Dominiek Sandra wil de spelling veranderen. Wie niet? Hij is wel hoogleraar psycholinguïstiek aan de U van A. We kunnen beter trachten hem au sérieux te nemen. Met deze nieuwe regels maak je nooit meer dt-fouten, zo staat er boven het stukje in de krant.
Ik wist niet dat dt-fouten bestonden. Ofwel hoort er een -t, en schrijf je hem niet, dat is een fout, als in hij word. Of je schrijft een -t waar hij niet hoort: ook fout, als in 't is gebeurt. Maar in de regel doe je dat niet, omdat je weet: hij komt, dus hij wordt. Gebeurde, dus gebeurd.
Ja, zegt Dominiek Sandra, maar daar moet je telkens bij nadenken. Je werkgeheugen wordt belast. En gebeurt komt meer voor dan gebeurd, dus schrijven we haast vanzelf 't is gebeurt. Oké, gewoon doén dus. En ik/jij/hij/zij word. En ook maar zij brande en ik hate. Makkelijk, geen fouten meer.
Het ziet er wel raar uit, maar de vreemde woordbeelden wennen snel. Dat argument ken ik nog van pannenkoeken en ruggengraat. Ik krijg nog altijd kippevel als ik dat zie of moet schrijven. Kippenvel!
Je mag er niet aan denken dat Dominiek Sandra zijn aandacht ook nog eens richt op de ei en de ij. Vleien of vlijen? Nijgen of neigen? Arm werkgeheugen. Schrijf maar gauw overal ij, als in de rijs naar het ijnd van de wereld, of overal ei, als in wie schreift, die bleift.
Gauw? Misschien ook maar gouw, als in louw en blouw. Het kan nog veel beter. Ht s mmrs bknd, dt r gn klnkrs ndg zn m t knnn lzn wt r gschrvn stt. Vooruit, doen! D vrmd wrdbldn wnnn snl.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten