vrijdag 29 mei 2020

Het jaar van de ooievaar

u als in u

Persoonlijk voornaamwoord zich richtend tot een aangesprokene. Als in: 'U kunt ons bereiken op het onderstaand nummer.' Ooit courant gebruikt bij het aanspreken van onbekenden, ouderen, hiërarchisch meerderen, daarmee bewust een zekere afstand creërend. Thans snel uitstervend en verdrongen door je/jij, oorspronkelijk alleen bedoeld voor informeel gebruik. 'Voor klachten kun je je richten tot onze klantendienst', zo spreken bedrijven hun klanten nu toe. Als het even kan, voegen ze er ook nog uw voornaam aan toe: 'Jean-Paul, je bril is klaar. Je kunt hem vanaf nu komen afhalen.' U hebt geluk als ze er nog net niet aan toevoegen: 'We weten dat je aan de overkant bij de geldautomaat staat'.

maandag 25 mei 2020

25 mei


Gisteren een zeldzame en nog onwennige stap in de wereld gezet. Toch het kleine stukje wereld rond het marktplein van S. Zou het stadspark open zijn? Het was open. Dus liep ik naar binnen voor a walk in the park - something that is very easy to do, and usually pleasant, zegt The Cambridge Dictionary. Zo was het helemaal. Er was best wat volk, maar niet te veel, van alle leeftijden en pluimages, gezapig rondkuierend, op bankjes of op de grond zittend, selfies makend bij de fontein, de eendjes voerend, elkaar corrigerend aangaande een grote vogel die in het water stond. Een ooievaar, nee, een reiger. Wat mij betrof mocht het een pelikaan zijn of een flamingo. Maar die mensen, live, in het echt, buiten, op kleine afstand passerende volslagen onbekenden. Het park zelf lag er lekker wild en verwaarloosd bij, de banken schmutzig, de vuilnisbakjes overvol, het groen uitbundig buiten de lijntjes woekerend. Laat maar even zo nog, dit kleine stukje wereld buiten de muren van mijn kot.

zondag 24 mei 2020

24 mei


Ik moet denken aan de vele keren dat ik las over iemand die iets deed om mijn hoofd leeg te maken. Het klinkt altijd goed. Of laten we zeggen: juist. Aan het woord is een met een hoofd als een ei zo vol allemaal briljante ideeën en projecten, diepe inzichten en bekommernissen van allerlei aard. Zo'n hoofd moet al eens leeg gemaakt worden, dat versta ik. Zelf voel ik die behoefte niet. Ik zit thuis, er gebeurt niets. Ik hoor en zie niemand. Ik bel wel eens, maar heb niets te vertellen, mijn gesprekspartner evenmin. Ik lig wel eens in het gras, kijk naar wat boven mij passeert. Een krassende kauw, een wolk, een hommel, een condensstreep alweer, of zelfs een heus vliegtuig. Dat is het dan, en ik denk: zo leeg is mijn hoofd nog nooit geweest. Beter gauw iets doen om het weer vol te maken.


donderdag 21 mei 2020

Het jaar van de ooievaar


t als in tig

Veel, heel veel. Onbepaald hoofdtelwoord. Nederlanders die wat moe werden van het saaie heel veel hebben het woordje tig uitgevonden, als in: Dat heb ik nu al tig keren gehoord. Anders dan het neutrale (heel) veel, heeft tig vaak een kleine bijtoon van irritatie. Men legt er een subtiele maar vileine nadruk op, daarmee suggererend dat het, volgens de spreker, misschien wel net wat té veel is. 'Ik zeg het je voor de tigste keer', en iedereen begrijpt: het is goed geweest nu. In België wordt tig nog niet zo vaak gehoord. Belgen hebben mogelijk meer geduld met saaie woorden. Tig kan net zo goed uit luiheid ontstaan zijn, een beetje zoals alstu. Waarom zou u twintig of tachtig zeggen, als het er toch niet zo nauw op aankomt? Wie wil nu weten hoeveel euro tig ton precies is? Heel veel, zoveel is zeker.

dinsdag 19 mei 2020

De taalhond blaft


Gij dat is wij. En wij dat is ook gij. 
 
Dat weten we dus weer. Gij is terug. Verdreven toen ik nog op de eerste lagereschoolbanken zat, door het uit Nederland geïmporteerde jij. Met veel geknars van tanden toen, of jolijt bij het vrolijkere deel van de bevolking. Met grappen over miauwende katten, van jou en jouw, weet je wel. Plots mocht je ook gewoon je zou schrijven, en je had, in plaats van ge zoudt en ge hadt, want: gij drinkt altijd thee.

Maar nu mag het weer, op gezag van de familie Colruyt van de gelijknamige groep. Je kunt betwijfelen of het een goed idee is om de zorg voor onze taal uit te besteden aan een kruidenier. Een zeer bekwame kruidenier, zoals we weten, maar juist daarom.  

En wat gij belangrijk vindt, inspireert ons. En omgekeerd. Want er is geen 'gij doet dit' of 'wij doen dat'. Er is wel 'samen laten we het werken.' Genoeg geciteerd, kleffe copywriting. Of toch nog het laatste zinnetje: Laat je inspireren op colruytgroup.com.

Hoezo, je? Is de copywriter al vergeten dat zijn tekstje over gij ging, helemaal Vlaams, helemaal niet als bij A. Heijn, de concurrerende kruidenier uit Nederland? Of is er een andere reden? De voorwerpvorm van gij is u, de bezitsvorm uw, als in Ge moet u niet generen om uw boterhammen hier op te eten. Dus: laat u inspireren. Maar dat is zo elitair. Wie zegt nu nog u? Dus: laat je inspireren toch maar. 

En dan denk ik ook: zouden ze nog met het werkwoord uit de voeten kunnen, bij Colruyt? Zo van gij laast, gij kwaamt? Gij zaagt, gij braakt? Gij kondt?

Ik durf het te betwijfelen. Gij ook?

maandag 18 mei 2020

Het jaar van de ooievaar


s als in SUV

Sports utility vehicle. Een SUV is een jeep met pretentie. De hoeken zijn wat afgerond, er zit meer chroom op. Men spreekt van een aandachtsgevoelige auto. Wie met de SUV op straat komt, wil gezien worden. De macho aanblik van de auto moet afstralen op de bestuurder, niet zelden bestuurster. Stoer is ook met uw SUV van de weg af rijden, hij is tenslotte een terreinwagen. De kans is wel reëel dat uw zondagsjeep met alle vier zijn aangedreven wielen in de modder blijft steken. Mocht zulks u ooit overkomen, blijf dan in uw SUV zitten tot het donker is. U wil nu liever toch niet gezien worden.

zaterdag 16 mei 2020

16 mei


Kan niet iemand een app voor me maken, die alle foto's en beelden en klankfragmenten wegfiltert van die enge man die per malheur president geworden is in Amerika? Zodat ik hem niet meer hoef te horen of zien, twintig keer per dag? Kan de app niet in één moeite ook dat lelijke c-woord wegdoen, dat ik een paar honderd keer per dag hoor en zie passeren op de radio en de televisie en mijn laptop en de krant en mijn telefoon? Zoals de vrouw in het weekendmagazine. Het gaat over nieuwe rolpatronen in deze tijd van je weet wel. Papa is mama geworden, staat boven het artikel, en mama is nu papa. De vrouw werkt nu thuis, en haar man zit daar ook, zonder werk, dus past die op het kleintje. Mooi toch. Maar: de vrouw blijft wel de manager van het gezin. Ik track haar slaap- en eetpatroon met een app, zegt ze over de kleine uk van vijf maanden. Dat wou ik eigenlijk zeggen: zo'n app kan echt alles. Nou dan?

vrijdag 15 mei 2020

Het jaar van de ooievaar


r als in re

Betreffende. Bovenaan een e-mail, ter aanduiding van het onderwerp, gevolgd door een dubbele punt. Van het Latijn res, zaak. Een ablatief, voor de kenners. Bij intens verkeer is het niet ondenkbaar dat een e-mail met als onderwerp Onze fuif van 18 mei een paar tientallen keer weg en weer reist tussen afzender en ontvanger, en gaandeweg over altijd maar andere dingen gaat, maar nog altijd als Re: Onze fuif van 18 mei wordt aangekondigd. De kans is groot dat de fuif inmiddels al tijden voorbij is, of wegens een onverwacht opgetreden pandemie afgelast. Om die reden is het raadzaam mails met onderwerpen als Re: Dringend! met enige reserve tegemoet te treden.

woensdag 13 mei 2020

13 mei


Je ziet nooit een liveverbinding met een correspondent die zegt: Ik sta hier in Lutjebroek, waar vandaag wéér geen oorlog is uitgebroken.

Aan het lezen, van Rutger Bregman: De meeste mensen deugen. Bregman is de onverbeterlijke optimist van wie ik eerder al De geschiedenis van de vooruitgang las. Daarin legt hij geduldig en ten overvloede uit dat de wereld vooruit gaat, niet achteruit, zoals we nogal eens geneigd zijn te denken.

Ook in De meeste mensen deugen gaat hij tegen de geldende wijsheid in. Op Michael Moore-achtige wijze selecteert hij bergen bewijsmateriaal voor zijn stelling, waarmee hij zijn arme lezer complexloos te lijf gaat. Geen schroomvallig enerzijds, anderzijds - wie het niet gelooft, moet maar een ander boek lezen. Het effect is als van een lekker foute, veel te lange douchebeurt met water dat flink warm is en net niet te heet.

Ik las net het stukje over het nieuws. Het nieuws gaat over uitzonderingen, zegt Bregman. Aanslag, geweld, ramp: hoe uitzonderlijker de gebeurtenis, hoe nieuwswaardiger ze wordt. Niet in Lutjebroek dus. Zo is het toch? Want laten we eerlijk zijn: de levens van de meeste mensen zijn saai. Sympathiek maar saai.

Het viel me de laatste weken ook nogal op. En zo is het goed. Moord en doodslag mogen dan 'goede televisie' zijn, liever toch de weersverwachting voor morgen.
Dus, wie in deze saaier dan saaie dagen nood zou voelen aan een opkikker: Bregman maar.

zaterdag 9 mei 2020

Het jaar van de ooievaar


q als in quod non

Wat niet zo is. Niet dus. Te bevestigen aan het einde van een uitspraak, om te zeggen dat de uitspraak niet geldt. Als in: 'Het pakketje zou over uiterlijk twee werkdagen arriveren, quod non.' Het pakketje arriveerde niet. Quod non past in de in zekere kringen opgeld doende trend om te pas en niet zelden te onpas met een paar woordjes, zoniet een heel citaat, in het Latijn te verwijzen naar een kwaliteitsvolle opleiding. De toehoorder moet geloven uit een superieur denkraam te worden toegesproken. Quod non.

donderdag 7 mei 2020

7 mei



De radicale afwijzing van collectief denken. Er zijn van die citaten die blijven plakken. Dat je de weekendkrant van een week geleden terugzoekt, je denkt: hoe was dat weer precies? Het citaat is van Charlie Warzel van de New York Times, geciteerd in dS Weekblad door Steven De Foer (Lockdownwoede in de VS), en hier nog eens door mij. Want zo gaat het ook natuurlijk: we praten elkaar maar na.

Het ging over aanhangers van een rudimentaire ideologie van de absolute vrijheid, een heilig recht om alleen aan jezelf te denken. Rudimentaire ideologie? Komaan! Twee woorden van vijf lettergrepen, dat moet wel bullshit zijn.

Struise binken op de foto, zes op een rij, wijdbeens, als een kerstboom vol behangen met oorlogstuig. Binnen in, niet op de trappen voor, het parlementsgebouw van Lansing, Michigan. Ten voeten uit, breed uitgesmeerd over bijna twee pagina's van de zaterdagkrant. Freedom!


Ja ik heb vandaag de smoor in, morgen doe ik wel weer beheerst en redelijk. Morgen heb ik wel weer begrip voor de hardwerkende mensen die zich achtergelaten voelen. Vandaag even niet, schat.

Citaten die blijven plakken. Het is de absentie van zin hebben in dingen. Van Ellen Deckwitz, dichteres en columniste, opgetekend door Ann-Sofie Dekeyser, in hetzelfde dS Weekblad. Over haar depressies. Het was een totaal vacuüm. Dat kan ik mij niet voorstellen, ook nog niet na bijna acht weken van confinement in mijn kot. Mij zul je het woord depressief niet lichtzinnig horen gebruiken. Maar de smoor in, dat wel. Vandaag wel.

Wat is dat van die confinement? Situation d'une population animale trop nombreuse dans un espace trop restreint et qui, de ce fait, manque d'oxygène, de nourriture ou d'espace (Larousse). Dat zal het zijn. Eten genoeg, maar geen zuurstof. Geen ruimte. Daar krijgt een mens de smoor van in. De smoor inhebben: behoorlijk balen (Van Dale).

maandag 4 mei 2020

3 mei


Dus de spotprijs voor aardappelen zakte deze week naar 1 euro voor 100 kilogram, zegt mijn krant. Dat is dus 1 cent per kilo, rekent de krant mij voor. Nog even, zegt mijn krant, en ik krijg ook bij mijn aardappelen nog geld toe. Vooruit maar.

Dat 1 cent per kilo een spotprijs is, dat wist ik ook wel. Of niet? 'De spotprijs,' doceert mijn krant, is de prijs 'die geldt voor aardappelen die niet via contract verhandeld worden.' Dagprijs. Contante prijs. De prijs waartegen direct, on the spot, geleverd kan worden. Nee, dat wist ik niet.

Volgens mijn krant krijg ik binnenkort misschien ook geld als ik een huis koop. In Italië kan het hier en daar al voor 1 euro, schijnt het. Misschien geven Boeing en Airbus wel geld aan wie een van hun vliegtuigen af wil kopen, zegt mijn krant, nu ze niet meer weten waar ze ermee moeten blijven.

Dat lijkt me wel wat, zo'n A380 in mijn tuin, met nog een smak contanten erbovenop. Alleen, er staat al een caravan, zoveel plaats is er ook niet meer. Ik zou hem kunnen verkopen natuurlijk, mijn caravan, zoals Willem Vermandere. Voor een spotprijs, en dan moet ik nog blij zijn dat ik de koper niet moet betalen.