zondag 20 oktober 2013

20 oktober


De koelkast weer in bedrijf nemen: stekker in, klaar. Kippen in hun hok, beetje graan, beetje water en hop. De radio, ik weet niet wat daar gebeurd is, maar alle voorselecties slaan tilt. Frequenties zoeken op het internet, afstemmen, opslaan. Dan voel ik het al komen. Ik zet de televisie aan, in plaats van Martine Tanghe verschijnt de mededeling dat ik mijn lijnnummer en pincode in moet voeren. Lijnnummer? Pincode? Die dingen had ik niet toen ik goed gemutst van huis vertrok een tijdje geleden, toen de dagen nog lang waren. Gehannes met de digitale televisie. Dan weet ik dat ik weer thuis ben. Dat wordt helpdesk. Dat wordt support site. Dat wordt Frequently asked questions (Is dat nu allemaal nodig?). Dat wordt chatten met Dinky of Elene of Esther.
Goeie morgen, wat kan ik voor u doen?, zullen ze vragen.
Niets, is het antwoord. Voor mij kunnen ze nu even echt niets doen. 

 

vrijdag 18 oktober 2013

18 oktober


Ter hoogte van Antwerpen gaat het op de weg weer wreed traag vooruit. 'Langzaam verkeer', dat ziet er dus zo uit. Bij momenten gaat het zo traag, je kunt haast te voet meelopen. 'Stapvoets verkeer', ik kan het me perfect voorstellen. Meer moeite heb ik met 'stilstaand verkeer'. Hoe zou dat gaan? Iedereen staat stil, ja ja, maar waar is dan het verkeer?
Ik krijg veel tijd om over die en andere vragen te mijmeren, daar op de weg ter hoogte van Antwerpen, tot plots een vrachtwagen voor me staat, met op de achterdeuren in grote letters: Just In Time Solutions.
Kijk, daar ben ik nu helemaal voor gewonnen. Maak je niet druk, zeggen de letters, er komt wel een oplossing. Niet nu, relax, er is nog tijd. Straks. Later. Niet té laat: precies op tijd.
Tot zolang sta je maar wat in de file ter hoogte van Antwerpen. 
 

16 oktober


'Gaat u met de caravan op reis in België, houdt u er dan rekening mee dat het wegdek soms beschadigd kan zijn'. Dat is nu diplomatisch taalgebruik. Off the record zullen ze dat wel anders formuleren, onze Nederlandse vrienden, maar in de befaamde ACSI-campinggids let je wat meer op je woorden. 
Overigens wachten de Nederlandse caravanreiziger in België ook aangename verrassingen: 'Het kraanwater is veilig'. Ook geruststellend: 'In België is het net zo laat als in Amsterdam, Parijs en Rome'. Dat de Belgen wat achter zouden lopen, willen ze bij ACSI niet gezegd hebben.

donderdag 10 oktober 2013

10 oktober


Niemand wordt graag uitgelachen, nog minder en plein public, luid en honend en zonder stoppen. Het overkwam me op het strand waar ik lui in de zon lag, toen zonder enige aanleiding het gelach een aanvang nam, en niet meer ophield. Ik was behoorlijk op mijn pik getrapt, ook nog nadat ik had vastgesteld dat de lacher een meeuw was, die ergens achter me door de lucht wiekte. Inmiddels weet ik dat het ging om larus ridibundus of de mouette rieuse. Dat heb ik van een bord op de oever van de Etang de Gruissan. Sa tête brun chocolat au printemps devient prèsque blanche en hiver, zegt het bord, en ook: Son cri, qui ressemble à un rire, lui a valu son nom. Oké, 't is al goed, lach dan maar, mouette.

9 oktober


De Cathédrale Saint-Just et Saint-Pasteur in Narbonne oogt best indrukwekkend, en dan is het nog niet eens een halve kathedraal. Toen het koor afgewerkt was in 1332 is met het transept begonnen, dat is het dwarse deel, en dan zijn ze ermee gestopt. Nu, als ik het gebouw zo zie, voor mij is het al lang meer dan kerk genoeg. Dat moet ook allemaal verwarmd worden 's winters, met kaarsjes alleen zal het niet gaan. Mooier dan de kathedraal is de binnenhof van het klooster die ertegenaan ligt. Je kunt er ook van buitenaf in, dan loop je eerst een parkje door, voorbij een bordje waarop staat: Interdit aux deux roues, aux chiens et aux ballons. Verbieden is ook een kunst, al zou ik zelf de deux roues en de ballons laten passeren. De honden, jamais


woensdag 2 oktober 2013

1 oktober

 
Autowasserij Lavage au Thau 
Bakkerij Cho-pain 
Wegrestaurant le Sept sur Sète 
Electronische sigaretten Cig'Arrête


Ik vind de woordspelingen van de middenstand vermoeiend. Ze doen me verlangen naar een kroeg die nog eens Café du Commerce heet, of een hotelletje Au Relais des Amis.

La conversation française, 4



Ik heb mijn man naar de oogarts gestuurd, zegt de mevrouw van de wijnwinkel. Hij vond van alles niet meer, dus dacht ik dat hij misschien een bril kon gebruiken. Toen ze zijn ogen testten, bleek hij nog goed genoeg te zien. Hij heeft geen bril nodig. 
Voilà bonne nouvelle, zeg ik, die zelf wel een bril gebruik, als hij niet zoek geraakt is, en ook van alles niet vind.

In de wijnwinkel staan manshoge tanks, je koopt er een liter lekkere rosé voor 1,35 euro, je moet wel zelf iets meebrengen om hem in te doen. Een plastic Badoitfles is goed. Verder moet je de wijn snel opdrinken, hij bewaart niet.
Laatst liep ik er binnen en ik zei:  
Bonjour, madame. Avez-vous deux litres de rosé pour moi?
J'en ai cinq cent, zei de mevrouw.

Maar vandaag ging het dus over de ogen van haar man. Hij boft, zei ik. Ik kan al lang niet meer zonder bril. 
Moi non plus, zei de mevrouw van de wijnwinkel, en ze liet haar fors gemontuurde exemplaar zien. 
C'est comme ça, zei ze de schouders ophalend. C'est la maturité.

Dat wil ik graag onthouden, voor thuis, als de kleinkindjes die tegen dan al kleinkinderen zijn, weer eens met hun ogen rollen. 
Opa toch, zullen ze zuchten, maar ik zal antwoorden: Ja,  kindjes. C'est la maturité.


zaterdag 28 september 2013

27 september

 
Vanavond heb ik brood met kaas gegeten, Saint Nectaire en Saint Marcellin, met een tomaatje erbij. Minder gewoon was, dat ik binnen zat te eten, terwijl het buiten toch lekker zacht was, en dat ik boven mijn t-shirt een wollen trui droeg, en daarbovenop een fleecejasje, ik had een lange broek aan en warme sokken, en had mezelf verder in een dikke slaapzak gehuld. Niettegenstaande dit alles, werd het eten mij nog bemoeilijkt door hardnekkig tandengeklapper.
 
Ik had het koud, zoveel is duidelijk, en het spotje dat net boven mijn hoofd brandde en zijn warmte op mijn onderkoelde schedel liet stralen, vermocht niet daar veel aan te veranderen. Ik voelde me als een kachel die uit is. Je kunt erin poken en er kolen op gieten, maar uit is uit. Het is helemaal opnieuw beginnen, met krantenpapier en aanmaakhoutjes, en geduldig wachten tot de dikke gietijzeren bak van de warmte van het vuur doordrongen raakt, daar is tijd voor nodig.
 
In afwachting kan worden nagedacht over de geneugten van de Etang de Thau, wiens water nog altijd lekker is, elle est bonne, zeggen de Fransen, je kunt je zonder naar adem te hoeven snakken languit weg laten zakken, en zwemmen op de mild deinende golven, waarbij je beurtelings de boeien of de oesterbootjes of de bult van Sète ziet tegen de wolken in het snel tanende avondlicht, en je eigen handen en armen in het donkergroene water, of de bodem van de Etang waar die nog zichtbaar is.
 
Het water voelt aanvankelijk warm aan, je waant je in een overdekte piscine, dan wordt het allengs wat frisser, en koeler, en killer, en als je het kippevel begint te voelen, is het te laat. Je zet koers naar het strand, er zorg voor dragend dat je blijft zwemmen tot het einde, ook al is het water geen halve meter meer diep, maar vroeg of laat zul je toch rechtop moeten staan en op je strandhanddoek toestappen, en in die korte tijd, nog voor je droog bent en weer aangekleed, in die paar minuutjes gaat de kachel dan uit.




vrijdag 20 september 2013

20 september


Als de volle maan boven de bult van Sète staat, welt in mij een onstuitbare drang op om daar een foto van te maken. En nog een met wat zoom, en nog een met nog wat meer zoom. Dat zal wel niet ongewoon zijn, zeker nu foto's maken geen geld meer kost. Men klikt en kiekt er op los, slaat des avonds al het moois in de computer op, laat het nog even aan zijn dichtstbije levensgezellen zien, en bekijkt het vervolgens nooit meer. Zodat het volgende jaar, als ik weer eens naar Sète kijk, en de maan is vol en gaat boven de bult staan die eigenlijk Mont Saint Clair heet, de onstuitbare drang zijn werk doet, en mijn verzameling Sète-bij-volle-maanfoto's nog wat groter wordt. Het is de drang om iets moois in een doosje te vangen en mee naar huis te nemen. Dat gaat niet. Zoals die aardige zwart-en-rode kevertjes, vuurwantsen denk ik (pyrrhocoris apterus). Je zet ze thuis in de tuin uit, een week later zijn ze weg of dood. Zoals een fles Picpoul de Pinet of Gris de Gris of Muscat de Frontignan, omdat dat hier zo prachtig smaakt, en dan schenk je later thuis een glas uit die fles uit en je nipt en je zegt: lekker! maar je denkt: volgende keer toch maar een pintje. Of een Orval, als het regent en vroeg donker wordt, en als je er nog een kunt vinden. 

2011


zaterdag 7 september 2013

7 september



Ik heb het nog eens op Google nagekeken, Menen ligt op 3,5 km van Halluin in Frankrijk, 4,6 als je de N362 neemt. Ik weet nog hoe mijn ouders de zondag naar Alewiene reden om er een picon te drinken, maar daar gaat het nu niet over. Tribalisme is het woord. Katholieken en protestanten, Soennieten en Sjiieten, Hutu's en Tutsi's, die van den Antwerp en die van den Beerschot. De Big-Endians en de Little-Endians in Gulliver's Travels, van wie de enen een gekookt eitje aanbraken bij de ronde kant, de anderen bij de gepunte. In Menen is het of iemand Frans of Nederlands spreekt. Niet alleen in Menen, vrees ik. Er zijn heuse wetten over gemaakt, of een loketbediende op Vlaams grondgebied in de uitoefening van zijn ambt 'vingt-cinq' mag zeggen, nee dus. Allez vooruit. 'Ze moeten maar Nederlands leren', hoor ik overal. Nu, waar ik ga langs Vlaamse wegen, ze spreken daar van alles, maar Nederlands, dat is toch wachten op het journaal en Martine Tanghe. 
 

donderdag 5 september 2013

5 september


De vier dames zitten op een laag stoeltje met hun voeten tegen het water aan. Ze voeren een levendig en onstuitbaar gesprek, waar af en toe een paar flarden van tot mij doordringen. I couldn't help overhearing, zeggen de Engelsen, die altijd precies weten hoe je iets onbetamelijks zoals 'luistervinken' de juiste draai moet geven. Masters of spin, die Engelsen, ze hebben het zelf ook uitgevonden natuurlijk. Maar het ging over Frankrijk, het water is de Etang de Thau, en ik hoor dat de dames zich vrolijk maken over de mannen, elkaar vertellen hoe veel eenvoudiger het leven wordt, als hun man er even niet bij is. Pas d'homme, pas d'heure, zegt er een. Het klinkt als een liedje. Het instemmend gegniffel komt van mijn gade vlak naast me .

zondag 1 september 2013

31 augustus



Niets is voor niets, dus ook niet de wifiverbinding op de plek waar ik thans woon, en waarover later meer. Het is een Quickspot-verbinding die gesponsord wordt door Adidas, om ze te openen moet ik eerst naar een stom filmpje kijken waar een oberachtige vent in komt met een gestreept vestje aan en op zo'n plank op wieltjes, in zijn handen houdt hij een glazen bak met een paar witte schoenen erin. Vraag me niet hoe het afloopt, ik wil het niet weten. Na enige tijd verschijnt er gelukkig een SKIP-knop, ik heb dan lang genoeg gekeken en mag eindelijk on line. Dank u, Adidas!

Dat is goed en wel, we weten allemaal hoe reclame werkt, maar het ene zinnetje dat in het begin van die vertoning verschijnt bevalt mij helemaal niet. If you don't watch te video, you will be disconnected. In mijn vroeger leven, toen ik nog les gaf, moest ik mijn studenten voorhouden dat je nooit een zin moet bouwen die met 'als...niet' begint, omdat die door de lezer meteen en terecht als een dreigement zal worden aangevoeld. Elementary, my dear Watson. Bij Adidas of bij Quickspot hadden ze dus tenminste kunnen schrijven: Please watch the video to stay connected. Het komt op hetzelfde neer, ik weet het, maar je wordt tenminste niet als een dom en baldadig kind toegesproken: Als je je soep niet eet, pak ik je nintendo af.

Over die plek waar ik thans woon: ik zeg het altijd met schroom, omdat 'camping' bij vele burgers nog een beeld oproept van marginale lieden die alsmaar bier uit blikjes drinken en worsten eten in hun blote buik. Maar nu heb ik hier een fris groen tasje gekregen, waar ik mijn recycleerbaar afval in kan bewaren tot ik het naar de bakken breng. Trions pour recycler! staat erop, en dan: L'hôtellerie de plein air s'engage pour l'environnement. Kijk, daar verblijf ik dus op dit moment: in een hôtel de plein air, met nog ander beschaafd volk dat zich zo tegen zessen onder de palmboom terugtrekt met de apéro, alvorens zich aan tafel te begeven voor het diner.

woensdag 28 augustus 2013

La conversation française, 3



Italië!, roept de baas van La Perle uit, en hij klaart helemaal op. Wat een land, en wat een leuke mensen, die Italianen.
Dat wil ik graag beamen.
Veel leuker dan wij, zegt de baas van La Perle. Weet je wat Jean Cocteau gezegd heeft?
Ik weet het niet. Ook niet wie Jean Cocteau is.
Hij zei: Les Italiens sont des Français de bonne humeur.
En wij, Fransen, zegt de kroegbaas, wij zijn chagrijnige Italianen.
Ik geef hem geen gelijk, ik kijk wel uit.

dinsdag 27 augustus 2013

La conversation française, 2

 

De baas van La Perle wil de gevel van zijn Grand Café een beurt geven, maar eerst wil hij dat de gemeente het trottoir voor zijn zaak aanpakt. Hij heeft daarover gepraat met un élu, maar dat is niet zo goed afgelopen.
Die zegt niet ja of niet nee, foetert de baas van La Perle, die zegt maar oui, non, peut-être, en daarmee weet ik het nog niet.
Ik troost hem en zeg dat het overal zo is.
Ja, zegt de kroegbaas, dat kan best. Maar wat moet ik met zo'n antwoord? Ik heb nog gezegd: Tu ne me prends pas pour un Normand, quand-même?
Hij legt het me uit. Als je een Normandiër vraagt of het gaat regenen, dan kijkt hij even omhoog en zegt: oui, non, peut-être.

Nog een slimme Franse spreuk die ik thuis ook wil proberen.
Iemand: Kom je zondag naar mijn poëzievoordracht?
Ik: Ja, nee, zou kunnen.

maandag 26 augustus 2013

La conversation française



De Fransen zijn niet altijd makkelijk tot een babbel te verleiden, zeker niet met iemand die ze niet goed kennen. Nu dat is waar ik woon niet veel anders. Waar ze wel in uitblinken, de Fransen, is in het beëindigen van zo'n babbel. Allez, zegt de Fransman plots midden in het gesprek, en dat wil altijd zeggen: het is nu wel goed geweest. 
Allez, zegt hij, bon courage of Allez, à tantôt of Allez om het even wat, maar weg is ie.

Een Fransman was per ongeluk met mij in gesprek geraakt, ik zag dat hij er wat van schrok, en bij de eerste gelegenheid zei hij: Allez, on ne va pas vous tarder. Niet dat ik met iets bezig was, maar weg was hij. 

Die wil ik als ik thuis kom ook wel eens gebruiken. 'Laat me u niet ophouden', is dat geen briljante manier om iemand de rug toe te keren? En het nog laten klinken alsof je hem er een dienst mee bewijst, wat natuurlijk best zo kan zijn.