Bij mij thuis hebben we vier kleurrijke soepkommetjes. Ze zijn blauw, geel, roze en oranje, er staan leuke tekeningen op. Op de onderkant staat: Renault. Dezelfde Renault bij wie wij vroeger onze auto's kochten. De R4, de Clio, de Kangoo.
Als trouwe klant mochten we elk jaar op de open dag bij de dealer een cadeautje halen. Een koffertje met kleurstiften, een horloge, een set koffiekoppen, een pluche knuffelhond. Die laatste ligt nog altijd op de sofa. Hij heet Renault.
Maar dan de soepkommetjes. Een is voor papa, een voor mama, een voor het zoontje, een voor het dochtertje. Die staan er telkens op afgebeeld. Het zoontje is aan het voetballen, het meisje springt touwtje, of is het touwtjespringt. Mama loopt rond met een winkelkarretje. En papa? Papa zit in zijn luie stoel, de voeten in pantoffels op een pof, zijn krantje te lezen.
Hoeveel fouter kan een soepkommetje zijn? Moet ik me niet schamen dat ik, zelf papa zijnde, zo'n kommetje heb, er ook nog geregeld soep uit eet, en zo de ten hemel schreeuwende seksistische paternalistische patriarchale vrouwvijandige boodschap help uit te dragen, in het bijzijn van mijn gade, die de tafel met mij deelt?
Ik moet zeggen: zij maalt er niet om. Mijn gade doet niet aan onderdrukte achtergestelde gediscrimineerde minderheden. De soep in het kommetje heeft zij ook gemaakt. Er is geen betere soep. Zelf loop ik vaak in diverse supermarkten met mijn boodschappenlijstje en mijn winkelkarretje rond. Ook in dit gezin zijn de oude rolpatronen in beweging.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten