Vandaag tref ik mezelf aan tafel aan, waar ik met schaar en lijmpot in de weer ben. Op de radio speelt pianomuziek. Voor me ligt Winter door Jac. P. Thijsse, 'te illustreeren met Verkade's plaatjes naar teekeningen van L.W.R. Wenckebach, Jan van Oort en Jan Voerman Jr.'
Het is een 'vrijwel ongewijzigde' heruitgave uit 1976 van de beroemde reeks verzamelalbums over de Nederlandse natuur, waarvan het eerste deel, Lente, verscheen in april 1906. De prachtige plaatjes zitten in een apart bundeltje bij het boek, en moeten een voor een worden uitgeknipt en op hun plaats geplakt. Nr. 1 Amethistenzwam, tot Nr. 144 Wilde zwaan.
Al cuttend en pastend lees ik hier en daar stukjes uit de onovertroffen natuurbeschrijvingen van Thijsse, en dat is ook de bedoeling. 'Het inplakken was een gezellige bezigheid en spelenderwijs leerde men planten en dieren al wat kennen', staat er in de 'Verantwoording bij de heruitgave'. Zo is dat nog altijd. Nu weet ik bijvoorbeeld dat de Jan van Gent zo heet omdat hij ongeveer zo groot is als een gans. Omdat gent 'groote of mannetjesgans' wil zeggen, is men 'om den wille van de begrijpelijkheid' ertoe gekomen 'om den vogel, die niets te maken heeft met de stad Gent (...) met den onbegrijpelijken titel van Jan van Gent te vereeren', zegt Thijsse.
Morgen plak ik weer voort, een koffie bij de koekjes. En als Winter klaar is, wacht mij nog Lente, Zomer en Herfst.
http://www.heimansenthijssestichting.nl/historievanverkade.php