dinsdag 31 mei 2011

30 mei

 
Hoe gaat het in België? vraagt mij al eens een buitenlander. Ik haast me te antwoorden dat ik het niet weet, een leugentje om bestwil. Het gaat slecht in België. 

De mensen worden er met de dag meer tegen elkaar opgejut: zij en wij, hun en ons - de streep ertussen, die altijd veeleer vaag was en goedmoedig, is scherp geworden als een mes. Het buikgevoel regeert, verduistert de zon als een wolk van roetdeeltjes, als een natte, nog nooit gewassen vlag. 

Twijfelachtige advocaten voeren het hoge woord, narcisten van de televisie. Tribunen ambiëren de leiding van het land, wiens snelle verdamping zij betrachten. Is dat geen hoogverraad? Is dat geen Belgenmop? O nu niet, niet nu meteen, dat is nu niet aan de orde: vals gelispel ook nog. 

Het woord België is nog een kort en kwijnend nabestaan gegund, als spotnaam, als term van misprijzen, als marketinglabel van chocola en trappistenbier. Het land België? Ik vrees dat het al weg is. 
 

woensdag 25 mei 2011

24 mei

 
'La croix n'est pas pour nous', zegt de vrouw tegen haar dochtertje achter mij. Dat weten we wel, denk ik. Al sinds de kruistochten. Ik ben de vrouw pas voorbij gelopen op weg naar La Croix de Provence, ze draagt lange kleren en een hoofddoek. Geen slecht idee dat laatste, dacht ik nog, het is rond de middag en de zon schijnt ongenadig op het steile paadje naar de top. Papa of opa heeft het nog warmer, hij draagt een kleine uk op zijn schouders mee naar boven. 
 
Ach kom. La croix waar de vrouw over praat is niet christelijk. Het is klein en blauw. Het stond daarnet op een steen geschilderd: X. Het zegt: niet deze kant afslaan! Rechtdoor lopen, waar het blauwe streepje staat.
Later op de top kom ik het gezin weer tegen. Ze eten een boterhammetje in de schaduw van het monumentale kruis, waar nogal wat wandelaars elkaar voor de voeten lopen, het is zondag. In het kleine kerkje van de Prieuré ligt een bezoekersboek. Ik lees een paar aantekeningen, ik schrijf: Bonjour à tous.
 
Misschien had ik beter een schietgebedje gedaan. Misschien was ik dan al teruglopend naar huis niet zo vreselijk de weg kwijtgeraakt. 
 

zaterdag 21 mei 2011

20 mei

 
'Writers should have some grasp of publishing's brutality, and this morose process of having your beloved creations stepped on and pissed over comes with the territory.'

De zin komt uit een stuk in de online Guardian van Lionel Shriver over haar roman We need to talk about Kevin. Ze raakte het manuscript niet aan de straatstenen kwijt, voor het eindelijk toch in druk verscheen en een wereldwijde bestseller werd, die nu ook verfilmd is.

'Schrijvers moeten een beetje weten hoe onbehouwen uitgevers zijn, en dat deprimerende proces om op je geliefde creaties te laten trappen en erop te zien pissen hoort er nu eenmaal bij.'

Hij klinkt een stuk sulliger in het Nederlands, dat zal dan wel aan de vertaler liggen.

'Intrigerende lectuur', schrijft zo'n uitgever na vele maanden in een korte e-mail. Het is geen compliment, het is de noodzakelijke aanloop naar zijn volgende zin, die met 'maar' begint. Hij had ook 'verdienstelijk' kunnen schrijven, of 'niet onverdienstelijk'.

Toen ik in mijn vorige leven nog met studenten omging had ik mijn eigen manier om hun werk af te wijzen, to step on and piss over it. 'Wat vind je er zelf van?' vroeg ik dan. Een even hypocriete als confronterende vraag.

Ja, wat vind ik er zelf van?

zondag 15 mei 2011

15 mei


Af en toe op een wandeling kom je iets bijzonders tegen. Daar hoop je op als je vertrekt, dat er iets bijzonders te zien zal zijn. Soms zijn het beesten: een vos die pardoes midden op het pad staat, een ree, een eekhoorn, een slang. Of mensen: in een afgelegen uithoek tussen bossen en heuvels, na uren lopen zonder iemand te zien, en dan komt nog zo'n zeldzame wandelaar op je toegestapt. Een wandelaarster, je wisselt een haastige groet uit. Praatjes maken is not done aan de rand van de beschaving.


Gisteren was het een paaltje aan de wegkant met een bordje erop genageld, en bloemen eraan vastgemaakt. Je zou denken: een dodelijke aanrijding, alleen is dit pad niet voor berijding geschikt. Regret, staat er rechts boven. En daaronder: Ici est mort mon chien «Ulysse». De aanhalingstekens zijn aandoenlijk. Maar hoeveel heeft hier iemand van zijn/haar hond gehouden?

Ik moet er even stil bij staan en nadenken over mijn afkeer van honden, waar ik in frivole gesprekken wel eens mee uit wil pakken. Wat raakt me op dat bordje? Niet de hond, niet zijn dood in omstandigheden die onvermeld blijven. Niet zijn mythische naam. Het is de regret, en hoe iemand daar zo onbevangen en onbeschroomd over praat, au bout du monde, tegen een volslagen vreemde. 

 

zondag 8 mei 2011

8 mei

 
Er is ruzie in Iran tussen president Ahmadinejad en Grote Leider Khamenei. Het zou gaan over de heraanstelling van een minister. Ik lees het bericht in The Guardian zonder veel belangstelling, ik draag geen van beide heren een bijzonder warm hart toe. Dan staat daar deze zin:

"Geestelijken uit de nabije omgeving van Khamenei zijn een campagne gestart om zijn rol in de Iraanse politiek meer aandacht te geven. Hem niet gehoorzamen, zeggen ze, staat gelijk aan apostasie, want hij is 'Gods vertegenwoordiger op aarde.' "

Het werkt nog altijd. Verzin iets onduidelijks dat er niet is, ken er alle eigenschappen aan toe die je goed uitkomen (almachtig, alomtegenwoordig, alziend, alwetend, oneindig, onzichtbaar, onaantastbaar, onverbiddelijk, mannelijk), noem het God (met hoofdletter) en beweer dat jij met deze God een unieke, rechtstreekse en uiteraard zeer geheime lijn hebt, waarlangs Hij laat weten wat Hij wil. 

Het zal een roekeloze dwaas zijn die je niet gelooft en niet prompt doet wat je zegt. Je hebt de brave lieden in je zak.

dinsdag 3 mei 2011

3 mei


Wie een boek voor de derde keer leest is misschien (A) gierig, of misschien (B) vergeetachtig, of mogelijk (C) zo dement dat hij zich niet herinnert het boek (of enig ander boek) ooit eerder gelezen te hebben. Dat laatste is gelukkig nog niet mijn geval: ik weet heel zeker dat ik The selfish gene al twee keer uit heb.

De eerste keer vond ik het prachtig, weet ik ook nog, maar ik begreep er niet veel van. Dus las ik het opnieuw, en markeerde allerlei belangwekkende zinnetjes met een groene markeerstift, want ik was niet langer aan het lezen, ik was aan het studeren.

Ik verstond toen min of meer waar het over ging, maar later vergat ik het weer, ik ben een beetje (B). Dus ben ik nog maar eens aan The selfish gene begonnen, ik wil nu eindelijk wel eens voor goed weten hoe dat gaat met die genen en die chromosomen en die aminozuren.

Dit keer heb ik een oranje markeerstift, en daar merk ik zinnetjes mee die bij de vorige lezing niet merkwaardig genoeg waren om groen te worden gemaakt. Nu een wetenschapper word ik nooit, en ik merk dat de uitspraken die ik oranje kleur veeleer onwetenschappelijk zijn.

Dat waren vaak ook al de zinnen die ik eerder groen maakte, zoals het onvergetelijke Incidentally, there is of course no 'architect' of What is the good of sex? Nu kom ik weer nieuwe pareltjes tegen: (...) there is even a small worm that preserves genes in German beer mats en Of course they march on. That is their business. 'They' zijn vanzelfsprekend de genen, maar ik hoor vooral de stem weer van mijn moeder. We moeten vooruit, zegt mijn moeder. En zo is het.

Richard Dawkins, The selfish gene