Door
omstandigheden krijgen mijn gade en ik de laatste tijd weinig
aanloop. We zitten samen thuis, dat is het dan. Gelukkig hebben we
de eekhoorn (sciurus
vulgaris).
Beter: eekhoorns.
's Ochtends rond ontbijttijd (hoe laat dat is doet
niet ter zake) en 's middags bij de lunch zitten we aan de ronde
tafel naar buiten te kijken. Daar zien we hoe de eekhoorns, meestal
apart, een enkele keer samen, uit de den van de buur in onze
appelboom klauteren, en zich daar te goed doen aan de apenootjes en
de mezenbolletjes, waarover hier al eerder is bericht.
We begroeten
de eekhoorns uitbundig, blij als we zijn dat ze ons isolement even
komen doorbreken. Let wel: we houden afstand. We halen er desnoods de
verrekijker bij, waarmee we de glinsterende oogjes en de behendige
vingertjes observeren, alsmede de onvoorspelbare pluimstaart. Woorden
als gratie, elegantie en souplesse krijgen een heel nieuwe inhoud.
Wat zijn wij mensen toch hulpeloos onbeholpen hopeloos stijve harken. Zelfs met een ladder gaan we nog moeizaam de boom in. Om te zitten hebben we een stoel nodig. Om te eten een vork en een mes. Zoveel gedoe krijg je aan een eekhoorn niet uitgelegd.
Wat zijn wij mensen toch hulpeloos onbeholpen hopeloos stijve harken. Zelfs met een ladder gaan we nog moeizaam de boom in. Om te zitten hebben we een stoel nodig. Om te eten een vork en een mes. Zoveel gedoe krijg je aan een eekhoorn niet uitgelegd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten