t
als in tig
Veel,
heel veel. Onbepaald hoofdtelwoord. Nederlanders die wat moe
werden van het saaie heel veel
hebben het woordje tig
uitgevonden, als in: Dat heb ik nu al tig
keren gehoord. Anders dan het neutrale (heel)
veel,
heeft tig
vaak een kleine bijtoon van irritatie. Men legt er een subtiele maar
vileine nadruk op, daarmee suggererend dat het, volgens de spreker,
misschien wel net wat té veel is. 'Ik zeg het je voor de tigste
keer', en iedereen begrijpt: het is goed geweest nu. In België wordt
tig
nog niet zo vaak gehoord. Belgen hebben mogelijk meer geduld met
saaie woorden. Tig
kan net zo goed uit luiheid ontstaan zijn, een beetje zoals alstu.
Waarom zou u twintig
of tachtig
zeggen, als het er toch niet zo nauw op aankomt? Wie wil nu weten
hoeveel euro tig ton precies
is? Heel veel, zoveel is zeker.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten