maandag 11 december 2017

11 december


Gisteren twee brieven geschreven. Ik bedoel: brieven. En: geschreven. Dat viel nog niet mee. Het met de hand aansturen van een pen over een wit vel papier, zodat leesbare woorden zichtbaar worden, is een vaardigheid die door langdurige verwaarlozing grote averij opgelopen heeft. Een brief was in het Nederlands, een in het Engels. Die laatste moest naar Duitsland. Hij was een antwoord op een brief van een goede vriend daar, die het vertikt zich van digitale communicatievormen te bedienen. Hij heeft nog net een ouwe handy, dat is het dan. Hij pent zijn brieven op lijnloos papier, en aangezien hij in een vroeger leven arts was, is zijn handschrift niet dan met grote moeite te ontcijferen. Ook helpt niet dat hij in het Duits schrijft, een taal die ik alleen begrijp op die plekken waar ze toevallig hard op de mijne lijkt. Zo begreep ik direct wat hij bedoelde, toen hij schreef dat Kerstmis schrecklich is. Een mens begrijpt ook sneller wat hij zelf ook vindt. Maar over die brieven: ik heb ze vandaag naar de post gebracht, in de sneeuw, en nu zijn ze onderweg. Virusvrij, niet hackbaar, niet forwardbaar naar ongewenste meelezers, zonder cc of bcc. Nu, van dat virusvrij moet ik wel toegeven, dat er hier een hardnekkige luchtwegeninfectie in huis zit, en ik heb nog die oude gewoonte om mijn enveloppes dicht te likken. We zullen maar hopen dat de ontvangers veelvuldig hun handen wassen. Ik wacht nu in spanning hun antwoord af.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten