Je
kunt wandelen op kleine veldwegjes, luisteren naar het gefluit van de
vogels. Maar ook: naar Leonard Cohen live en zijn hemelse backing
vocalists.
Het laatste vloekt met het idee van de pastorale wandeling in
gods natuur. Deze
wandelaar met oortjes in zijn oren is overduidelijk een stadsmens.
Hij kan zelfs hier zijn lawijt niet missen. De vogels laten hem koud,
hij hoort ze niet. Evenmin als de zeldzame auto die toch eens aan
komt rijden, achter zijn rug, en geduldig vertraagt in het naïeve
geloof dat hij wel aan de kant zal gaan. Maar nee. Er moet eerst
worden getoeterd. De wandelaar springt verschrikt opzij, en denkt:
daar heb je weer zo'n stadsmens. Hij kan zelfs hier zijn auto niet
missen. Cohen zelf hoort niets meer. Hij zingt wel nog, in mijn
stadse oortjes op deze landelijke weg. There
is a war between the rich and poor, a war
between the man and the woman. There is a war between the ones who
say there is a war and the ones who say there isn't. Het gaat een beetje regenen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten