dinsdag 9 december 2014

Onze Taalrubriek

Vandaag: Lelijke woorden

Ooit waren kaka en pipi lelijke woordjes. Je gebruikte ze alleen met de vriendjes en de broertjes of de zusjes, dan nog gniffelend, slecht op je gemak. Papa en mama moesten het niet horen. Later was het kak en pis. Ook nu nog, op rijpe leeftijd, behoedzaam te hanteren. Doseren. Schijt en stront a fortiori. Shit gaat wel, merde, scheisse: een laagje vreemde taal als glijmiddel. Ach wat is het onschuldig allemaal. Fuck en kut, wel wel, kindertaal haast tegenwoordig.

Een woord dat mij tot vandaag shockeert is crapuul. Het c-woord. Ik krijg het met moeite hier opgeschreven. Het uitspreken zul je me niet horen doen. Tuig, schuim, canaille, rapaille, geen probleem.

Voor echt vuile taal moet je elders zijn. Niet op de speelplaats, niet op café of op straat. De echte obsceniteiten zijn zo groot, ze passen niet in één woord. Ze komen in braakstoten van vaak drie woorden tegelijk. Worden vervolgens na de eerste letter afgekapt, vermengen zich dan als het vuil van de straat met eerbare afkortingen als BTW, IVF, KMO.

Nu, ook een woord als bermbom klinkt veel te vrolijk voor wat het is. Maar het heeft toch het fatsoen te zeggen wat het wil zeggen. Dat geldt niet voor IED: een als onschuldig letterwoord vermomde bermbom, zoals je dat van bermbommen kunt verwachten. Zo verpakt kun je de bermbom ook aan tafel ter sprake brengen, bij het gehakt in tomatensaus, ik noem maar iets. Improvised Explosive Device, en mag ik het zout even?

Vandaag is het Amerikaanse Senaatsrapport uit over foltering door de CIA, dat woord kennen we ook. Ik bedoel: CIA. Het woord foltering, dat kennen ze niet bij de CIA, waar men bij het gehakt met tomatensaus tips uitwisselt over nieuwe Enhanced Interrogation Techniques of EIT's. 

Zoals: cold water dousing, dat klinkt nog redelijk braaf. Sleep deprivation. Auditory overload. Men zal er de komende dagen veel over kunnen lezen. Ik raad aan dat men daar ook stopt. Dat wil zeggen, voor het begint te gaan over nog meer onuitspreekbare EIT's. Die woorden wil niemand zien: het is te pijnlijk zich een voorstelling te maken van wat ze zouden kunnen betekenen. Te ondenkbaar. En wie bedenkt dat? Wie doet dat? Voor deze lieden is het c-woord gemaakt.

maandag 8 december 2014

8 december


'De Nederlander die meer Marokkanen in Nederland wil moet ik nog tegenkomen', zegt Geert Wilders. Het klinkt lekker.

Het betekent ook niets. (De Belg die meer Nederlanders in België wil moet ik nog tegenkomen. De Fransman die meer Belgen in Frankrijk wil moet ik nog tegenkomen. De Venezolaan die meer Luxemburgers in Venezuela wil, enz.)

Dat ging over Wilders' berucht geworden vraag 'Wilt u meer of minder Marokkanen?' op een verkiezingsbijeenkomst in Den Haag vroeger in dit jaar. (De zaal gaf met geestdrift het gewenste antwoord: 'Minder!').

Wat een onzin. 'Wilt u belasting betalen, ja of nee?' (Publiek: Néé!) 'Wilt u trager rijden of rapper?' (Publiek: Rapper!) Het is een straatoude truc. 'Jezus of Barabbas?' (Publiek: Barabbas!)

Je moet er alleen maar op letten dat je de volgorde niet verknalt: 'Wilt u minder Marokkanen of meer?' (Publiek: Méér!)

Als uitsmijter bij zijn verklaring voor de Rijksrecherche, die onderzoekt of hij vervolgd moet worden wegens 'belediging van een groep mensen op grond van ras en aanzetten tot discriminatie en haat', besluit Wilders met een citaat van Martin Luther King. Van wie?

Dat is nu populisme. Makkelijk zat. Adepten op elke straathoek.

dinsdag 2 december 2014

2 december


Iemand heeft mijn stad S vol affiches gehangen, waarop staat: 'Het ik-doe-wat-ik-wil gevoel'. Ziedaar, dacht ik, de vigerende tijdsgeest treffend samengevat. Onderaan stond nog iets als Hello bank!, alles tegen de achtergrond van een in witte bruiloftskleren gehuld stel, waar ik pas later van merkte dat ze zich onder water bevonden. Dat was wat ze wilden.

Er wordt heel wat afgebazeld, zou Jelmer van Hoff zeggen uit Jeroen Brouwers' Geheime kamers. Het zou mij niet zoveel kunnen schelen, had ik niet nog later ontdekt dat deze Hellobank een uitwas is van mijn eigen bank, waarmee ik bedoel: de bank aan wie ik de zorg over mijn schaarse liquiditeiten heb toevertrouwd.

Als ik het goed begrepen heb, maar dat wil ik liever niet, is Hellobank de eerste 'mobiele bank'. Het bevalt me niet. Banken horen stabiel te zijn, niet mobiel. Ze moeten gedegenheid uitstralen, niet puberale cool. Verder doen ze er goed aan zich ver te houden van twijfelachtige moraliteit, of in elk geval de schijn te bewaren dat ze dat doen. Het kan best zijn dat mijn bank vuilnisbakken vol geld investeert in wapentuig en toxische chemicaliën, maar tot nu toe had hij tenminste het fatsoen daar discreet over te blijven.

Maar goed. Bij de volgende bankencrisis, die volgens meer dan een geïnformeerde waarnemer niet zo veraf meer kan zijn, gaat mogelijk ook mijn bank naar de haaien, inclusief zijn mobiele aanhangsel. Dat zal dan jammer zijn voor mijn bescheiden spaartegoeden. Anderzijds, als het ik-doe-wat-ik-wil gevoel mee verzuipt, komt er misschien toch nog iets moois van. 


donderdag 20 november 2014

19 november


'Roken werkt zeer verslavend. Begin er niet aan!' Een wijze vermaning. Zelf heb ik het indertijd ook gedaan. Ik was voorbestemd, opgroeiend in een winkel van rookgerief. Op mijn veertiende kreeg ik een doos met honderd Laurens 48 filtersigaretten cadeau. Het was tijd, vonden ze thuis, dat ik eraan begon. En verslavend was het. Het heeft tot voorbij mijn veertigste geduurd voor ik er weer van af was. Dus hou ik nu rokende mensen staande op straat, jong en oud, en ik spreek ze als volgt toe: 'Begin er niet aan!', zeg ik. Maar haast altijd halen ze de schouders op. 'Ja, ja', zeggen ze vermoeid. 'Roken werkt zeer verslavend'. Ze weten het al. Natuurlijk. Het staat in grote letters op het pakje sigaretten dat ze net nog gekocht hebben. Ik zie het tafereel voor me. 'Een pakje rode Bastos', zegt de klant. 'Alstublieft', zegt de sigarettenboer. 'Zes euro dertig cent. En je weet het', voegt hij eraan toe. 'Begin er niet aan!'

dinsdag 18 november 2014

18 november


Ik loop door de winkelstraat van S (er zijn nog winkelstraten, maar die zijn niet de winkelstraat van S) en wat zie ik daar in een etalage aan mijn linkerkant, even voor de markt? Wij wensen u een mooi 2015. De wanhoop van de middenstanders! De radeloosheid! De vertwijfeling! Koop uw kolen in de zomer, was het vroeger, dat was tenminste een goede raad.

Een mooi 2015, op 18 november? De pompoenen zijn amper binnen. Het is tijd nu voor Sinterklaas. Een beproefd stuk buitenaards theater, waar de laatste jaren een nieuw bedrijf aan is toegevoegd: ruzie over de correctheid of anderszins van Zwarte Piet. Zo mogen ook de kranten nog wat aan de Sint verdienen.

Wat moet ik daar van denken, van die Piet? Mag hij Zwart zijn of niet? Eerlijk gezegd, ik vond van wel. Maar als ook Het Laatste Nieuws een stukje heeft waarin Hilde Sabbe aanraadt het Pietgebeuren eens 'tegen het licht te houden', tja. 

En zo kan ik niet meer op mijn gemak eens door de winkelstraat van S lopen, zonder mezelf te kwellen met allerlei dilemma's. Mogen dik gebuisde eerstejaarsstudenten hun jaar overdoen of niet? Moeten tweeverdieners nog kindergeld krijgen of niet? Kunstenaars subsidie, of niet? Moet het leger nieuwe jets kopen of niet?

Moet die Singender Neonazi - naar het schijnt stichtend lid van het Verein zur Rehabilitierung der wegen Bestreitens des Holocaust Verfolgten - nu kunnen optreden in het museumtheater van mijn stad (op 6 december nota bene), of niet? Nu dat laatste is makkelijk: niet. Zo'n bruinzwarte piet willen we niet.

dinsdag 11 november 2014

11 november


Tot volgend jaar! las ik boven de uitgang bij het verlaten van Antwerp Expo. Ik dacht: misschien niet. Eén Boekenbeurs om de tien jaar is een goed gemiddelde. Dan ben je toch weer vergeten hoe het er op de beurs aan toegaat: tijd om nog eens te gaan kijken.

Maar nog voor ik goed binnen was, riep ik: nee, niet weer! Het was net als de laatste keer, met nog meer volk, nog meer kookboeken. Honderden standjes, elk met zijn sterauteurs, zijn gadgets, zijn hostesses (Mijnheer! Leest u Gazet van Antwerpen al?), zijn hoogst originele blikvangers - een echte wandelende Jommeke met wie ik op de foto mocht.

Wat komen al die mensen hier doen? Handtekeningen verzamelen, een selfie maken met Herman Brusselmans, eten en drinken, een boek kopen, hun gratis Grimbergen oppikken. Op de Boekenbeurs zijn, quoi.

Wat kom ik hier doen? Goede vraag, maar het antwoord gaf ik al: ik kom nog eens kijken hoe de Boekenbeurs eruitziet. Dat is dan gebeurd. De Boekenbeurs ziet er niet goed uit. Dat was de vorige keer net zo, alleen wat minder. Ik haast me naar buiten. Daar lees ik boven de uitgang: Tot over tien jaar!

zaterdag 8 november 2014

8 november


Yves Leterme leeft nog. Ik heb hem laatst gezien op de televisie, en jongens wat zag die man er goed uit. Hij leek twintig jaar jonger dan in de nadagen van zijn premierschap, toen hij grauw en gram en grimmig door de Wetstraat liep. Baas zijn van België, dat was echt geen job voor Yves. 

Ik had het niet zo voor Leterme. Ik neem het hem nog altijd kwalijk dat hij - een Standardsupporter! - zijn ziel verkocht aan de flaminganten. Zij mochten de staart worden van zijn hond, als paars maar gebroken werd. Voor Yves het wist, was hij zelf staart geworden. Niemand kreeg de hond weer in zijn hok.

Nu is Leterme dus teruggekeerd, verjongd en verlicht en vervrolijkt, en hij vertelt honderduit over zijn nieuwe werk in Zweden, waar hij nu baas is van de Internationale Intergouvernementele organisatie voor Democratische en Electorale Assistentie. Een beetje moeilijk, maar daar is Yves nooit bang voor. Ik denk dat hij dat goed doet, dat nieuwe werk. Dat hij beter op zijn plaats zit daar in Stockholm dan in Brussel. Hoewel, Brussel. Er zijn er die zeggen dat de baas van België nu kantoor houdt in Antwerpen.

dinsdag 4 november 2014

4 november


Hoe Vlaams is mijn Nederlands? Sinds vanochtend weet ik het: 27%. Is dat veel? Het valt wel mee: mijn Standaardnederlands heeft een licht-Vlaamse toets. Nederlanders zullen nu en dan een woord van mij kunnen leren. Twee procent minder, en mijn Standaardnederlands was niet of nauwelijks Vlaams gekleurd. Ik werd moeiteloos begrepen over de grens.

De grens met Nederland, wordt hier bedoeld. Die grens steek ik niet zo vaak over. Als het toch gebeurt, ga ik veelal naar Hulst, waar het Nederlands al net zo Vlaams kleurt als hier. Vaker steek ik de grens met Frankrijk over. Zo ik daar al begrepen word, moeiteloos zeker niet, al kunnen de Fransen dat goed wegstoppen, dat ze je niet verstaan hebben.

Het had erger gekund: 'Uw Standaardnederlands is vrij Vlaams. Nederlanders zullen uw woordgebruik merkwaardig óf schattig vinden.' Dat is 51 tot 75%. Ik heb liever niet dat iemand mijn woordgebruik schattig vindt. Dan lijkt het me beter dat ze me gewoon niet verstaan. Dat gaat ook, ik heb het in Italië nog meegemaakt.

Het had nóg erger gekund: 'Uw Standaardnederlands is heel Vlaams. U bent een prima ambassadeur van het Vlaams.' Dank u wel. Als dat zo zou zijn, begon ik vandaag nog Esperanto te leren.

Wat is overigens 'het Vlaams'? Die vraag kun je stellen aan mensen die hier uit het buitenland arriveren en Nederlandse lessen volgen omdat ze de taal van het land willen leren. Dat gaat vaak verbluffend goed, maar gaan ze na afloop iets drinken in de kroeg op de hoek, dan blijkt iedereen daar iets heel anders te spreken. Dat is dan Vlaams, en ze verstaan er geen bal van.

zondag 2 november 2014

3 november


Laatst liep ik in de supermarkt tegen een mij onbekend Belgisch bier aan. Het was genoemd naar een dorp in West-Vlaanderen, dat ik hier niet wil noemen. Op het etiket stond het silhouet van 'historisch correcte' soldaten aan het front van 1914-18, tegenwoordig steevast 'de Groote Oorlog' genoemd, met twee o's. Er stond ook een historisch correcte klaproos op, in dit geval vast een poppy.

Nog op hetzelfde etiket stond het verzoek om een minuut stilte in acht te nemen bij het openen van de fles, 'to commemorate those who fell on the battlefield'. In het Engels, omdat het bier nu eenmaal mikte op het marktsegment van Engelse oorlogstoeristen. Om die reden werd het ook verkocht in een halveliterfles.

Over smaak valt niet te redetwisten, ook niet over slechte smaak, over smakeloosheid al helemaal niet. Je zou de bedenkers van dat bier, naast totale smakeloosheid, ook opportunisme kunnen verwijten, cynisme, obsceen mercantilisme, lijkenpikkerij, mogelijk een hang naar necrofilie. Maar de kans is groot dat ze geen van die woorden begrijpen. Wat overblijft is: domheid.

Een meer gepaste manier om de gevallenen op het slagveld te herdenken is al vast om dit degoutante product te negeren, samen met alle andere toeristo-commerciële strapatsen waar sommigen zich dezer dagen mee opgeilen aan de ellende en de dood van zo vele mensen.

zondag 26 oktober 2014

25 oktober

'En dan komen al die oude mensen...', hoor ik haar zeggen. Ze staat achter mij, een opgeschoten tiener met haar moeder, ook te wachten tot het voetgangerslicht op groen springt. 'Al die oude mensen', zegt ze. 'En wij maar stampen en zwoegen tegen de wind, en dan komen al die oude mensen op hun elektrische fiets en zoef!

Ze vertelt het met verve, haar toon houdt het midden tussen verbazing en ongeloof, geen ergernis valt erin te bespeuren. En ik sta samen met mijn gade mee te luisteren, ik zie in gedachten de pelotons van bedaagde burgers groepjes ontstelde scholieren voorbijsuizen, niet voor ze hun aankomst per fietsbel hebben aangekondigd, keurig zoals het hoort. 

Wat is het een prachtig verhaal, en hoe meeslepend vertelt het dit jonge meisje, terwijl ze intussen samen met ons de zebra oversteekt naar de kant waar het park is.

Wij hebben nog geen elektrische fiets, mijn gade en ik. Niet dat we nog te jong zouden zijn: we vallen helemaal in de doelgroep waar het verhaal over gaat. Geen oudere mensen, geen zestig- of andere plussers, geen senioren of gepensioneerden, daar gaat het verhaal niet over, de hemel zij dank. 

Maar al die oude mensen, oké, in dat gezelschap wil ik eerstdaags wel meefietsen, elektrisch, met veel plezier en een tienervriendelijke beltoon.

vrijdag 24 oktober 2014

24 oktober

Dat de paus twittert, wisten we al. Met goedvinden van wijlen meneer god, zou L.P. Boon gezegd hebben. Toen ik dat voor het eerst hoorde, keek ik er niet echt van op. De kerk van Rome is tot veel in staat als het eropaan komt een schijn van moderniteit te wekken. Maar de Britse koningin?

Vandaag dus wel, om 11.35 u. plaatselijke tijd. Ze was in het Science Museum in Londen om er een tentoonstelling over de Information Age te openen. Hoe zou dat dan gaan, vraag je je af, de Britse koningin die twittert? Geheel zoals te verwachten was: The Queen removed a glove to send the tweet in front of around 600 guests, volgens The Guardian. Je kunt nu eenmaal niet tweeten met handschoenen aan. Toch geen twee handschoenen.

En wat zou de koningin in haar tweet gezegd hebben? Veel kan dat niet geweest zijn, gezien de aard van het medium. Anderzijds, een beetje communicator moet toch iets zinnigs kwijt kunnen in 140 karakters. It is a pleasure to open the Information Age exhibition today at the @ScienceMuseum, is wat de vorstin te zeggen had, and I hope people will enjoy visiting. Getekend: Elizabeth R. Nou!

Ik kijk er alweer niet van op. Twitter is bij uitstek het medium dat toelaat niets te zeggen aan mensen die niets te zeggen hebben. Daardoor, ongetwijfeld, is het zo populair, en is het eerder ook door wijlen meneer god gezien en goed bevonden.

Voor wie de Britse monarchie toch nog van oubolligheid zou verdenken, bracht de directeur van het museum, Ian Blatchford, in herinnering dat koningin Victoria al belangstelling toonde voor de telefoon. Ook haalde hij een 'door historici gesmaakte' gebeurtenis op van 26 maart 1976, toen deze zelfde Elisbeth II van vandaag de eerste monarch ter wereld werd die een e-mail stuurde. Dat was tijdens een bezoek aan het Royal Signals and Radar Establishment, een onderzoeksinstelling bij Defensie. De directeur vertelde niet wat er dan in die e-mail stond, maar ik denk: It is a pleasure to be at the Royal Signals and Radar Establishment today and I hope people will enjoy visiting.


vrijdag 17 oktober 2014

17 oktober


Er moet een tijd geweest zijn, dat mensen voor enige duur weggingen van huis, en toen ze daarna terugkeerden, zetten ze de deuren en ramen wat open om te verluchten, en gingen gewoon verder waar ze gestopt waren.

Er kunnen in die tijd nog wel een paar dingen geweest zijn, nieuwe kippen die weer geleerd moest worden hoe ze het trapje op moesten om op stok te gaan, en hoe de graanbak met opstapklep werkte, en waar de eitjes moesten liggen, en waar de excrementen - vooral niet samen.

Ook moest de thuiskomende reiziger, die mogelijk al die tijd geen piano gespeeld had omdat het een onpraktisch instrument is om mee te nemen, weer al zijn oude stukjes gaan instuderen, en het zal eveneens zijn voorgekomen dat hij niet meer wist waar hij de reservehuissleutels verborgen had, een al te ingenieuze plek, helaas.

Ik bedoel maar, het was in die tijd vast niet zo dat de belgacombakjes gereset moesten worden, en de modem geherconfigureerd, met de hulp van een helpdesksupporter aan de mobiele telefoon, omdat de vaste telefoon het niet meer deed, en de preselecties op de huisradio opnieuw ingesteld, en de waterontkalker weer geprogrammeerd, alsmede de digitale thermostaat en de klok van het keukenfornuis.

We reizen om te leren, en weggaan is altijd een beetje thuiskomen, ik bedoel elders, maar thuis thuiskomen - wie weg is moet daar eens goed over nadenken, of dat wel zo'n slim idee is.

vrijdag 10 oktober 2014

10 oktober


Ik lees voor uit Pietje Puk wordt parachutist, de kleintjes liggen naast me op het bed te luisteren.

Binnen is maar één loket, lees ik.
'Wat is een loket?'
'Zo'n ruitje waar iemand achter zit, zoals in het station als je een kaartje koopt.'

En hij knapt voor anderen dikwijls een karweitje op.
'Wat is een karweitje?'
'Een werkje.'

Je spreekt met de burgemeester, Pietje. Kun je dadelijk vijftig postzegels van een gulden brengen?
'Wat is een gulden?'
'Zo heette de euro vroeger in Nederland. Bij ons heette hij frank.'

Dan brengt hij het pakje naar de notaris.
'Wat is een notaris?'
'Iemand waar je naar toe moet als je een huis koopt, voor de papieren.'
'Of als je een huis erft,' zegt ze.
'Ja, dan ook, als je een huis erft.'

Het zàl een knalfeest worden, zegt Pietje, nu geestdriftig.
'Wat is geestdriftig?'
'Tja. Zo, ja, als je iets zegt of doet met veel plezier, zo van yes!, niet van, nou, goed, vooruit dan maar. Zo met veel vuur, niet half tegen je zin.'
'Enthousiast?', zegt ze.
'Ja. Precies. Enthousiast, natuurlijk. Ken jij enthousiast?'
Ze kent het. En haar broertje, weet die ook wat enthousiast is?
Ja, haar broertje weet het ook. Gewoon, enthousiast.

donderdag 2 oktober 2014

2 oktober


'Et dire que la mer est si grande', zei de man tegen mij die ik tegenkwam een goed eind in zee. We raakten in gesprek nadat ik, achteruit zwemmend, plompverloren tegen hem aan was gebotst. Op een paar pootjebaders bij het strand na waren wij de enige zwemmers binnen gezichtsafstand.
'Excusez-moi', zei ik. 'Ik had u niet gezien. Ik zwom op mijn rug.'
'Ik u ook niet,' zei de man, 'en ik heb nochtans een zwembril op.'
Hij had een zwembril op. Het incident dusdoende met gepaste excuses gesloten hebbend, zwommen wij beiden verder. Het gebeurde in de Middellandse Zee ter hoogte van de stad Sète. Een non-event, zo kan men zeggen, al blijkt er toch maar uit dat aanvaringen met onbekenden niet per se onprettig hoeven te zijn.

woensdag 1 oktober 2014

29 september


'Nog altijd 1500 straatlampen kapot in S na hagelstorm', lees ik op deredactie.be. Dan hoop ik echt dat mijn straatlamp daar niet een van is, ik bedoel de lamp die net voor mijn huis staat en zo'n vredig oranjegeel licht in mijn woonkamer laat schijnen, zodat ik 's nachts als ik de slaap niet kan vatten, wat gelukkig zelden gebeurt, zonder het licht aan te maken de trap af kan lopen naar beneden, voor een glas water, en weer op naar boven. Het kan 'nog enkele maanden' duren, zegt de website, voor alle lampen weer zijn hersteld. Zolang wil ik nu ook niet wachten om weer naar huis te gaan. Of toch? 'Michel Wuyts analyseert WK wielrennen'. O nee, o nee. Ik blijf in elk geval hier tot ik mij het lezen van zo'n kop niet meer kan herinneren. Tant pis als dat ook nog enkele maanden duurt.