dinsdag 24 februari 2009

23 februari

Vandaag tref ik mezelf aan tafel aan, waar ik met schaar en lijmpot in de weer ben. Op de radio speelt pianomuziek. Voor me ligt Winter door Jac. P. Thijsse, 'te illustreeren met Verkade's plaatjes naar teekeningen van L.W.R. Wenckebach, Jan van Oort en Jan Voerman Jr.'

Het is een 'vrijwel ongewijzigde' heruitgave uit 1976 van de beroemde reeks verzamelalbums over de Nederlandse natuur, waarvan het eerste deel, Lente, verscheen in april 1906. De prachtige plaatjes zitten in een apart bundeltje bij het boek, en moeten een voor een worden uitgeknipt en op hun plaats geplakt. Nr. 1 Amethistenzwam, tot Nr. 144 Wilde zwaan.

Al cuttend en pastend lees ik hier en daar stukjes uit de onovertroffen natuurbeschrijvingen van Thijsse, en dat is ook de bedoeling. 'Het inplakken was een gezellige bezigheid en spelenderwijs leerde men planten en dieren al wat kennen', staat er in de 'Verantwoording bij de heruitgave'. Zo is dat nog altijd. Nu weet ik bijvoorbeeld dat de Jan van Gent zo heet omdat hij ongeveer zo groot is als een gans. Omdat gent 'groote of mannetjesgans' wil zeggen, is men 'om den wille van de begrijpelijkheid' ertoe gekomen 'om den vogel, die niets te maken heeft met de stad Gent (...) met den onbegrijpelijken titel van Jan van Gent te vereeren', zegt Thijsse.

Morgen plak ik weer voort, een koffie bij de koekjes. En als Winter klaar is, wacht mij nog Lente, Zomer en Herfst.

http://www.verkade.nl/

http://www.heimansenthijssestichting.nl/historievanverkade.php

http://nl.wikipedia.org/wiki/Jac._P._Thijsse

zondag 22 februari 2009

22 februari

Misschien moet ik ook maar eens een annonce in de gazet zetten. Mijn adres mag erin, waar ik woon is geen geheim. Op dat adres, dames en heren, zijn geen boodschappen meer welkom waarin smalend wordt gedaan over mensen die ik verder niet ken, op grond van het feit dat zij niet in het Vlaamse gewest uit hard werkende Vlaamse ouders geboren zijn, maar integendeel niet het goede Vlaams spreken van de gevierde Vlaamse acteurs in de gevierde Vlaamse filmkes en ook op andere manieren jammerlijk tekortschieten waar het de aanpassing aan de Vlaamse identiteit van de ontluikende Vlaamse Republiek betreft. Al die Vlaamse pretentie, met permissie, excusez le mot, hangt mij al lang mijn k***** uit.

vrijdag 20 februari 2009

19 februari


Gelezen, van Dimitri Verhulst: Godverdomse dagen op een godverdomse bol .

Het boek is zoals de titel en de foto van Dimitri op de achterflap: grimmig, maar dan veel grimmiger. Het is ook redelijk gedurfd, met een hoofdfiguur die “'t” heet (er is maar één figuur). Een beetje moeilijk in de leestekens (en in het lezen), maar dat is het, of dat is 't.

't Is de mens, en we volgen zijn lotgevallen van de dag dat 't uit het water kruipt ('t schijt nog een laatste keer hevig in zee'), zich na enige tijd verdeelt in 'houders van kloten en dragers van spleten', en vervolgens zijn weg door de tijd en de evolutie baant, dat wil zeggen vecht, moordt, hoereert, vilt, vierendeelt, schijt en poept (op z'n Vlaams, met tweeën), wroet en verhongert.

Een bloedrode en met nog tal van andere lichaamssappen doordrenkte kroniek van de vooruitgang, in sneltreinvaart, waarin almaar meer mensen elkaar naar het leven staan, volgens het bekende stramien: de happy few van boven, al de rest van onder. Bij uitstek van boven zit het 'grondpersoneel van god', dat de bijzondere aandacht, en gram, van deze grimmige Dimitri wegdraagt.

Een boek vol oneliners, met heel veel woorden van een handvol letters zoals pest, lijk, rat, dood, drek, slijm. 't Bereikt zijn hoogtepunt met een bom 'met een kracht van 15 kiloton trinitrotoluol, hetgeen weinig zegt' (Dimitri heeft wel zijn huiswerk gemaakt), nadat 't de hele wereld verziekt heeft met zijn onbenodigdheden en zijn overbodigheden.

Zeer aanbevolen. Niet lezen bij het eten .


Dimitri Verhulst, Godverdomse dagen op een godverdomse bol

zondag 15 februari 2009

15 februari


Mijn kat genaamd Manneke Poes heeft de bomen ontdekt. Daar klimt ze dan in, altijd hoger, en durft vervolgens niet meer naar beneden. Ik sta als een Verontruste Ouder onder bij de stam te roepen en lokkende geluiden te maken, en als ik niet oppas mag ik zelf de boom in om het beest weer op de grond te krijgen. Of ik moet bij mijn buurvrouw M. aanbellen, die mij binnenlaat en naar boven leidt en het raampje openzet waar ik door moet klimmen om op het dak van haar garage te komen, vanwaar ik alsnog Manneke Poes uit de denneboom kan plukken. Dat is zeer goed voor het contact met mijn buurvrouw M. en voor het sociale weefsel in het algemeen, maar ik hoop toch dat deze opwaartse fase van mijn huisdier van korte duur is.

vrijdag 13 februari 2009

13 februari (bis)

Gisteren in Antwerpen wat rondgelopen in de Carnotstraat en daaromtrent. Boucher Islam, Café De Paternoster, dat zit daar naast elkaar vlees en bier te verkopen. Vreedzaam? Ik weet het niet, maar toen ik er voorbijliep zag het er wel zo uit. Iraanse kruideniers, Poolse bakkers. Eerder kocht mijn gade in de Van Wesenbekestraat wat sojasaus en Chinese rijstwijn en sesamolie en geconserveerde koolraap (tianjin cabbage) met knoflook en zout en verse Chinese morning glory uit Thailand, en iedereen sprak er zijn eigen taaltje en een variant van het Antwerps die het nog altijd prima doet als wereldtaal. En ik dacht: wat moet Brussel-Halle-Vilvoorde toch onverwijld gesplitst worden!

13 februari

Kerkjurist prof. dr. Rik Torfs werd door de krant De Morgen (31 januari) gevraagd een lijstje te maken van 'de vijf belangrijkste kwaliteiten van de echt slimme mens'. Op plaats twee (na 'zelfrelativering' natuurlijk) komt ambiguïteitstolerantie. Verdraagzaamheid voor wat dubbelzinnig is. Kunnen leven met twee antwoorden op dezelfde vraag. Ik heb het woord niet uitgevonden, Torfs ook niet. Ik vind het wel een mooi woord.

Te lang? Te moeilijk? Te intellectueel? Wat te denken van 'variabele compressiemotor'? Als het over kleppen en zuigers gaat, kan een woord plots niet lang genoeg zijn. (En als we zo graag tegen de intellectuelen zijn, waarom willen we dan toch dat onze kindjes naar de beste school gaan?)

De professor schuwt de meerlettergrepige woorden niet. 'Ambiguïteit betekent dat je meer variabelen kunt incalculeren. Op die manier is het zelfs, vreemd genoeg, een recept voor geluk. Als je niet met ambiguïteit kunt leven, kun je ook niet gelukkig zijn. Wie altijd alles netjes voor elkaar wil, lijdt aan een soort dwangmatigheid die het geluk in de weg staat'.

Goed zo, professor. Say it again. Voor of tegen? Eerst even nadenken.


maandag 9 februari 2009

9 februari

Hoe je de winterse zondagmiddagen door moet komen, het is mij altijd een raadsel geweest. Maar af en toe komt er hulp uit onverwachte hoek. Zo wandelt er rond een uur of twee een onversneden xenofoob binnen die mij vervolgens tot tegen vijven zit door te zagen (in Sint-Truiden zeggen ze 'pijpen') over de Turken en de Marokkanen, en hoeveel er wel zijn en hoe ze hun auto in de weg zetten zodat de bus niet voorbij kan en de politie doet natuurlijk niets het zijn alleen de Belgen die boetes betalen en hoe zijn stadje tot in Nederland als bruin dorp bekend staat zo kopen die mannen alle huizen op en ik moet deze triestige gast nog een glas bier aanbieden ook want we zijn tenslotte een tolerant volk hier in het gewest Vlaanderen. Dan toch liever het veldrijden op de tv.

zaterdag 7 februari 2009

6 februari











foto 1: origineel

De
anti-godbuscampagne van de British Humanist Association waarover eerder is bericht (25 december 2008) heeft zoals te voorspellen was geleid tot enig weerwerk van de pro-godders (foto 2). Het om de oren slaan van believers en non-believers met godslasterlijke c.q. godvrezende slogans is intussen uitgegroeid tot een vermakelijk gezelschapsspel. De krant The Guardian presenteert op zijn website een Bus Slogan Generator waarmee iedereen zijn eigen slogan over goden en andere niet-geïdentificeerde objecten kan verzinnen, die vervolgens prompt op een heuse bus verschijnt. Klik op de foto's om ze te vergroten.
En nu aan 't werk!

http://ruletheweb.co.uk/b3ta/bus/













foto 2: variant van de pro-godders













foto 3: variant van de Slogan Generator












foto 4: variant van The Guardian













foto 5: variant van WerkenTravaux













foto 6: variant van WerkenTravaux (bis)


maandag 2 februari 2009

2 februari


Rages komen en gaan razendsnel. De meeste zijn voorbij voor je goed weet waar ze om gaan. Dat is uitstekend. Neem Facebook, waar iedereen het zo over heeft. Het is iets met vriendjes op het internet. Je moet een profiel hebben, geloof ik, en een muur. Dan kunnen je achterneefjes zien welke sokken je draagt en ze weten of je 's vrijdags naar de moskee gaat, of 's zaterdags naar de synagoge, of wie weet 's zondags naar de kerk. Ze kunnen ook zien of je nog altijd single bent, of misschien heb je een vriendin (die ze kunnen bekijken en betasten), of je hàd een vriendin (of zelfs een vrouw) maar je bent ondertussen weer single.

Columniste Georgina Hobbs-Meyer vertelt op 31 januari in The Guardian hoe ze via Facebook te zien kreeg hoe haar man aan cyberseks deed met een andere vrouw (van 19). Ze vroeg haar man even weg te gaan om over hun huwelijk na te denken (nadat hij de facebookvriendin dan maar gedeletet had) en kreeg vervolgens per Gmail chat te horen dat dat huwelijk al over was. 'It is for the bored, the boring, the unfulfilled', zegt Georgina over Facebook, en zij kan het dus weten.

Mocht ik nog twijfelen, dan word ik verder geholpen door een bericht in dezelfde Guardian van 1 februari. Daarin staat dat de baas van Facebook, Mark Zuckerberg (24), van plan is zijn 150 miljoen leden (elke dag komen er 450.000 bij) tegen betaling te laten begluren door de marktonderzoekers van big business. Genoeg reden om dat Facebook te vergeten voor ik mij moe gemaakt heb met uit te zoeken hoe het eigenlijk in elkaar zit (en hoe dat moet, cyberseks hebben).

Mooi. Dat hebben we dan weer niet gehad.

29 januari

Het weer nodigde vandaag tot snoeien uit. Ik ben de tuin ingetrokken en heb er het mes in mijn appelboompje gezet. Dat was nodig. Uit alle takken schoten tientallen dwaze scheuten recht omhoog de hemel in, zonder dat zij van plan waren ooit één appel te dragen, dat was eraan te zien. Ik mijn laddertje op en met snoeimes en zaag aan de slag. En passant moesten ook alle naar binnen groeiende takken eraan geloven, alle takken die te dicht tegen nog andere takken aan zaten, alle takken die in de weg zaten waardoor ik weer andere takken niet weg kon snoeien, takken die er wat vreemd of krom bijstonden, takken die in het voorjaar weer in mijn gezicht zouden zwiepen als ik met de grasmaaier voorbijkwam.

Geholpen door de invallende duisternis ben ik nog net met snoeien gestopt voor er van mijn appelboompje alleen maar een kale stam met twee knuisten overbleef. Dat laatste overkwam twee jaar geleden mijn pereboompje, het ligt inmiddels in brandklare blokjes keurig op de houtstapel in de kippenren. Die ren is verder leeg. De kippen die er voor de zomer nog scharrelden zitten in het snelvriesvak van de diepvriezer.

Nog net voor het donker was heb ik in de paar overblijvende takken van mijn appelboom wat verse mezenbolletjes opgehangen. Zo gaat het in de natuur: niets blijft, alles komt terug, het is eten en gegeten worden.