Ik heb mijn man naar de oogarts gestuurd,
zegt de mevrouw van de wijnwinkel. Hij vond van alles niet meer, dus
dacht ik dat hij misschien een bril kon gebruiken. Toen ze zijn ogen
testten, bleek hij nog goed genoeg te zien. Hij heeft geen bril
nodig.
Voilà bonne nouvelle, zeg ik,
die zelf wel een bril gebruik, als hij niet zoek geraakt is, en ook
van alles niet vind.
In de wijnwinkel staan manshoge tanks,
je koopt er een liter lekkere rosé voor 1,35 euro, je moet wel zelf
iets meebrengen om hem in te doen. Een plastic Badoitfles is goed.
Verder moet je de wijn snel opdrinken, hij bewaart niet.
Laatst liep ik er binnen en ik zei:
Bonjour, madame. Avez-vous deux litres de rosé pour moi?
J'en ai cinq cent, zei de
mevrouw.
Maar vandaag ging het dus over de ogen
van haar man. Hij boft, zei ik. Ik kan al lang niet meer zonder bril.
Moi non plus, zei de mevrouw van
de wijnwinkel, en ze liet haar fors gemontuurde exemplaar zien.
C'est comme ça, zei ze de
schouders ophalend. C'est la maturité.
Dat wil ik graag onthouden, voor thuis,
als de kleinkindjes die tegen dan al kleinkinderen zijn, weer eens met
hun ogen rollen.
Opa toch, zullen ze zuchten, maar ik
zal antwoorden: Ja, kindjes. C'est la maturité.