vrijdag 1 december 2017

1 december

Mogelijk niet het mooiste, maar veruit het verrassendste woord dat ik dit jaar te zien kreeg: pillensplitter. Anders dan het eruit ziet, is het een heel serieus woord. Ik trof het aan op een doosje, dat ik bij de apotheker had gekocht. De pillensplitter zat in het doosje. Het is zelf ook een klein doosje met een mesje om pillen mee te splitten. Te wàt? Te splitten. Volgens het Algemeen Nederlands Woordenboek betekent splitten: splijten, of splitsen, of uit elkaar gaan. Anders dan je zou vermoeden, betekent pillensplitter dus heel precies wat het zegt. In mijn oren, maar dat zal aan mijn oren liggen, klinkt het eerder als een scheldwoord. Genre haarkliever, muggenzifter, kommaneuker. Ik stel me een pillensplitter als een verzuurde kankeraar voor, een chagrijnige querulant. Er zijn wel meer onschuldige woorden, die bij mijn zo'n tweede betekenis oproepen. Pedaalzak is er een van. Het bestaat niet in de woordenboeken, maar wel natuurlijk op het net, waar alles bestaat. Niet nodig uit te leggen wat ik me bij een pedaalzak voorstel. Maar ook dat zal wel aan mij liggen. Laat ik het maar toegeven: diep in mij schuilt een eersteklas pillensplitter.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten