We moeten rode ballen bijkopen, zegt mijn gade. Dat zegt ze al een paar jaar, en met meer nadruk sinds de ramp van december 2008, toen de pas aangeklede kerstboom met pot en al van zijn sokkel stuikte en vele ballen tegen de vloer smakten. Daar waren ook witte ballen bij, maar mijn gade vindt het goed dat de toekomstige boom wat roder kleurt. Kerstballen moeten van glas zijn en breken als ze vallen. Onbreekbare ballen zijn onduldbaar, zoals ook plastic bomen en apocriefe versieringen als wattensneeuw en engelenhaar. Zo’n boom moet goed vol hangen, maar ook weer niet zo vol dat je het groen niet meer ziet. Het is een delicate oefening. De lampjes moeten branden, maar kunnen niet flikkeren. Kerstmis, niet kermis.
Gisteren heb ik de kerstboom ontsierd, voor Driekoningen zoals het hoort. Lampjes en ballen in de doos, kindje Jezus en familie, os, ezel, drie koningen, herder en schaapjes weer op zolder. De boom zelf naar achter in de tuin, kuiltje gegraven, geplant. Hopen dat hij het overleeft. De laatste paar kerstbomen zijn telkens in het voorjaar gaan verwelken, nadat ze eerst hoopgevend waren opgefleurd. Mogelijk gedijen ze slecht in niet gewijde grond. Een staat er wel nog, intussen dik twee meter hoog, en daardoor voor altijd van opsmuk vrijgesteld. Echte boom, geen ballen van doen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten