Heb
jij ook nieuwjaarsvoornemens? vraagt ze. Ze zegt new
year's resolutions.
Ik heb haar net The
Secret Diary of Adrian Mole, aged 13 3/4
geleend.
Dat
is nu eens een vraag die me overvalt. Ik beken dat ik al jaren geen
voornemens meer maak. Ik wel, zegt ze. Ik had altijd van die
voornemens, legt ze uit, van Ik zal meer studeren, weet je wel, dat
soort voornemens. Die werken hooguit een week of twee. Nu zeg ik: Ik
zal vaker een leuk boek lezen. Ik ga al eens wat meer op stap. Dat is
slim van ze. En ik? Tja. Ik ga een hobby zoeken, zeg ik. En dan: Nee,
ik ga een hobby vinden.
Een leuke hobby. Ze knikt instemmend. Wat voor soort hobby? had ze nu
kunnen vragen, maar ze doet het niet. Dat is wijs van ze. Wat voor
soort hobby? Daar denk ik nog over na, het is nog geen nieuwjaar.
dinsdag 24 december 2019
maandag 16 december 2019
16 december
-
Het klinkt zo negatief. Zo zurig.
-
Ja, hoe het klinkt, dat is mijn departement niet. Ik schrijf het
alleen maar op. Er zit geen zuur in mijn inktpot.
-
Nee?
-
Ook geen zoet, dat is waar.
-
En toch. Het is zo -
-
Negatief? Dan moet je de krant eens lezen.
-
Het is -
-
Zurig? Dan moet je de opinies eens lezen. De
reacties
van lezers. Die hebben wel eens soude
caustique
in hun inktpot.
-
Wat
in hun inktpot?
-
Natriumhydroxide. Het
maakt in verdunde oplossing deel uit van gootsteenontstopper,
ontharingsmiddelen en haarontkrullers.
-
Zegt wie?
-
Zegt
Wikipedia.
woensdag 11 december 2019
10 december
'2030
is nog ver weg'. Citaat van het jaar, en van het komende decennium.
Van Jan Jambon. Met zo'n geruststellende boodschap kan ik vanavond
eindelijk weer onbezorgd naar bed. Ik hoop maar dat het waar is. Dat
niet Jan Jambon zelf heel ver weg is.
Vanmiddag
nog eens naar 't stad geweest. Met bus 21 van 14.15 u. Wat lopen, wat
kopen, krantje lezen, koffie drinken. Dat heet op
rust. En wat heb ik
daarbij geleerd? Dat er magnetische wimpers
bestaan. Ik heb ze zelf gezien, in het Kruidvat. Ze stonden daar ten
toon, ik had ze kunnen kopen. Dat
heb ik maar niet gedaan. Ik heb ze niet nodig, en daarbij zou ik niet
weten hoe ik ze op moet zetten. Of is het aan moet doen. Of is het
aan moet brengen.
maandag 9 december 2019
De taalhond baalt wéér
Het
is niet dat ik op zoek ga naar onmogelijke woorden, het is dat ze de
hele tijd op me af komen, als muggen in een zomernacht, ze zoemen om
m'n oren, ik sla en ik zwaai en ik trek het laken over m'n kop, maar
ze gaan niet weg. En ze worden al maar lelijker. Bilnaadzonnen,
kan dat ooit een woord
zijn? Ja, eigenlijk butthole sunning,
het stond in een Instagram-post (!) van influencer (!!) Metaphysical
Meagan (!!!) en kwam zo in De Morgen
terecht, waar ik het zag. Ja, influencer
is ook een woord. Ik zal niet uitleggen wat bilnaadzonnen is, want in
al zijn gruwel heeft het woord dan toch één goede kant: het zegt
precies wat het wil zeggen. Oké, bedankt, dankuwel. Tot nog eens. Ik
bedoel: tot hopelijk niet meer.
zaterdag 7 december 2019
6 december
Ik
had een goede vriend vroeger op school, met wie ik graag een potje
discussieerde. Vraag me niet waarover, het was diep in de vorige
eeuw. We stonden met een paar gasten na schooltijd te kletsen, en dan
werd er al eens met wat spek geschoten. Je wilt zo'n discussie graag
winnen. Als
het echt ging spannen, haalde
die vriend van me zijn nuclear option
boven. Daar moest ik aan denken vanavond, bij het debat op de BBC
tussen Jeremy Corbyn en Boris Johnson. Ik breng
echte verandering,
zei Corbyn. En Johnson: I'll get Brexit done.
Ja ja. En mijn grootvader,
zei mijn vriend dan, die kan een kanon optillen.
maandag 2 december 2019
2 december
Het
is nog al niet no de wuppe, dacht
ik ook wel eens, tot ik vandaag vernam dat John Richards ermee
gestopt is. John is 96, maar dat is niet de enige reden. 'Wij',
schrijft John, 'en de vele mensen die ons steunden overal in de
wereld, hebben ons best gedaan, maar de onwetendheid en de luiheid in
deze moderne tijd hebben gewonnen.'
John
Richards werkte zijn hele leven in de journalistiek. Toen hij in 2001
als redacteur op rust ging, richtte hij de Apostrophe Protection Society op.
Hij kon het niet meer aanzien hoe de mensen al maar slonziger
omgingen met de apostrof in de Engelse taal. Terwijl je maar drie
regels moet kennen om het altijd goed te doen.
Het
heeft niet mogen zijn. Ignorance and laziness
have won, en Richards
geeft zijn strijd voor de much-abused apostrophe
op. De luie Britten kunnen met een gerust gemoed hun apostroffen op
alle foute plekken neerzetten of weglaten. Maar dat was al zo, ze
wisten het toch niet.
donderdag 28 november 2019
De taalhond baalt weer
Nog
niet geheel hersteld van het woord conculega, bots
ik vandaag op prosument. Als
ik het goed begrijp, al weet ik niet of ik dat wil, verwijst het naar
iemand met zonnepanelen op z'n dak, of een windmolen in z'n tuin. Zo
iemand maakt elektriciteit terwijl hij er ook verbruikt. Produceert
terwijl hij consumeert,
begrijp je? Heb je het begrepen? Misschien wil je ook liever niet.
maandag 25 november 2019
24 november
Yet, like all
men who are preoccupied with their own broadness, he was
exceptionally narrow.
(En
toch, zoals alle mannen die zo graag breeddenkend zijn, was hij
uitzonderlijk eng van geest. )
He
is Harold Piper, de sullige echtgenoot van Evelyn uit The
cut-glass bowl van
F. Scott Fitzgerald,
geschreven in 1919.
De
zin intrigeerde me toen ik hem zag, heel in het begin van het
verhaal, toen ik nog geen idee had wat er te gebeuren stond, en
welke rol de glazen kom erin zou spelen. De zoveelste variant van een
Grieks drama - je weet van meet af aan: dit komt niet goed.
Een
afgewezen minnaar geeft de bowl
van geslepen glas aan zijn geliefde als huwelijkscadeau. Ik geef je
iets, zegt hij, dat net zo hard is als jij, en net zo mooi en zo leeg
en waar je net zo makkelijk doorheen kunt kijken. Ze is er nog mee
ingenomen ook, ze zet de enorme kom op een prominente plek in haar
huis, en je denkt: o nee.
Maar
dat is niet de reden waarom de zin is blijven hangen. Een goed
gebouwde zin, de lange aanloop naar het misleidende broadness,
het bruuske komaf met narrow.
Waarom klinkt hij vertrouwd? Het is de structuur: Ik ben een
verdraagzame man, maar... Alleen is hier de aanloop kort, de
broadness
is snel afgewerkt. Het is de narrowness
die breed wordt uitgesponnen.
donderdag 21 november 2019
21 november
Ik
hou niet van dat woordje senior.
Ik vind het een vals en neerbuigend woord, iets voor het
marketingvolk en weer een van zijn doelgroepen. Laat men
mij rustig een oude man
noemen. Desnoods een oudere man,
ook een beetje vals, omdat ouder
toch nooit minder
dan oud kan willen
zeggen.
Noem
mij dan boomer,
als het echt nodig is. Voor jagger
ben ik gelukkig te oud. Wel gepensioneerd, maar niet meer jong en al
helemaal niet zo actief. Ik wil graag wat in mijn luie stoel
uithangen als het buiten regent. Mag ik even? Geen stappenteller van
doen.
Köpskam,
ziedaar een woord naar mijn hart. Tant pis
dat het Zweeds is. Senior
is ook Latijn. Koopschaamte,
maar dat is het niet. Veeleer kooponwil.
Ik heb dat ook. Anders dan belevingsshoppers,
die in winkels rondhangen voor hun plezier, alsof daar iets te
beleven
is, hou ik me ver van het koopgebeuren. Alleen als het niet anders
kan, loop ik een winkel binnen en koop er iets. Uit koopnood,
zeg maar. Mijn aankoop
is een noodaankoop. Betalen en wegwezen. Dat is ook precies wat de winkelier van mij verwacht.
maandag 18 november 2019
18 november
It's a poor sort of
memory that only works backwards.
Voor
de Witte Koningin uit Through the Looking Glass is
het makkelijk, zij leeft achterstevoren. De Koningin doet een
pleister op haar vinger, en begint wat later te gillen. Mijn vinger
bloedt! roept ze. Wat scheelt er? vraagt Alice. Heb je in je vinger
geprikt? Nog niet, zegt de Koningin, maar dat ga ik zo meteen doen.
Als ik m'n sjaal vast wil maken. De broche springt altijd open. En
jawel. Dat verklaart het bloeden, zie je, zegt de Koningin. Nu versta
je hoe de dingen hier gebeuren. Maar waarom huil je nu niet? wil
Alice weten. Nou, zegt de Koningin, dat heb ik toch al gedaan.
Achterstevoor
leven: Merlijn kan het ook, in The Once and Future
King van Terence H.
White. En Tod T. Friendly in Martin Amis' Time's Arrow. Wel geen vrolijk
verhaal, dat laatste.
Een
memory that also works forwards, zou
dat niet handig zijn? Best wel. Handig. Leuk? Dat weet ik zo niet.
Dat hangt af van wat er zo al gaat gebeuren. Wil ik dat weten? Ik
weet het niet. Ik denk het niet. Misschien liever niet. Laat maar
eerst gebeuren. Of het leuk was, zie ik dan wel. Toch maar backwards,
dus.
vrijdag 15 november 2019
De taalhond baalt
Bij
mij op de ontbijttafel staat een botervlootje van Colruyt, met
halfvolle boter erin. Het deksel meldt dat de boter 'veggie' is,
en een nutri-score
D heeft. Dat is allemaal goed en wel, al is D ook weer zo vet niet.
Of net wel. En dan staat er ook, dat de boter koelkastsmeerbaar
is. Hallo? Het is erg genoeg, dat ze bij Delhaize lijngevangen
kabeljauw verkopen. Daar kun je met veel goede wil nog iets in zien:
de vis is met de lijn gevangen. Ik eet toch al uit machinegewassen
borden. Met de machine gewassen, oké dan. Tweeloopgeschoten
fazant, waarom niet.
Maar met de koelkast smeerbare boter? Of is hij in
de koelkast smeerbaar?
Dat heb ik nog niet geprobeerd. Zouden ze bedoelen: de boter is
smeerbaar als hij uit de
ijskast komt? Zoiets als blikeetbare
sardientjes? Kelderdrinkbaar
bier? Doosdraagbare
schoenen? Ja, waarom eigenlijk niet?
![]() |
| Klik om te vergroten |
woensdag 13 november 2019
13 november
Het politieke
debat is veel vuiler dan vijftien jaar geleden,
zegt Martin Hultman van het expertisecentrum over klimaat-ontkenning
in Göteborg. Ik las het in dS Weekblad,
het weekendmagazine van De Standaard.
Het stuk ging over de vraag waarom vooral oudere mannen het zo
moeilijk hebben met de jonge, vaak vrouwelijke klimaatactivisten.
Daarbij komen de sociale media, die een megafoon
zetten op de onderbuik van de samenleving.
Dat was afgelopen week, het aankomend asielcentrum in Bilzen was nog
niet in brand gezet. Wat in de nasleep van de brandstichting op die
'sociale media' te horen was, valt al lang niet meer onder de noemer
'vuil'. Dat was niet meer de onderbuik van de samenleving, maar wat
zich nog een eind verder onder die buik bevindt. De geluiden die daar
gemaakt worden, nee, bedankt.
vrijdag 8 november 2019
8 november
Nog
eens aan 't lezen: Alice in Wonderland.
In het Engels, dat moet haast ook. Het boekje wemelt van de
woordspelingen, die het in een andere taal niet doen.
Do cats eat
bats? vraagt Alice zich
af, terwijl ze in het konijnenhol aan het vallen is. Do
cats eat bats? Do cats eat bats? De
val duurt eindeloos, dus doet ze de tijd dood, door onder meer aan
haar kat Dinah
te denken. Daarbij dommelt ze haast in, en raakt wat in de war. Do
bats eat cats?
Ik
heb hier thuis nog een oude Nederlandse vertaling. Eten
katten vleermuizen?
Eten vleermuizen katten?
Het werkt niet.
De
belevenissen van Alice zijn wonderbaarlijk.
Curiouser and curiouser! vindt
ze zelf ook. Mossie, mossie, wat gek!
wordt dat. In het Nederlands, inderdaad.
Mine is a long
and sad tale, zegt de Muis. It is a long tail, certainly, antwoordt
Alice, but why do you call it sad? Arme
vertaler. Ach, mijn verhaal is lang en droevig,
zei de Muis. - Is het verhaal even lang en droevig als Uw staart?
Het
gaat niet. Dat is niet de fout van de vertaler, maar van Lewis
Carroll en zijn taalspelletjes.
Mijn
meest geliefde figuur tot nog toe (ik ben pas in hoofdstuk zes) is de
Caterpillar
uit hoofdstuk vijf. Een streng en nukkig figuur. Explain
yourself! zegt hij
tegen Alice. Dat kan Alice niet, because I'm not
myself, you see. - I don't see, zegt
de Rups. One doesn't like changing so often, you
know, zegt Alice. I
don't know, zegt de Caterpillar. Al bij al is hij toch een geschikte rups, hij geeft
Alice een tip voor hoe ze weer groter kan worden.
Vanavond
in bed hoofdstuk zeven: A Mad Tea-Party.
Ik kan niet wachten.
donderdag 31 oktober 2019
31 oktober
Het
leven is als een trechter, zei Vladimir. Hij was waarschijnlijk in de
veertig, ik amper goed twintig. Maar ik begreep perfect wat hij
bedoelde, toen nog aan de wijde bovenkant. Vandaag zit ik een flink
eind dieper, waar de trechter stilaan op zijn smalst wordt. Het ging
over kansen en keuzes, tegenwoordig graag opties
genoemd. Van haast onbeperkt naar vrijwel nihil, onderaan waar de
tuit begint. Hoe lang die nog is, maakt niet zoveel meer uit. Maar Vladimir was een goedgeluimde man, zachtaardig, minzaam, innemend,
wijs. Een goede leermeester, aan wie ik gaarne terugdenk. Hij is
waarschijnlijk in de negentig, ik hoop dat hij het goed maakt. До
свида́ния, Владимир.
zaterdag 26 oktober 2019
26 oktober
Er
is nog even tijd om het lelijkste woord van 2019 te bekronen, maar ik
zie niet gauw iets nog lelijkers opduiken dan fwa.
Niet eens een woord, maar een fonetische benadering van de manier
waarop vele Vlamingen of wat
proberen te zeggen, op het einde van een zin, met vraagteken, veelal
ten teken van misprijzen. Voelde gij u nie goe
fwa? Ik zag het voor
het eerst in de reclameboodschap van Bicky Burger.
Een soort superman verkoopt een vrouw een klap, omdat ze hem een
hamburger aan wil smeren die niet van Bicky komt. Fake Bicky, fwa? zegt hij.
Over de smaak van hamburgers valt niet te redetwisten. Wel over die
van spraak- en anders gestoorde reclamemakers. Overigens vind ik
verrommeling
tot nog toe het mooiste woord, voor hoe we hier met (onder meer) onze
open ruimte omgaan.
Abonneren op:
Posts (Atom)

