dinsdag 8 augustus 2017

8 augustus



Of er een God bestaat, een met een hoofdletter, zo een waar er maar één van is, die alles kan en weet en alles ziet, en mij zo oneindig bemint, dat, als ik dat niet geloof, ik kan branden in de hel, zo'n absolute unieke totalitaire God? Ik hoop het niet, en ik geloof het nog minder.

Een god met kleine g, daar kan ik mee leven. De g zegt dat er niet een zo'n god is, er zijn er vele. Grote en kleine, gespecialiseerde goden zoals de oude Grieken die hadden, en evenveel godinnen, bij hen was zo'n god niet per se een man. Een van de liefde en een van de oorlog, een van het water en een van het bos, een van de jacht en een van de wijn, een heel klein godje van een klein riviertje of een bron, een god van de kunst en een van de handel, een god van de wind uit elke richting.

De ene kon al meer dan de andere, maar almachtig en alwetend was er geen een, zelfs de oppergod werd met gemak door zijn gade voor schut gezet. En hoe ze elkaar de duivel aandeden, uit jaloezie, uit nijd, uit eerzucht, hoe ze complotteerden tegen elkaar, hoe ze logen en bedrogen dat het een lust was. Zulke goden, die mogen er zijn. Ze zijn er waarschijnlijk niet, maar dat mag je tenminste straffeloos zeggen.

De hemel, die bestaat wel. Ik ben er vandaag nog geweest, of toch heel dicht in de buurt. Aan de kant van een smal weggetje, op duizend meter hoogte, met een wijds uitzicht op de Causse Méjean, rond drie uur 's middags, de zon scheen, er waaide een verfrissend briesje, je hoorde al eens een vlieg zoemen of een wesp, er tsjirpte een handvol krekels, af en toe stak uit het nergens een wat steviger wind op, als een van ver aankomende trein, hij was zo weer voorbij. Er waren ook vliegtuigen, die zweefden geruisloos in het rond, je zag ze alleen als ze het zonlicht vingen in hun vleugels.

Nog later was ik nog dichter bij de hemel, toen ik het kerkje van Hures-la-Parade binnenging, en daar zat in het halfduister iemand op een dwarsfluit te spelen, de muziek vulde de ruimte totaal, alsof in ieder hoekje, achter elke pilaar, in elke nis en onder ieder raamgewelf een fluitspeler zat, maar er was er maar een.

Ik kon hem niet zien, had geen idee waar hij zat of stond, en toen ik hem na afloop vond en bedankte voor zijn spel, en hem vroeg of hij geïmproviseerd had, want zo klonk me dat in de oren, zei hij nee, dat laatste was Bach.

Laat niemand mij zeggen dat zo dicht bij de hemel toch maar weer in een kerk was. 

donderdag 27 juli 2017

27 juli


Er zijn twee Frankrijks. In het ene, als je vraagt: Vous vendez l'aligot?, halen ze de schouders op en, in het beste geval, zeggen ze: Ah ça, c'est un truc d'hiver ça. Ze weten van niets. In het andere Frankrijk hoef je de vraag niet te stellen. De aligot is prominent aanwezig, in de winkels, de warenhuizen, op de markten en in de restaurants. In dat Frankrijk is het goed toeven in de zomer. Je zit er wat hoger, en je eet altijd lekker.

woensdag 26 juli 2017

26 juli


De kathedraal is immens. Aan de ene kant is een uitvaartdienst aan de gang. Ernstig kijkende, in het donker geklede mensen luisteren naar de woorden van het afscheid. Zelf ben ik in het andere deel van de kerk, waar het koor is. Ik bevind me bij de toeristen. Wij zijn hier niet om een dierbare af te staan, wij komen de architectuur van de kathedraal bewonderen, de alom geroemde glasramen, het onlangs gerestaureerde retabel met de ange gardien. We nemen vlijtig foto's. Een jonge dame leidt een groep bezoekers rond. Ze hoeft haar stem niet te dempen, al wat ze zegt gaat in de grenzeloze ruimte op. Je zou een luidspreker nodig hebben. Zoals in het andere deel van de kerk, waar plots muziek opklinkt. Ne me quitte pas, niet meteen een zeer kerkelijk lied, van een niet meteen om zijn vroomheid bekende artiest. Ik ga erbij zitten. Ik doe mijn ogen toe, ik luister. Laisse-moi devenir l'ombre de ton ombre, l'ombre de ta main, l'ombre de ton chien. Een onsterfelijk liefdeslied, rouw en treurnis ver voorbij.

vrijdag 21 juli 2017

Gevonden voorwerp

In La Fondation du Doute in Blois




dinsdag 18 juli 2017

18 juli


Merci de respecter les pelouses, zegt het bordje. Eronder, voor de niet-Europeanen: Please keep off the grass. Het zet mij aan het denken. Over directe of meer omzichtige communicatie. Over duidelijkheid en dubbelzinnigheid.

Hoe doe je dat precies, respecter les pelouses? Kan ik mij respectvol in het groen neervlijen, in de schaduw van een nabije boomkruin? Hier is ruimte voor invulling. Niemand gebied mij iets te doen. De impératif gebruik je niet onder beschaafde lieden.

Wie dat allemaal te omslachtig vindt, kan terecht bij onze anglofone vrienden. Please moet volstaan als toegeving aan de beleefde omgang. Maar dan ter zake: Blijf van het gras weg. Een uitroepteken hoeft niet, je hoort het er zo doorheen.

Mij verbaast het niet, dat die Britten het in Europa zo kwaad hadden. Nu ze eruit willen, denkt elk er het zijne van. Merci d'être restés si longtemps. Of ook: Please go and leave us now.


dinsdag 11 juli 2017

11 juli



Aan het herlezen, na vele jaren, Bezonken rood van Jeroen Brouwers (1981). Aanleiding was het berichtje, een paar weken of zo geleden, in de kranten over het huisje in Zutendaal dat nu toch eindelijk werd afgebroken, omdat het zonevreemd was. 

Over hoe de schrijver zich jaren lang tegen zijn uitdrijving uit het huisje had verzet bij diverse rechtbanken, en toen zijn verzet op was, was hij dan maar opgekrast, ik geloof naar Lanaken. 

Wat in die stukjes opviel, was dat de kranten allemaal wel iemand gevonden hadden om dat op te schrijven, en zelfs iemand om een fotootje te maken van het totaal onaanzienlijke huisje, maar niemand die bereid was hardop te zeggen wat een bloedige schande het is, om een oude moede man op die manier nog uit zijn huis weg te jagen, die ook nog een heel goede schrijver is, die men zou moeten koesteren, dankbaar dat hij in het land België wil komen wonen, in het Vlaams Gewest dat zijn schrijvers toch zo diep in het hart draagt.

Ik weet het wel, iedereen is gelijk voor de wet, maar niet iedereen schrijft een boek als Bezonken rood.

maandag 10 juli 2017

10 juli


Rekkem is een van de plekken waar het land België ophoudt. Ook het Vlaamse Gewest houdt er op, en de provincie West-Vlaanderen. Dit alles geldt natuurlijk voor wie landuitwaarts reist.

Voor mij is het niet meer dan een naam op de autoweg naar Rijsel, dat zelf verdwijnt zodra ik Rekkem voorbij ben en vervangen wordt door Lille. Daar krijgt ook La Flandre een nieuwe invulling: het ligt nu in Frankrijk, zoals in 1302 al het geval was. 

Ik ontmoette niet lang geleden een Nederlander die ook mijn stad kende. Ja, ja, Sint Nikolaas, zei ie. Dat ken ik van de autoweg, als ik naar Zuid-Frankrijk rij. Zo kennen veel reizigers, Nederlandse en andere, ook het land Frankrijk.

donderdag 6 juli 2017

6 juli


Er zijn geen nieuwe berichten.
Of dat nu slecht nieuws is, of goed, het nieuws, dat er geen nieuws is?

Dat hangt van het nieuws af, natuurlijk, dat er zou zijn als er wel nieuws was.

Stel dat dat een heel goed stuk nieuws geweest was, dan is het zeker slecht nieuws, dat het er niet is.
Omgekeerd moet ik maar blij zijn, dat een stuk slecht nieuws mij niet bereikt heeft. Goed nieuws.

In de regel kan ik heel goed om met nieuwsluwte. Het is als met deur-tot-deur verkopers, Jehova's getuigen, belverkopers van Telenet of Proximus: liever niet. Als ik iets nodig heb, zoals de eeuwige zaligheid, dan ga ik er wel zelf naar op zoek.

BNP Paribas, CM, Lampiris, Hubo, Bib Sint-Niklaas, Doccle, Pearle Opticiens Sint-Niklaas, Telenet, De Morgen. Ziedaar een kleine greep uit de afzenders die me de laatste dagen met hun nieuws verblijd hebben. BNP Paribas was de recentste, vanmiddag om 14.06 u. Ze willen dat ik duurzaam ga beleggen. Markeren als ongewenst bericht.

Net voor dit stukje ging ik toch nog eens kijken.
Er zijn geen nieuwe berichten.

maandag 3 juli 2017

3 juli


"Wie in de lucht spuwt, vangt vaak zelf de fluim" .
Ja, bedankt. Ik ben wel mijn koffie aan 't drinken terwijl ik dit lees in Het Laatste Nieuws

De krant citeert de woorden met zichtbaar genoegen. Ze zijn van Hans Bonte. Hem wil je de bedenkelijke praat voor een keer vergeven. 

Metaforen zijn het brood en de patatten van het politieke discours. Zonder beeldspraak kan de achterlijke kiezer nooit vatten waar het om gaat, in dit geval dat voorzitter John Crombez te veel met de 'soberheid en transparantie' van zijn eigen club bezig zou zijn, ten koste van meer dringende en dwingende thema's.

Tja, de socialisten kelderen in de peilingen, wat ik jammer vind, en dat klinkt door in het taalgebruik.

Verder dan het artikel met Bonte en Crombez ben ik niet geraakt. De beeldspraak was mij, bij manier van spreken, in het verkeerde keelgat geschoten. De koffie heb ik maar laten staan.

zondag 2 juli 2017

2 juli


'Zal ik je zeggen wat er met je is? Je bent niet zo erg gelukkig getrouwd en je verveelt je. Je voelt je beetgenomen en je verveelt je.'
'Ik verveel me niet. Ik ben ongelukkig.'
'Omdat je in geluk gelooft. Iedereen die in geluk gelooft, is ongelukkig.'

Herlezen, na vele jaren: Het leven is vurrukkulluk (1961) van Remco Campert.
Na Wil van Jeroen Olyslaegers was dit de perfecte antidote, het boek van de onsterfelijke zin 'Kinderen zijn hinderen, zei Panda.'

Speels, frivool, boosaardig, hilarisch, en zo goed geschreven, dit boek wel. Panda zelf is ook onsterfelijk. Mees en Boelie komen aardig in de buurt.

'Zomaar,' zei Boelie.
'Wat zegt hij?' vroeg Mees.
'Hij zegt zomaar,' zei Panda.
'Dat doet hij vaak,' knikte Mees. 'Toch is hij mijn beste vriend. Mooie, intelligente meisjes hebben ook vaak lelijke, domme vriendinnen. Dat weet je zelf wel.'

vrijdag 30 juni 2017

30 juni


Een goeie dag is als ik mijn krant open doe en de kop van die T*** staat eens niet op pagina één. 
Een goeie dag is ook als het eens regent in S. Mijn gazon is er ros, begieten is illegaal.

Mijn gedachten zijn niet origineel. Ze werden mij ingegeven door Paul Simon.

I know a woman
Became a wife
These are the very words she uses
To describe her life
She said a good day
Ain't got no rain
She said a bad day's when I lie in bed
And think of things that might have been

Tja. Ergere oorwurmen kunnen zich in je hoofd installeren, op een slechte dag.

zaterdag 24 juni 2017

24 juni (bis)


Voyager c'est aussi s'arrêter. Een uitspraak die helemaal waar is, en te bewijzen valt uit het ongerijmde. Als je niet af en toe stilhoudt, voor een snelle plas of een croissant op een met lege blikjes en vieze troep bezaaide stopplek, kom je nooit levend ter plekke. Ik heb het over autoreizen. De wijze spreuk bovenaan is van de autoroute du soleil. Zoals de Fransen dat kunnen, verkeersadvies verstrekken dat klinkt als een diepe doorwrochte levenswijsheid.
Het was een warme dag, de buitenthermometer wees nabij Lyon 38°C aan. Ik moet drinken, zou je dan zeggen, maar dat woord is in het autoverkeer taboe. Het is besmet geraakt. Don't drink and drive. Een verscheurend dilemma, maar geen nood.
Hydratez-vous, zegt het paneel boven de weg, ik weet precies wat mij te doen staat.

24 juni


Het gaat slecht met de boekenuitgeverij, hoor ik maar altijd weer. Zonder televisiekoks waren de uitgevers al lang allemaal opgedoekt. Toch zie ik ook met regelmaat stapels romans in de winkels verschijnen. Ik bedoel stapels van dezelfde roman. Als bij toeval staan dan de kranten vol over die roman en kijk, de auteur is op de televisie en ook weer toevallig moet er net een prestigieuze prijs worden uitgereikt en jawel, hij wint hem toch wel zeker! Daarna worden de stapels hoger.

Wat mij ook opvalt, is dat de nieuwe succesboeken er zo hetzelfde uitzien. Ik bedoel als boek. Het zijn vuistdikke paperbacks, zo scherp uitgesneden, ze lijken wel buitenmaatse bakstenen. Een roman moet dik zijn, zoveel is duidelijk. Kom niet aanzetten met een uitgesponnen novelle, laat staan een verhalenbundel. In het beste geval zegt zo'n uitgever: niet kwaad, er zit iets in, maar probeert u eerst eens een roman. Verhalen krijgen ze niet verkocht, schijnt het. En ze bedoelen: een dikke roman.

De stapels in de winkels moeten vooral hoog worden. Wat dat betekent voor de roman zelf, merk je al gauw als je hem leest. Er zit iets in, denk je dan ook, maar er zit vooral te veel in.
Nogal een paar van die succesboeken zouden een fikse beurt met de schaar kunnen gebruiken, of liever eerder nog, met de deletetoets. Je bent weer met je voet aan 't wippen, zegt mijn gade dan, als ik zit te lezen en te denken: komaan, oké, ik weet het, ik heb het nu wel verstaan, wanneer gaat het hier weer een beetje vooruit?

Dat heb je niet met korte verhalen. De mensen die die schrijven zijn zuinig met hun woorden, en ook als ze het niet zijn: het verhaal is altijd uit voor je je er echt over kunt opwinden.

Inmiddels is Karls vriendin schenkt Yvette een glimlach die King Kong zou doen snotteren als een papkind de slechtste zin die ik ooit in een roman gelezen heb. Wie na zo'n zin nog doorleest, moet achteraf niet komen klagen. Wat voor glimlach Karls vriendin dan wel aan Yvette schenkt, ik zou het niet weten.

woensdag 14 juni 2017

14 juni


Een Rue de l'Humilité heb ik in mijn stad S nog niet aangetroffen. Dat zou ook niet kunnen, met de taalwetgeving en een burgemeester van de Nieuw-Vlaamse Alliantie. Anders ook niet, denk ik.

Klik om te vergroten
Over die alliantie: nu ik voor het eerst haar naam eens voluit schrijf, moet ik mij wel afvragen wat er met Nieuw-Vlaams dan wel wordt bedoeld. Er is iets met dat woordje nieuw dat niet helemaal deugt. 

Hoe ouder een mens wordt, hoe meer het gaat opvallen hoe weinig nieuwe dingen er echt zijn. Opgewarmde des te meer, van een verse gasfles voorzien, met een touwtje en wat spuug weer bij elkaar geplakt. Het woordje nieuw verdient ons allergrootste wantrouwen. Dat doen Vlaamse Allianties overigens ook, oud of nieuw. Maar nu ben ik echt wel afgeweken.

De Rue de l'Humilité van de foto kwam ik toevallig tegen in Toulon. Het is een klein straatje, vanzelfsprekend. Er valt niet veel in te zien, dat is oké. In Toulon wel. De dagelijkse markt op de Cours Lafayette is een lust voor het oog, en voor de geur- en smaakpapillen. Wie zich zoals ik voor een boottoertje op de Rade laat strikken, krijgt wel een uur lang per luidspreker non-stop tenenkrullende bullshit te horen over al de boten, atoomduikboten, fregatten, vliegdekschepen, torpedo's, bommen en granaten die daar bij elkaar liggen. Hoe ver ze kunnen varen en schieten, hoe lang ze zijn, en wat dat driehoekige uitstulpsel bovenaan daar wel is (een radarsysteem, en hoe ver het wel kan kijken). Nu wijk ik weer af, geloof ik. 

zaterdag 3 juni 2017

3 juni


De zee is als een oud lief. Vaak vergeten, nooit weg. Soms begroet ze mij mild ruisend, een enkele keer met donderende stem. Meest nog helemaal niet, ze heeft me niet gezien, mij heeft ze in 't geheel niet nodig. Ik haar des te meer - maandag zie ik ze weer.