donderdag 21 mei 2020

Het jaar van de ooievaar


t als in tig

Veel, heel veel. Onbepaald hoofdtelwoord. Nederlanders die wat moe werden van het saaie heel veel hebben het woordje tig uitgevonden, als in: Dat heb ik nu al tig keren gehoord. Anders dan het neutrale (heel) veel, heeft tig vaak een kleine bijtoon van irritatie. Men legt er een subtiele maar vileine nadruk op, daarmee suggererend dat het, volgens de spreker, misschien wel net wat té veel is. 'Ik zeg het je voor de tigste keer', en iedereen begrijpt: het is goed geweest nu. In België wordt tig nog niet zo vaak gehoord. Belgen hebben mogelijk meer geduld met saaie woorden. Tig kan net zo goed uit luiheid ontstaan zijn, een beetje zoals alstu. Waarom zou u twintig of tachtig zeggen, als het er toch niet zo nauw op aankomt? Wie wil nu weten hoeveel euro tig ton precies is? Heel veel, zoveel is zeker.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten