Gij
dat is wij. En wij dat is ook gij.
Dat
weten we dus weer. Gij
is terug. Verdreven toen ik nog op de eerste lagereschoolbanken zat,
door het uit Nederland geïmporteerde jij.
Met
veel geknars van tanden toen, of jolijt bij het vrolijkere deel van
de bevolking. Met grappen over miauwende katten, van jou
en jouw,
weet je wel. Plots mocht je ook gewoon je
zou
schrijven, en je
had,
in plaats van ge
zoudt
en ge
hadt, want:
gij
drinkt altijd thee.
Maar
nu mag het weer, op gezag van de familie Colruyt van de gelijknamige
groep. Je kunt betwijfelen of het een goed idee is om de zorg voor
onze taal uit te besteden aan een kruidenier. Een zeer bekwame
kruidenier, zoals we weten, maar juist daarom.
En
wat gij belangrijk vindt, inspireert ons.
En
omgekeerd. Want er is geen 'gij doet dit' of 'wij doen dat'. Er is
wel 'samen laten we het werken.' Genoeg
geciteerd, kleffe copywriting.
Of
toch nog het laatste zinnetje:
Laat je inspireren op colruytgroup.com.
Hoezo,
je? Is
de copywriter al vergeten dat zijn tekstje over gij
ging, helemaal Vlaams, helemaal niet als bij A. Heijn, de
concurrerende kruidenier uit Nederland? Of is er een andere reden? De
voorwerpvorm van gij
is
u,
de bezitsvorm uw,
als
in
Ge moet
u niet
generen om uw
boterhammen hier op te eten. Dus: laat u
inspireren.
Maar dat is zo elitair. Wie zegt nu nog u? Dus:
laat je
inspireren toch maar.
En
dan denk ik ook: zouden ze nog met het werkwoord uit de voeten
kunnen, bij Colruyt? Zo van gij
laast, gij kwaamt? Gij zaagt, gij braakt? Gij kondt?
Ik
durf het te betwijfelen.
Gij
ook?