de geest. Ze
had een hoge schutting om haar tuin. Canzone
4711. Hoe ging het ook weer? Ze
leek me onder haar bikini bruin. Maar
toen ging het wel regenen.
De eerste druppels vielen op mijn hand. Hier
niet, nu gelukkig niet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten