Vandaag
toch maar eens de ronde van mijn huis gedaan, om te zien of er
nergens foute beelden staan. Bovenop de kast in de woonkamer staan
twee Thaise jonge vrouwen - 'meisjes' zei ik bijna denigrerend. Vrolijk gekleurde Sawadee
beeldjes, de handen tegen elkaar voor de borst bij wijze van
begroeting. Thailand
wist als enige land in Zuidoost-Azië kolonisatie te voorkomen, zegt
Wikipedia.
Dat
zit dan goed.
Op een vensterbank heb ik een klein houten beeldje van een houthakker met bijl en hoed en pijp. Je kunt zijn holle bovenlichaam oplichten, dan zie je op het onderlichaam een metalen plaatje. Voor het wierookkegeltje. Als het huis al eens te nadrukkelijk naar frietvet geurt, rookt mijn houthakkertje de lucht weer schoon. Mooi toch? Ik heb het ooit cadeau gekregen van een oud-leerling van mij, zijn vader had het meegebracht uit Duitsland. Duitsland? Oost-Duitsland eigenlijk nog in die dagen. Toch maar wat achter het gordijn wegsteken misschien, dat beeldje.
Veel meer beelden tref je bij mij thuis niet aan, of je zou de zolder moeten betreden. Daar staan, achter in een hoek, een Maria- en een Onze-Lieve-Heerbeeld. Ze prijkten ooit prominent op mijn piano, maar daar heb ik ze op een mooie dag weggehaald. Er staan nu glazen bollen vol zeeschelpen op mijn piano, dat is minder geladen als statement.
Overigens troont er in mijn stad S nog altijd een verguld Onze-Lieve-Vrouwbeeld van zes meter hoog bovenop de naar haar genoemde kerk. Maria Vergult heet ze in de volksmond, op een affectieve wijze die je ook blasfemisch zou kunnen noemen. Zolang ze daar pal in het centrum van de stad staat te blinken, zal mijn eigen sober beschilderde Maria wel in orde zijn.
Des te meer omdat mijn stad S het beeld volgend jaar met een nieuw laagje goud wil bedekken. Je haalt toch geen honderd vijftien duizend euro uit de stadskas voor een beeld dat daarna tegen de grond gaat?
Als Maria oké is, zal haar zoon dat ook wel zijn. Van veel onverdraagzaamheid kun je Jezus niet verdenken. Zijn volgelingen, dat is wat anders, maar van hen heb ik geen beelden in huis, nooit gehad, zelfs niet op zolder.
Op een vensterbank heb ik een klein houten beeldje van een houthakker met bijl en hoed en pijp. Je kunt zijn holle bovenlichaam oplichten, dan zie je op het onderlichaam een metalen plaatje. Voor het wierookkegeltje. Als het huis al eens te nadrukkelijk naar frietvet geurt, rookt mijn houthakkertje de lucht weer schoon. Mooi toch? Ik heb het ooit cadeau gekregen van een oud-leerling van mij, zijn vader had het meegebracht uit Duitsland. Duitsland? Oost-Duitsland eigenlijk nog in die dagen. Toch maar wat achter het gordijn wegsteken misschien, dat beeldje.
Veel meer beelden tref je bij mij thuis niet aan, of je zou de zolder moeten betreden. Daar staan, achter in een hoek, een Maria- en een Onze-Lieve-Heerbeeld. Ze prijkten ooit prominent op mijn piano, maar daar heb ik ze op een mooie dag weggehaald. Er staan nu glazen bollen vol zeeschelpen op mijn piano, dat is minder geladen als statement.
Overigens troont er in mijn stad S nog altijd een verguld Onze-Lieve-Vrouwbeeld van zes meter hoog bovenop de naar haar genoemde kerk. Maria Vergult heet ze in de volksmond, op een affectieve wijze die je ook blasfemisch zou kunnen noemen. Zolang ze daar pal in het centrum van de stad staat te blinken, zal mijn eigen sober beschilderde Maria wel in orde zijn.
Des te meer omdat mijn stad S het beeld volgend jaar met een nieuw laagje goud wil bedekken. Je haalt toch geen honderd vijftien duizend euro uit de stadskas voor een beeld dat daarna tegen de grond gaat?
Als Maria oké is, zal haar zoon dat ook wel zijn. Van veel onverdraagzaamheid kun je Jezus niet verdenken. Zijn volgelingen, dat is wat anders, maar van hen heb ik geen beelden in huis, nooit gehad, zelfs niet op zolder.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten