vrijdag 24 maart 2017

24 maart


Nieuwe woorden zijn vaak niet nieuw. Ze bestaan al lang, maar worden op een dag weer nieuw voor wie ze voor 't eerst ziet. Op de trein vandaag in het onvolprezen Metrootje: burgertent. Gisteren in De Standaard: verdwijnpalen. Ik schrijf ze met graagte bij in mijn eigen woordenboek. Andere woorden, die ik al lang ken, staan er dan weer niet in. Sociale media is er zo een, of twee. Het gaat er niet in, omdat het volgens mij een vreselijke misnomer is. Dat laatste woord staat dan weer in mijn Van Dale Groot woordenboek Engels-Nederlands van 1984. Verkeerde naam / benaming, zegt Van Dale, en zo is het precies.

donderdag 16 maart 2017

16 maart


Nog eens iets over de politiek? Bwa, ik weet het niet. Toch? Vooruit, de Nederlandse dan. Moeten we nu echt met z'n allen vreugdedansjes doen omdat Rutte gewonnen heeft - ook terwijl hij acht zetels verliest? Ik denk het niet. Die rare brief Aan alle Nederlanders, je moet in de politiek niet te gauw dingen vergeten. Mij geeft het alleen maar een slecht Chiracgevoel. Deze rechtse rakker haalde in 2002 82% van de stemmen in de tweede ronde van les présidentielles in Frankrijk, mede omdat alle linkse stakkers wel op hem moesten stemmen wegens Le Pen enige tegenkandidaat. Le Pen père had in die dagen nog niet het valse fatsoenmombakkes opgezet waar zijn dochter nu mee rondloopt, dus was iederéén bang voor hem, behalve de Le Pennisten zelf, de resterende 18% van de kiesgerechtigden - nog altijd meer dan de aanhangers van hoe heet ie ook weer in Nederland, zij waren gisteren met 13%.

dinsdag 14 maart 2017

14 maart


'Mijn man is helemaal into voetbal', zei vandaag een dame op de radio bij Annemie Peeters. Ik was al een tijdje naar ze aan 't luisteren, maar toen ben ik maar gauw naar Klara uitgeweken. Daar durven ze ook wel eens rare dingen zeggen tussen de muziek, maar into voetbal heb ik er nog nooit gehoord. Zelfs niet into Bach of Peter Benoit. Ik zat eigenlijk in mijn auto, en ik probeerde de zenders weer te programmeren, want sinds ze in de garage een nieuwe distributieriem gezet hebben, is mijn autoradio helemaal van slag. Een dure zaak, zo'n riem, zeker als ze in één moeite ook een nieuwe waterpomp zetten, en een nieuwe accu, en remblokjes achteraan, en er dan nog een kleine onderhoudsbeurt tegenaan gooien. For good measure, zoals ze in Engeland zouden zeggen. Of op radio één bij Annemie Peeters.

maandag 6 maart 2017

6 maart


Une zone de pluie va copieusement arroser notre pays, zegt de omroeper op Classic 21, en ik denk: dat is wat anders dan het spatje regen van Frank Deboosere. Pas op, geen kwaad woord over onze onkreukbare weerman. Het is dat het Nederlands niet echt voor de weersvoorspelling gemaakt is. Een winterprik, af en toe een bui, een brede opklaring. Une belle éclairci, pas dan zie ik het ook echt opklaren. Het zal wel niet bon ton zijn om op deze noorderbreedte de lof te zingen van de taal der franstaligen, maar kan ik het helpen? De petites pluies pourront toutefois se produire, is dat niet lieflijk onder woorden gebracht? Ik bedoel: als het dan toch altijd regent, kunnen we daar niet wat welluidender over berichten?

donderdag 2 maart 2017

2 maart


De politie zal vliegtuigspotters in Zaventem inzetten voor de veiligheid van de luchthaven, zegt het middagjournaal op de radio. Die spotters zitten daar toch altijd met hun fototoestellen, als ze iets verdachts zouden zien, kunnen ze net zo goed de autoriteiten even inlichten. Het journaal vindt het bericht belangrijk genoeg om iemand naar Zaventem te sturen, die daar met een paar spotters praat. 
Ja, zegt er een, natuurlijk. Ik doe dat thuis ook al. Als er iemand met een rugzak op z'n gemak door de straat loopt en naar de huizen kijkt, dan bel ik de politie. Dat zegt die man.

Wat hebben we nu geleerd? 
Dat 1. een rugzak dragen en 2. op je gemak door de straat lopen en 3. naar de huizen kijken voldoende verdacht gedrag is om door deze waakzame medeburger bij de politie te worden gemeld. De man zelf die 1. op z'n gemak bij een landingsbaan zit en 2. met een vette telelens 3. foto's maakt van overvliegende vliegtuigen is onverdacht. Integendeel, hij kan door zijn voorbeeldige burgerzin niet beter geschikt zijn om mee over onze veiligheid te waken.

zondag 26 februari 2017

26 februari


Als ik dat goed gelezen heb, is er een nieuwe Nokia gsm uit, die eigenlijk 17 jaar oud is, en eigenlijk geen Nokia is. Het schijnt dat hij een 'hebbeding' is en 'legendarisch' en 'onverwoestbaar' en 'nostalgisch', al zit er wel een camera in, wat hem volgens mij totaal on-nostalgisch maakt. Mijn eigen Nokia, die jonger is dan de oude Nokia die deze nieuwe zogenaamde Nokia wil imiteren, heeft helemaal geen camera. Je kunt er nu zelfs mee op Twitter, zeg mij eens wat daar nostalgisch aan is? Overigens heb ik nooit verstaan wat een 'hebbeding' is, of het zou iets moeten zijn dat je op een verstrooid moment in de kringwinkel oppikt en de dag daarna weer gauw en beschaamd terugbrengt. Maar goed, voor 50 euro mag je wel eens belazerd worden, zeker als je dat zelf ook nog cool vindt. Waarom het allemaal ook in de krant moet, is helemaal een raadsel.

vrijdag 17 februari 2017

17 februari


Gisteren gezien: de documentaire Fou de vivre over Jacques Brel. Jacques bleef niet graag lang ergens hangen. Niet in de fabriek van zijn vader, niet thuis bij zijn vrouw. Ook niet in zijn carrière. Als je niets meer te zeggen hebt, zwijg dan, zei Brel, en hij liet de Olympia verweesd achter voor zijn zeilboot. Nooit een bisnummer. Brel was een expert in het weggaan. Stel, zegt hij, dat iemand van pakweg Vilvoorde weg wil naar Hongkong. C'est pas d'aller à Hong Kong, c'est de quitter Vilvorde. Hongkong is het probleem niet: Après Hong Kong, tout s'arrange. Il suffit d'avoir une santé - une folie. Maar weggaan uit Vilvoorde - C'est ça qui est difficile. C'est que ça qui est difficile. Zo is het ook. Op zijn negenenveertigste was Jacques voor goed weg. Zijn chansons liet hij gelukkig achter.

dinsdag 14 februari 2017

14 februari


Zo sta ik nog eens in de ochtendfile. Ik ben om half acht thuis vertrokken, netjes voor de spits in mijn stad S. Dat ging aardig tot Kruibeke. Dan is het aanschuiven. Gelukkig is er Radio Eén, en Jan Hautekiet. Het gaat er over de files. Al bij al geraak ik vlot ter bestemming, het is kwart over acht. De winkel gaat pas over drie kwartier open. Dat is dan maar de marge voor de file. Gelukkig is er naast de winkel een koffietent, die wel al open is. Ik vraag een koffie. Espresso?, vraagt de barman. Cappucino? Americano? Geef me maar een grote kop, zeg ik. Ik kies een plekje en lees mijn krant. Ik ga nooit buiten zonder mijn krant. Hier was dat niet nodig: deze coffee shop heeft een hele verzameling kranten. En klanten. Veelal energieke dertigers, die dingen als een latte bestellen en grappen maken met de barman. Negen uur: ik betaal drie euro voor mijn koffie, en doe mijn ding in de winkel. Ik rij weer naar huis. Voor me rijdt een Nederlandse vrachtwagen waarop staat: Ik support veilig transport. Eigenlijk was dat laatste gisteren, maar soit. Als ik nu nog wat meer buiten zou komen, zou ik de wereld vast minder raar gaan vinden.

dinsdag 7 februari 2017

7 februari


Ik rij terug naar de supermarkt met mijn bakje veldsla. Er is een slagboom voor het parkeerterrein. Ik neem een kaartje, de slagboom gaat open, ik rij binnen, parkeer. Ik loop naar een kassa. Ik laat aan een kassier mijn bakje zien. Hij stelt met mij vast dat de veldsla rot is. Neem er maar een ander, zegt hij. Mijn aankoopbonnetje hoeft hij niet te zien. Ik loop naar de groentenafdeling, kies een nieuw bakje, loop naar de kassa. Voor me staat iemand met een bomvolle kar, maar ik mag voorgaan. Ik wil mijn parkeerkaartje laten scannen, maar dat is niet nodig. Ik mag zo naar buiten, te voet, en dan met mijn auto voorbij de slagboom, naar huis. Wat zijn ze aardig in de supermarkt. Wat zijn ze vlot. Behulpzaam. Sportief. Je zou nog vergeten dat er rotte veldsla in hun bakjes is.

vrijdag 3 februari 2017

3 februari


We horen je nog zo weinig, zeggen ze. Is er iets? Ja, er is iets. Mijn hoofd is er niet bij. Ik heb het weggetrokken. Uit de gazetten, de journaals, de websites, de toog- en de tafel- , de straat- en de treingesprekken. Te veel turbulentie. Te veel opinies, te veel analyses, te veel commentaren. Te veel nieuws. Slecht, echt, oud en vals nieuws. Halve waarheden, alternatieve waarheden, onwaarheden. Falsehoods. Post-truths. Stellingen en weerleggingen. Mij hoofd zit tijdelijk ergens anders. Waar zit je met je gedachten?, zeggen ze. Dat is geen geheim: mijn gedachten zitten overal. Waar dat dan is, het doet er niet toe. Batavia. Als het maar even stil is, of toch: rustig. Bedaard. Je mag je kop niet in het zand steken, zeggen ze. Dat is waar. Ook niet in een wespennest. In een slangenkuil. In een krabbenmand. In a can of worms. Daar houd ik mijn hoofd nu liever uit weg.

maandag 23 januari 2017

23 januari


Als me op een dag de drang bekruipt om mijn nieuwe Samsung televisie in mijn armen te sluiten en er een dansje mee te doen, dan is dat geen bedenkelijke afwijking van mij. Het is normaal gedrag. Meer, het is aanbevolen gedrag. Door de doos waarin mijn Samsung binnenkwam. Een gigantische doos, ruim driekwart gevuld met plastic zakjes met lucht. Onderin een tweede doos ter grootte van een bescheiden aktetas. Daarin, tussen twee forse kluiten piepschuim, een dun schermpje van zo'n 50 bij 30 cm. Pas als alles is uitgepakt, merk ik dat ik de pret vergeten heb. Een volgende keer pak ik het beter aan. Uit. 

Klik om te vergroten

donderdag 19 januari 2017

19 januari


Ik koop een kaartje en stap op de trein naar Antwerpen. Er is weinig volk. Ter hoogte van Beveren komt een jongeman op me af en stopt me een kaartje toe, waarop keurig in twee talen staat dat hij gevlucht is uit de armoede en onderdrukking in het land waar hij geboren is vers un meilleur avenir pour moi et mes enfants, en of ik met een centje kan helpen zijn kosten van huur, elektriciteit en verwarming te betalen. Je prierai pour que le bon Dieu vous récompense, staat er ook nog op, en God zegene en beware U. Die laatste woorden ken ik goed: mijn vader zei ze ooit elke avond toen ik naar bed ging, en een kruisje van hem op mijn voorhoofd kreeg. Ik geef de man twee euro, en vraag waar hij dan wel geboren is. 'Pakistan', zegt hij. Ik zeg dat hij niet voor mij hoeft te bidden.
Een paar minuten later, even voor Antwerpen Zuid, komt een jong meisje naar me toe. Ze is in tranen. We zijn bestolen, zegt ze. Onze rugzak, en onze computer. Nu moet ze nog thuis raken, maar er is geen geld meer. Dat zat dan vast in de rugzak. Het verhaal klinkt erg vertrouwd, maar de tranen trekken me over de streep. Ik geef het meisje twee euro.
Het vermogen van de rijkste 1% was in 2016 groter dan dat van de rest van de wereldbevolking, zegt Oxfam. Op de trein kom je die niet zo gauw tegen, die 1%. Al helemaal niet in tweede klasse. Dan moeten wij van de 99% elkaar maar een beetje helpen.

maandag 16 januari 2017

16 januari


1.
Even dacht ik vandaag het woord opzalmen te horen. Vanochtend, ik zat te luisteren naar Jan Hautekiet op Radio 1, het ging over de onderwijshervorming. Over het watervalsysteem, en toen zei iemand dat je niet per se altijd lager moest: je kon ook tegen de stroom in naar boven. Maar ik zal het gedroomd hebben. Ik zit wel meer nog half slapend aan het ontbijt. Minister Crevits heb ik wel goed gehoord. Zij sprak over opstromen. Dat is al beter, het begint een beetje op mensentaal te lijken. Onderwijshervormers zijn daar niet zo goed in. Als opzalmen toch bestaat, wat ik niet hoop, dan moet het willen zeggen: in een snel stromende bergrivier vallen en stroomopwaarts wegdrijven. Een meer dan twijfelachtig begrip, wel helemaal post-truth.

2.
Opzalmen bestaat. Ik vond één hit op Google. Veel priller kan een woord niet zijn. Ik hoop nu maar dat het snel weer in de altijd woelige wateren van de onderwijshervorming verzuipt.

zaterdag 7 januari 2017

4 januari


Ida is Duits. Ik jou ook, wil het zeggen. Het is een gepast en waarschijnlijk verwacht antwoord op de uitspraak Ich liebe dich. Ida is geen gewoon, maar sms-Duits. Mogelijk ook twitterduits, waarin elk letterteken er een te veel is.
Ik hoor de laatste tijd veel Duits. Misschien is het wel correct om te zeggen, dat ik in de paar dagen die het nieuwe jaar oud is, meer Duits gehoord heb dan in heel het voorbije jaar.
Dat komt door de televisie die hier staat. Anders dan bij mij thuis, bulkt die uit van de zenders, ook radiozenders, waaronder een hele rist Duitse. Een ervan zendt de hele tijd lekkere muziek uit en tussendoor luchtig lichtzinnig geklets. Daar heb ik, naast talloze andere dingen die ik alweer vergeten ben, geleerd wat ida is.
Wat ik ook veel hoor de laatste tijd, is het ruisen van de zee. Vandaag verheven tot stevig gebulder: de wind blies hard uit het noorden, het water kwam bij hoog tij haast tot tegen mijn raam, bij wijze van spreken.
Zo wil ik nog wel wat dobberen, als wrakhout op de eb en vloed tussen een pas vergeten jaar en een dat nog niet begonnen is. De tijd staat stil. Ik sta voor mijn raam en kijk naar de branding, of ik trek mijn jas aan en mijn muts en loop langs het water, zo dicht mogelijk, liefst erin. Tot ik weer eens te traag ben en een golf Noordzee stroomt mijn laarzen binnen. Het koude water klotst daar rond, maar mettertijd, heb ik geleerd, warmt het op en maakt mijn voeten warm.
Zo wil ik nog wel wat lopen. Zo'n jaar mag het van mij wel worden.

vrijdag 6 januari 2017

1 januari


De eerste vijftien minuten van het nieuwe jaar heb ik omhoog kijkend doorgebracht. Ik hield er een stijve nek van over, op mijn netvlies de afdruk van een paar honderd vuurpijlen in rood en groen en goud. Sommige sisten, de meeste knalden, enkele knisperden en knetterden als een droog houtvuurtje. Alleen, vaker per vijf of per tien, af en toe in een aanhoudend snelvuur van klappen en flitsen. Ik kan ze nu nog zien, als ik mijn ogen toeknijp. Hartverwarmend was het, al vroor het maar net niet en woei er een snijdend windje uit het binnenland. Links van me stond een jong stel trappist te drinken. Mogelijk uit de Franse Gemeenschap, uit het Waalse of anders het Brusselse Gewest, ze spraken Frans. Misschien waren ze gewoon ook uit Bray-Dunes afgezakt. Rechts een groepje schuimwijn drinkende mensen die Duits spraken. Zo kon ik me, op een bar koude winternacht aan zee, weer even in België voelen zoals het moet zijn: ingewikkeld, drietalig en plezant. Allez vooruit, gute Leute, bonne année.