woensdag 24 oktober 2012

24 oktober


Een televisieprogramma opnemen en het later bekijken, is dat geen groot gemak, bijvoorbeeld als de kindjes eindelijk naar bed zijn, of als een uit de hand gelopen meningsverschil met de partner weer is bijgelegd? Wie kan daar nu iets tegen hebben? 

Ik ook niet, zegt Christian Van Thillo van De Persgroep, zolang de uitgestelde kijker de reclamespotjes niet stiekem door kan spoelen. De reclamespotjes doorspoelen? Wie zou dat nu willen doen? 

Wie de spotjes niet wil zien, zegt Van Thillo, moet maar betalen voor die optie. Betalen om geen reclame te zien, wie zou dat nu willen doen? Ik wil zelfs betalen om nog eens een reclamespotje in het Nederlands te horen op de radio. 

donderdag 18 oktober 2012

18 oktober

 

In het departement van de Nièvre rij ik door het plaatsje La Chaume au Cul Rond. Op de autoradio speelt L'été Indien. In Yonne even buiten Auxerre hangt kerstverlichting boven de weg. Rendieren, sterren, dikke baardige mannetjes. Al of nog? Joyeuses Fêtes, lees ik, en ik denk: laat nog maar even. La Petite Vitesse, een cafeetje. Het gehucht La Folie Godot. Op een kruispunt twee pijltjes keurig onder elkaar: Mairie, Eglise. Zo is dat in Frankrijk: alles op zijn plaats, of niet, maar dat is ook goed. 

 

zaterdag 6 oktober 2012

6 oktober

 

Meeuwen vliegen over, tegen de einder varen kleine bootjes. Dichterbij passeert een klas jonge plankzeilers-in-opleiding, op het strandje klotsen rustig de vaguelettes van het meer. Weinig mensen te zien, als er al zijn praten ze zacht of onhoorbaar. 

Wat ik wil zeggen: het is erg stil, en zo mag het wel zijn vandaag. 


vrijdag 28 september 2012

28 september

 

Ik geef het niet graag toe, maar in mijn afwezigheid van thuis kan ik het niet laten af en toe toch eens stiekem te kijken hoe de dingen gaan in mijn stad S. Zeker nu daar, zoals in nog andere steden, binnenkort een nieuw stadsbestuur gekozen moet worden. Dan ga ik naar de website van de vrt-nieuwsdienst, altijd nog een baken van deugdelijke nieuwsgaring. 

'Hondenpoepvuilbakken', lees ik, 'worden in S systematisch geplunderd. Hondenbazen kunnen de hondenpoep dus niet oprapen en in de speciale bakjes gooien. De bevolking klaagt over stank en vuile schoenen.' 
 
Vuile schoenen zijn in mijn stad S inzet van de verkiezingen. Wat doe je daaraan, gemeentebestuur zijnde? Je installeert 'intelligente hondenpoepbakjes met zakjesverdeler en telebewaking. Per minuut kan er maar één zakje uit de verdeler getrokken worden. En de telebegeleiding alarmeert de gemeentediensten als er misbruik is of als de zakjes op zijn.'

Ik kan met een gerust gemoed naar S terugkeren, nu ik weet dat de stad met mijn opcentiemen telebegeleide hondenpoepzakjesverdelers organiseert. Intelligente, maar dat spreekt vanzelf.


zaterdag 22 september 2012

22 september


In het dorp zijn twee bakkers. Een is net voorbij de oude toegangspoort, de tweede geen honderd meter verder. Allebei verkopen ze perfect eerbare baguettes en croissants, chaussons aux pommes en pains aux céréales, complets en paillasses. De een heeft nu een sluitingsdag en de andere dan, de een heeft alleen op de ene dag pain complet, de ander op een andere. Ik hou het niet bij, en laat mijn keuze van bakker van het toeval afhangen.
Tot gisteren. Toen ging ik bij de tweede bakker een brood kopen, en terwijl ze het op de toonbank legde, zei de mevrouw: 'Et voilà, jeune homme!'
Tja, jammer voor de andere bakker. Zijn vrouw had het ook kunnen bedenken. 

dinsdag 11 september 2012

11 september


Een heer en twee dames. Ze zitten in de vooravond klokvast op het strand, vlak voor het terras van de Tambourin. De man en één vrouw hebben iets wits op hun hoofd, de tweede vrouw heeft een wat meer uitgedijde, Beatrixachtige rode hoed op. Met de blauwe stoeltjes waar ze op zitten vormen ze, men mag aannemen geheel te goeder trouw, een prachtige tricolore. En de zee, pardon, de bassin op de achtergrond, de bult van Sète, de langzaam vergrijzende blauwe lucht. 





Elle n'est pas trop froide?, vraagt de serveuse. Mais non, zeg ik, pas du tout. Elle est bonne!
Ze draagt naar dagelijkse gewoonte twee glazen wijn aan. Eng vous remerciang, zegt ze als ze de vier euro's op haar dienblad legt. Zo mag het. Morgen weer. 

vrijdag 7 september 2012

7 september

 

TOUT DOIT DISPARAÎTRE! lees ik in koeien van letters op een reusachtig spandoek en ik denk: Eindelijk! Het zal wel van mei 1968 geleden zijn dat in Frankrijk nog eens zo'n revolutionaire slogan te zien was. L'imagination au pouvoir was het toen, een veel positievere oproep dan hier te zien is, maar goed, dit is de 21e eeuw, de speeltijd is voorbij.

Produceren en verkopen, daar gaat het nu om. Het moet niet goed zijn, het moet véél zijn. Zoals in La Foir'Fouille, de populaire winkelketen die prul en brol in grote hopen voor weinig geld te koop aanbiedt. Zou het toeval zijn dat de boude eis net bij hen tegen de gevel hangt?

Nee. De Foir'Fouille van Frontignan organiseert een liquidation totale, en bij die gelegenheid knijpen ze nog eens winkelbreed dertig procent van de toch al belachelijke prijzen af.

Met mij heeft hun wervende slagzin al vast een aanhanger gewonnen. Tout doit disparaître, een eerbare doelstelling. Laten we inderdaad beginnen met de plastieken bucht die hier ligt opgestapeld, en daarna de Foir'Fouille zelf. 



dinsdag 28 augustus 2012

28 augustus


1.

Het is augustus. Het is Provence. Het is zevenendertig graden in het koelste hoekje dat ik kan vinden. En ik heb een nieuwe broek nodig. Een korte broek. Shorts, tegenwoordig. Een short, zegden we vroeger. Of nog vroeger: een korte broek. Ik loop winkel in winkel uit in Avignon. Er is daar van alles te koop. Maar geen korte broek. Mijn gade moet het me uitleggen. De solden zijn voorbij, zegt ze. Nu zijn het de wintercollecties. Zij heeft gelijk. De broeken die ik zie, zijn berekend op sneeuw en ijzel. Ik moet denken aan een slogan uit mijn jonge jaren: Koopt uw kolen in de zomer! Zo is het nog steeds. De verkopers zullen wel zeggen wat je nodig hebt.


2.
Aan het lezen: Congo, van David Van Reybrouck. Een gebalde turf van 686 pagina's. Wat kun je daar van onthouden? Congo is een les. Verplichte lectuur voor alle Belgen die over hun land lopen te zagen. Deze zin vergeet ik toch niet meer. Het gaat over het jaar 2003, de tweede Congo-oorlog, het bloedig conflict in het oosten tussen de Hema's en de Lendu's, veetelers tegen landbouwers:
'Het etnisch geweld in Ituri was geen atavisme, geen primitieve reflex, maar het logische gevolg van grondschaarste in een oorlogseconomie die de globalisering diende - en in die zin een vooraankondiging van wat een overbevolkte planeet nog te wachten staat. Congo loopt niet achter op de geschiedenis, maar vóór.'
Congo? Vóór? Daar liepen wij toch?

maandag 20 augustus 2012

20 augustus

 

Het is een boom, opa, zeggen de kleintjes.
Nee, zegt opa. Het is een koe.
De boom of de koe staat hoog op een heuvelrug aan de overkant van de rivier. Zijn of haar silhouet steekt haarfijn af tegen de avondlucht. Ze raken er niet uit.


We kunnen wedden, zegt opa.
Wedden? Opa legt het uit.
Waar wedden we voor?
Twee weken afwassen, zeggen de kleintjes.
Dat vindt opa een roekeloze inzet.
Twee keer de tafel dekken, stelt hij voor.
En ook twee keer afruimen, is het tegenbod.
Er wordt gewed. Opa haalt de verrekijker tevoorschijn. Het is een boom.
Niet helpen, oma, vermanen de kleintjes na het ontbijt. Opa moet afruimen.
Maar het is goed bedoeld. Dan moet hij nog maar één keer, zeggen de kleintjes. 




dinsdag 14 augustus 2012

14 augustus, bis

 

Bonne route, zeggen de Fransen. Bonne continuation. Bon courage, zeggen ze. Bonne vaisselle. Bonne fin d'après-midi, zeggen ze. Bonne pêche. Bon voyage. Bon dimanche. Bon séjour. Bonne balade. Bonne baignade. Bon apétit. Bonne pause. 

Een ding is zeker: als er iets niet goed gaat, zal het niet aan hun goede wil gelegen hebben.

14 augustus



In het thuisland is het geneut losgekomen over de belabberde prestaties, in de tactvolle taal van De Standaard: de nauwelijks succesvolle doortocht van de Belgen op de Olympische Spelen. Iedereen mag zijn zegje doen, ik dus ook.

De Nederlanders hebben zeven keer meer medailles dan wij, hoor ik kreunen. Twintig, vooruit, er mag al eens worden afgerond voor het effect. So what? De Nederlanders hebben ook meer windmolens en caravans. Het is ze van harte gegund. Dat ze graag en masse in het oranje gekleed door de straten huppen, het zal hun volksaard wel wezen, ze doen er niemand kwaad mee.

De heer J-M Dedecker, die in het parlement een eerder decoratieve rol vervult, mag ook iets zeggen, wegens zijn verleden in het nationale judo. 'Ik haalde in Atlanta meer medailles met mijn judoka's alleen', zegt hij met typerende bescheidenheid (let op 'ik' en 'mijn'). Nieuw volk aan de top van de sportfederaties en een volwaardige minister van Sport moeten we hebben, dan zullen de medailles in de toekomst vanzelf ons land binnenrollen.

Worden we daar beter van? Nee, zegt Paul De Grauwe in een opiniestuk in De Morgen. Ik kan de lectuur ervan aanbevelen. 'Te veel miserie heeft zijn oorsprong gevonden in nationale trots', zegt de professor, die zich ergert aan de provincialistische verslaggeving in de media: mijn land schoon land.

De Fransen, die het chauvinisme tenslotte hebben uitgevonden, doen daar niet zo moeilijk over.
Le retour des héros bloklettert Le Dauphiné vandaag op de voorpagina. Dat zijn dan de Franse sportmannen en -vrouwen die uit Londen terugkeren.

Het zal wel duidelijk zijn: ik heb niks met medailles. België zou beter gediend zijn met minder putten in het wegdek. Ook zou het helpen als de trappisten van Orval eens wat meer gingen produceren. Hun bier is amper nog te vinden. Wie de Belgen meer chauvinisme en medailles wil aanpraten heeft van hun land niets begrepen. 
 

zondag 12 augustus 2012

12 augustus

 

Les 1

Een verkeerslicht naderend dat groen is, minder je vaart, je gaat trager stappen als je te voet bent. In dat laatste geval kun je gewoon ook stil staan, en doen of je kijkt naar de schoenen in de etalage. De meeste etalages tonen schoenen. Je talmt maar wat tot het rood is, en wacht geduldig weer op het groen. Nu sta je wel vlak voor het licht, het is zaak iets te bedenken dat niet te zeer in het oog loopt. Je veter kan losgeraakt zijn, in de auto kun je door een onhandige bediening van het ontkoppelingspedaal de motor alsnog doen stilvallen. Dat laatste levert, in bepaalde gewesten meer dan in andere, reacties van ergernis op, van luid getoeter tot verbaal geweld. Ga je daar met de nodige koelbloedigheid mee om, dan kun je nog een beurt groen licht laten passeren. Een derde keer is waarschijnlijk niet haalbaar, maar je mag tevreden zijn.

Les 2

In de supermarkt koop je nooit meer dan drie dingen tegelijk, bij de kassa laat je iedereen voorgaan die er meer in zijn handen of zijn karretje heeft. Als het een beetje mee wil vallen, je kunt de beste uren uitzoeken, komen er wel zes of zeven klanten met een boordevolle kar achter je staan, je laat ze allemaal met de glimlach passeren. Als je eindelijk zelf aan de beurt bent, kun je met de vlakke hand op je voorhoofd slaan ten teken dat je nog iets vergeten bent, je vraagt de kassierster je drie dingen even aan de kant te houden, en gaat op zoek naar zes eieren. Eieren, dat is bekend, zijn in supermarkten altijd het moeilijkst te vinden.

Les 3

Mocht je aan de ontbijttafel de keuze worden aangeboden tussen een zacht of hard gekookt, een geroerd of een gebakken eitje, opper dan een omeletje. Wordt het je aangeboden, informeer met een ontwapenende glimlach of je nog van gedacht mag veranderen. Staat men je een tweede keus toe, begin dan een lange uiteenzetting over je neiging tot twijfelen, de moeite die je hebt om knopen door te hakken, een trek die in de familie zit aan vaders- of moederskant. Vraag vervolgens een hard gekookt eitje, en verander dat op de valreep nog naar een spiegelei, of toch maar een roereitje. Je schat maar in hoeveel rek er zit op het geduld en de welwillendheid van je gastheer/-vrouw.

Les 4

In hoge met een lift uitgeruste gebouwen kun je alweer iedereen laten voorgaan, op het laatste moment terugstappend met een verontschuldigende glimlach: niet dat ik er bezwaar tegen maak samen met u naar boven/beneden te reizen, mijnheer/mevrouw, het is maar dat - dan is de deur al wel toe. Tref je eindelijk een lift geheel voor jezelf, dan kun je die op elke verdieping laten stoppen. Je kunt ook tot net voor de doelverdieping stijgen/dalen, en vervolgens op de omlaag/omhoogknop drukken. Je kunt op elk moment de stopknop bedienen. De mogelijkheden zijn eindeloos. Niemand belet je overigens om, na een paar ritjes op en neer, uiteindelijk toch maar voor de trap te kiezen.

Onthaasten is kinderspel.

woensdag 8 augustus 2012

8 augustus


Als ik dat goed gezien heb, bestaat er een sport die 'liggend karabijnschieten' heet. Het is zelfs een Olympische discipline, een landgenoot van ons heeft er een zilveren medaille mee gewonnen in Londen.

Nu heb ik zelf het karabijnschieten meer dan eens beoefend. Toen ik twaalf was en een week ging logeren bij mijn neefje, schoten we met de luchtbuks op oude bloempotten, en toen dat begon te vervelen, speelden we Winnetou en Old Shatterhand. We schoten op elkaar zonder kogeltjes, alleen met de pang van de geperste lucht, en toen dat ook begon te vervelen, deden we er toch maar een loodje in. Ach, het is goed afgelopen.

Later op de kermis mocht ik graag mikken op die smalle witte pijpjes, in de hoop dat ik een opgezet beest bij elkaar kon schieten. Een keer schoot ik vlak in de roos. Toen ging er een flits af en kwam ik vanzelf op de foto, met een aardig meisje naast me dat ik nadien niet veel meer heb gezien, tenzij op die foto, die ik mee kreeg als trofee. Een papieren medaille, zo men wil, in de discipline 'staande schieten op de Sinksenfoor'.

Eeuwige roem, bwa, je leert er mee leven.


maandag 30 juli 2012

30 juli


De stad is gebouwd rond een hoge bult, en bovenop de bult staat een kerk. Een kathedraal. Je moet flink wat trappen op voor je erin komt. Daar vind je de gewone attributen: hoge zuilen, diffuus gekleurd licht door de glasramen, beelden, schilderijen. Bladgoud en houtsnijwerk. Zijbeuken met kapellen. Bij die kapellen staan borden opgesteld met gebeden die je kunt doen voor de heilige die daar huist, voor de problemen waar die over gaat.

Sint Jozef, zo heb ik vandaag geleerd, is voor de werklozen. Bij hem staat een gebed pour les personnes qui cherchent de l'emploi. Dat zal vast sneller gaan dan een procedure via de dienst voor arbeidsbemiddeling. Of het werkt is niet zeker, maar dat geldt ook voor de andere systemen. Je moet er vooral in geloven. En het spaart een hoop in ergernis en papierwerk. 

 

26 juli


La Bête de Gévaudan, eertijds ook bekend als la Bestia, heeft zich nog niet aan mij vertoond. Ik vind dat teleurstellend.

Het Beest houdt me bezig, ik heb er twee boekjes over gekocht, van de vele, waarin experten van velerlei pluimage (er zijn nogal wat curés bij) elkaar om de oren slaan met wilde argumenten om aan te tonen dat het een wolf is, dat het geen wolf is, dat het een mens is, dat het een beer is, een afgerichte hond, een hyena, je noemt het maar.

Anderzijds kan la Bête zich misschien beter niet aan mij vertonen, in acht genomen zijn gewoonte om mensen, akkoord het liefst kinderen en vrouwen, het hoofd af te bijten, hun ingewanden te eten en hun bloed te drinken.

Wel heeft zich aan mij een egeltje vertoond, dat op het heetst van de dag, rond een uur of twee, dwars over het grasveld voor mijn tijdelijke woning trok, hier en daar aan een grasspriet nippend, er kennelijk op rekenend dat geen mens of ander gevaarlijk dier het zou zien.

Het is waar, voor zo'n egeltje en menig ander frêle beest is er geen bloedstollender vijand dan de Mens, la Bestia par excellence. 

Het liefst zou ik nog een eend zijn. Een eend kan lopen, zwemmen en vliegen. Giet je er water op, de eend wordt toch niet nat.