zaterdag 20 maart 2021

19 maart

Gisteren zag ik het woord sneuste. Het duurde even voor ik door had, dat het de overtreffende trap betrof van sneu. Het stond in de kop boven een opiniestuk in de Volkskrant: Het sneuste wat je kan doen, is de revolutie uitroepen en er komt niemand. Ik vond het een prachtige kop, en ik wou dat stuk wat graag eens lezen, van een mevrouw Sheila Sitalsing, maar het zat achter de betaalmuur. Niet dus. Zo ben ik dan ook weer. Noem me maar gierig of krenterig, maar ik betaal al voor een andere krant. Waar zou het over gaan? Vast over de verkiezingen in Nederland. Die zijn een beetje zoals het WK voetballen: op het einde wint Rutte. De revolutie is nog niet voor morgen. Hoe sneu dat is, weet ik niet. Ik sta niet om een revolutie te springen. Maar geen revolutie kan sneuer zijn dan wel een, soms.



vrijdag 12 maart 2021

12 maart

Ik ben de hele dag in debat met de radio. Voortdurend bezig om mensen die auto zeggen te leren om oto te zeggen. Geen beginnen aan. Er zijn nog maar twee mensen die oto zeggen: prinses Beatrix en ik.

Adriaan Van Dis in De Standaard der Letteren van 20 februari. Het gaat over ergernis.

Ergernis is hét middel tegen alzheimer. Honderd keer effectiever dan sudoku's. Ik dwing mezelf om akelige rechtse columnisten te lezen. Want ik wil de geest blijven scherpen. Ga dus vooral nooit rentenieren in Spanje, met elke dag om drie uur 's middags een fles rosé en De Telegraaf. Dan ben je binnen drie jaar dement. Blijf hier, erger je wild en je wordt gezond stokoud.

Beetje lang, als citaat. Zo kan iedereen natuurlijk wel een stukje schrijven. Maar ik kon het toch niet laten. Een mens wordt nu eenmaal graag bevestigd in wat hij doet en niet doet. In dit geval: ik durf me wel eens te ergeren. Aan de buitensporige empathie in radioprogramma's als De wereld van Sofie. (Echt? Boeiend! Fascinerend! Nee toch?) Aan de uitspraak van wij zijn blij als wè zèn blè. Aan de auto van Ludo in Vossenstreken. Aan dat woordje iconisch. Je zit weer te chicaneren, merkt mijn gade op, en ze heeft gelijk, maar nu weet ik waarom ik het doe.


zaterdag 6 maart 2021

5 maart

Vriendschapsfraude. Dat woord kwam ik de voorbije dagen tegen al lezend in mijn krant. Het shockeert mij, maar natuurlijk is het niet het woord. Dat noemt maar wat erachter steekt. Het internet is nooit veraf, die wonderbaarlijke ontmoetingsplek. Je kunt er een gebruikte stofzuiger verkopen, een huisje huren voor het weekend, maar ook een lief zoeken en de wereld kond doen van je whereabouts, van je dagelijkse laten en doen - met de nodige retouches, dat spreekt vanzelf. Snuifje sexting, waarom niet, voor de meer avontuurlijke webrijder. Al goed, maar voor je 't weet sta je voor lul, excusez le mot. Zich als stoeipoes presenterende grijzende en grijnzende venten draaien je een poot uit, waarmee ik eigenlijk bedoel: trekken je een kloot af (m/v), maar het is nu wel goed geweest qua schuttingtaal. Er is maar één goede raad: blijf daar weg. Als je een lief zoekt, trek de straat op. Je komt wel iemand tegen die de moeite waard is, toch ten minste van het proberen. Het is een kwestie van wat geduld. Wil je echt laten weten hoe smart en hoe cool je bent, bel de vriendinnen op en vertel het ze. Je mag aannemen dat ze het gesprek niet opnemen en later zelf op het internet zetten. Paranoia hoeft ook weer niet. Hanteer verder de regel Als het te mooi is om waar te zijn, is het dat ook. Die heb ik niet zelf bedacht, maar gevonden op de website temooiomwaartezijn.be. Niet van de Bond zonder Naam, maar van de Federale Overheidsdienst Economie. Een minder verdachte bron kan ik niet bedenken.

woensdag 3 maart 2021

2 maart

In mijn tuin staat een hazelaar (Corylus Avellana). Hij staat daar al lang, en viel aanvankelijk niet erg op. Dat veranderde, toen de struik elk jaar een flink stuk hoger de lucht in klom. Hij staat pal tegen de omheining van de buurman, een forse constructie die we hier thuis het ijzeren gordijn noemen. De andere buurman heeft een wal van ijzerdraad en lavastenen opgetrokken, de Berlijnse muur, maar dat is geheel terzijde. Ik zou over de hazelaar vertellen.

Die groeit niet alleen fors omhoog, maar spreidt zijn takken alle kanten uit, ook die van het ijzeren gordijn. Zonder zich om enige grens te bekreunen, dringen de twijgen en allengs ook stevige takken het luchtruim van de buurman binnen. Dat mag niet, volgens de geldende regels van goed nabuurschap. Ik moet iets doen.

De struik neerleggen is geen optie. We hebben hem ooit cadeau gekregen van een iemand die ons zeer dierbaar is, ook nu nog, nu hij er niet meer is. Verder wemelen vele vogeltjes graag op of om de takken, ook zij zijn ons dierbaar. En dan de eekhoorns. Zij steken geregeld onze tuin over, niet zelden het ijzeren gordijn als een soort snelweg gebruikend, om zich aan de hazelnootjes te goed te doen. Dat is spannend, het is uitkijken voor de witte kat van de buurman. 

Tussen mijn liefde voor de struik en de gram van de buur koos ik voor het compromis. Met snoeimes en boogzaag heb ik alles wat de grens van mijn tuin te buiten ging weggesnoeid. Wat rest is een flink uitgedunde, maar ook weer elegant ogende struik, waarin de eerste knoppen zwellen ten teken van het aankomende nootjesseizoen.

Buurman gerustgesteld, vogeltjes onverstoord kwetterend, eekhoorns zich niet van een afgewende ramp bewust. Geliefde dierbare, zo hoop ik, kijkt van ergens of nergens goedkeurend toe.