dinsdag 19 mei 2020

De taalhond blaft


Gij dat is wij. En wij dat is ook gij. 
 
Dat weten we dus weer. Gij is terug. Verdreven toen ik nog op de eerste lagereschoolbanken zat, door het uit Nederland geïmporteerde jij. Met veel geknars van tanden toen, of jolijt bij het vrolijkere deel van de bevolking. Met grappen over miauwende katten, van jou en jouw, weet je wel. Plots mocht je ook gewoon je zou schrijven, en je had, in plaats van ge zoudt en ge hadt, want: gij drinkt altijd thee.

Maar nu mag het weer, op gezag van de familie Colruyt van de gelijknamige groep. Je kunt betwijfelen of het een goed idee is om de zorg voor onze taal uit te besteden aan een kruidenier. Een zeer bekwame kruidenier, zoals we weten, maar juist daarom.  

En wat gij belangrijk vindt, inspireert ons. En omgekeerd. Want er is geen 'gij doet dit' of 'wij doen dat'. Er is wel 'samen laten we het werken.' Genoeg geciteerd, kleffe copywriting. Of toch nog het laatste zinnetje: Laat je inspireren op colruytgroup.com.

Hoezo, je? Is de copywriter al vergeten dat zijn tekstje over gij ging, helemaal Vlaams, helemaal niet als bij A. Heijn, de concurrerende kruidenier uit Nederland? Of is er een andere reden? De voorwerpvorm van gij is u, de bezitsvorm uw, als in Ge moet u niet generen om uw boterhammen hier op te eten. Dus: laat u inspireren. Maar dat is zo elitair. Wie zegt nu nog u? Dus: laat je inspireren toch maar. 

En dan denk ik ook: zouden ze nog met het werkwoord uit de voeten kunnen, bij Colruyt? Zo van gij laast, gij kwaamt? Gij zaagt, gij braakt? Gij kondt?

Ik durf het te betwijfelen. Gij ook?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten