Een
bevoorrechte waarnemer beweerde onlangs dat zij op mijn hoofd
verschillende grijze haren kon zien. Niet twee of drie. ‘Heel wat’
is wat ze precies zei. Dat kan niet waar zijn. Ten eerste heb ik, in
de spiegel kijkend, zelf nog nooit één grijs haar gezien. Dat de
achterkant van mijn hoofd daarbij nooit in beeld komt, doet niets ter
zake. Achter op de maan groeien ook geen ananassen. Ten tweede is de
waarnemer waar ik over spreek de enige die ooit die vermeende (en
geheel denkbeeldige) grijze haren heeft gezien. Dat is wel heel
toevallig. Overigens en ten derde is het bekend dat de waarneming van
kleuren een hoogst onzekere zaak is. Wat wij met zijn allen groen
noemen, zou best wel eens door de een als rood en de ander als blauw
gezien kunnen worden. Zo ook met grijs, is wat ik wou zeggen.
De sine die was in werkelijkheid 18 juni 2009. Om redenen die ik vergeten ben, heb ik het stukje toen niet op de blog gezet. Maar ik kan het wel raden: acht jaar geleden was ik nog een stuk ijdeler dan nu. Niet dat ik het niet meer ben. Grijs ben ik ook nog niet, al kan het gebeuren dat mijn haar er na de zomer wat bleker uit ziet. Dat komt door de zon. Mijn t-shirts hebben dat ook.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten