maandag 28 november 2016

28 november


Vandaag gevonden, in een oud boek: een vergeeld gekreukt papiertje met liedjesteksten, keurig uitgetikt op de typmachine. (De typmachine!)
In het Spaans, het Engels, het Frans, het Duits. Eentje is zelfs uit Israël (Kol do di).

Maar dit hier gaat over een liedje uit Italië:


La bandiera giall' e nera
sempre è stata la più brutta.
Noi vogliam'che sià distrutta
noi vigliam' la libertà.

E la bandiera di tre colori
sempre è stata la più bella.
Noi vogliamo sempre quella
noi vogliam' la libertà.


Niet voor het Vlaams Nationaal Zangfeest, dat. 

zondag 27 november 2016

27 november


Vanochtend heb ik per https://mijn.bibliotheek.be de lening van een boek verlengd. Op het nippertje: de termijn verstreek op 27/11, dat is vandaag. Het valt nog af te wachten of ik toch niet een boete krijg, ik heb de kleine lettertjes van het reglement niet gezien.

Nu mag ik nog een volle maand verder lezen in Mijn Nederland (2005) van Geert van Istendael. Ik ben daar erg blij om. Niet dat ik de auteur in mijn hart draag. Hij lijkt me een norse, nukkige man, altijd met die frons van hem. Ik mag dat zeggen, hij doet het zelf ook: Ik weet het, ik ben al tien jaar weg bij de tv en bijgevolg ben ik een oude brompot (p. 81) .

Maar in Mijn Nederland is het lekker lezen, en ik vind er eindelijk een begin van antwoord op een vraag die mij al lang bezig houdt: waarom werken aardige, minzame en immer behulpzame Nederlanders mij wel eens op de zenuwen?

Beetjes antwoord worden aangereikt in de 58 hoofdstukken van het boek, losse stukjes met titels als Beschavingsoffensief, Bitterballen, Engels, André Hazes, Klompen, Polder of Xenofobie. Van Istendael kent Nederland goed, hij houdt van het land. Dan mag hij er al eens kritisch tegenaan kijken.

Zo. Wie meer wil weten, hale met spoed Mijn Nederland uit de bibliotheek. Vergeet de vervaldag niet.

vrijdag 18 november 2016

18 november


Ik zat wat te soezen in mijn tuin, het was een zonnige windstille middag in oktober, toen ik opgeschrikt werd door vliegtuiggeronk. Een helikopter vloog op geringe hoogte over mijn huis. Ha, dacht ik, de ambtenaren weer, kijken of ik tersluiks niet een carport in ons hofje gepoot heb, zonder bouwvergunning.

Plotsklaps ging er onder in het hefschroeftuig een luik open, en tientallen papieren snippers dwarrelden als confetti naar beneden. Een goed deel ervan kwam op mijn gazon terecht. Toen ik een ervan opraapte, bleek het een bankje van vijftig euro te zijn.

Ik kon mijn ogen niet geloven, maar mijn gade, die naast mij had liggen soezen, was minder onder de indruk. 'Eindelijk', zei ze. 'Ik dacht dat ze het nooit meer zouden doen.' 'Wie?', vroeg ik. 'De ECB', zei mijn gade. 'De Europese Centrale Bank.' 'Wat doen?' 'De economie weer op gang brengen', doceerde mijn gade. 'De consumptie aanwakkeren. Iedereen geld geven, voor niets.' Ik keek haar ongelovig aan. 'Helikoptergeld', zei ze. 'Nooit van gehoord? Je moet de Financial Times wat vaker lezen.'

Het vliegtuig maakte nog verschillende rondjes boven mijn tuin, en toen het voor goed vertrokken was, raapten wij liefst zestig biljetten op. 'Klopt', zei mijn gade. 'Drieduizend euro per gezin'. 'Prachtig', zei ik. 'Laten we ze direct gaan opmaken'. 'Geen sprake van', was de kordate repliek. 'Dat geld gaat op de spaarrekening. Je weet maar nooit wat de toekomst nog brengt'.

woensdag 16 november 2016

16 november


Geachte heer/mevrouw

Ik heb wel eens wat bij ***.com gekocht. Sindsdien sta ik kennelijk op de lijst van mensen die u ongevraagd aanschrijft met allerlei aanbiedingen. Dat is voor mij oké, als ik wil kan ik altijd uitschrijven. Niet oké is dat u mij met 'Hoi Lieven' aanspreekt. Ik heb niets tegen ***.com, maar reken uw bedrijf ook niet tot mijn intieme kennissenkring.

Met vriendelijke groet

L.D.

maandag 14 november 2016

14 november


Wat is dat met die elite? Het woord is plots overal, het achtervolgt je van de ochtendkrant tot het avondnieuws. De politieke elite, de stedelijke elite, de kosmopolitische elite. Wat ze gemeen hebben, schijnt het, is dat ze de voeling met het volk kwijt geraakt zijn.
Ik snap het. De elite en het volk. Us and them, zoveelste variant. Wij zijn redelijk en goed geïnformeerd en hebben met iedereen het beste voor, zij zijn dom en onwetend en een rem op de vooruitgang. Don't know their ass from a hole in the ground.
Maar nee! Zij zijn pretentieus en betweterig en wereldvreemd, wij hebben gezond verstand, wij weten zelf best wat goed is, wij hebben niemand nodig.
Maybe. Of toch? He may be a fool but he's our fool: een zot om achterna te lopen.
(Met dank aan Randy Newman)

maandag 7 november 2016

7 november


Er zijn van die woorden waar ik nostalgisch van wordt. Je hoort of ziet ze niet veel meer, ze zijn zo goed als vergeten. Duiken ze toch plots ergens op, dan word ik, zoals dat heet, teruggeworpen in de tijd. Naar vroeger, toen alles beter was, of in elk geval simpeler. Handappel is zo'n woord. Mijn gade, toch opgegroeid in Haspengouw, keek raar op toen ik het vandaag gebruikte.
We zaten samen appelen te schillen. Veel appelen, want ons boompje heeft dit jaar duizendvoudig vrucht gedragen. Ik pluk en raap mij uit de naad, in de garage staan hoge stapels dozen en kisten vol. Elke dag weer loop ik ongerust de tuin in, mij bang afvragend of er weer zo veel in het gras zullen liggen. Nee. Meer.
Dus klamp ik buren en kennissen aan, verre en nabije verwanten, vriend en vijand, en bied hen mijn vruchten aan. De respons is veelal lauw. Dus eet ik dagelijks een appel voor en na elke maaltijd, nog een rond vier uur, en 's avonds een voor ik naar bed ga. En drink ik appelsap. En maken we appelmoes, mijn gade en ik. Veel appelmoes.
Dus zitten we aan de keukentafel te schillen, en ik laat het woordje handappel vallen, en mijn gade kijkt raar op. Ik leg haar uit wat het wil zeggen: 'appel die direct van de boom gegeten kan worden; appel die uit de hand gegeten kan worden.' Bij ons zegden ze dat niet, zegt mijn gade. Bij ons ook niet, zeg ik. Maar het is wel een officieel Nederlands woord. '(Vooral) in Nederland', zegt het Algemeen Nederlands Woordenboek. Dat zal dan wel de reden zijn.
Het woord handappel, zoveel is duidelijk, is volstrekt overbodig. Een vijg kun je ook direct van de boom eten, ook uit de hand. Niemand die het over handvijgen heeft: het is niet nodig. Maar net daardoor wellicht raakt handappel bij mij zo'n warme weemoedige snaar, roept het zo'n geur en smaak op van lang geleden, toen mensen de woorden nog langer maakten dan ze hoefden te zijn, en de tijd namen om ze uit te spreken.

zondag 6 november 2016

6 november



Vandaag botste ik op het woord zwartepietveranderings-bereidheid
November is begonnen, het is weer tijd voor het jaarlijkse  maatschappelijk debat over Zwarte Piet, dat wil zeggen: de Pikzwarte met kroeshaar en oorringen en rode lippen.

Die is 'langzaam maar zeker op weg naar de uitgang', zegt Peter Vandermeersch goedkeurend in De Standaard. Zeker nu de commerciële zender RTL heeft laten weten dat Zwarte Piet niet meer past 'in het huidige tijdsbestel'. Men zal het moeten doen met een bijzonder flets afkooksel, Roetveegpiet genaamd, of ook wel Schoorsteenpiet - zelfs zonder kroeshaar en rode lippen blijft zwart zo te zien een aanstootgevend woord.

Zoveel meligheid en faux sérieux geneuzel doet mij haast naar Kerstmis verlangen.

vrijdag 28 oktober 2016

28 oktober



Voor me rijdt een kleine bestelwagen, met op de achterdeuren in grote letters: TUINSOLUTIONS.
Het is een toverwoord, solutions. Het is Engels, het betekent niets, en al maar meer mensen hebben het. Ik droom wel eens van zo'n naamkaartje: DEPRETTERE SOLUTIONS. Wat ik oplos, maakt niet uit. Of ik loodgieter ben of boekhouder of reisagent. Het klinkt tenminste. Of coiffeur : HAARSOLUTIONS.

woensdag 19 oktober 2016

19 oktober


Ik zit te lezen in het gevalideerd protocol dat ik zonet van mijn huisarts kreeg. Ze hebben een en ander bij me onderzocht. Dokterslatijn.
Normale hoogte voor de leeftijd, lees ik ergens. En: weinig opvallend voor de leeftijd. Ook: te beschouwen als fysiologisch voor de leeftijd.
Ik heb het wel begrepen, al begrijp ik er haast niets van.
Beperkte degeneratieve veranderingen, staat er nog. Dat gaat over mijn pink.
Mijn gade komt binnen.
Hoe is 't? vraagt ze.
Goed, zeg ik, voor de leeftijd.

dinsdag 11 oktober 2016

10 oktober


Bij De Standaard hebben ze een test, waarmee je kunt meten hoe verdraagzaam of onverdraagzaam je bent voor krakkemikkig taalgebruik: 
 
Hoe erg stoort u zich aan taalfouten?
Bewaakt u uw liefde voor taal als een jaloerse kampbewaker?
Doe De Grote Taalnazi-test!

Zou het grappig bedoeld zijn?


zondag 9 oktober 2016

8 oktober


J'arrive, réchauffe le poulet! Zo spreken sommige echtgenoten hun gade toe. Ik lees het op een groot bord langs de weg van het Waalse agentschap voor verkeersveiligheid, waar ook nog op staat: furent ses derniers mots. En: Au volant, pas de téléphone! Dan weet ik wat er kan gebeuren, als iemand die zijn vrouw belt ook nog aan het stuur van zijn auto zit. Niet doen! 



Ik moet denken aan Napoleon. Op weg naar huis was hij wel met andere dingen dan zijn avondeten begaan. Ne te lave pas, j'arrive!, zou hij bericht hebben aan zijn vrouw Joséphine. Het waren ook lang niet zijn laatste woorden.

dinsdag 4 oktober 2016

4 oktober


Grote verwarring bij mensen uit onze buurlanden over wat wij in België spreken. You speak Belgian then? Dutch? So you are a Dutchman after all? Ah, vous êtes belge. Vous parlez donc le français. Flamand? En effet, j'avais cru entendre un petit accent là. C'est quoi exactement, le flamand? Is it like German? Nou, Belgen zijn toch tweetalig? Waarom spreekt die vent dan niet gewoon Nederlands tegen mij?
Tja. Volgens mij spreken Vlamingen Nederlands zoals de Amerikanen Engels spreken: het lijkt er steeds minder op, maar zo blijven we het toch maar noemen. Uit gewoonte. Vlamingen zijn Belgen, maar niet alle Belgen zijn Vlamingen. Andere Belgen spreken Frans, al zeggen ze wel septante en nonante, zoals de Zwitsers. Niet alle Zwitsers, natuurlijk. Maar goed, je moest het Frans van de Québéquois maar eens horen. Sommige Belgen spreken zelfs Duits. Ja, es ist kompliziert. Allez, bon courage!

vrijdag 30 september 2016

30 september



Je kent die mensen nog niet, of niet goed. Het gaat een beetje over koetjes en kalfjes. Het weer, het verkeer, dat soort kwesties. Maar welke kanten het gesprek ook uit kabbelt, vroeg of laat komt het toch weer bij de vreemdelingen uit. Meestal vroeg. Je wordt geacht geduldig te luisteren, je wilt wel beleefd blijven. Waarom ook niet? Ze horen het zelf toch niet, de vreemdelingen. Ze zitten niet mee aan het tafeltje, per definitie. Ze zijn overal, miljoenen, maar niet bij jou hier aan het tafeltje, van jou en die mensen die je nog niet kent. En waarom zou je ook?

zaterdag 24 september 2016

s.d.


Sinds gisteren* weet ik wat acribisch betekent: nauwkeurig. Zowat hetzelfde als meticuleus: zeer nauwgezet. Samen met lapidair: kort, kernachtig, kwam het voor in een essay over pretentie. Daarin werd, zeer kort samengevat, betoogd dat het met de pretentie de berg afgaat.
Wie veel wist, placht vroeger neer te kijken op de minus habentes, zij die veel minder wisten. Die laatsten voelden zich schuldig, en sloofden zich uit om meer te weten te komen.
Nu gaat het andersom: leeghoofden met een grote bek, genre Trump, kijken neer op softe intello's en culturo's die gestudeerd hebben en lange woorden gebruiken. Wie iets niet weet, schaamt zich daar niet over, integendeel. Hij of zij pakt er net mee uit. De zetel van het intellect is verschoven van de hersens naar de buik.
Acribisch, meticuleus en lapidair kwamen alle drie voor in een boek van Cees Noteboom, die over dat boek werd geïnterviewd door een journaliste. De journaliste maakte haar beklag, dat zij die drie woorden had moeten opzoeken in haar woordenboek. In plaats van zich een beetje te schamen, zegt de schrijver van het essay, dat zij, toch journalist zijnde, die woorden niet kent, pakt ze uit met haar onwetendheid, en lijkt te suggereren dat Noteboom een snob is. Dat boudweg etaleren van onwetendheid is dan een voorbeeld van inverted snobbery of omgekeerd snobisme.
De jacht op moeilijke woorden is altijd hypocriet. Ken je zo'n woord toevallig zelf, dan pak je er graag mee uit. Ken je het niet, dan schiet je iedereen af die het gebruikt, en zegt dat ze allemaal snobs zijn.
Wat ik wilde zeggen was eigenlijk, dat ik meticuleus en lapidair wel kende, maar acribisch niet. Ik heb het dan maar opgezocht. Liever dan mij te ergeren aan lieden als Cees Noteboom die zo'n woord gebruiken, was ik blij dat ik er weer een meer kende.
Een bonus voor wie een woordenboek gebruikt, is dat je al zoekende nog andere nieuwe woorden tegenkomt. Zo staat in mijn Prisma Handwoordenboek Nederlands net boven acribie het woordje acquit: 'stipje op het biljart waar de bal neergelegd wordt'. En ook: van acquit gaan: 'de eerste stoot geven.'
Is dat niet mooi? Je kunt het morgen al gebruiken, tegen een collega, bij de aanvang van de werkdag: Zullen we maar van acquit gaan? Al was het maar om te zien hoe hij of zij reageert. Wie de snob is, wie de omgekeerde snob. 

*april 2016

dinsdag 20 september 2016

19 september


Onder is het groenig en stil. Niet doodstil. Zo kun je gerinkel horen - de ketting waar een boei aan vast ligt. Of een snel scherp tikkend geluid, de buitenboordmotor van een oesterschuit. Hier hou je je adem in. Veel is er niet te zien. Het meest opvallend zijn je eigen handen voor je uit. Boven is het licht. Je ziet de blauwe lucht, de wolken, of je ziet niets, de zon zit laag voor je uit, alles schittert als vuurwerk, of tegen de horizon het zeil van een boot. Er zijn krijsende meeuwen te horen, het klokje van de kerk, de sirene van een ambulance. Luid en aanhoudend autogetoeter: zaterdag, bruiloftdag. Zo ga je heen en weer tussen boven en onder, boven en onder, en je bedenkt, als je de armen uitstrekt: zwemmen is eigenlijk vliegen.