Gisteren
twee brieven geschreven. Ik bedoel: brieven. En: geschreven. Dat viel
nog niet mee. Het met de hand aansturen van een pen over een wit vel
papier, zodat leesbare woorden zichtbaar worden, is een vaardigheid
die door langdurige verwaarlozing grote averij opgelopen heeft. Een
brief was in het Nederlands, een in het Engels. Die laatste moest
naar Duitsland. Hij was een antwoord op een brief van een goede
vriend daar, die het vertikt zich van digitale communicatievormen te
bedienen. Hij heeft nog net een ouwe handy, dat is het dan.
Hij pent zijn brieven op lijnloos papier, en aangezien hij in een
vroeger leven arts was, is zijn handschrift niet dan met grote moeite
te ontcijferen. Ook helpt niet dat hij in het Duits schrijft, een
taal die ik alleen begrijp op die plekken waar ze toevallig hard op
de mijne lijkt. Zo begreep ik direct wat hij bedoelde, toen hij
schreef dat Kerstmis schrecklich is. Een mens begrijpt ook
sneller wat hij zelf ook vindt. Maar over die brieven: ik heb ze
vandaag naar de post gebracht, in de sneeuw, en nu zijn ze onderweg.
Virusvrij, niet hackbaar, niet forwardbaar naar ongewenste meelezers,
zonder cc of bcc. Nu, van dat virusvrij moet ik wel toegeven,
dat er hier een hardnekkige luchtwegeninfectie in huis zit, en ik heb
nog die oude gewoonte om mijn enveloppes dicht te likken. We zullen
maar hopen dat de ontvangers veelvuldig hun handen wassen. Ik wacht
nu in spanning hun antwoord af.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten