vrijdag 28 oktober 2016

28 oktober



Voor me rijdt een kleine bestelwagen, met op de achterdeuren in grote letters: TUINSOLUTIONS.
Het is een toverwoord, solutions. Het is Engels, het betekent niets, en al maar meer mensen hebben het. Ik droom wel eens van zo'n naamkaartje: DEPRETTERE SOLUTIONS. Wat ik oplos, maakt niet uit. Of ik loodgieter ben of boekhouder of reisagent. Het klinkt tenminste. Of coiffeur : HAARSOLUTIONS.

woensdag 19 oktober 2016

19 oktober


Ik zit te lezen in het gevalideerd protocol dat ik zonet van mijn huisarts kreeg. Ze hebben een en ander bij me onderzocht. Dokterslatijn.
Normale hoogte voor de leeftijd, lees ik ergens. En: weinig opvallend voor de leeftijd. Ook: te beschouwen als fysiologisch voor de leeftijd.
Ik heb het wel begrepen, al begrijp ik er haast niets van.
Beperkte degeneratieve veranderingen, staat er nog. Dat gaat over mijn pink.
Mijn gade komt binnen.
Hoe is 't? vraagt ze.
Goed, zeg ik, voor de leeftijd.

dinsdag 11 oktober 2016

10 oktober


Bij De Standaard hebben ze een test, waarmee je kunt meten hoe verdraagzaam of onverdraagzaam je bent voor krakkemikkig taalgebruik: 
 
Hoe erg stoort u zich aan taalfouten?
Bewaakt u uw liefde voor taal als een jaloerse kampbewaker?
Doe De Grote Taalnazi-test!

Zou het grappig bedoeld zijn?


zondag 9 oktober 2016

8 oktober


J'arrive, réchauffe le poulet! Zo spreken sommige echtgenoten hun gade toe. Ik lees het op een groot bord langs de weg van het Waalse agentschap voor verkeersveiligheid, waar ook nog op staat: furent ses derniers mots. En: Au volant, pas de téléphone! Dan weet ik wat er kan gebeuren, als iemand die zijn vrouw belt ook nog aan het stuur van zijn auto zit. Niet doen! 



Ik moet denken aan Napoleon. Op weg naar huis was hij wel met andere dingen dan zijn avondeten begaan. Ne te lave pas, j'arrive!, zou hij bericht hebben aan zijn vrouw Joséphine. Het waren ook lang niet zijn laatste woorden.

dinsdag 4 oktober 2016

4 oktober


Grote verwarring bij mensen uit onze buurlanden over wat wij in België spreken. You speak Belgian then? Dutch? So you are a Dutchman after all? Ah, vous êtes belge. Vous parlez donc le français. Flamand? En effet, j'avais cru entendre un petit accent là. C'est quoi exactement, le flamand? Is it like German? Nou, Belgen zijn toch tweetalig? Waarom spreekt die vent dan niet gewoon Nederlands tegen mij?
Tja. Volgens mij spreken Vlamingen Nederlands zoals de Amerikanen Engels spreken: het lijkt er steeds minder op, maar zo blijven we het toch maar noemen. Uit gewoonte. Vlamingen zijn Belgen, maar niet alle Belgen zijn Vlamingen. Andere Belgen spreken Frans, al zeggen ze wel septante en nonante, zoals de Zwitsers. Niet alle Zwitsers, natuurlijk. Maar goed, je moest het Frans van de Québéquois maar eens horen. Sommige Belgen spreken zelfs Duits. Ja, es ist kompliziert. Allez, bon courage!

vrijdag 30 september 2016

30 september



Je kent die mensen nog niet, of niet goed. Het gaat een beetje over koetjes en kalfjes. Het weer, het verkeer, dat soort kwesties. Maar welke kanten het gesprek ook uit kabbelt, vroeg of laat komt het toch weer bij de vreemdelingen uit. Meestal vroeg. Je wordt geacht geduldig te luisteren, je wilt wel beleefd blijven. Waarom ook niet? Ze horen het zelf toch niet, de vreemdelingen. Ze zitten niet mee aan het tafeltje, per definitie. Ze zijn overal, miljoenen, maar niet bij jou hier aan het tafeltje, van jou en die mensen die je nog niet kent. En waarom zou je ook?

zaterdag 24 september 2016

s.d.


Sinds gisteren* weet ik wat acribisch betekent: nauwkeurig. Zowat hetzelfde als meticuleus: zeer nauwgezet. Samen met lapidair: kort, kernachtig, kwam het voor in een essay over pretentie. Daarin werd, zeer kort samengevat, betoogd dat het met de pretentie de berg afgaat.
Wie veel wist, placht vroeger neer te kijken op de minus habentes, zij die veel minder wisten. Die laatsten voelden zich schuldig, en sloofden zich uit om meer te weten te komen.
Nu gaat het andersom: leeghoofden met een grote bek, genre Trump, kijken neer op softe intello's en culturo's die gestudeerd hebben en lange woorden gebruiken. Wie iets niet weet, schaamt zich daar niet over, integendeel. Hij of zij pakt er net mee uit. De zetel van het intellect is verschoven van de hersens naar de buik.
Acribisch, meticuleus en lapidair kwamen alle drie voor in een boek van Cees Noteboom, die over dat boek werd geïnterviewd door een journaliste. De journaliste maakte haar beklag, dat zij die drie woorden had moeten opzoeken in haar woordenboek. In plaats van zich een beetje te schamen, zegt de schrijver van het essay, dat zij, toch journalist zijnde, die woorden niet kent, pakt ze uit met haar onwetendheid, en lijkt te suggereren dat Noteboom een snob is. Dat boudweg etaleren van onwetendheid is dan een voorbeeld van inverted snobbery of omgekeerd snobisme.
De jacht op moeilijke woorden is altijd hypocriet. Ken je zo'n woord toevallig zelf, dan pak je er graag mee uit. Ken je het niet, dan schiet je iedereen af die het gebruikt, en zegt dat ze allemaal snobs zijn.
Wat ik wilde zeggen was eigenlijk, dat ik meticuleus en lapidair wel kende, maar acribisch niet. Ik heb het dan maar opgezocht. Liever dan mij te ergeren aan lieden als Cees Noteboom die zo'n woord gebruiken, was ik blij dat ik er weer een meer kende.
Een bonus voor wie een woordenboek gebruikt, is dat je al zoekende nog andere nieuwe woorden tegenkomt. Zo staat in mijn Prisma Handwoordenboek Nederlands net boven acribie het woordje acquit: 'stipje op het biljart waar de bal neergelegd wordt'. En ook: van acquit gaan: 'de eerste stoot geven.'
Is dat niet mooi? Je kunt het morgen al gebruiken, tegen een collega, bij de aanvang van de werkdag: Zullen we maar van acquit gaan? Al was het maar om te zien hoe hij of zij reageert. Wie de snob is, wie de omgekeerde snob. 

*april 2016

dinsdag 20 september 2016

19 september


Onder is het groenig en stil. Niet doodstil. Zo kun je gerinkel horen - de ketting waar een boei aan vast ligt. Of een snel scherp tikkend geluid, de buitenboordmotor van een oesterschuit. Hier hou je je adem in. Veel is er niet te zien. Het meest opvallend zijn je eigen handen voor je uit. Boven is het licht. Je ziet de blauwe lucht, de wolken, of je ziet niets, de zon zit laag voor je uit, alles schittert als vuurwerk, of tegen de horizon het zeil van een boot. Er zijn krijsende meeuwen te horen, het klokje van de kerk, de sirene van een ambulance. Luid en aanhoudend autogetoeter: zaterdag, bruiloftdag. Zo ga je heen en weer tussen boven en onder, boven en onder, en je bedenkt, als je de armen uitstrekt: zwemmen is eigenlijk vliegen.

dinsdag 13 september 2016

13 september


Ik kwam twee Zwitsers tegen met een grote hond en een reusachtige caravan. We praatten wat over rondreizen. Het bleek dat ze hun huis hadden verkocht, de caravan was hun nieuwe huis. Zij leefden in een toestand van permanent rondreizen, en voelden zich daar alle drie prima bij.
Later ontmoette ik een Engelsman bij de afwas. We raakten in gesprek, ik vernam dat de Engelsman in Spanje woonde. Het was daar lekker warm 's winters, zei hij. Maar in de zomer werd het wel eens te warm, en dan trok hij met zijn kampeerauto naar Frankrijk. Dat zei hij zomaar, een beetje achteloos, zonder te beseffen dat hij zonet mijn hele wereldbeeld op z'n kop had gezet.
Zelf trek ik al jaren naar Frankrijk in de hoop dat het daar warmer is, niet kouder. En 's winters blijf ik gewoon thuis in België. Doe ik het helemaal fout? Ik neem me voor daar eens goed over na te denken. Nu niet. Daar is het nog veel te heet voor. En droog. De wijnboeren klagen steen en been: 2016 wordt een heel moeilijk jaar, zeggen ze. Maar over een maand of twee, drie, als de dagen weer kort zijn en de nachten lang, het regent, er staat een koude wind, wie weet komt de eerste winterprik eraan, dan moet ik toch eens goed na gaan denken.

s.d.


'Als ik een auteur citeer, moet ik erop letten dat ik om de zeven regels knip', schrijft Laurent Binet in HhhH. Hij zal dat weten, zelf auteur zijnde.

Dit citaat uit Binets boek kan er dus in een keer op:

'Die zomer is er in de dierentuin van Kiev een man de leeuwenkuil in gelopen. Tegen een bezoeker die hem tegen wilde houden, zei hij terwijl hij over het hek stapte: "God zal me redden". En hij is levend verslonden. Als ik erbij geweest was, had ik tegen hem gezegd: "Je moet niet alles geloven wat er wordt verteld"'.

Ik vond dat best grappig toen ik het las, maar veel tijd om te lachen kreeg ik niet.

'Aan God hebben de mensen die in Babi Jar zijn gestorven, niets gehad', was de regel die er direct op volgde.

Die zomer is de zomer van 1941. Oekraïne is door de Duitsers bezet. De Einzatsgruppen van Heydrich brengen duizenden joden om, onder meer in Babi Jar, het Grootmoedersravijn nabij Kiev.

Nog een citaat uit het boek:

'Tussen 1941 en 1943 hebben de nazi's het Grootmoedersravijn veranderd in wat waarschijnlijk het grootste massagraf in de hele geschiedenis van de mensheid is; de gedenkplaat vermeldt in drie talen (Oekraïens, Russisch en Hebreeuws) dat hier meer dan honderdduizend personen het slachtoffer zijn geworden van het fascisme. Meer dan een derde is in minder dan 48 uur geëxecuteerd.'

Binet citeert zelf het rapport van Paul Blobel, de leider van Sondernkommando 4a:

'In samenwerking met de legerleiding van de groep en twee commando's van het politieregiment-Zuid heeft het Sondernkommando 4a op 29 en 30 september 1941 in Kiev 33.771 joden geëxecuteerd.'

Nee, niets. Aan die God hebben die mensen niets gehad.

maandag 29 augustus 2016

29 augustus



Laat mij het maar eens hebben over het geluid van overvliegende vliegtuigen.

Vandaag herkende ik onder meer:
  • de lijnjet (Charleroi - Perpignan? Barcelona - Zurich? Zaventem - Kinshasa?)
  • de straaljager (ik noem geen type, mijn kennis van straaljagers is opgedroogd ten tijde van Starfighter, Mig 17, Mirage 2000)
  • de ULM (een soort vliegend zeilbootje met een motor die klinkt als een grasmaaier - waarschijnlijk de motor van een grasmaaier)
  • het sportvliegtuigje (zelden nog met reclame- spandoek, veelal rondvliegend zonder duidelijke reden, of het zou de verkoop van peperdure luchtdopen moeten zijn)
  • de helikopter (altijd een verdacht vliegtuig, bemand met ordehandhavers of bemoeizieke ambtenaren)
  • de drone (vele malen verdachter dan de helikopter, al was het maar omdat er niemand in zit - de bestuurder kan net achter je zitten, maar net zo goed in Oklahoma) .
Weer eens wat anders dan knetterende brommers, met subwoofers volgestouwde VW-Polo's, de Lijnbus 21 naar Meerdonk of de woensdagse viskar, die al jaren lang per luidspreker van alles aanprijst dat ik niet versta, behalve de gepelde garnalen op het einde.



zaterdag 27 augustus 2016

27 augustus


-Et pas dans l'eau!
-Non!
-D'accord?
-Non!

Het zou een geconstrueerde dialoog kunnen zijn, door iemand die een essay wil schrijven over de onvolkomenheid van de communicatie. Zeg maar de onbeholpenheid. Zeg maar de onbeduidendheid. Varianten zijn oneindig:

-En niet te laat thuis!
-Nee!
-Heb je een condoom bij je?
-Nee!

Of:

-You heard what I said?
-Yes!
-You take me for an idiot?
-Yes!

De eerste dialoog was echt. Het jongetje liep me voorbij in de richting van de plas. Zijn vader moet een eind verder gestaan hebben, hij riep behoorlijk hard. Ik kon hem niet zien. Of het jongetje in het water gegaan is, ik weet het niet. Mogelijk niet. Maar of er enig verband was met wat zijn vader riep, dat weet ik wel: non!

De vader had ook kunnen roepen:

-Tu m'écoutes?

En zijn zoontje, geheel naar waarheid:

-Non!

En dan ging hij toch niet het water in, omdat hij al lang wist dat hij niet mocht. Of wel, omdat hij al lang had beslist dat hij het toch zou doen.

-Zo is het toch?
-Precies!
-Of niet?
-Natuurlijk!


vrijdag 26 augustus 2016

26 augustus


De Deputatie, wat lang geleden dat ik daar nog wat over hoorde. Maar het past dat ik er met schroom over spreek: in mijn vorige leven was de Bestendige Deputatie mijn werkgever. Brieven die ik ambtshalve naar mijn broodheer moest schrijven, hoorden te worden geadresseerd aan de heer Gouverneur-Voorzitter en de leden van de Bestendige Deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen. Je had zo'n lange envelop nodig. Ik mocht mijn loopbaan pas beginnen nadat ik, ten overstaan van de Gouverneur zelve, de eed had afgelegd. Beter zeg ik een eed - ik weet niet zo goed meer waar die over ging. Het is ook lang geleden, we spreken hier vroege jaren zeventig van de twintigste eeuw. Die bestofte ambtelijke poespas is vandaag best aandoenlijk, denk je dan. Maar kijk: de provincie West-Vlaanderen schrijft een Prijs Letterkunde uit voor 2016. Deelnemers moeten in de provincie wonen of er geboren zijn, en krijgen, als hun dossier volledig is, een mailtje van de dienst Cultuur cel Kunsten, met onder meer deze mededeling: We brengen u op de hoogte van de uitslag zodra de deputatie de jurybeslissing bekrachtigt. Waaruit we onthouden dat de jury wel mag kiezen wie de prijs verdient, maar het zijn toch maar de heer Voorzitter en de leden van de Deputatie die zullen beslissen of hij/zij die ook krijgt.

zaterdag 20 augustus 2016

20 augustus


N'oubliez-pas la crème de bronzage, zegt de man bij de afwas. Het is zaterdagmiddag, het regent al de hele dag. Als ik het hier zo lees, lijkt het een erg flauw grapje. Maar toen hij het zei, was het bijzonder grappig. De context, altijd weer.

Zoals deze zin uit een boek dat ik aan 't lezen ben: Sport is en blijft fascistische smeerlapperij. Zwaar overtrokken, ook in deze dagen van verkrampt Olympisch vendelzwaaien. Maar als je het boek leest waar de zin uit komt, zit je instemmend te knikken.

Het is van groot belang de Tsjechische docenten te ontslaan, want het lerarenkorps is een kweekvijver voor de oppositie. We moeten het lerarenkorps vernietigen en de Tsjechische middelbare scholen sluiten. Natuurlijk zal de Tsjechische jeugd dan opgevangen moeten worden op een plek waar ze buiten de school en onttrokken aan die subversieve sfeer kan worden opgeleid. Ik zie daarvoor geen betere plaats dan het sportveld.

SS Obergruppenführer Heydrich in een toespraak op 4 februari 1942. Het boek is HhhH of Himmlers hersens heten Heydrich van Laurent Binet. Het gaat over de aanslag op Heydrich in Praag, de aanloop ertoe en de nasleep ervan, maar ook over de vraag hoe je over zo'n onderwerp een fatsoenlijk boek kunt schrijven. Roman staat er op de cover, tja, ik weet het niet. Een heel goed boek, dat zeker. Als het uit is, begin ik er direct opnieuw aan.

(Met dank aan M)

dinsdag 9 augustus 2016

9 augustus


Opbeurend nieuws uit Italië: wie een stukje spiaggia libera uren tevoren met een strandlaken of een parasol of een strandstoel bezet tracht te houden, kan voortaan een fikse boete (200 €) aan zijn/haar zwembroek krijgen. Goed zo. Je maakt het ook elders mee, thuis in de schouwburg bijvoorbeeld. Wil je gaan zitten, liggen er overal sjaaltjes of programmaboekjes of ander waardeloos gerief op de stoelen. Ik zal wel keurig een half uur te vroeg komen voor een goed plekje, ze zijn allemaal 'bezet'. Een minuut voor de vertoning begint komt de fris gedouchte beau monde dan binnen. Feodaal gedrag. Parkeerplekjes ook. Ik droom wel eens van een nieuw Utopia: alle selfish bastards samen op een eiland. Het zal groot moeten zijn, iets als Australië of Groenland, of allebei. Daar doen ze maar. Kunnen we met de rest van ons weer beschaafd verder proberen te leven. Italië is prima. Overigens, in Lyon op de metro staat opvallend vaak iemand op en biedt zijn zitje aan, al was het maar om samen reizende mensen toe te laten naast elkaar te zitten, zoals samen reizende mensen graag doen.