Elk
woord dat er niet moet staan, mag er niet staan.
Met die repressieve slogan teisterde ik mijn studenten, vroeger, toen
ze me hun vertalingen lieten zien. Ik haalde met groot genoegen
overal in hun teksten woorden door die er niets stonden te doen. Ook
moesten de woorden liefst kort blijven - ik was niet te beroerd om de
lettergrepen van een formulering te tellen, en aan te tonen dat het
met de helft net zo goed ging. Tja, leraren.
Vandaag
lees ik in de zaterdagbijlage bij De
Standaard
een bijdrage over de wiskunde, en bots daar op een uitspraak van
Blaise Pascal. Voor mij is ze nieuw, later zie ik dat ze zowat overal
geciteerd wordt. Ik
schrijf je een lange brief, omdat ik geen tijd heb voor een korte.
In het Frans klonk het wel wat moeilijker, maar dat was ook de
zeventiende eeuw. Weinig woorden, daar zijn mathematici pas echt goed
in. Ze denken er wel eerst over na.
(Je n’ai fait celle-ci plus longue parce que je n’ai pas eu le loisir de la faire plus courte. Lettres Provinciales, 1657 - met dank aan Wikipedia.)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten