De
radicale afwijzing van collectief denken. Er
zijn van die citaten die blijven plakken. Dat je de weekendkrant van
een week geleden terugzoekt, je denkt: hoe was dat weer precies? Het
citaat is van Charlie Warzel van de New
York Times,
geciteerd in dS
Weekblad
door Steven De Foer (Lockdownwoede
in de VS),
en hier nog eens door mij. Want zo gaat het ook natuurlijk: we praten
elkaar maar na.
Het
ging over aanhangers
van een rudimentaire ideologie van de absolute vrijheid, een heilig
recht om alleen aan jezelf te denken.
Rudimentaire ideologie? Komaan! Twee woorden van vijf
lettergrepen,
dat moet wel bullshit
zijn.
Struise
binken op de foto, zes op een rij, wijdbeens, als een kerstboom vol
behangen met oorlogstuig. Binnen
in,
niet op de trappen voor, het parlementsgebouw van Lansing, Michigan.
Ten voeten uit, breed uitgesmeerd over bijna twee pagina's van de
zaterdagkrant. Freedom!
Ja ik heb vandaag de smoor in, morgen doe ik wel weer beheerst en redelijk. Morgen heb ik wel weer begrip voor de hardwerkende mensen die zich achtergelaten voelen. Vandaag even niet, schat.
Citaten
die blijven plakken.
Het is de absentie van zin hebben in dingen. Van
Ellen Deckwitz, dichteres en columniste, opgetekend door Ann-Sofie
Dekeyser, in hetzelfde dS
Weekblad. Over
haar depressies.
Het was een totaal vacuüm. Dat
kan ik mij niet voorstellen, ook nog niet na bijna acht weken van
confinement
in mijn kot.
Mij zul je het woord depressief
niet lichtzinnig horen gebruiken. Maar de smoor in, dat wel. Vandaag
wel.
Wat
is dat van die confinement?
Situation d'une population animale trop nombreuse dans un espace trop
restreint et qui, de ce fait, manque d'oxygène, de nourriture ou
d'espace (Larousse). Dat
zal het zijn. Eten genoeg, maar geen zuurstof. Geen ruimte. Daar
krijgt een mens de smoor van in. De
smoor inhebben: behoorlijk balen (Van Dale).
Geen opmerkingen:
Een reactie posten