Mogelijk
niet het mooiste, maar veruit het verrassendste woord dat ik dit jaar
te zien kreeg: pillensplitter. Anders dan het eruit ziet, is
het een heel serieus woord. Ik trof het aan op een doosje, dat ik bij
de apotheker had gekocht. De pillensplitter zat in het doosje.
Het is zelf ook een klein doosje met een mesje om pillen mee te
splitten. Te wàt? Te splitten. Volgens het Algemeen
Nederlands Woordenboek betekent splitten: splijten, of splitsen, of
uit elkaar gaan. Anders dan je zou vermoeden, betekent pillensplitter
dus heel precies wat het zegt. In mijn oren, maar dat zal aan mijn
oren liggen, klinkt het eerder als een scheldwoord. Genre
haarkliever, muggenzifter, kommaneuker. Ik stel me een
pillensplitter als een verzuurde kankeraar voor, een
chagrijnige querulant. Er zijn wel meer onschuldige woorden, die bij
mijn zo'n tweede betekenis oproepen. Pedaalzak is er een van.
Het bestaat niet in de woordenboeken, maar wel natuurlijk op het net,
waar alles bestaat. Niet nodig uit te leggen wat ik me bij een
pedaalzak voorstel. Maar ook dat zal wel aan mij liggen. Laat
ik het maar toegeven: diep in mij schuilt een eersteklas
pillensplitter.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten