maandag 6 april 2015

6 april


Toen ik klein was, nam mijn vader ons mee om te kijken naar de Ronde van Vlaanderen. We gingen ergens staan waar je ze van ver kon zien komen, in mijn herinnering was dat de Gitsberg, maar herinneringen zijn maar dat, en met elk bijkomend jaar nog een stukje meer, of minder.

Misschien was het wel de Kruiskalseide bij Lichtervelde. Dat laatste zeg ik alleen, omdat ik die naam nog wel eens wou horen: de Kruiskalseide.

Veel later had ik zelf twee zonen, en ik nam ze mee om te kijken naar de Ronde van Vlaanderen. Ik woonde inmiddels in S, een stad met een groot marktplein waar in die dagen de Ronde nog van start ging. We liepen langs de ploegen en vergaapten ons aan de glimmende fietsen en aan de kuiten van de berijders, die ook glommen, en na de start scheurden we over de binnenwegjes naar ergens een plek in het Waasland, misschien wel Klein Sinaai, waar we ze nog eens voorbij zagen rijden. Op 't gemak, de koers was net begonnen.

Nog later zat ik op die zondagen voor mijn televietoestel, een keer hoorde ik op de autoradio hoe Van Petegem won voor Vandenbroucke en Museeuw, denk ik. In mijn herinnering was ik toen ergens tussen Cassel en Saint-Omer.

De laatste jaren kijk ik niet meer, en gisteren vroeg ik me af: hoe kwam dat ook weer, eigenlijk?



zondag 29 maart 2015

28 maart, voor B.



Ik was misschien een jaar of tien of twaalf, mijn neefje ook. We speelden samen schaak of Arendsoog of mikado en lazen alles over de koers en het voetballen, en dan waren wij rechtstreeks verslaggever op de radio, en plagieerden schaamteloos Het Volkske. De bal was het leer, het doel de kooi. Keepers ranselden het leer weg, of moesten toezien hoe een grondscherend schot tegen het doelhout spatte dan wel de netten deed trillen. Ach, Expo '58, de prille jaren zestig, Stijn Streuvels leefde nog.

Vandaag bots ik in De Standaard, ik mag wel zeggen per ongeluk, op een verslag over de voetbalwedstrijd België-Cyprus die pas is gespeeld (5-0) .
'Na 34 minuten schilderde diezelfde Hazard de bal op het hoofd van Benteke, die het leer onhoudbaar tegen de netten buffelde.'

Heb ik dat goed gezien? Toch wel. Maar van dat buffelen, dat moet iets nieuws zijn.
Mijn neefje zou dat weten, maar ik kan het hem niet meer vragen.

donderdag 26 maart 2015

26 maart

'Een van de modewoorden van het moment is decluttering', schrijft Cathérine Ongenae op haar blog. Het stukje heet Geen leven zonder serendipiteit. Ik hou daar wel van, stukjes waar je na het lezen meteen van vergeten bent waar het over ging, maar je hebt wel een nieuw woordje of twee bijgeleerd. 

Clutter ken ik uit mijn vorige leven, toen ik om den brode veel met het Engels bezig was. Het is alles wat in de weg ligt of staat, rommel, troep. Het is ook een werkwoord in het Engels: to clutter, of clutter up, wil zeggen met rommel vullen. Je kunt het ook met je eigen hoofd doen: er allerlei nutteloze prietpraat in opslaan. Als het te vol geworden is, wordt het tijd voor enig declutteren: de troep gaat eruit.

Cathérine Ongenae vindt, dat je niet te veel dingen weg moet gooien. Niet dat ik alles bewaar, had ze dan kunnen schrijven, maar ze schrijft: 'Ik ben geen hoarder'. Daar gaan we weer: to hoard betekent opslaan, hamsteren. Wie dat doet, is een hoarder, zoals mijn tante in mijn Cambridge International Dictionary of English: 'My aunt's a terrible hoarder – she never throws anything away.'

Anders dan Cathérine Ongenae ben ik niet zo mee met de modewoorden van het moment. Zou serendipiteit er ook een zijn? Het komt van het Engels, wat dacht je, en verwijst naar De drie prinsen van Serendip, een Perzisch sprookje. Serendip is een oude Perzische naam voor Sri Lanka.

De drie prinsen munten uit in het vinden van dingen waar zij niet naar op zoek waren, zoals een kameel die mank is en blind in een oog, een kies mist, en op zijn rug een zwangere vrouw draagt, en verder honing aan de ene en boter aan de andere kant.

Het sprookje, dat via Italië uit Perzië is gekomen, trok in 1754 de aandacht van de kunsthistoricus graaf Horace Walpole. Hij smeedde er het woordje serendipity uit, dat tegenwoordig wil zeggen: de kunst, of het stom geluk, om iets beters te vinden dan waar je eigenlijk naar op zoek was. Voorwaarde is wel, dat je genoeg spullen laat rondslingeren, zodat ze je op een dag kunnen verrassen.

Wie wil dat nu allemaal wéten? Mogelijk niemand. Het is alleen maar meer clutter.

dinsdag 17 maart 2015

17 maart


'Datum van de feiten: 8 maart 2015 om 09.12 uur.'
'De feiten zijn gefotografeerd. De foto kan, op vraag van uw ambt, aangewend worden voor alle nuttige doeleinden.' 

Men heeft mij op heterdaad betrapt met 'een automatisch werkend toestel'. Geen sprake van dat ik de gang van zaken betwist: de betrapper 'werd specifiek gevormd voor de hantering van het gebruikte apparaat.' 

Zo moet ik dan maar verder met mijn leven, wetend dat de foto van de feiten bestaat, en zelfs voor alle nuttige doeleinden kan worden aangewend, op vraag van mijn ambt.

Een lichtpuntje: ik kan mijn strafrechtelijke vervolging afkopen, zoals in de betere criminele kringen gebruikelijk is. Als ik genoeg betaal, zal mijn dossier niet worden 'toegezonden aan het Parket van de Procureur des Konings'.

Op 8 maart verjaart mijn gade. Dan ga ik gauw broodjes halen bij de bakker, opdat de dag in de best mogelijke omstandigheden kan beginnen. Dat mag, krachtens Artikel 11.1 alinea 1 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975. Maar niet te gauw.

maandag 16 maart 2015

16 maart


Sinds ik in Zeno de recensies lees door J. De Witte ('Wat zijn ze goed, die nieuwe Vlaamse schrijvers. Prijzen dat ze winnen!') , prijs ik me gelukkig dat ik nooit een boek gepubliceerd heb. Zo ik het ooit gebrobeerd zou hebben, prijs ik me gelukkig dat het niet gelukt is. Mocht ik het ooit toch proberen, en het zou nog lukken ook, dan kan ik alleen hopen dat J. De Witte tegen die tijd geen recensies meer schrijft.

zondag 15 maart 2015

DE TAALHOND WAAKT



Daarbij komt dat zo’n bezoeken, zeker als hij al meer dan een week in Zwitserland zou zijn, onmogelijk geheim gehouden kan worden.

Deze zin, over de afwezigheid in het openbaar van Vladimir Poetin, staat in een stuk van Jan Balliauw op deredactie.be. Men moet vrezen dat Jan te lang van huis geweest is. Ik adviseer dat de VRT hem een tijd terugroept, en hem een korte maar krachtige Opfriscursus Nederlands voor Ruslandkenners oplegt.

15 maart


Ik hou niet op de Britten te bewonderen om hun talent om altijd weer goede en korte woorden voor dingen te bedenken. Sat nav. Speed bump. Bin bag. Fag break. En nu de poo bus, die je in Nederland de poepbus zou noemen, in België - tja. 
 
De poo bus gaat rijden vanaf 25 maart in de havenstad Bristol. Hij zal er tot 40 zittende reizigers vervoeren over een traject van 24 kilometer, op biogas, gewonnen uit het menselijk afval van meer dan 32.000 gezinnen.

Vele grapjes zijn daarover te bedenken, maar de poo bus zelf is daar allerminst beducht voor. Integendeel, hij draagt zijn naam met gepaste trots, preutsige watjes zet hij met verve te kakken. 

Klik om te vergroten
 

donderdag 12 maart 2015

12 maart


In mijn droom was Sigfried Bracke op weg naar Damascus van zijn paard gebliksemd, en toen had hij zich bekeerd tot de Flaminganten, in wier rangen hij snel opklom tot senator en voorzitter van het Belgisch parlement, waar hij een stoel kreeg hoog op een schavotje waar iedereen hem goed kon zien, zoals hij dat graag heeft.

Op dat punt begon mijn goededromenfee, die waakt over mijn nacht- en mijn gemoedsrust, al ongemakkelijk op mijn hoofdkussen te wrikkelen, omdat ze wist dat er nog erger kwam. Moest ze mij niet wekken met een tikje van haar staf, en mij behoeden voor wat er nu te gebeuren stond?

Toch maar niet, besloot ze, en zo droomde ik verder dat deze Bracke zich, nu te voet, naar het Vlaams Nationaal Zangfeest begaf in Antwerpen, en daar liedjes meezong als Tineke van Heule en De Machtigste Koning van Storm en van Wind (Ja wij zijn de Heersers der Aarde).

Ik schrok wakker op gebrul toen Bracke zich helemaal liet gaan in Als de leeuw verheft zijn gebrul des nachts, dan verschrikt hij de dieren ermee. Ook nadat ik naar beneden was gegaan om een glas water te halen, en daar een hele poos aan de keukentafel had gezeten om te bekomen, bleef het beeld van de zingende Bracke mij akelig scherp voor ogen staan.

Ik hoop maar niet, dat zo'n enge droom mij nog eens overkomt. 



 

donderdag 26 februari 2015

26 februari


Vandaag aan de ontbijttafel naar buiten kijkend, zag ik achter mijn kippenren, waar de tuin van mijn buur begint, een eekhoorn (sciurus vulgaris) een boomtak oprennen, en wat later een andere tak weer afrennen, zoals eekhoorns doen.

Nu waren de eekhoorns bij mijn buur, die zich in de regel veelvuldig lieten zien, al meer dan een jaar verdwenen. Dat maakte mij diep treurig, en van de weeromstuit, toen ik er vanochtend weer een zag, was ik bovenmate verblijd.

Zoals ook vorige week, toen na een lange afwezigheid de bonte specht (dendrocopos major) weer in mijn appelaar opdook, er zich te goed doende aan een mezenbolletje dat ik daar affectievol, zij het niet voor hem, had opgehangen.

Ik heb dat niet graag, dat grotere vogels aan mijn mezenbolletjes zitten, zeker niet de zwarte krasbeesten die ik zo noem omdat ik niet weet of het nu kraaien of roeken of kauwen zijn. En omdat ze krassen, ook al behoren ze tot de orde van de zangvogels of passeriformes.

De bonte specht mag het wel, hij is ook veel disreter en vreet zo'n bolletje niet in een keer op, zoals de brutale corvidae dat wel doen. De eksters, de merels, de vlaamse gaai, de groene specht, de vinken en de mezen en het roodborstje, wat maken ze me vrolijk de laatste dagen.

Wat mijn kippen betreft (gallus gallus domesticus), zij droegen op hun heel eigen wijze bij aan mijn opstoot van welbehagen, door na een wekenlange stop het leggen met vernieuwde ijver te hervatten. Dit gebeurde al een dag of vijf geleden, zodat mijn gade en ik vandaag bij het ontbijt elk twee eitjes gebruikt hebben, om een dreigende eierenberg af te wenden. En omdat niets opwekkender is, dan de dag aan te vatten met een spiegelei, al kijkend naar de eekhoorns bij de buur.

maandag 16 februari 2015

16 februari


Mijn krant zegt dat hij een copycat was. En dan dat hij een lone wolf was. En dat lone wolves moeilijk te vatten zijn, omdat ze onder de radar opereren en soms in the middle of nowhere wonen, zoals Verviers, zegt mijn krant, voor wie Wallonië nowhere is, en Verviers in the middle. Ja zo'n journalist heeft ook niet veel tijd, de deadline wenkt, en dan flap je er maar wat uit, ook al is het in De Standaard, en heet je Guy Tegenbos.

Nu ja, ook niet mijn krant. Hij lag in De Kantine, waar ik een koffie dronk en er een beetje in zat te lezen. En toen kwam de ober en zei: 'Kan ik u nog iets serveren, meneer?', wat code was voor: 'U zit hier al te lang met maar één drankje', en dan ben ik maar opgestapt. Volgens de slaaptest van de ziekenbond drink ik zo al te veel koffie.

zaterdag 14 februari 2015

14 februari


Ik had ze al wel gezien, mensen die van zichzelf een foto maken met zo'n plat telefoontje, maar omdat hun arm te kort is, hebben ze het op een stok gezet, en die steken ze dan voor zich uit. Het geeft niet dat ik er zo nog stommer uitzie, is de redenering, als ik maar in beeld kom, mijn eigen beeld van mij, dat ik later kan sharen op Facebook.
Inmiddels weet ik dat hij ook een naam heeft, de stok: het is een selfiestick, een must-have hebbeding voor al wie een beetje into it is.

De selfiestick, zo heb ik bedacht, is van dezelfde orde als een ander even surrealistisch attribuut: een lang plastic lepelachtig object waar een balletje in past dat je dan weg kunt slingeren. Er is ook een hond nodig, om het balletje terug te brengen. Te apporteren, in hondentaal. Ook dat heb ik al gezien, vaak genoeg om mij niet langer af te vragen: kunnen ze dat balletje niet gewoon gooien?
Zou het ook een naam hebben? Natuurlijk, het heet een balkatapult, een woord dat men best alleen in zeer nuchtere toestand in de mond neemt, maar beter nog helemaal niet.

Ik vraag me nu af: een selfie maken van mezelf, met de selfiestick, terwijl ik een balletje gooi, met de balkatapult, zou dat lukken? En dan op Facebook?

vrijdag 6 februari 2015

6 februari


'Als ze merken dat ze de rekeningen niet langer kunnen betalen, zullen ze harder hun best doen.'
'Ze' zijn de werklozen. Zulk parler vrai hoor je wel vaker aan de cafétoog, waar voor nuance geen goesting is. Alleen vielen de woorden afgelopen woensdag in de Kamer, uit de mond van een kamerlid dat we hier niet zullen noemen, je moet de mensen al eens tegen zichzelf beschermen.

donderdag 29 januari 2015

29 januari


Op dagen als vandaag, die de Engelsen ongebeurtenisvol noemen, durf ik wel eens de bus te nemen naar het stadscentrum. Die bus stopt zo goed als voor mijn deur, om het half uur, en als ik opstap zo midden de middag is hij zo goed als leeg. Ik stap af bij het station, slenter even de winkelstraat op en neer, loop binnen in café De Casino, waar met een beetje geluk de goede kranten niet bezet zijn. Ik drink een koffie, lees wat over de Grieken, over Michelle Obama en iets in België dat het overheidsbeslag heet. Als ik weer bij het station ben, zijn de scholen uit. Mijn bus is nu tweemaal zo lang en eivol scholieren. 'Wilt u graag zitten, mijnheer?', vraagt een meisje, ze is al half opgestaan. 'Dankjewel', zeg ik. 'Blijf maar zitten. Het is erg vriendelijk'. Dat was het ook. Had dan toch 'Graag!' gezegd. De volgende keer misschien. Vandaag – tja, zo'n vraag, het kwam ook zo plots op me af. Ik was er laten we zeggen nog niet klaar voor.

zaterdag 24 januari 2015

24 januari


Een comedian (Joost Vandecasteele) trekt in een column (in De Morgen) hard van leer tegen een televisieprogramma (Hallo Televisie) waarin mensen te zien zijn die naar de televisie kijken. Wat is het volgende?, vraagt hij zich terecht af.
Maar zie: een man antwoordt op de column, zich afvragend of die comedian dan niets anders te doen heeft dan televisie te kijken en daar oninteressante stukjes over te schrijven.
En ik denk: heeft die man dan niets anders te doen dan op zo'n oninteressant stukje te reageren? 
Maar nog terwijl ik dat denk, denk ik: en ik?

donderdag 22 januari 2015

22 januari


Mensen die, zoals ik, nog altijd geen iPhone hebben, kunnen zich voelen als een miskende minderheid. Wij horen er niet bij. Als wij eens iemand op moeten bellen, of onze aftandse Nokia gsm rinkelt, dan zoeken wij eerst de luwte op, in een onderbelicht hoekje van de kamer of buiten achter een boom. Niemand moet zien dat wij geen smartphone hebben. We houden ons gedeisd, we moeten vooral niet opvallen. Willen we weten welk weer het morgen wordt, dan glippen wij ongemerkt uit het gezelschap weg, we gaan naar huis, en tikken daar het KMI op onze laptop in.

Zo was het toch tot vandaag. Maar zie: 'De overheid kan mensen via iPhones bespioneren zonder dat ze dat zelf in de gaten hebben. Dat zegt de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden via zijn Russische advocaat', lees ik op deredactie.be. Ha zo! En let nu goed op: 'Snowden zelf heeft daarom geen smartphone, zo vertelde hij via zijn advocaat aan het Russische persagentschap RIA Novosti. "Edward heeft een heel eenvoudige gsm, en dat is een persoonlijke keuze".'
Mensen die, zoals ik en Edward Snowden, een simpele gsm hebben, zijn de nieuwe trendsetters. Wij zijn de voortrekkers, de baanbrekers, de wegbereiders.