woensdag 27 maart 2019

De taalhond waakt


Volwassenen hangen een boete van 60 euro boven het hoofd, minderjarigen 30 euro.

Vooruit nog maar eens. Zo'n uit spuug en touwtjes opgetrokken zin kan ik in een krant als De Standaard niet laten passeren. Ook al weet ik dat hier en daar een lezer (ik heb alleen hier en daar een lezer) zich ergert aan mijn gedram over de taal. Om ook die lezer te vriend de houden, dram ik zo meteen nog over iets anders. Maar eerst die taal.

Volwassenen hangen kan, zolang de volwassenen onderwerp van de zin zijn. Volwassenen hangen graag in drankgelegenheden uit, zo'n zin is helemaal oké. Volwassenen kan ook voorwerp zijn, maar dan moet het onderwerp van de zin wel meervoud zijn. Volwassenen hangen fikse boetes boven het hoofd. Boetes, meervoud. In de zin van De Standaard is er maar één boete, en die hangt, enkelvoud. Wel boven het hoofd van de volwassenen, meervoud, maar die zijn voorwerp, en hebben met het werkwoord niets van doen.

Zo. De zin komt uit een stuk over een studente, die door de treincontroleur beboet wordt, omdat ze haar rugzak op de zitplaats naast zich heeft neergezet. Ze vindt dat de controleur toch gewoon had kunnen vragen om haar rugzak weg te nemen. Trouwens, zegt ze, als er iemand opstapt, maak ik uiteraard altijd plaats. De schrijver van het stuk kan daar helemaal inkomen. Dat vormt zelden of nooit een probleem, schrijft hij, maar eigenlijk is het niet toegestaan. Eigenlijk.

Daar ben ik het niet mee eens. Treinreizigers die de zitplek naast zich inpalmen, vormen volgens mij altijd een probleem. Omdat ze een chagrijnig signaal geven: ik wil liever niet dat iemand naast me zit. En omdat ze de reiziger die dat toch wil doen, ertoe verplichten eerst hun toestemming te vragen: Vindt u het erg dat ik hier kom zitten? Of: Zou u het niet erg vinden uw tas even weg te nemen?

De treincontroleur heeft al te veel zulke enfoutisten gezien. Hij speelt niet meer mee, en zet de asociale reiziger op de bon. Dat die dat wel erg vindt, is geheel zijn eigen probleem.

donderdag 21 maart 2019

21 maart


God bestaat dus toch. Ik kwam hem vandaag tegen op een oud audio-cassetje. Hij zat met nog een hoop andere cassetjes weggestoken in een blikken koekjesdoos.

Die doos kwam plots tevoorschijn naar aanleiding van een project hier ten huize waar ik verder niet veel over kwijt wil, omdat het mij nerveus maakt. Laat mij volstaan met te zeggen dat alles wat in mijn huis opgeborgen zit, tijdelijk voor de dag moet komen. Zoals dat gebeurt als je gaat verhuizen. Wat ik niet van plan ben, voor de duidelijkheid. Dit project maakt mij zo al nerveus genoeg.

Just one night (Live in Tokyo, 1979) stond er op dat cassetje. 
Ik heb het toch maar eens in mijn ouwe dubbele deck gedaan, om te horen of er na al die jaren nog wel iets op stond. Nou. Alsof ik er zelf bij was, daar in Tokio.

Clapton is God, spoot iemand in de jaren zestig op een muur van het metrostation in Islington. Zelf geloofde ik er niets van. Ik geloof niet in goden. Maar God heeft echt bestaan, hij speelde gitaar. Nu weet ik het gewoon. Dat is ook beter. Als je iets weet, hoef je het nooit meer te geloven.

De hemel bestaat ook. Hij is bij mij thuis op de sofa. Ik ga liggen, doe mijn ogen toe, ik luister naar Just one night.

dinsdag 12 maart 2019

12 maart


Twee bomen uit het bosje van de buur zijn zondag in de stormwind afgeknakt en in mijn tuin terechtgekomen. In hun val hebben ze de omheining tussen mijn tuin en het bosje vernield, alsmede de omheining, in mijn tuin, van mijn kippenren. Het pluimvee liet niet na om prompt in mijn hele tuin aan het scharrelen te gaan. Opportunisme is niet alleen des mensen. Grensoverschrijdend gedrag komt ook bij bomen voor. Ach die bomen worden wel weggeruimd, de omheiningen hersteld. Wie mij echt zorgen baren, zijn de eekhoorns. Hoe kunnen ze nog fluks en vrolijk van boom naar boom springen, als er zulke gaten vallen in hun parcours? Zullen ze meer over de grond lopen, en als ze dat doen, vallen ze niet ten prooi aan de katten? Kijk ik wil best graag een zorgeloos mens zijn, maar het moet ook niet zo hard gaan waaien.

woensdag 6 maart 2019

6 maart


De twee andere ministers van Klimaat waren gisteravond niet bereikbaar voor commentaar, zo schrijft De Standaard.

Dat zullen dan de Vlaamse en de federale minister zijn. De twee ene ministers waren wel bereikbaar.

De Brusselse en de Waalse minister vonden het allebei een goed idee om korte vluchten tussen Brussel, Amsterdam en Parijs te vervangen door treinritten. 

Als alle vier onze klimaatministers het een goed idee vinden, kunnen ze er misschien werk van maken. Na de verkiezingen, uiteraard, en na de regeringsformatie die daarop moet volgen.

Regeringsformaties. Waarschijnlijk worden het wel vier nieuwe ministers. Het is afwachten wie van hen bereikbaar zullen zijn voor commentaar. 

En of ze het ook nog een goed idee zullen vinden van die treinritten.

Overigens moet er eerst een hogesnelheidstrein stoppen in Zaventem, zegt Brussels Airlines. Die is er nog niet.

Hebben jullie in België dan vier regeringen?

Nee, we hebben er zes. Alleen hebben de regeringen van de Franse en van de Duitstalige gemeenschap geen klimaatminister. 

Ik betreur dat. Zes klimaatministers weten mee dan vier, al kan het iets langer duren voor ze allemaal voor commentaar bereikbaar zijn.

woensdag 27 februari 2019

27 februari


Nu het weer weer was om in het gras te liggen, op mijn rug, en omhoog te kijken, naar de blauwe lucht, kon ik verwachten dat daar kleurrijke ballons voorbij zouden drijven. Dat is in de stad waar ik woon niet ongewoon.

In de plaats kreeg ik een groot spinnenweb te zien van witte strepen, maar veel minder ordelijk dan spinnen dat zouden spannen.

Mijn stad S ligt zichtbaar op een knooppunt van het mondiale luchtverkeer, wordt bij dag als bij nacht overvlogen door reizigers met even onvermoede als uiteenlopende bestemmingen. Hun vliegende voertuigen trekken sporen naar oost, west, noord en zuid, en alle daartussen nog bedenkbare windrichtingen.

Natuurlijk was het raar, dat ik in februari in het gras kon liggen en geen kou voelen. Nog raarder was, dat ik 's avonds na de maaltijd en de afwas, toen ik me in de sofa wou installeren om weer een vredige avond aan te vatten, op de houten vloer midden in de woonkamer een pad zag zitten.

Hij zag er verloren uit, had zo te zien geen idee welke kant hij nu op moest. Voor de ontheemde amfibie onhandig onder een meubel weg kon scharrelen, ving ik hem in een doos en zette hem vriendelijk buiten. 

In het donker in de tuin, onder de sterren en de twinkelende lichtjes van de vliegtuigen.

maandag 18 februari 2019

18 februari


Alstu zeggen ze, de bitterballen aanreikend. Uitgifte gereed. Het kopje is vol, wil dat zeggen. Neem het maar uit de automaat. Voor een beetje buitenlandgevoel moet je echt zo ver niet gaan. Het is wel een eindje stappen naar het strand. De duinen staan in de weg. Die hebben ze hier neergezet waar bij ons de flatgebouwen staan. Ze laten er paarden in rondlopen, die je niet mag voeren. Ze leggen ook uit waarom: de dieren kunnen er hoefbevangen van worden. Dan is inslapen de enige remedie. Ook kun je voor vijftig cent door een verrekijker de zeehonden zien. Bij laag tij, als de zandbank boven water komt. Maar nu: Buis West. Precies. We zijn in de westelijke koker van de Westerscheldetunnel. Dat is alweer op weg naar huis.

zaterdag 16 februari 2019

16 februari


Ik lees graag. Meestal fictie - romans en verhalen. Ik geniet volop terwijl ik lees, maar nog voor het boek uit is, ben ik de helft ervan vergeten. De grootste helft. Dus lees ik vaak het boek een tweede keer, of meer. Een enkele keer lees ik een boek uit en begin ik meteen opnieuw. De volgende dag. Zoals laatst met De hemel verslinden van Paolo Giordano.

Dat boek is niet eens zo ingewikkeld. De plot verloopt netjes van het begin, als Teresa nog een tiener is, tot het einde, waar ze als jonge vrouw zwanger wordt met de hulp van een oude vriend. Alleen heeft Giordano het verhaal in stukken geknipt, en die achteraf niet in de verwachte volgorde weer aan elkaar geplakt. Dat bracht mij bij het lezen zo in de war, dat ik direct na de laatste pagina weer bij de eerste begonnen ben, om uit te zoeken hoe het nu echt in elkaar zat.

Iets dergelijks ben ik nu ook aan 't doen met De geniale vriendin van Elena Ferrante. Daar heb ik eerst de televisiebewerking van gezien. Ik was ondersteboven - dat iets op de televisie zo goed kan zijn. Maar het ging mij te snel, er waren zoveel personages, en al die Italiaanse namen - dus ben ik nu het boek aan 't lezen. Als ik de draad even verlies, kan ik terug naar de eerste pagina, waar al de Napolitanen uit het verhaal keurig per familie staan opgelijst. Geen gevaar dat ik Lina, of Lila, eigenlijk Raffaella, nog verwar met Elena, Lenuccia of Lenù. Marcello met Stefano, Pasquale of Antonio, Rino met Nino of Enzo.

Als ik met lezen klaar ben, kan ik met een beetje geluk de televisiereeks nog eens zien op vrtnu. My brilliant friend, beschikbaar tot 24 maart. Ik kan niet wachten.

zaterdag 9 februari 2019

8 februari


Niet te vroeg uit de veren, grijze ochtend, ontbijt, kippen voeren. Wat rondhangen in het huis. Lunchen, dutje doen, de deur uit voor een boodschap of twee. Rode linzen, sinaassap. Een pot schorseneren. Koffie in Koek & Ei, huistoe. Beetje surfen op het web, mailtje doen, dan is het donker. Avondeten, lezen, naar bed.

An uneventful day, zeggen de Engelsen, die bij ons ongebeurtenisvol zou zijn, als dat woord in het Nederlands bestond. Wat een onthutsend onthullend woord! Laten we het meteen omarmen.

Zo'n dag is minder on-gebeurtenisvol dan ongebeurtenis-vol: een dag vol ongebeuren.

dinsdag 29 januari 2019

29 januari


Bent u ook zo kwaad? Zeg nu niet nee, u bent het wel. De mensen zijn kwaad, hoor en lees ik elke dag. Journalisten zakken af naar de onooglijkste dorpjes, ze stoppen plaatselijke bewoners een microfoon onder de neus. Bent u ook kwaad? vragen ze. Ja, wij zijn kwaad! is het eenstemmige antwoord.


Het werkt aanstekelijk. Na enige tijd kan ik het niet meer aanhoren zonder zelf ook een beetje kwaad te worden. Ben jij ook zo kwaad? vraag ik aan de man naast mij op de bus. Kwaad? vraagt die verwonderd. Waarom zou ik kwaad zijn? - Omdat iedereen kwaad is, zeg ik. Lees jij dan geen kranten? - Nee, zegt hij. Maar ik volg wel het nieuws op mijn smartphone. En je hebt gelijk: de mensen zijn kwaad. En gelijk hebben ze. Het is een schande.


Wat? vraag ik. Wat vind je een schande? - Alles, zegt hij. Wat ze doen. En wij zijn de dupe. Hij heeft zich inmiddels flink opgewonden. Andere mensen luisteren mee en knikken instemmend. Ja, zegt er nog een. Ik ben ook kwaad.


Gelukkig komt mijn halte eraan. Ik bel en stap uit. Het laatste stukje naar huis lopend, voel ik me stilaan weer beter. De zon schijnt een beetje, er is haast geen verkeer. Ik bedenk, dat mijn straat nog zo kwaad niet is.

zondag 27 januari 2019

27 januari



Het Engels is de taal van klimaatbetogingen. What do we want? Climate justice! When do we want it? Now! No planet B! Best zo handig in een plek als Brussel, waar je nooit goed weet of het Hallo! of Bonjour! moet zijn. Toch hoort de verkleumde opstapper ook heel wat leuks in het Belgisch. On est plus chauds, plus chauds, plus chauds que le climat! Verzet! Verzet! Internationaal! Tegen de vervuiling van het kapitaal! Het bekt lekker. Leuke slogans op de bordjes. Aux arbres citoyens! Rien NVA plus! Niet echt over het klimaat, dat laatste, of net wel? Dat zou je ook van Tax the Rich! kunnen zeggen. Zo kort en snedig, daar blinkt het Engels in uit. Hoewel: Merde il pleut! mag er ook zijn. Die laatste slogan vandaag niet gespot, een gemiste kans. Het goot anders aardig.


 

woensdag 23 januari 2019

23 januari


Vandaag was de Pianoman op bezoek. Dat is hij tweejaarlijks. Dat wil zeggen: om de twee jaar. Vraag maar na bij de Taaltelefoon. Voor twee keer per jaar hebben we halfjaarlijks, leggen ze daar uit. Ik bedoel maar.


De Pianoman staat zo in mijn adressenlijst, omdat ik hem niet vaak zie (zie hoger). Het gevaar bestaat dat ik zijn echte naam vergeet. Hij heet Jo. Jo komt dus tweejaarlijks mijn piano stemmen. Het is weer tijd om de piano te stemmen, zegt mijn gade. En om te vermijden, dat het dan gaat van: Hoe heet die stemmer ook weer? En: Hij staat toch in de adressenlijst? En dan: Ja, onder welke naam dan wel? Om dat alles te vermijden, staat hij geboekt als Pianoman, een eerbetoon en passant aan Billy Joel.


De Pianoman stemt mijn piano, drinkt tussendoor een paar kopjes koffie en dan nog eentje achteraf, terwijl hij een zorgvuldig en tactvol oordeel geeft over de staat van het instrument. Hij klinkt een beetje scherper, zegt Jo. Het pedaal piepte een beetje. Een paar van die pinnen zitten niet meer zo vast. Kan hij nog een tijdje verder? O ja, de Pianoman stelt mij gerust. Er is nog geen reden tot ongerustheid.


Na afloop speelt hij altijd een kort stukje, als test, als demonstratie, of gewoon omdat hij het graag doet. Als hij vertrekt, is de ochtend voorbij. Een hele ochtend van tastend getingel, glijdende tonen, elkaar zoekende en verbaasd vindende akkoorden. Een kort recital en een vakkundige babbel. Geen radio Klara van doen.

dinsdag 15 januari 2019

15 januari


Er zijn mensen die vogels spotten of treinen of vliegtuigen. Zelf doe ik dat niet, of het zouden de meesjes en de eksters en kauwen in mijn tuin moeten zijn, en de bosduiven. Ook dan doe ik niet de moeite om ze te tellen. Er zijn er veel, zoveel is zeker.
Op dezelfde manier spot ik wel eens ergerlijke woorden. Dat wil zeggen, ik ga er niet expres naar op zoek, ik vlooi ze niet uit in mijn krant of elders, ik kom er niet voor uit mijn luie stoel. Dat hoeft ook niet. Er zijn er zo veel, ze komen vanzelf op me af. Dan bedoel ik niet eens, dat er zoveel verschillende ergerlijke woorden zijn. Een woord wordt pas ergerlijk, als je het op elk uur van de dag of nacht talloze keren tegenkomt.
Misschien wordt nu van mij verwacht, dat ik een voorbeeld geef, maar ik aarzel om dat te doen. Want het werkt als een oorwurm. Zit het een keer in je kop, het gaat er niet meer uit. Mag ik dat de argeloze lezer aandoen? Anderzijds, is die vraag niet neerbuigend en paternalistisch? De argeloze lezer kan best wel wat hebben, toch?
Zo'n toch? met vraagteken is zelf ook een bijzonder ergerlijk woord, maar ik heb het hier over icoon en iconisch. Vraag mij niet wat het betekent, ik wil het zelfs niet weten. Ook heb ik al lang opgegeven erop te letten, maar het is te laat. De iconische iconen bespringen mij in elke ooghoek zo gauw ik ontwaak tot ik weer inslaap. En dan droom ik er nog van in mijn nachtmerries.

zondag 6 januari 2019

6 januari (bis)


Gezien en gehoord vandaag op het nieuwjaarsconcert: sopraan Charlotte Wajnberg en het Symfonisch Orkest van de Academie van S. Ik zit op de tweede rij, de zangeres staat geen vijf meter van mij af. Wat een stem. Wat een présence. Wat een heerlijke mimiek. Het is genieten, tot ik me realiseer dat mijn telefoon niet op stil staat. Het koude zweet breekt me uit. Ik stel me een pianissimopassage voor, de hele zaal hoort ademloos toe, en hop daar klinkt die stomme beltoon van mij boven alles uit. Volume vijf, zo goed horen doe ik ook niet meer. Of iemand wil perse een bericht sturen. Ping!!! gaat het oorverdovend. Mensen sturen almaar berichten. Hallo! schrijven ze, hier geen nieuws! De sopraan stokt midden in haar glissando. Ze staart me met afschuw aan, stormt van de scène op me af, in haar razernij gevolgd door het hele orkest, dat mij met strijkstokken, cimbalen, trombones en fagotten te lijf gaat, een fluitist boort zijn piccolo in mijn oog. Gelukkig niet. De aria is uit, het publiek applaudisseert, ik diep de telefoon uit mijn zak en zet de klank af. Charlotte Wajnberg buigt en lacht mij toe. Het orkest zet Nacht op de Kale Berg in, van Modest Mussorgski, bewerkt door Nikolai Rimski-Korsakov.

6 januari


Vandaag kerstboom afbreken, Driekoningen (check). Weekendkrant lezen, zondag (check). Nieuwjaarsconcert in de stadsschouwburg (check). Nieuwjaarswensen beantwoorden (de laatste, check). Over die weekendkrant, daar stond deze zin in: Stress is een opportuniteit om te groeien. Niet zomaar ergens achterin onderaan, nee, in het commentaarstuk van de redactie, op pagina 4. Meestal is het pagina 2, maar daar stond nu een reclame, over twee pagina's, van Belfius, een kwestie van prioriteiten. Die zin wil ik nomineren voor stomste zin van 2019. Oké, het is nog vroeg, en iets zegt mij dat er dit jaar nog wel stommere zinnen zitten aan te komen. Maar we zijn toch al goed begonnen. Dan gaat het niet over de gedachte, dat stress iets goeds zou zijn, waarom ook niet. Het gaat over dat pretentieuze pedante opgefokte woord opportuniteit. Mijn wens voor 2019 is dat dat woord verdwijnt, het gaat op in de warme lucht waarvan het gemaakt is. Een jaar zonder opportuniteiten, dat wens ik iedereen toe. Een jaar vol kansen en andere klare, eerlijke woorden, dat wel. En moge het ook verder allemaal goed gaan.

Ja, dat ge-check. Je kunt zo'n vogeltje gebruiken, dat staat ergens op mijn laptop, maar ik vind het niet, ik blijf een kluns in die dingen. Misschien moet ik daar in het nieuwe jaar eindelijk wat aan doen.

vrijdag 28 december 2018

28 december


Af en toe het land de rug toekeren. Kijken naar het water. Veel anders is er niet te zien. Geen bergen of dalen. Spoorlijnen, schoorstenen, kerktorens, viaducten: geen. Geen lichtreclames, winkelruiten, geen dakvensters binnenklimmende kerstmannen. Een stel meeuwen, het overmijdelijke vliegtuig, wolken. Een paar lichtjes bij nacht. De maan als het wat meewil. Het jaar de rug toekeren - het is al weg. Mij hoort niemand treuren. Ik wacht op het vuurwerk.