donderdag 26 maart 2020

26 maart


Door omstandigheden krijgen mijn gade en ik de laatste tijd weinig aanloop. We zitten samen thuis, dat is het dan. Gelukkig hebben we de eekhoorn (sciurus vulgaris). Beter: eekhoorns. 

's Ochtends rond ontbijttijd (hoe laat dat is doet niet ter zake) en 's middags bij de lunch zitten we aan de ronde tafel naar buiten te kijken. Daar zien we hoe de eekhoorns, meestal apart, een enkele keer samen, uit de den van de buur in onze appelboom klauteren, en zich daar te goed doen aan de apenootjes en de mezenbolletjes, waarover hier al eerder is bericht. 

We begroeten de eekhoorns uitbundig, blij als we zijn dat ze ons isolement even komen doorbreken. Let wel: we houden afstand. We halen er desnoods de verrekijker bij, waarmee we de glinsterende oogjes en de behendige vingertjes observeren, alsmede de onvoorspelbare pluimstaart. Woorden als gratie, elegantie en souplesse krijgen een heel nieuwe inhoud. 

Wat zijn wij mensen toch hulpeloos onbeholpen hopeloos stijve harken. Zelfs met een ladder gaan we nog moeizaam de boom in. Om te zitten hebben we een stoel nodig. Om te eten een vork en een mes. Zoveel gedoe krijg je aan een eekhoorn niet uitgelegd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten