dinsdag 29 december 2020

29 december

Bij dag op de zeedijk, in de schaduw van de betonbaronnen Atlantikwall, voorbij wafel- en ijskramen, karretjes- verhuurders. Op het strand, parallel met de vloedlijn, op variƫrende afstand ervan. Door het mulle zand waar 's zomers de strandhutjes staan. Dichter bij de zee, waar het zand nat is en zacht als mousse au chocolat, de voeten zakken weg. Nog dichter bij zee, het zand bubbelt, een echo van de vloed. Er liggen plassen, laarzen komen van pas. Nog verder zeewaarts, de voeten in de uitlopers van de branding, op tijd uitwijkend, of net te laat, voor een gretige golf.

's Avonds laat, het is al lang donker. De zee is ver, het strand leeg zo ver het oog reikt. Het blinkt in de lichtjes van de dijk. Vertrekken van de voordeur, de zeedijk oversteken, het trapje af naar het strand, pal noordwaarts in de richting waar de branding ruist. Doorlopen. Het geruis neemt toe, il rumore del mare. Daar zijn plots de witte strepen, de golven, de zee. Doorlopen tot het water over de laarzen spoelt. Zingen mag ook, roepen, heel hard lachen. Er is niemand die het hoort.


2 opmerkingen: