Je
kunt wandelen op kleine veldwegjes, luisteren naar het gefluit van de
vogels. Maar ook: naar Leonard Cohen live en zijn hemelse backing
vocalists.
Het laatste vloekt met het idee van de pastorale wandeling in
gods natuur. Deze
wandelaar met oortjes in zijn oren is overduidelijk een stadsmens.
Hij kan zelfs hier zijn lawijt niet missen. De vogels laten hem koud,
hij hoort ze niet. Evenmin als de zeldzame auto die toch eens aan
komt rijden, achter zijn rug, en geduldig vertraagt in het naïeve
geloof dat hij wel aan de kant zal gaan. Maar nee. Er moet eerst
worden getoeterd. De wandelaar springt verschrikt opzij, en denkt:
daar heb je weer zo'n stadsmens. Hij kan zelfs hier zijn auto niet
missen. Cohen zelf hoort niets meer. Hij zingt wel nog, in mijn
stadse oortjes op deze landelijke weg. There
is a war between the rich and poor, a war
between the man and the woman. There is a war between the ones who
say there is a war and the ones who say there isn't. Het gaat een beetje regenen.
dinsdag 30 juni 2020
donderdag 25 juni 2020
25 juni
Ooit
kreeg ik een dicteerapparaatje cadeau. We hebben het hier over het
pre-smartphonetijdperk. Je sprak in een klein magneetbandrecordertje
met een minicassetje erin. Ik gebruikte het toen vooral om nieuwe
woorden op te slaan die ik hoorde op de BBC
World Service,
waar ik te pas en te onpas naar luisterde.
Later
heb ik ook nog kleine schriftjes cadeau gekregen, of zelf gekocht, om
leuke dingen in te noteren die ik hoorde of las om me heen. Het
schijnt dat echte schrijvers dat ook doen, om hun boeken te
stofferen. Je kunt niet alles onthouden, al zeker niet als je zoals
ik met een geheugen als een lekke emmer geboren bent.
Helaas,
het werkt niet. Het dicteerapparaatje van weleer lag al vroeg aan de
kant, zo ook later de vele schriftjes. Ze zaten in mijn broekzak, of
in mijn jas, of in mijn tas, en als er dan eens iets leuks te noteren
viel, bleek dat ik de foute jas aan had, of het schriftje was in de
auto achtergebleven, of ik had geen pen bij me.
Zoals
vandaag, toen ik rond een uur of drie voor het eerst in maanden weer
eens neerstreek bij Koek
en Ei
en er een koffie kocht voor bij mijn De
Standaard Weekblad. Vroeger
las ik er de Standaard
van het huis, die net achter de deur aan de haak hing, maar dat was
toen je nog dingen van iemand anders aan mocht raken.
Ik
las een stuk over de lockdownervaringen
van Ilja Leonard Pfeijffer in Genua. Hij had van alles
behartigenswaardigs te zeggen, maar een zinnetje sprong eruit. Hij
zei - het maakt niet uit in welk verband: wat
minder stelligheid zou de wereld ten goede komen.
Ik
las dat en greep spontaan naar mijn pen, maar die had ik niet bij me.
Onthouden dan maar, en kijk: het is gelukt.
Lui
die witten
zeggen en andere die blanken
zeggen. Believers
en ontkenners. Stamboom- en recenter gearriveerde Belgen.
Mondmaskerdragers en vrije hoesters. Mannen en vrouwen. Ouwe lieden
en jonge gasten. Stedelingen en plattelanders. Werkvolk en hoog
opgeleiden. Bakfietsers en dieselrijders. Snoezige poesjes en
potentiële hondsdolheiddragers.
De
stammentwisten grijpen om zich heen als bosbranden. Dus ja, wat
minder stelligheid zou de wereld ten goede komen.
vrijdag 19 juni 2020
Het jaar van de ooievaar
z
als in zorg
Ook
als in zorgverstrekker, zorgsector,
zorgbehoevende, zorgverlening, zorgkundige, zorgvraag,
zorgverzekering, zorgbudget, zorginstelling, zorgaanbod,
zorgzwaarte, zorgprofessional, zorgambassadeur, zorginfluencer, zorgbemiddeling,
zorgethiek, zorgaanpak, zorgbeleid, zorgvragende, zorgnet,
zorgpunt, zorgplicht, zorgtaak. Zorgzaam, zorgwekkend, zorgvuldig, zorgelijk,
zorgbarend. Zorgeloos.
donderdag 18 juni 2020
18 juni
Een
beetje rondhangend op het web bots ik daar op deze definitie:
un
objet à l'origine de paille tressée, plus récemment en tissu ou en
matières plastiques, placé le plus souvent devant la porte d'entrée
des logements afin que les personnes y pénétrant puissent y essuyer
leurs chaussures.
Ze komt uit Wikipedia, en betreft het woordje paillasson (deurmat).
En
dan? Het is de fraaie elegantie van de formulering, in contrast met
het banale, laag-bij-de-grondse object. Niet: de voordeur, maar: la
porte d'entrée des logements. Niet:
de bezoekers,
maar:
les
personnes y pénétrant. En
dan, afrondend met een heuse subjonctif:
puissent y essuyer leurs chaussures.
Ik
neem me voor mijn voeten vanaf heden met wat meer respect aan de
deurmat schoon te vegen.
Het jaar van de ooievaar
y
als in you know / you see
Weet
je, je weet wel. Geliefd stopwoord bij rommelige sprekers, die de
draad van hun verhaal kwijt zijn. Als het helemaal de mist in gaat,
plakken zij er gauw you know
tegenaan, in het volle besef dat de toehoorder het ook niet weet. De
samen-drijven-of-verzinken-idee. Als in: 'Ik heb zoiets van, ik weet
het niet, ik denk dan, ja, hoe zal ik het zeggen - you
know.' Het enige goede
antwoord is: I don't, maar
dan bent u ook in het Engels bezig. Zoals de Rups uit Alice
in Wonderland. 'Explain
yourself', zegt de Rups. 'I can't explain myself,
sir,' zegt Alice, 'because I'm not myself, you see.' Waarop de Rups:
'I don't
see'. Of nog: 'What size do you want to be?', vraagt de Rups. 'Oh,
I'm not particular as to size,' antwoordt Alice, 'only one doesn't
like changing so often, you know.' 'I don't
know', zegt de Rups.
dinsdag 16 juni 2020
Het jaar van de ooievaar
x als
in x
Onderaan
een boodschap, aangevend dat de schrijver anoniem wil blijven. 'Ik
schrijf hier wel iets, maar niemand hoeft te weten dat ik het ben,'
is ongeveer de redenering. De lezer ervaart de mededeling naar eigen
inzicht als mysterieus, bedreigend of waardeloos. 'Op anonieme
inzendingen wordt niet gereageerd' is een vaak gehoorde afwijzing.
Een heel andere x, ook
te vinden als ondertekening van een boodschap, betekent: 'Ik wil dit
document wel ondertekenen, maar schrijven lukt me niet zo best.'
zondag 14 juni 2020
14 juni
Vandaag
toch maar eens de ronde van mijn huis gedaan, om te zien of er
nergens foute beelden staan. Bovenop de kast in de woonkamer staan
twee Thaise jonge vrouwen - 'meisjes' zei ik bijna denigrerend. Vrolijk gekleurde Sawadee
beeldjes, de handen tegen elkaar voor de borst bij wijze van
begroeting. Thailand
wist als enige land in Zuidoost-Azië kolonisatie te voorkomen, zegt
Wikipedia.
Dat
zit dan goed.
Op een vensterbank heb ik een klein houten beeldje van een houthakker met bijl en hoed en pijp. Je kunt zijn holle bovenlichaam oplichten, dan zie je op het onderlichaam een metalen plaatje. Voor het wierookkegeltje. Als het huis al eens te nadrukkelijk naar frietvet geurt, rookt mijn houthakkertje de lucht weer schoon. Mooi toch? Ik heb het ooit cadeau gekregen van een oud-leerling van mij, zijn vader had het meegebracht uit Duitsland. Duitsland? Oost-Duitsland eigenlijk nog in die dagen. Toch maar wat achter het gordijn wegsteken misschien, dat beeldje.
Veel meer beelden tref je bij mij thuis niet aan, of je zou de zolder moeten betreden. Daar staan, achter in een hoek, een Maria- en een Onze-Lieve-Heerbeeld. Ze prijkten ooit prominent op mijn piano, maar daar heb ik ze op een mooie dag weggehaald. Er staan nu glazen bollen vol zeeschelpen op mijn piano, dat is minder geladen als statement.
Overigens troont er in mijn stad S nog altijd een verguld Onze-Lieve-Vrouwbeeld van zes meter hoog bovenop de naar haar genoemde kerk. Maria Vergult heet ze in de volksmond, op een affectieve wijze die je ook blasfemisch zou kunnen noemen. Zolang ze daar pal in het centrum van de stad staat te blinken, zal mijn eigen sober beschilderde Maria wel in orde zijn.
Des te meer omdat mijn stad S het beeld volgend jaar met een nieuw laagje goud wil bedekken. Je haalt toch geen honderd vijftien duizend euro uit de stadskas voor een beeld dat daarna tegen de grond gaat?
Als Maria oké is, zal haar zoon dat ook wel zijn. Van veel onverdraagzaamheid kun je Jezus niet verdenken. Zijn volgelingen, dat is wat anders, maar van hen heb ik geen beelden in huis, nooit gehad, zelfs niet op zolder.
Op een vensterbank heb ik een klein houten beeldje van een houthakker met bijl en hoed en pijp. Je kunt zijn holle bovenlichaam oplichten, dan zie je op het onderlichaam een metalen plaatje. Voor het wierookkegeltje. Als het huis al eens te nadrukkelijk naar frietvet geurt, rookt mijn houthakkertje de lucht weer schoon. Mooi toch? Ik heb het ooit cadeau gekregen van een oud-leerling van mij, zijn vader had het meegebracht uit Duitsland. Duitsland? Oost-Duitsland eigenlijk nog in die dagen. Toch maar wat achter het gordijn wegsteken misschien, dat beeldje.
Veel meer beelden tref je bij mij thuis niet aan, of je zou de zolder moeten betreden. Daar staan, achter in een hoek, een Maria- en een Onze-Lieve-Heerbeeld. Ze prijkten ooit prominent op mijn piano, maar daar heb ik ze op een mooie dag weggehaald. Er staan nu glazen bollen vol zeeschelpen op mijn piano, dat is minder geladen als statement.
Overigens troont er in mijn stad S nog altijd een verguld Onze-Lieve-Vrouwbeeld van zes meter hoog bovenop de naar haar genoemde kerk. Maria Vergult heet ze in de volksmond, op een affectieve wijze die je ook blasfemisch zou kunnen noemen. Zolang ze daar pal in het centrum van de stad staat te blinken, zal mijn eigen sober beschilderde Maria wel in orde zijn.
Des te meer omdat mijn stad S het beeld volgend jaar met een nieuw laagje goud wil bedekken. Je haalt toch geen honderd vijftien duizend euro uit de stadskas voor een beeld dat daarna tegen de grond gaat?
Als Maria oké is, zal haar zoon dat ook wel zijn. Van veel onverdraagzaamheid kun je Jezus niet verdenken. Zijn volgelingen, dat is wat anders, maar van hen heb ik geen beelden in huis, nooit gehad, zelfs niet op zolder.
woensdag 10 juni 2020
Het jaar van de ooievaar
w als in wereldwijd web
Een term uit de begindagen van de cybertijd, toen computers nog bestonden uit apparatuur en programmatuur. In het onschuldige offline tijdperk dat aan het web voorafging, duwde u een zachte schijf in de gleuf en ging aan de slag met uw tekstverwerker. Zo'n veredelde, geüpgradede schrijfmachine verbruikte wel elektriciteit, maar maakte minder lawaai dan de oude Remington. Het geschrevene kon u met de matrixprinter ook uitdraaien op kettingpapier. Na afloop moest u er wel nog de zijrandjes van wegscheuren.
dinsdag 9 juni 2020
9 juni
Ik
heb twee boeken teruggebracht naar de bibliotheek. Dat had ik ergens
in maart moeten doen, maar toen kreeg ik uitstel, door
omstandigheden, en nog eens uitstel, en weer uitstel, en nu zijn ze
dus weer binnen. Voor ik ze in de gleuf dropte, haalde ik er nog een
bladwijzer uit. Het was een brief aan mij gericht op 13 maart, met
als aanspreking: Beste
65-plusser.
De brief zei onder meer dat ik binnen moest blijven, en niemand zien,
en vaak mijn handen wassen. Cafés
en restaurants blijven dicht tot vrijdag 3 april,
stond er ook nog. Daar kan ik nu eens om lachen. Maar echt lachen is
het niet. Het is me, als ik eerlijk ben, een beetje vergaan, het echt
lachen. Samen met de goesting om naar Koek
en Ei
te gaan voor een koffie en de krant. Een koffie zou nog kunnen, zelfs
met een mondkapje. Maar de krant: liever niet. Wat daar allemaal in
zou kunnen staan, over de komende weken en maanden, ik zie het liever
niet. Misschien kom ik in december per ongeluk de krant van vandaag
tegen, onderin de aardappelenbak, tegen het stof. Zwembaden
blijven dicht tot 1 juli, zou
er in die krant kunnen staan.
Of
ik daarom zal kunnen lachen, in december, ik weet het niet. Of ik
tegen dan ook weer écht kan lachen? Ik hoop het wel.
donderdag 4 juni 2020
Het jaar van de ooievaar
v
als in verluiden
Verteld
worden. Vrijwel uitsluitend in de woordgroep naar
verluidt, zoals verteld
wordt. Favoriet vijgenblad van journalisten, opiniemakers,
commentatoren en andere analisten, waarmee ze ongestraft uit de nek
kunnen kletsen. Immers: ik
zeg dat niet, het wordt gezegd.
Door wie dan? Tja, dat weet ik niet. Of ik zeg het niet. Of: ik weet
het niet, maar dat zeg ik niet. Zeg bijvoorbeeld: 'Naar
verluidt is er weer een
wolf waargenomen in Limburg.' Is er weer een wolf in Limburg? Is het
een nieuwe wolf, of was hij al eerder waargenomen? Is hij wel
waargenomen, of wordt alleen verteld dat hij er is? Allemaal
mogelijk, maar voor hetzelfde geld hebt u de wolf gewoon uit uw duim
gezogen. (zie ook fake).
maandag 1 juni 2020
1 juni
Je
kunt puzzels leggen. De beste zijn die met veel zee en blauwe lucht.
Die duren het langst om te leggen. Het gaat er niet om, wanneer de
puzzel klaar is. Het gaat erom, dat hij zo lang mogelijk duurt. Dus:
heel veel stukjes, veel zee en blauwe lucht. Geen foto gebruiken als
model, dat spreekt vanzelf. Zelf puzzel ik niet. Ik lees de krant. En
ik verzamel de onzin die daarin te lezen valt. Zoals: U kan gaan winkelen met een vorm van noodzakelijkheid. Dat
bedoel ik. Het
zich niet bewegend verplaatsen in parken.
In De Standaard Magazine, dit weekend voor het eerst op XL-formaat, staat een rubriekje Getest, en dat gaat over IPA-bier, van Indian Pale Ale. Naar het schijnt ooit door Britse kolonisten gebrouwen om mee te nemen naar India. Het moest zes maanden onderweg goed blijven. Ze beoordelen vier bieren. Het eerste heet Delta Ipa en is Belgisch. Het biertje, lees ik, heeft een hoge drinkbaarheid. Kijk dat bedoel ik.
Het
zal geen toeval zijn, dat ik dit brokje onzin in dit magazine vond.
Het is een lijfstijl-magazine,
al wil het dat over zichzelf liever niet horen zeggen. Ik noem het
het
saccocheboekske.
Toegegeven,
er staan vandeweek geen saccoches
in. Wel appartementsgebouwen in Cadzand met
exlusieve doorzonappartementen met superieure living-outdoor
terrassen. Dat
bedoel ik.
Ik
heb ook over chai
latte
gelezen. Thee met melk is dat, en suiker en een paar kruiden. Daar
gaat het niet om, hoe het smaakt, het gaat om de naam. Wie drinkt nu
thee
met melk?
Een
ander rubriekje vraagt:
Wat drink je bij garnalen? Water,
was
mijn antwoord. Ik drink bij alles water of koffie. Fout! Schuimwijn,
sherry of
sake.
Ik mag ook weten welke, en waar die te koop is, en voor hoeveel. Want
zo is dat in die boekjes: het is reclame.
Zo'n
lijfstijlboekje is als een puzzel, er zit meer onzin in dan je op een
dag bij elkaar kunt leggen.
Abonneren op:
Posts (Atom)