dinsdag 24 december 2019

23 december


Heb jij ook nieuwjaarsvoornemens? vraagt ze. Ze zegt new year's resolutions. Ik heb haar net The Secret Diary of Adrian Mole, aged 13 3/4 geleend. Dat is nu eens een vraag die me overvalt. Ik beken dat ik al jaren geen voornemens meer maak. Ik wel, zegt ze. Ik had altijd van die voornemens, legt ze uit, van Ik zal meer studeren, weet je wel, dat soort voornemens. Die werken hooguit een week of twee. Nu zeg ik: Ik zal vaker een leuk boek lezen. Ik ga al eens wat meer op stap. Dat is slim van ze. En ik? Tja. Ik ga een hobby zoeken, zeg ik. En dan: Nee, ik ga een hobby vinden. Een leuke hobby. Ze knikt instemmend. Wat voor soort hobby? had ze nu kunnen vragen, maar ze doet het niet. Dat is wijs van ze. Wat voor soort hobby? Daar denk ik nog over na, het is nog geen nieuwjaar. 

maandag 16 december 2019

16 december


- Het klinkt zo negatief. Zo zurig.
- Ja, hoe het klinkt, dat is mijn departement niet. Ik schrijf het alleen maar op. Er zit geen zuur in mijn inktpot.
- Nee?
- Ook geen zoet, dat is waar.
- En toch. Het is zo -
- Negatief? Dan moet je de krant eens lezen.
- Het is -
- Zurig? Dan moet je de opinies eens lezen. De reacties van lezers. Die hebben wel eens soude caustique in hun inktpot.
- Wat in hun inktpot?
- Natriumhydroxide. Het maakt in verdunde oplossing deel uit van gootsteenontstopper, ontharingsmiddelen en haarontkrullers.
- Zegt wie?
- Zegt Wikipedia.

woensdag 11 december 2019

10 december


'2030 is nog ver weg'. Citaat van het jaar, en van het komende decennium. Van Jan Jambon. Met zo'n geruststellende boodschap kan ik vanavond eindelijk weer onbezorgd naar bed. Ik hoop maar dat het waar is. Dat niet Jan Jambon zelf heel ver weg is.

Vanmiddag nog eens naar 't stad geweest. Met bus 21 van 14.15 u. Wat lopen, wat kopen, krantje lezen, koffie drinken. Dat heet op rust. En wat heb ik daarbij geleerd? Dat er magnetische wimpers bestaan. Ik heb ze zelf gezien, in het Kruidvat. Ze stonden daar ten toon, ik had ze kunnen kopen. Dat heb ik maar niet gedaan. Ik heb ze niet nodig, en daarbij zou ik niet weten hoe ik ze op moet zetten. Of is het aan moet doen. Of is het aan moet brengen.

maandag 9 december 2019

De taalhond baalt wéér


Het is niet dat ik op zoek ga naar onmogelijke woorden, het is dat ze de hele tijd op me af komen, als muggen in een zomernacht, ze zoemen om m'n oren, ik sla en ik zwaai en ik trek het laken over m'n kop, maar ze gaan niet weg. En ze worden al maar lelijker. Bilnaadzonnen, kan dat ooit een woord zijn? Ja, eigenlijk butthole sunning, het stond in een Instagram-post (!) van influencer (!!) Metaphysical Meagan (!!!) en kwam zo in De Morgen terecht, waar ik het zag. Ja, influencer is ook een woord. Ik zal niet uitleggen wat bilnaadzonnen is, want in al zijn gruwel heeft het woord dan toch één goede kant: het zegt precies wat het wil zeggen. Oké, bedankt, dankuwel. Tot nog eens. Ik bedoel: tot hopelijk niet meer.

zaterdag 7 december 2019

6 december


Ik had een goede vriend vroeger op school, met wie ik graag een potje discussieerde. Vraag me niet waarover, het was diep in de vorige eeuw. We stonden met een paar gasten na schooltijd te kletsen, en dan werd er al eens met wat spek geschoten. Je wilt zo'n discussie graag winnen. Als het echt ging spannen, haalde die vriend van me zijn nuclear option boven. Daar moest ik aan denken vanavond, bij het debat op de BBC tussen Jeremy Corbyn en Boris Johnson. Ik breng echte verandering, zei Corbyn. En Johnson: I'll get Brexit done. Ja ja. En mijn grootvader, zei mijn vriend dan, die kan een kanon optillen.

maandag 2 december 2019

2 december


Het is nog al niet no de wuppe, dacht ik ook wel eens, tot ik vandaag vernam dat John Richards ermee gestopt is. John is 96, maar dat is niet de enige reden. 'Wij', schrijft John, 'en de vele mensen die ons steunden overal in de wereld, hebben ons best gedaan, maar de onwetendheid en de luiheid in deze moderne tijd hebben gewonnen.'

John Richards werkte zijn hele leven in de journalistiek. Toen hij in 2001 als redacteur op rust ging, richtte hij de Apostrophe Protection Society op. Hij kon het niet meer aanzien hoe de mensen al maar slonziger omgingen met de apostrof in de Engelse taal. Terwijl je maar drie regels moet kennen om het altijd goed te doen.

Het heeft niet mogen zijn. Ignorance and laziness have won, en Richards geeft zijn strijd voor de much-abused apostrophe op. De luie Britten kunnen met een gerust gemoed hun apostroffen op alle foute plekken neerzetten of weglaten. Maar dat was al zo, ze wisten het toch niet.

donderdag 28 november 2019

De taalhond baalt weer


Nog niet geheel hersteld van het woord conculega, bots ik vandaag op prosument. Als ik het goed begrijp, al weet ik niet of ik dat wil, verwijst het naar iemand met zonnepanelen op z'n dak, of een windmolen in z'n tuin. Zo iemand maakt elektriciteit terwijl hij er ook verbruikt. Produceert terwijl hij consumeert, begrijp je? Heb je het begrepen? Misschien wil je ook liever niet.

maandag 25 november 2019

24 november


Yet, like all men who are preoccupied with their own broadness, he was exceptionally narrow.
(En toch, zoals alle mannen die zo graag breeddenkend zijn, was hij uitzonderlijk eng van geest. )

He is Harold Piper, de sullige echtgenoot van Evelyn uit The cut-glass bowl van F. Scott Fitzgerald, geschreven in 1919.

De zin intrigeerde me toen ik hem zag, heel in het begin van het verhaal, toen ik nog geen idee had wat er te gebeuren stond, en welke rol de glazen kom erin zou spelen. De zoveelste variant van een Grieks drama - je weet van meet af aan: dit komt niet goed.

Een afgewezen minnaar geeft de bowl van geslepen glas aan zijn geliefde als huwelijkscadeau. Ik geef je iets, zegt hij, dat net zo hard is als jij, en net zo mooi en zo leeg en waar je net zo makkelijk doorheen kunt kijken. Ze is er nog mee ingenomen ook, ze zet de enorme kom op een prominente plek in haar huis, en je denkt: o nee.

Maar dat is niet de reden waarom de zin is blijven hangen. Een goed gebouwde zin, de lange aanloop naar het misleidende broadness, het bruuske komaf met narrow. Waarom klinkt hij vertrouwd? Het is de structuur: Ik ben een verdraagzame man, maar... Alleen is hier de aanloop kort, de broadness is snel afgewerkt. Het is de narrowness die breed wordt uitgesponnen.

donderdag 21 november 2019

21 november


Ik hou niet van dat woordje senior. Ik vind het een vals en neerbuigend woord, iets voor het marketingvolk en weer een van zijn doelgroepen. Laat men mij rustig een oude man noemen. Desnoods een oudere man, ook een beetje vals, omdat ouder toch nooit minder dan oud kan willen zeggen.

Noem mij dan boomer, als het echt nodig is. Voor jagger ben ik gelukkig te oud. Wel gepensioneerd, maar niet meer jong en al helemaal niet zo actief. Ik wil graag wat in mijn luie stoel uithangen als het buiten regent. Mag ik even? Geen stappenteller van doen.

Köpskam, ziedaar een woord naar mijn hart. Tant pis dat het Zweeds is. Senior is ook Latijn. Koopschaamte, maar dat is het niet. Veeleer kooponwil. Ik heb dat ook. Anders dan belevingsshoppers, die in winkels rondhangen voor hun plezier, alsof daar iets te beleven is, hou ik me ver van het koopgebeuren. Alleen als het niet anders kan, loop ik een winkel binnen en koop er iets. Uit koopnood, zeg maar. Mijn aankoop is een noodaankoop. Betalen en wegwezen. Dat is ook precies wat de winkelier van mij verwacht.

maandag 18 november 2019

18 november


It's a poor sort of memory that only works backwards.

Voor de Witte Koningin uit Through the Looking Glass is het makkelijk, zij leeft achterstevoren. De Koningin doet een pleister op haar vinger, en begint wat later te gillen. Mijn vinger bloedt! roept ze. Wat scheelt er? vraagt Alice. Heb je in je vinger geprikt? Nog niet, zegt de Koningin, maar dat ga ik zo meteen doen. Als ik m'n sjaal vast wil maken. De broche springt altijd open. En jawel. Dat verklaart het bloeden, zie je, zegt de Koningin. Nu versta je hoe de dingen hier gebeuren. Maar waarom huil je nu niet? wil Alice weten. Nou, zegt de Koningin, dat heb ik toch al gedaan.

Achterstevoor leven: Merlijn kan het ook, in The Once and Future King van Terence H. White. En Tod T. Friendly in Martin Amis' Time's Arrow. Wel geen vrolijk verhaal, dat laatste.

Een memory that also works forwards, zou dat niet handig zijn? Best wel. Handig. Leuk? Dat weet ik zo niet. Dat hangt af van wat er zo al gaat gebeuren. Wil ik dat weten? Ik weet het niet. Ik denk het niet. Misschien liever niet. Laat maar eerst gebeuren. Of het leuk was, zie ik dan wel. Toch maar backwards, dus.

vrijdag 15 november 2019

De taalhond baalt


Bij mij op de ontbijttafel staat een botervlootje van Colruyt, met halfvolle boter erin. Het deksel meldt dat de boter 'veggie' is, en een nutri-score D heeft. Dat is allemaal goed en wel, al is D ook weer zo vet niet. Of net wel. En dan staat er ook, dat de boter koelkastsmeerbaar is. Hallo? Het is erg genoeg, dat ze bij Delhaize lijngevangen kabeljauw verkopen. Daar kun je met veel goede wil nog iets in zien: de vis is met de lijn gevangen. Ik eet toch al uit machinegewassen borden. Met de machine gewassen, oké dan. Tweeloopgeschoten fazant, waarom niet. Maar met de koelkast smeerbare boter? Of is hij in de koelkast smeerbaar? Dat heb ik nog niet geprobeerd. Zouden ze bedoelen: de boter is smeerbaar als hij uit de ijskast komt? Zoiets als blikeetbare sardientjes? Kelderdrinkbaar bier?  Doosdraagbare schoenen? Ja, waarom eigenlijk niet? 

Klik om te vergroten
 

woensdag 13 november 2019

13 november


Het politieke debat is veel vuiler dan vijftien jaar geleden, zegt Martin Hultman van het expertisecentrum over klimaat-ontkenning in Göteborg. Ik las het in dS Weekblad, het weekendmagazine van De Standaard

Het stuk ging over de vraag waarom vooral oudere mannen het zo moeilijk hebben met de jonge, vaak vrouwelijke klimaatactivisten. Daarbij komen de sociale media, die een megafoon zetten op de onderbuik van de samenleving

Dat was afgelopen week, het aankomend asielcentrum in Bilzen was nog niet in brand gezet. Wat in de nasleep van de brandstichting op die 'sociale media' te horen was, valt al lang niet meer onder de noemer 'vuil'. Dat was niet meer de onderbuik van de samenleving, maar wat zich nog een eind verder onder die buik bevindt. De geluiden die daar gemaakt worden, nee, bedankt.

vrijdag 8 november 2019

8 november


Nog eens aan 't lezen: Alice in Wonderland. In het Engels, dat moet haast ook. Het boekje wemelt van de woordspelingen, die het in een andere taal niet doen.
 
Do cats eat bats? vraagt Alice zich af, terwijl ze in het konijnenhol aan het vallen is. Do cats eat bats? Do cats eat bats? De val duurt eindeloos, dus doet ze de tijd dood, door onder meer aan haar kat Dinah te denken. Daarbij dommelt ze haast in, en raakt wat in de war. Do bats eat cats?
 
Ik heb hier thuis nog een oude Nederlandse vertaling. Eten katten vleermuizen? Eten vleermuizen katten? Het werkt niet.

De belevenissen van Alice zijn wonderbaarlijk. Curiouser and curiouser! vindt ze zelf ook. Mossie, mossie, wat gek! wordt dat. In het Nederlands, inderdaad.

Mine is a long and sad tale, zegt de Muis. It is a long tail, certainly, antwoordt Alice, but why do you call it sad? Arme vertaler. Ach, mijn verhaal is lang en droevig, zei de Muis. - Is het verhaal even lang en droevig als Uw staart?
Het gaat niet. Dat is niet de fout van de vertaler, maar van Lewis Carroll en zijn taalspelletjes.

Mijn meest geliefde figuur tot nog toe (ik ben pas in hoofdstuk zes) is de Caterpillar uit hoofdstuk vijf. Een streng en nukkig figuur. Explain yourself! zegt hij tegen Alice. Dat kan Alice niet, because I'm not myself, you see. - I don't see, zegt de Rups. One doesn't like changing so often, you know, zegt Alice. I don't know, zegt de Caterpillar. Al bij al is hij toch een geschikte rups, hij geeft Alice een tip voor hoe ze weer groter kan worden.

Vanavond in bed hoofdstuk zeven: A Mad Tea-Party. Ik kan niet wachten.

donderdag 31 oktober 2019

31 oktober


Het leven is als een trechter, zei Vladimir. Hij was waarschijnlijk in de veertig, ik amper goed twintig. Maar ik begreep perfect wat hij bedoelde, toen nog aan de wijde bovenkant. Vandaag zit ik een flink eind dieper, waar de trechter stilaan op zijn smalst wordt. Het ging over kansen en keuzes, tegenwoordig graag opties genoemd. Van haast onbeperkt naar vrijwel nihil, onderaan waar de tuit begint. Hoe lang die nog is, maakt niet zoveel meer uit. Maar Vladimir was een goedgeluimde man, zachtaardig, minzaam, innemend, wijs. Een goede leermeester, aan wie ik gaarne terugdenk. Hij is waarschijnlijk in de negentig, ik hoop dat hij het goed maakt. До свида́ния, Владимир.

zaterdag 26 oktober 2019

26 oktober


Er is nog even tijd om het lelijkste woord van 2019 te bekronen, maar ik zie niet gauw iets nog lelijkers opduiken dan fwa. Niet eens een woord, maar een fonetische benadering van de manier waarop vele Vlamingen of wat proberen te zeggen, op het einde van een zin, met vraagteken, veelal ten teken van misprijzen. Voelde gij u nie goe fwa? Ik zag het voor het eerst in de reclameboodschap van Bicky Burger. Een soort superman verkoopt een vrouw een klap, omdat ze hem een hamburger aan wil smeren die niet van Bicky komt. Fake Bicky, fwa? zegt hij. Over de smaak van hamburgers valt niet te redetwisten. Wel over die van spraak- en anders gestoorde reclamemakers. Overigens vind ik verrommeling tot nog toe het mooiste woord, voor hoe we hier met (onder meer) onze open ruimte omgaan.