woensdag 30 oktober 2013

29 oktober


Gezien, van Paolo Sorrentino, La Grande Belezza.
Daarin gehoord, van Jep Gambardella, deze uitspraak:

'La più consistente scoperta che ho fatto pochi giorni dopo aver compiuto 65 anni è che non posso più perdere tempo a fare cose che non mi va di fare.'

Iets dergelijks heb ik zelf al menigmaal gedacht, maar zo mooi als in het Italiaans krijg je dat nooit gezegd. Gedaan evenmin. Heerlijke film ook.

zaterdag 26 oktober 2013

26 oktober


Rond deze tijd van het jaar werk ik aan mijn lijstje van lelijkste woorden. Daar komt zeker het woord datet in, dacht ik zonet nog.

Ik kwam het vandaag tegen op deredactie.be, bij een stukje over een Zwitser die in de trein zijn telefoon laat pikken, en later ziet dat foto's uit zijn telefoon in zijn dropbox opduiken. Ze zijn kennelijk genomen door een Marokkaanse vrouw, waar de man prompt verliefd op wordt. 'Als ze mij datet, mag ze mijn smartphone houden', zegt die Zwitser dan maar. Wat een onwaarschijnlijk sullig verhaal. Ja, opa, een telefoon kan foto's maken.

Van het werkwoord daten ('uitgaan met, een relatie hebben met'), dat zo al lelijk genoeg is, zonder dat je het nog gaat vervoegen in kwaadaardige vormen als datet, gedatet, en het bepaald obscene datete.

Het staat in de lijst van hybride Engels-Nederlandse werkwoorden van Onze Taal. Ik ben daar even gaan kijken, en heb meteen besloten van mijn lijstje van lelijkste woorden af te zien. Het bestaat al. Gedaterapet, wat 'na een afspraakje verkracht' wil zeggen. Gedesktoppublisht, gedeleveraged ('van zijn hefboomwerking ontdaan'), gedirectselld, gedrag-and-dropt ('versleept op een computerscherm'). 

Daar kan ik niet tegenop, en dan ben ik nog gestopt bij de 'd', omdat ik me na geënhancet ('digitaal verbeterd') een beetje raar in mijn maag begon te voelen.
Wie over een performantere spijsvertering beschikt dan ik doet maar en vindt in de lijst van Onze Taal vast nog veel meer lelijks. (Geleftclickt, genordicwalkt, gesit-upt.)

donderdag 24 oktober 2013

24 oktober


Het heeft wat geduurd, maar vandaag weet ik wanneer ik geboren ben. Het was kwart voor tien in de ochtend, een maandag. 

Ten jare negentien honderd acht-en-veertig, de dertiende der maand Juli te negen ure voormiddag voor Ons, Schepen, Ridder in de Leopoldsorde, Ambtenaar van de Burgerlijke stand der stad Roeselare [is] verschenen mijn vader, oud vier en dertig jaar, dewelke ons vertoond heeft een kind van het mannelijk geslacht, geboren in deze stad de twaalfde dezer maand, te negen uur drie/kwart voormiddag, in het moederhuis, Gasthuisstraat 8, van hem en van zijn echtgenote, mijn moeder, en aan hetwelk hij verklaart te geven de voornamen Lieven Gustaaf Patrick.
Deze vertoning en verklaring gedaan in de tegenwoordigheid van mijn nonkel Louis en nonkel Staf, mijn peter van wie ik mijn tweede voornaam kreeg.

Ik moet mijn ogen niet toeknijpen om ze te zien, in het stadhuis van Roeselare, de drie mannen oud vier en dertig, vier en twintig en acht en dertig jaar, die de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand een kind van het mannelijk geslacht vertonen, te negen ure voormiddag, drie/kwart voor ik mijn eerste dag oud was. Het was een dinsdag, marktdag, ze zullen wat gewrongen hebben tussen de kramen om het stadhuis in te komen, zijn naderhand wellicht een pint gaan drinken, dat mag ik toch hopen, het was nog vroeg, maar een vertoning als deze doe je ook niet elke dag.

(Met dank aan de dienst Burgerlijke Stand van Roeselare) 

 

zondag 20 oktober 2013

20 oktober


De koelkast weer in bedrijf nemen: stekker in, klaar. Kippen in hun hok, beetje graan, beetje water en hop. De radio, ik weet niet wat daar gebeurd is, maar alle voorselecties slaan tilt. Frequenties zoeken op het internet, afstemmen, opslaan. Dan voel ik het al komen. Ik zet de televisie aan, in plaats van Martine Tanghe verschijnt de mededeling dat ik mijn lijnnummer en pincode in moet voeren. Lijnnummer? Pincode? Die dingen had ik niet toen ik goed gemutst van huis vertrok een tijdje geleden, toen de dagen nog lang waren. Gehannes met de digitale televisie. Dan weet ik dat ik weer thuis ben. Dat wordt helpdesk. Dat wordt support site. Dat wordt Frequently asked questions (Is dat nu allemaal nodig?). Dat wordt chatten met Dinky of Elene of Esther.
Goeie morgen, wat kan ik voor u doen?, zullen ze vragen.
Niets, is het antwoord. Voor mij kunnen ze nu even echt niets doen. 

 

vrijdag 18 oktober 2013

18 oktober


Ter hoogte van Antwerpen gaat het op de weg weer wreed traag vooruit. 'Langzaam verkeer', dat ziet er dus zo uit. Bij momenten gaat het zo traag, je kunt haast te voet meelopen. 'Stapvoets verkeer', ik kan het me perfect voorstellen. Meer moeite heb ik met 'stilstaand verkeer'. Hoe zou dat gaan? Iedereen staat stil, ja ja, maar waar is dan het verkeer?
Ik krijg veel tijd om over die en andere vragen te mijmeren, daar op de weg ter hoogte van Antwerpen, tot plots een vrachtwagen voor me staat, met op de achterdeuren in grote letters: Just In Time Solutions.
Kijk, daar ben ik nu helemaal voor gewonnen. Maak je niet druk, zeggen de letters, er komt wel een oplossing. Niet nu, relax, er is nog tijd. Straks. Later. Niet té laat: precies op tijd.
Tot zolang sta je maar wat in de file ter hoogte van Antwerpen. 
 

16 oktober


'Gaat u met de caravan op reis in België, houdt u er dan rekening mee dat het wegdek soms beschadigd kan zijn'. Dat is nu diplomatisch taalgebruik. Off the record zullen ze dat wel anders formuleren, onze Nederlandse vrienden, maar in de befaamde ACSI-campinggids let je wat meer op je woorden. 
Overigens wachten de Nederlandse caravanreiziger in België ook aangename verrassingen: 'Het kraanwater is veilig'. Ook geruststellend: 'In België is het net zo laat als in Amsterdam, Parijs en Rome'. Dat de Belgen wat achter zouden lopen, willen ze bij ACSI niet gezegd hebben.

donderdag 10 oktober 2013

10 oktober


Niemand wordt graag uitgelachen, nog minder en plein public, luid en honend en zonder stoppen. Het overkwam me op het strand waar ik lui in de zon lag, toen zonder enige aanleiding het gelach een aanvang nam, en niet meer ophield. Ik was behoorlijk op mijn pik getrapt, ook nog nadat ik had vastgesteld dat de lacher een meeuw was, die ergens achter me door de lucht wiekte. Inmiddels weet ik dat het ging om larus ridibundus of de mouette rieuse. Dat heb ik van een bord op de oever van de Etang de Gruissan. Sa tête brun chocolat au printemps devient prèsque blanche en hiver, zegt het bord, en ook: Son cri, qui ressemble à un rire, lui a valu son nom. Oké, 't is al goed, lach dan maar, mouette.

9 oktober


De Cathédrale Saint-Just et Saint-Pasteur in Narbonne oogt best indrukwekkend, en dan is het nog niet eens een halve kathedraal. Toen het koor afgewerkt was in 1332 is met het transept begonnen, dat is het dwarse deel, en dan zijn ze ermee gestopt. Nu, als ik het gebouw zo zie, voor mij is het al lang meer dan kerk genoeg. Dat moet ook allemaal verwarmd worden 's winters, met kaarsjes alleen zal het niet gaan. Mooier dan de kathedraal is de binnenhof van het klooster die ertegenaan ligt. Je kunt er ook van buitenaf in, dan loop je eerst een parkje door, voorbij een bordje waarop staat: Interdit aux deux roues, aux chiens et aux ballons. Verbieden is ook een kunst, al zou ik zelf de deux roues en de ballons laten passeren. De honden, jamais


woensdag 2 oktober 2013

1 oktober

 
Autowasserij Lavage au Thau 
Bakkerij Cho-pain 
Wegrestaurant le Sept sur Sète 
Electronische sigaretten Cig'Arrête


Ik vind de woordspelingen van de middenstand vermoeiend. Ze doen me verlangen naar een kroeg die nog eens Café du Commerce heet, of een hotelletje Au Relais des Amis.

La conversation française, 4



Ik heb mijn man naar de oogarts gestuurd, zegt de mevrouw van de wijnwinkel. Hij vond van alles niet meer, dus dacht ik dat hij misschien een bril kon gebruiken. Toen ze zijn ogen testten, bleek hij nog goed genoeg te zien. Hij heeft geen bril nodig. 
Voilà bonne nouvelle, zeg ik, die zelf wel een bril gebruik, als hij niet zoek geraakt is, en ook van alles niet vind.

In de wijnwinkel staan manshoge tanks, je koopt er een liter lekkere rosé voor 1,35 euro, je moet wel zelf iets meebrengen om hem in te doen. Een plastic Badoitfles is goed. Verder moet je de wijn snel opdrinken, hij bewaart niet.
Laatst liep ik er binnen en ik zei:  
Bonjour, madame. Avez-vous deux litres de rosé pour moi?
J'en ai cinq cent, zei de mevrouw.

Maar vandaag ging het dus over de ogen van haar man. Hij boft, zei ik. Ik kan al lang niet meer zonder bril. 
Moi non plus, zei de mevrouw van de wijnwinkel, en ze liet haar fors gemontuurde exemplaar zien. 
C'est comme ça, zei ze de schouders ophalend. C'est la maturité.

Dat wil ik graag onthouden, voor thuis, als de kleinkindjes die tegen dan al kleinkinderen zijn, weer eens met hun ogen rollen. 
Opa toch, zullen ze zuchten, maar ik zal antwoorden: Ja,  kindjes. C'est la maturité.