donderdag 28 december 2017

28 december


Mijn wereldbeeld, hoe moet ik het omschrijven? De wereld is niet mooi of lelijk, hij is er, of men wil of niet. 
 
Bij een uitspraak zoals deze, van L.H.Wiener, vraag ik me af: is dat nu heel diep, of gewoon wat uit de nek gekletst? Gisteravond laat, toen ik in bed nog wat in zijn eigenzinnige Verhalen lag te lezen, leek het me best een doorwrochte gedachte. Vandaag, bij daglicht, wist ik het zo zeker niet meer. Nu, het zal met uitspraken wel zijn zoals met de wereld zelf: diep of nep, ze zijn er, of ik nu wil of niet.

zaterdag 23 december 2017

23 december


Ik ben door de band genomen een tevreden mens. Wel kan ik eens mopperen, maar van erg diep komt dat niet. Mijn kijk op de wereld is al bij al opgewekt. Ik stuur rond deze tijd zelfs kaartjes de deur uit, waarin ik de mensen geluk en vrede toewens, al gebiedt de eerlijkheid hieraan toe te voegen, dat ik eerst zelf zo'n kaartje van ze gekregen heb. Heel af en toe ben ik in een andere stemming. Ik baal. Ik loop blazend door het huis. Niks te vrede en geluk. Dan vind ik troost bij het kaartje dat nu al een paar jaren op mijn schrijftafel staat. Ik heb het ooit op de Boekenbeurs gekocht, maar ik durfde het niemand toe te sturen. Het is zwart. In dikke witte letters staat erop: NEW YEAR SAME SHIT. Dat wens ik niemand toe. Wel is het heel af en toe precies wat ik over nieuwjaar denk. De rest van de tijd, gelukkig, ben ik een tevreden mens. 

Klik om te vergroten




s.d.


Een bevoorrechte waarnemer beweerde onlangs dat zij op mijn hoofd verschillende grijze haren kon zien. Niet twee of drie. ‘Heel wat’ is wat ze precies zei. Dat kan niet waar zijn. Ten eerste heb ik, in de spiegel kijkend, zelf nog nooit één grijs haar gezien. Dat de achterkant van mijn hoofd daarbij nooit in beeld komt, doet niets ter zake. Achter op de maan groeien ook geen ananassen. Ten tweede is de waarnemer waar ik over spreek de enige die ooit die vermeende (en geheel denkbeeldige) grijze haren heeft gezien. Dat is wel heel toevallig. Overigens en ten derde is het bekend dat de waarneming van kleuren een hoogst onzekere zaak is. Wat wij met zijn allen groen noemen, zou best wel eens door de een als rood en de ander als blauw gezien kunnen worden. Zo ook met grijs, is wat ik wou zeggen. 

De sine die was in werkelijkheid 18 juni 2009. Om redenen die ik vergeten ben, heb ik het stukje toen niet op de blog gezet. Maar ik kan het wel raden: acht jaar geleden was ik nog een stuk ijdeler dan nu. Niet dat ik het niet meer ben. Grijs ben ik ook nog niet, al kan het gebeuren dat mijn haar er na de zomer wat bleker uit ziet. Dat komt door de zon. Mijn t-shirts hebben dat ook.

zondag 17 december 2017

17 december


Gezien op de televisie gisteren: een oude, opgenomen aflevering (12 november) van Podium Witteman met filmmaker Paul Verhoeven als centrale gast. Wat een geestige, energieke, scherpe man is dat. Op de vraag of hij nog lang in Los Angeles dacht te blijven, antwoordde Verhoeven: Dat zal van T*** afhangen. Hij had het over een heel kritische situatie. En nog: er is in de Verenigde Staten een buitengewoon gevaarlijke stroming. Dan moet je eigenlijk denken: Zing ik dat uit? Of is het een tijd zoals in '34 - '35 om je spullen te pakken richting hier? Dat is dan duidelijk, uit goed geïnformeerde bron. Verder ging het vooral over filmmuziek, natuurlijk, en over Igor Stravinsky.



(met dank aan G.)

woensdag 13 december 2017

De taalhond waakt


Parlement vecht om haar rol te kunnen spelen, zie ik in een kop van De Morgen, boven een stuk over het 'zomerakkoord' van de federale regering. Ik lees een paar alinea's, en dan staat er plots: 'Dit is een betalend artikel van De Morgen.' Fair enough, zoals ze zeggen in Engeland. En eerlijk gezegd, dat zomerakkoord interesseert me niet erg. Ik betaal dus niet voor het artikel. Maar stel, dat ik wel wou weten wat erin stond? Nu, dan betaalde ik nog niet. Omdat ik vind dat ze bij De Morgen eerst moeten leren schrijven, voor ze voor hun geschrijf ook nog geld vragen.

Komaan, Morgen! Het parlement is een het-woord, onzijdig, zeg maar. Het kan dus nooit vrouwelijk zijn, ook al zat het vol vrouwelijke parlementsleden, wat niet geval is. De- woorden kunnen in het Nederlands mannelijk of vrouwelijk zijn, vaak zijn ze beide. In Nederland is de maan hij, bij ons zij. Dat is oké. Laat de maan zijn of haar licht maar schijnen. Ook de regering Michel mag haar licht laten schijnen, want de regering is vrouwelijk, ook al zit ze vol mannen.

Maar als het een klein lichtje is, wat ik een beetje vrees, dan is het zijn schaduw die we zien, want lichtje is een het-woord, en kan dus nooit vrouwelijk zijn. Voor de modale mens is dit een simpele en makkelijk toe te passen regel. De Morgen heeft er wel al jaren lang moeite mee.

We moeten met z'n allen maar ophouden met betalen voor die artikels, tot ze dat met die haar en die zijn eindelijk eens onder de knie hebben.


maandag 11 december 2017

11 december


Gisteren twee brieven geschreven. Ik bedoel: brieven. En: geschreven. Dat viel nog niet mee. Het met de hand aansturen van een pen over een wit vel papier, zodat leesbare woorden zichtbaar worden, is een vaardigheid die door langdurige verwaarlozing grote averij opgelopen heeft. Een brief was in het Nederlands, een in het Engels. Die laatste moest naar Duitsland. Hij was een antwoord op een brief van een goede vriend daar, die het vertikt zich van digitale communicatievormen te bedienen. Hij heeft nog net een ouwe handy, dat is het dan. Hij pent zijn brieven op lijnloos papier, en aangezien hij in een vroeger leven arts was, is zijn handschrift niet dan met grote moeite te ontcijferen. Ook helpt niet dat hij in het Duits schrijft, een taal die ik alleen begrijp op die plekken waar ze toevallig hard op de mijne lijkt. Zo begreep ik direct wat hij bedoelde, toen hij schreef dat Kerstmis schrecklich is. Een mens begrijpt ook sneller wat hij zelf ook vindt. Maar over die brieven: ik heb ze vandaag naar de post gebracht, in de sneeuw, en nu zijn ze onderweg. Virusvrij, niet hackbaar, niet forwardbaar naar ongewenste meelezers, zonder cc of bcc. Nu, van dat virusvrij moet ik wel toegeven, dat er hier een hardnekkige luchtwegeninfectie in huis zit, en ik heb nog die oude gewoonte om mijn enveloppes dicht te likken. We zullen maar hopen dat de ontvangers veelvuldig hun handen wassen. Ik wacht nu in spanning hun antwoord af.

zaterdag 9 december 2017

9 december


Vandaag gelezen en gehoord, voor mijn lijstje slimste uitspraken van het jaar:

Catalaanse vrouw, op de Gentse kerstmarkt: 'Jullie Gentenaars begrijpen ons. Jullie zijn ook door de Spanjaarden onderdrukt.'

Vrouw, komend van de bus voor het Waasland Shopping Center, tegen haar zoontje: 'Hou jij je maar stil, of we stappen subiet weer op de bus naar huis.'

vrijdag 8 december 2017

8 december


Ik zag mezelf graag als een koele minnaar van het consumentisme. Tot ik vandaag eens goed rondkeek in mijn huis. Dit is wat ik er zag (de lijst is niet exhaustief):

1 modem
2 draadloze telefoons
2 houders
2 adapters
2 mobiele telefoons
2 laders
1 gps
1 lader
2 televisies
2 decoders
2 devolo-adapters
2 hoofdtelefoons
1 dvd-speler
1 videocassettespeler
1 tablet
1 lader
1 laptop
1 lader
4 radio's (waarvan 2 draagbare en 1 oldtimer met lampen)
1 versterker
1 cd-speler
1 platendraaier
1 dubbele cassettespeler
2 luidsprekers
9 afstandsbedieningsbakjes
1 audiocassetteconvertor
1 negatievenscanner
1 fototoestel
1 lader


Toen moest ik mijn wensenlijstje opstellen voor de kerstboom.
Op plaats 1: een powerbank met lader.

Zo zie ik mezelf weer wat scherper.

donderdag 7 december 2017

7 december

Het is vijf voor twaalf.

Ik denk het zelf ook, vaker dan ik zou willen, als ik weer eens een krant gelezen heb. Dat het vijf voor twaalf is. Maar dan vergeet ik het weer, en ga voort met mijn leven. Ook lang nadat het twaalf uur geworden is. Gelukkig.

En toch. Vandaag bij Colruyt rondlopend met mijn karretje, kom ik voorbij de aardappelen en het brood, die staan bij Colruyt samen, en plots klinkt het vlak boven me, uit een van de luidsprekers: Het is vijf voor twaalf.

Ik bedoel maar. Mag ik nog even wat losse aardappelen kopen, drie kilo, dan kosten ze minder, voor de wereld vergaat? Of haal ik de kassa niet meer, en zijn mijn patatten voor niets? En al de rest ook? Ik ook?

Goed, ik speel een beetje vals. Uit de luidspreker klonk, in extenso: Aandacht, personeel. Het is vijf voor twaalf.

Colruyt liet aan zijn voetvolk weten, dat er een kassawissel aankwam. Dat doen ze elke dag om vijf voor twaalf. De wereld draait door, ik betaal, neem mijn kar en ga naar huis.

Zolang het duurt, gelukkig.

zaterdag 2 december 2017

2 december


Zo ben ik een schrijver van korte verhalen. Niet een schrijver van Romans. Romans zijn dikke boeken die andere schrijvers schrijven; de meeste slecht of overbodig en vol gezochte vondsten, maar niettemin aangeleverd in een voortdurende stroom van middelmatigheid.

Ik citeer maar even uit De langste adem in De Verhalen van L.H. Wiener, deel II. Omdat mensen nu eenmaal graag citeren wat ze graag horen (en wie ze graag lezen).

Hier is trouwens nog zo'n citaat, van Niccolo Ammaniti in zijn voorwoord bij de verhalenbundel Een delicaat moment:

Vriendelijk zei hij dat hij geen korte verhalen wilde, die verkochten niet, maar als ik een nieuwe roman zou schrijven, zou hij die graag lezen en indien geschikt publiceren.

Dit ging over zijn verhalenbundel Fango, die eerst door de uitgever geweigerd werd, en later toch uitgegeven, samen met, als lijvige toevoeging, iets dat het midden hield tussen een lang verhaal en een roman.

In dat voorwoord legt Ammaniti op de hem eigen boeiende wijze het verschil uit tussen een roman en een kort verhaal, en hoe ze op heel verschillende wijze tot stand komen.

Romans zijn monnikenwerk. Misschien hou ik daarom wel van korte verhalen. Dat is rennen met je ogen dicht. Dat zijn krachtsprinten. Aan een roman bouw je moeizaam overdag, een kort verhaal bloeit 's nachts op en moet direct worden neergeschreven. Als het daglicht komt, moet je stoppen en wachten tot het weer donker is.

Nachtwerk dus. Bij nogal wat schrijvers komt er ook een fles aan te pas. Met Koningswater in het geval van Wiener, al geeft hij toe dat bij hem het schrijven stil valt als het drinken op gang komt.

Waarom vertel ik dit allemaal? Geen idee. Zomaar. Het late uur, wellicht.

vrijdag 1 december 2017

1 december

Mogelijk niet het mooiste, maar veruit het verrassendste woord dat ik dit jaar te zien kreeg: pillensplitter. Anders dan het eruit ziet, is het een heel serieus woord. Ik trof het aan op een doosje, dat ik bij de apotheker had gekocht. De pillensplitter zat in het doosje. Het is zelf ook een klein doosje met een mesje om pillen mee te splitten. Te wàt? Te splitten. Volgens het Algemeen Nederlands Woordenboek betekent splitten: splijten, of splitsen, of uit elkaar gaan. Anders dan je zou vermoeden, betekent pillensplitter dus heel precies wat het zegt. In mijn oren, maar dat zal aan mijn oren liggen, klinkt het eerder als een scheldwoord. Genre haarkliever, muggenzifter, kommaneuker. Ik stel me een pillensplitter als een verzuurde kankeraar voor, een chagrijnige querulant. Er zijn wel meer onschuldige woorden, die bij mijn zo'n tweede betekenis oproepen. Pedaalzak is er een van. Het bestaat niet in de woordenboeken, maar wel natuurlijk op het net, waar alles bestaat. Niet nodig uit te leggen wat ik me bij een pedaalzak voorstel. Maar ook dat zal wel aan mij liggen. Laat ik het maar toegeven: diep in mij schuilt een eersteklas pillensplitter.