zaterdag 16 mei 2015

16 mei


Vandaag zijn twee eekhoorns met nest en al uit de boom gedonderd. Een mannetje en een wijfje. Het waaide hard. Zelf kreeg ik het nest ei zo na op mijn kop. De goede lieden van de Ligue pour la Protection des Oiseaux zullen écureuils no. 378 en 379 het flesje geven, en ze na een week of drie in de bomen loslaten. Als eerlijke vinder mag ik de komende weken per e-mail naar het verloop van de reddingsactie informeren. Wanneer zouden ze tandjes krijgen?

(met dank aan Carole)

vrijdag 15 mei 2015

15 mei


Vandaag geleerd dat champagne socialists in het Frans la gauche caviar heten. Dat stond in Libération, zelf ook een behoorlijk gauche krant. Die zat ik maar even te lezen op een bankje in de wind, met uitzicht op het haventje vol dobberende zeilbootjes. Niet een decor voor de verworpenen der aarde, ook. Meer The Financial Times, een blad van echte caviareters. Maar ik zat daar stil, en de mensen hebben mij gerust gelaten.

donderdag 7 mei 2015

7 mei


Kranten lezen gebeurt op eigen risico. Van moedeloosheid, of van totale wanhoop. Dan gaat het niet over de sportveslaggeving of het economisch nieuws, hooguit goed voor wat onbestemde neerslachtigheid. Het botte geweld, de onversneden kwaadaardigheid, de wreedheid, het bloedstollende cynisme: het is de slechtheid van zo vele mensen die altijd weer de adem afsnijdt.

Hoe kan dat toch? Ja, er zij goede en slechte mensen. Zo'n acht procent is echt goed, vond Harry Mulisch, of toch zijn personage Onno Quist in De ontdekking van de hemel. En acht procent is door en door slecht. De rest weet het niet zo goed, en kan even goed met de eerste als met de laatste acht meelopen. Elke dertiende mens moet je dus in de gaten houden, zei Mulisch, voor het gemak even afrondend naar boven.

Tot zover heb ik het wel begrepen. Maar toch: als de goede mensen een wereld voorstaan die aantoonbaar beter is dan die van de slechte: vrediger, mooier, duurzamer, aangenamer, hoe komt het dan dat zij die vierentachtig twijfelaars niet achter zich kunnen krijgen, of toch niet genoeg ervan om de verziekers, de verneukers, de verkloters eens en voor goed opzij te zetten?

Het komt wel goed, zegt Rutger Bregman in De geschiedenis van de vooruitgang. De wereld wordt met de dag beter, het gaat alleen traag. Wie achterom kijkt, ziet dat het vroeger nog een hoop slechter was. Dat zal dan wel. Té traag, vind ik toch.

Be good, zeggen de Engelsen. Maar wij zeggen: braaf zijn. Zou het daar kunnen zitten? Het misverstand dat goede mensen ook brave mensen zijn, en dus altijd maar op hun kop laten zitten? Mogelijk is acht procent van de mensen te goed opgevoed: beleefd blijven, niet dringen, niet tegenspreken. Dat vinden die andere acht prima. Zo bekeken gaat het minder over goed en slecht, dan over zwak en sterk.

The hammers and the nails, zo heb ik de mensheid ook nog horen indelen. Tja. Ik zei het al: van kranten lezen word je niet vrolijk.

maandag 27 april 2015

27 april


Soms schrijf ik een stukje, en als het af is, wis ik het weer. Het was niet goed, of het ging over iets dat er eigenlijk niet toe deed. Of iemand. Zoals vandaag, over Jean-Marie Dedecker en wat hij vindt van bootvluchtelingen en asielzoekers, kansarme paupers, die thuis horen in offshore detentiecentra naar Australisch model, honderd procent efficiënt. 'Ik weiger mee te huilen in het koor van de asielindustrie en de politiek correcten'. Eerlijk gezegd heb ik geen weet van mensen die zich zitten af te vragen in welke koren Jean-Marie dezer dagen nog meehuilt. Dat hij huilt, weet iedereen. Zo vaak, zo veel en zo hard dat niemand het nog hoort. Ik heb dat hier thuis met de hangklok ook.

vrijdag 17 april 2015

17 april


Hillary Clinton doet dus weer mee. Ik hoop dat ze niet wint. Dat is niet persoonlijk bedoeld. Hillary lijkt niet ongeschikter dan de concurrerende kandidaten, wat ook weer niet veel wil zeggen. Het is het dynastieke gedoe dat mij tegenstaat. Er mogen dan voorlopig geen Kennedy's meer meedoen, een Bush is er wel weer. Ik mag er niet aan denken dat deze Jeb zou kunnen winnen, en dat is wel persoonlijk bedoeld.

Als je aan het hoofd van het land iemand wilt die de zoon is van het voorgaande hoofd, of de broer, of allebei, of de echtgenote, of een nichtje of achterneefje, dan moet je er maar een koninkrijk van maken, zoals België, waar de Coburgsen altijd winnen. Ze hoeven zich niet eens kandidaat te stellen, ze worden gewonnen geboren. In het andere geval maak je een republiek, met een verkozen president, en dan zou er een wet moeten zijn die zonen en dochters en andere verwanten van deelname uitsluit, zoals dat bij normale wedstrijden gaat.

Hetzelfde zou moeten gelden voor parlementen, in koninkrijk én republiek, en voor alle verkiezingen, lokale, regionale en andere.
De bedoeling is niet dat de macht zich in één hoekje nestelt en er wortel schiet tot meerdere eer en glorie van een inteelterige kluit erfpotentaten die het land gebruiken als was het hun moestuintje. Menige kleine De Croo, Tobback en Van Rompuy zal het niet graag horen, maar ze horen daar niet. Dat is niet persoonlijk bedoeld.

maandag 6 april 2015

6 april


Toen ik klein was, nam mijn vader ons mee om te kijken naar de Ronde van Vlaanderen. We gingen ergens staan waar je ze van ver kon zien komen, in mijn herinnering was dat de Gitsberg, maar herinneringen zijn maar dat, en met elk bijkomend jaar nog een stukje meer, of minder.

Misschien was het wel de Kruiskalseide bij Lichtervelde. Dat laatste zeg ik alleen, omdat ik die naam nog wel eens wou horen: de Kruiskalseide.

Veel later had ik zelf twee zonen, en ik nam ze mee om te kijken naar de Ronde van Vlaanderen. Ik woonde inmiddels in S, een stad met een groot marktplein waar in die dagen de Ronde nog van start ging. We liepen langs de ploegen en vergaapten ons aan de glimmende fietsen en aan de kuiten van de berijders, die ook glommen, en na de start scheurden we over de binnenwegjes naar ergens een plek in het Waasland, misschien wel Klein Sinaai, waar we ze nog eens voorbij zagen rijden. Op 't gemak, de koers was net begonnen.

Nog later zat ik op die zondagen voor mijn televietoestel, een keer hoorde ik op de autoradio hoe Van Petegem won voor Vandenbroucke en Museeuw, denk ik. In mijn herinnering was ik toen ergens tussen Cassel en Saint-Omer.

De laatste jaren kijk ik niet meer, en gisteren vroeg ik me af: hoe kwam dat ook weer, eigenlijk?



zondag 29 maart 2015

28 maart, voor B.



Ik was misschien een jaar of tien of twaalf, mijn neefje ook. We speelden samen schaak of Arendsoog of mikado en lazen alles over de koers en het voetballen, en dan waren wij rechtstreeks verslaggever op de radio, en plagieerden schaamteloos Het Volkske. De bal was het leer, het doel de kooi. Keepers ranselden het leer weg, of moesten toezien hoe een grondscherend schot tegen het doelhout spatte dan wel de netten deed trillen. Ach, Expo '58, de prille jaren zestig, Stijn Streuvels leefde nog.

Vandaag bots ik in De Standaard, ik mag wel zeggen per ongeluk, op een verslag over de voetbalwedstrijd België-Cyprus die pas is gespeeld (5-0) .
'Na 34 minuten schilderde diezelfde Hazard de bal op het hoofd van Benteke, die het leer onhoudbaar tegen de netten buffelde.'

Heb ik dat goed gezien? Toch wel. Maar van dat buffelen, dat moet iets nieuws zijn.
Mijn neefje zou dat weten, maar ik kan het hem niet meer vragen.

donderdag 26 maart 2015

26 maart

'Een van de modewoorden van het moment is decluttering', schrijft Cathérine Ongenae op haar blog. Het stukje heet Geen leven zonder serendipiteit. Ik hou daar wel van, stukjes waar je na het lezen meteen van vergeten bent waar het over ging, maar je hebt wel een nieuw woordje of twee bijgeleerd. 

Clutter ken ik uit mijn vorige leven, toen ik om den brode veel met het Engels bezig was. Het is alles wat in de weg ligt of staat, rommel, troep. Het is ook een werkwoord in het Engels: to clutter, of clutter up, wil zeggen met rommel vullen. Je kunt het ook met je eigen hoofd doen: er allerlei nutteloze prietpraat in opslaan. Als het te vol geworden is, wordt het tijd voor enig declutteren: de troep gaat eruit.

Cathérine Ongenae vindt, dat je niet te veel dingen weg moet gooien. Niet dat ik alles bewaar, had ze dan kunnen schrijven, maar ze schrijft: 'Ik ben geen hoarder'. Daar gaan we weer: to hoard betekent opslaan, hamsteren. Wie dat doet, is een hoarder, zoals mijn tante in mijn Cambridge International Dictionary of English: 'My aunt's a terrible hoarder – she never throws anything away.'

Anders dan Cathérine Ongenae ben ik niet zo mee met de modewoorden van het moment. Zou serendipiteit er ook een zijn? Het komt van het Engels, wat dacht je, en verwijst naar De drie prinsen van Serendip, een Perzisch sprookje. Serendip is een oude Perzische naam voor Sri Lanka.

De drie prinsen munten uit in het vinden van dingen waar zij niet naar op zoek waren, zoals een kameel die mank is en blind in een oog, een kies mist, en op zijn rug een zwangere vrouw draagt, en verder honing aan de ene en boter aan de andere kant.

Het sprookje, dat via Italië uit Perzië is gekomen, trok in 1754 de aandacht van de kunsthistoricus graaf Horace Walpole. Hij smeedde er het woordje serendipity uit, dat tegenwoordig wil zeggen: de kunst, of het stom geluk, om iets beters te vinden dan waar je eigenlijk naar op zoek was. Voorwaarde is wel, dat je genoeg spullen laat rondslingeren, zodat ze je op een dag kunnen verrassen.

Wie wil dat nu allemaal wéten? Mogelijk niemand. Het is alleen maar meer clutter.

dinsdag 17 maart 2015

17 maart


'Datum van de feiten: 8 maart 2015 om 09.12 uur.'
'De feiten zijn gefotografeerd. De foto kan, op vraag van uw ambt, aangewend worden voor alle nuttige doeleinden.' 

Men heeft mij op heterdaad betrapt met 'een automatisch werkend toestel'. Geen sprake van dat ik de gang van zaken betwist: de betrapper 'werd specifiek gevormd voor de hantering van het gebruikte apparaat.' 

Zo moet ik dan maar verder met mijn leven, wetend dat de foto van de feiten bestaat, en zelfs voor alle nuttige doeleinden kan worden aangewend, op vraag van mijn ambt.

Een lichtpuntje: ik kan mijn strafrechtelijke vervolging afkopen, zoals in de betere criminele kringen gebruikelijk is. Als ik genoeg betaal, zal mijn dossier niet worden 'toegezonden aan het Parket van de Procureur des Konings'.

Op 8 maart verjaart mijn gade. Dan ga ik gauw broodjes halen bij de bakker, opdat de dag in de best mogelijke omstandigheden kan beginnen. Dat mag, krachtens Artikel 11.1 alinea 1 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975. Maar niet te gauw.

maandag 16 maart 2015

16 maart


Sinds ik in Zeno de recensies lees door J. De Witte ('Wat zijn ze goed, die nieuwe Vlaamse schrijvers. Prijzen dat ze winnen!') , prijs ik me gelukkig dat ik nooit een boek gepubliceerd heb. Zo ik het ooit gebrobeerd zou hebben, prijs ik me gelukkig dat het niet gelukt is. Mocht ik het ooit toch proberen, en het zou nog lukken ook, dan kan ik alleen hopen dat J. De Witte tegen die tijd geen recensies meer schrijft.

zondag 15 maart 2015

DE TAALHOND WAAKT



Daarbij komt dat zo’n bezoeken, zeker als hij al meer dan een week in Zwitserland zou zijn, onmogelijk geheim gehouden kan worden.

Deze zin, over de afwezigheid in het openbaar van Vladimir Poetin, staat in een stuk van Jan Balliauw op deredactie.be. Men moet vrezen dat Jan te lang van huis geweest is. Ik adviseer dat de VRT hem een tijd terugroept, en hem een korte maar krachtige Opfriscursus Nederlands voor Ruslandkenners oplegt.

15 maart


Ik hou niet op de Britten te bewonderen om hun talent om altijd weer goede en korte woorden voor dingen te bedenken. Sat nav. Speed bump. Bin bag. Fag break. En nu de poo bus, die je in Nederland de poepbus zou noemen, in België - tja. 
 
De poo bus gaat rijden vanaf 25 maart in de havenstad Bristol. Hij zal er tot 40 zittende reizigers vervoeren over een traject van 24 kilometer, op biogas, gewonnen uit het menselijk afval van meer dan 32.000 gezinnen.

Vele grapjes zijn daarover te bedenken, maar de poo bus zelf is daar allerminst beducht voor. Integendeel, hij draagt zijn naam met gepaste trots, preutsige watjes zet hij met verve te kakken. 

Klik om te vergroten
 

donderdag 12 maart 2015

12 maart


In mijn droom was Sigfried Bracke op weg naar Damascus van zijn paard gebliksemd, en toen had hij zich bekeerd tot de Flaminganten, in wier rangen hij snel opklom tot senator en voorzitter van het Belgisch parlement, waar hij een stoel kreeg hoog op een schavotje waar iedereen hem goed kon zien, zoals hij dat graag heeft.

Op dat punt begon mijn goededromenfee, die waakt over mijn nacht- en mijn gemoedsrust, al ongemakkelijk op mijn hoofdkussen te wrikkelen, omdat ze wist dat er nog erger kwam. Moest ze mij niet wekken met een tikje van haar staf, en mij behoeden voor wat er nu te gebeuren stond?

Toch maar niet, besloot ze, en zo droomde ik verder dat deze Bracke zich, nu te voet, naar het Vlaams Nationaal Zangfeest begaf in Antwerpen, en daar liedjes meezong als Tineke van Heule en De Machtigste Koning van Storm en van Wind (Ja wij zijn de Heersers der Aarde).

Ik schrok wakker op gebrul toen Bracke zich helemaal liet gaan in Als de leeuw verheft zijn gebrul des nachts, dan verschrikt hij de dieren ermee. Ook nadat ik naar beneden was gegaan om een glas water te halen, en daar een hele poos aan de keukentafel had gezeten om te bekomen, bleef het beeld van de zingende Bracke mij akelig scherp voor ogen staan.

Ik hoop maar niet, dat zo'n enge droom mij nog eens overkomt. 



 

donderdag 26 februari 2015

26 februari


Vandaag aan de ontbijttafel naar buiten kijkend, zag ik achter mijn kippenren, waar de tuin van mijn buur begint, een eekhoorn (sciurus vulgaris) een boomtak oprennen, en wat later een andere tak weer afrennen, zoals eekhoorns doen.

Nu waren de eekhoorns bij mijn buur, die zich in de regel veelvuldig lieten zien, al meer dan een jaar verdwenen. Dat maakte mij diep treurig, en van de weeromstuit, toen ik er vanochtend weer een zag, was ik bovenmate verblijd.

Zoals ook vorige week, toen na een lange afwezigheid de bonte specht (dendrocopos major) weer in mijn appelaar opdook, er zich te goed doende aan een mezenbolletje dat ik daar affectievol, zij het niet voor hem, had opgehangen.

Ik heb dat niet graag, dat grotere vogels aan mijn mezenbolletjes zitten, zeker niet de zwarte krasbeesten die ik zo noem omdat ik niet weet of het nu kraaien of roeken of kauwen zijn. En omdat ze krassen, ook al behoren ze tot de orde van de zangvogels of passeriformes.

De bonte specht mag het wel, hij is ook veel disreter en vreet zo'n bolletje niet in een keer op, zoals de brutale corvidae dat wel doen. De eksters, de merels, de vlaamse gaai, de groene specht, de vinken en de mezen en het roodborstje, wat maken ze me vrolijk de laatste dagen.

Wat mijn kippen betreft (gallus gallus domesticus), zij droegen op hun heel eigen wijze bij aan mijn opstoot van welbehagen, door na een wekenlange stop het leggen met vernieuwde ijver te hervatten. Dit gebeurde al een dag of vijf geleden, zodat mijn gade en ik vandaag bij het ontbijt elk twee eitjes gebruikt hebben, om een dreigende eierenberg af te wenden. En omdat niets opwekkender is, dan de dag aan te vatten met een spiegelei, al kijkend naar de eekhoorns bij de buur.

maandag 16 februari 2015

16 februari


Mijn krant zegt dat hij een copycat was. En dan dat hij een lone wolf was. En dat lone wolves moeilijk te vatten zijn, omdat ze onder de radar opereren en soms in the middle of nowhere wonen, zoals Verviers, zegt mijn krant, voor wie Wallonië nowhere is, en Verviers in the middle. Ja zo'n journalist heeft ook niet veel tijd, de deadline wenkt, en dan flap je er maar wat uit, ook al is het in De Standaard, en heet je Guy Tegenbos.

Nu ja, ook niet mijn krant. Hij lag in De Kantine, waar ik een koffie dronk en er een beetje in zat te lezen. En toen kwam de ober en zei: 'Kan ik u nog iets serveren, meneer?', wat code was voor: 'U zit hier al te lang met maar één drankje', en dan ben ik maar opgestapt. Volgens de slaaptest van de ziekenbond drink ik zo al te veel koffie.