Waar
kom je een woord als Stambouliotes
tegen? In Le Monde,
in een stuk over Ekrem Imamoglu. Dat is de nieuwe burgemeester van
Istanboel. Zo heten de mensen in zijn stad in het Frans. Er zijn er
zestien miljoen, zegt Le Monde. Dat maakt van Ekrem Imamoglu best een
belangrijke man. Zijn stad heeft de helft meer inwoners dan heel
België. Het kan sommige regeringsleden en burgemeesters van kleine
stadjes zoals Antwerpen tot enige nederigheid inspireren. Wat kunnen
we van Ekrem Imamoglu verwachten? Dat heeft hij zelf gezegd. De
economie een duw in de rug geven, de armoede bestrijden, het
wegverkeer weer vlot krijgen, het afval beter recycleren, hier en
daar wat meer groen. Het klinkt verfrissend bescheiden. Als hij het
allemaal gedaan krijgt, zullen zijn zestien miljoen Stambouliotes
goed bediend zijn. Lezen ze Le Monde in Brussel?
dinsdag 2 juli 2019
1 juli
Ik
heb eerder bericht over mijn nieuw horloge, dat ik in wou ruilen voor
een ander, waarop je wel kon zien hoe laat het was. Nu dat is
mislukt. De dame van de winkel ontving mij allerhartelijkst, maar
stelde even goed onverbiddelijk vast dat er al een paar krasjes op
mijn horloge zaten. Was toch direct gekomen, sprak ze vermanend, en
ze stuurde mij met mijn nu officieel niet langer nieuw horloge
huiswaarts. Maar daar wil ik het niet over hebben. Ik wil het over
mijn bril hebben. De reservebril die ik gebruik nadat mijn nieuwe
bril, zoals hier eerder is beschreven, verloren raakte op een strand
in Bretagne. Gebruikte. De reservebril is stuk. Vraag me niet te
beschrijven wat er precies aan hapert, ik ken al die brillentermen
niet, maar de dame van de brillenwinkel had niet het gerief in huis
om hem te herstellen. Ze kon wel een en ander laten komen, maar dat zou
weer te lang duren: ik wil stilaan weer eens weg van de plek waar ik
ben. Ze zei dat ik vast vooruit kon bellen, naar een winkel in de
stad waar ik naar toe ging, om het nodige al te bestellen. Ze legde
op een briefje nauwgezet uit wat het probleem was, zo van une
des dents est cassée dans le cavalier de l'oeil droit,
en welke pièce détachée
ik nodig had. Ik heb haar oprecht bedankt, en nu zit ik hier met dat
briefje. Ik kan het niet gebruiken, omdat ik niet weet waar ik naar
toe wil. Ondertussen behelp ik mij met mijn tweede reservebril. Die
heb ik gelukkig in een vlaag van grote vooruitziendheid met mijn
spullen ingepakt. De wereld ziet er nu wel een beetje waziger uit. Misschien is hij dat gewoon ook geworden.
zondag 23 juni 2019
23 juni
Gezien
op de markt: een man met een t-shirt waarop stond: Un
mec comme moi, ça ne se fait plus. Geestig,
en nog waar ook. Toen keek ik naar zijn gezicht. Man, wat liep die
man te balen! Ruzie met het lief, tegen zijn zin de markt op
gestuurd, kon het kraam met de virgules
niet vinden. Ik weet niet wat er aan de hand was, maar de moraal is
duidelijk: koop geen t-shirts met geestige spreuken, want voor je het
weet, ben je vergeten wat erop staat, en valt je norse kop pas echt
op.
Gehoord
op het terras:
Ober:
On s'occupe de vous?
Klant:
Non.
Kijk
zo voel ik me ook wel eens. Of dat goed is of slecht, hangt van de
situatie af.
zaterdag 22 juni 2019
22 juni
Ik
heb een nieuw horloge gekocht. Mijn vorige was ik kwijt geraakt. Ik
mag niet zeggen: mijn oude, want het was nog behoorlijk nieuw. Mijn
oude horloge ging al een hele tijd mee, maar toen viel de wijzer
eraf. Ik bracht het naar de hersteller, hij zette de wijzer er weer
aan. Toen viel ie er weer af. Na twee keer gaf de hersteller het
op, en kocht ik een nieuw horloge. Dat ben ik dan kwijt geraakt, ik
denk in de douche. Zeker is dat niet. Het is zoals mijn bril.
Die ben ik denk ik kwijt geraakt op het strand. Maar ook dat weet is niet zeker. Ik ben al best wat brillen kwijt geraakt, maar ik wil het
nu over mijn nieuwe horloge hebben. Het ziet er erg goed uit, en
duurder dan het geweest is. Ik was best in mijn nopjes toen ik de
winkel uitstapte. Vraag eens hoe laat het is, zei ik tegen mijn gade.
Dat is onder ons een oud grapje. Hoe laat is het? vroeg mijn gade. Ik
zei het haar. Later op het strand vroeg ze het weer eens. Ik keek op
mijn horloge, maar ik kon niet zien hoe laat het was. De wijzerplaat
schitterde te veel in de zon, de streepjes en de wijzers waren te
dun, de secondewijzer zag er veel te veel als de minutenwijzer uit.
Ik denk dat ik dat horloge ga omruilen. Dat mocht, stond er op de
bon. Ik kies nu een horloge met dikke wijzers, zonder secondewijzer,
met vette goed leesbare cijfers. Ik zie me de winkel al uitkomen. Hoe
laat is het? vraagt mijn gade. Later, zeg ik. Op het strand.
donderdag 20 juni 2019
20 juni
In
elke fractie zit wel een zatte nonkel,
vindt Geert Bourgeois. Dan
moet je maar even de andere kant opkijken. Het is een sterk beeld, en
een zwak excuus.
Hij doelt op Vox, de Spaanse nationalisten in zijn ECR-fractie, die,
anders dan de Vlaams-nationalisten en Geert Bourgeois, hun land bij
elkaar willen houden, en dus niets moeten van de Catalaanse
nationalisten, die, zoals hun vrienden de Vlaams-nationalisten, van
hun land af willen.
Ik
neem me nog zo vaak voor het niet meer over politiek te hebben. Maar
nu ik toch weer begonnen ben: even dacht ik dat Bourgeois nonkel Jean-Marie bedoelde, die voor de verkiezingen een
plekje kreeg op de lijst van de Nieuw-Vlaamse Alliantie. Als
onafhankelijke, weet je wel. Elke stem telt.
Volgens
mij is ook nonkel Theo een behoorlijk zatte nonkel, al vinden de
meesten dat niet aan tafel bij de Nieuw-Vlaamse Alliantie. Nog altijd
volgens mij vindt Geert Bourgeois dat wel, maar dan kijkt hij maar
de andere kant op.
Het
Vlaams Belang heeft ook zijn zatte nonkel. Vroeger hingen ze aan zijn
lippen, nu hebben ze liever dat hij zwijgt. 't Is al goed, nonkel
Filip, kun je nu horen, 't is al goed. Het Vlaams Belang is nu
fatsoenlijk.
Wel hebben ze voor de verkiezingen een plekje gegeven op
hun lijst aan de piepjonge Dries. Als onafhankelijke, weet je wel.
Dries is nog veel te jong en te nieuw in de familie om al nonkel
te zijn. Hij is meer een zat aangetrouwd neefje, maar dat hebben ze
nu nog niet door aan de tafel van het Vlaams Belang.
Ik
moet het maar niet meer over politiek hebben. Ik doe het in de
familie al lang niet meer, en zij ook niet. We praten wat, we drinken
een glas, en we kijken allemaal een andere kant op.
dinsdag 18 juni 2019
18 juni (bis)
A plus tôt,
zei ik tegen Annie, en ze lachte eens. Ja natuurlijk. A plus tôt! Ze
lachte me niet uit. De Fransen zijn het gewoon, dat buitenlanders hun
taal molesteren. Ze laten de domste fouten passeren, dat is aardig
van ze.
Zelf voelde ik me diep belachelijk. Ik kan in mijn geflatteerde zelfbeeld - wie heeft geen geflatteerd zelfbeeld? - vrij goed in het Frans uit de voeten, en dan zeg ik: à plus tôt. Natuurlijk wou ik zeggen: A plus tard. Maar net voor ik het zei, dacht ik: laat me nu maar eens A bientôt zeggen. Het had ook A tantôt kunnen zijn. Je hoeft niet zo verstrooid of wat warrig te zijn, om die dingen dan door elkaar te halen.
Ik ben wel een beetje verstrooid. Het blijft een dwaze blunder, waar ik me nu nog om geneer. Ik was er beter niet over begonnen. Maar ik dacht: als ik het nu eens aan iedereen vertel, dan is het van me af. Missen is menselijk. Er lopen ook niet zoveel Fransen rond die uit de voeten kunnen met Tot zo, of Tot later, of Tot ziens. Dan heb ik het nog niet over Doei!
Gisteren op het strand zaten vier vrouwen luidkeels en zonder stoppen te tetteren. Het was zo erg, dat ik er mijn oordopjes voor heb ingebracht. Op slag hoorde ik het klotsen van het water niet meer, en het lachen van de meeuwen. Dat was erg, maar minder erg dan het getetter van die vrouwen.
Het rare was, dat ik met geen middel kon raden welke taal die vrouwen spraken. Niet dat ik zoveel talen ken, maar door de band vang je wel een paar woorden of klanken op die aan een taal doen denken. Iets Portugeesachtigs, of iets Slavisch, of Maghrebijns, of Fries. De toon had wel iets Scandinavisch, zodat mijn gade en ik besloten dat het misschien wel Fins was, of IJslands.
Als iedereen nu eens dezelfde taal sprak, en dan bedoel ik niet per se slecht Engels, dan had je geen gedoe. Daar staat wel tegenover, natuurlijk, dat ik dan niet alleen gekweld werd door het getetter van die vier vrouwen, maar ook nog eens door wat ze zo allemaal tetterden.
Anderzijds, ze tetterden natuurlijk zo hard, omdat ze wisten dat niemand hen verstond. In het andere geval hadden ze misschien, zoals dat hoort, met gedempte stem van gedachten gewisseld. Dan wist ik nog niet wat ze allemaal zegden, en kon ik wel het water horen klotsen.
Misschien moet ik maar gewoon thuis blijven. Daar zeg ik tegen zo'n Annie: Allee, salukes! Geen gevaar dat ik me daarin mispak.
Zelf voelde ik me diep belachelijk. Ik kan in mijn geflatteerde zelfbeeld - wie heeft geen geflatteerd zelfbeeld? - vrij goed in het Frans uit de voeten, en dan zeg ik: à plus tôt. Natuurlijk wou ik zeggen: A plus tard. Maar net voor ik het zei, dacht ik: laat me nu maar eens A bientôt zeggen. Het had ook A tantôt kunnen zijn. Je hoeft niet zo verstrooid of wat warrig te zijn, om die dingen dan door elkaar te halen.
Ik ben wel een beetje verstrooid. Het blijft een dwaze blunder, waar ik me nu nog om geneer. Ik was er beter niet over begonnen. Maar ik dacht: als ik het nu eens aan iedereen vertel, dan is het van me af. Missen is menselijk. Er lopen ook niet zoveel Fransen rond die uit de voeten kunnen met Tot zo, of Tot later, of Tot ziens. Dan heb ik het nog niet over Doei!
Gisteren op het strand zaten vier vrouwen luidkeels en zonder stoppen te tetteren. Het was zo erg, dat ik er mijn oordopjes voor heb ingebracht. Op slag hoorde ik het klotsen van het water niet meer, en het lachen van de meeuwen. Dat was erg, maar minder erg dan het getetter van die vrouwen.
Het rare was, dat ik met geen middel kon raden welke taal die vrouwen spraken. Niet dat ik zoveel talen ken, maar door de band vang je wel een paar woorden of klanken op die aan een taal doen denken. Iets Portugeesachtigs, of iets Slavisch, of Maghrebijns, of Fries. De toon had wel iets Scandinavisch, zodat mijn gade en ik besloten dat het misschien wel Fins was, of IJslands.
Als iedereen nu eens dezelfde taal sprak, en dan bedoel ik niet per se slecht Engels, dan had je geen gedoe. Daar staat wel tegenover, natuurlijk, dat ik dan niet alleen gekweld werd door het getetter van die vier vrouwen, maar ook nog eens door wat ze zo allemaal tetterden.
Anderzijds, ze tetterden natuurlijk zo hard, omdat ze wisten dat niemand hen verstond. In het andere geval hadden ze misschien, zoals dat hoort, met gedempte stem van gedachten gewisseld. Dan wist ik nog niet wat ze allemaal zegden, en kon ik wel het water horen klotsen.
Misschien moet ik maar gewoon thuis blijven. Daar zeg ik tegen zo'n Annie: Allee, salukes! Geen gevaar dat ik me daarin mispak.
18 juni
Juni
is meer dan halfweg en ik heb van de maand nog maar twee stukjes
geschreven. Dat is wel een dal van productiviteit. Ik weet wel,
kwaliteit en kwantiteit en zo. Over dat eerste zal ik mij in dit
verband niet uitlaten. Ze hebben me geleerd dat je bescheiden moet
zijn. Desnoods vals, maar altijd bescheiden. Ik ken schrijvers die
daar geen last van hebben. Met kwantiteit overigens ook niet. Ik ken
een schrijver met lang haar die al tachtig boeken gemaakt heeft.
Daarnaar gevraagd zegt hij graag vals bescheiden dat Simenon er nog
veel meer had. Maar goed, twee stukjes in een dikke halve maand, dat
schuurt toch tegen de ondergrens. Wat te doen, als de inspiratie
opdroogt? Het is een probleem. In het ergste geval, als het echt
acuut wordt, kun je er een stukje over schrijven. Kwalitatief kan dat
nooit veel voorstellen. Het is een ingreep, een truc van de foor.
Daar trapt ook niemand in. Mensen zijn alert tegenwoordig, geef ze
eens ongelijk. Maar kwantitatief heb je wel gescoord. Drie stukjes in
een goeie halve maand, dat is een productietoename met vijftig
procent. Alstublieft. In alle bescheidenheid.
17 juni
De
kleintjes zijn weer uitgevaren in hun Optimistjes. Ze hebben
felgekleurde zeiltjes in rood en groen en geel, je ziet ze haarscherp
voor je uit tegen de horizon. Het is feestelijk. Je denkt: bestaat er
iets nòg
feestelijkers dan dit te doen, zwemmen in de zee en kijken naar die
Optimistjes?
Het antwoord is nee. Maar pas nu op: het is niet zomaar het zwemmen. Zwemmen is best zalig, als het water niet te koud is en niet te warm, er is genoeg wind voor een beetje golving maar niet zoveel dat je elke keer met je kop ver omhoog moet om lucht te happen. Dat is als je zoals ik op je buik zwemt. Beginnersmodus, nu al een jaar of zestig. Verder ben ik niet geraakt. Als ik echt moe word, draai ik op mijn rug.
Je mond is nu naar boven, ademen gaat min of meer ongestoord. Af en toe kun je best wel eens omkijken. Het zal maar gebeuren dat nog zo'n rugzwemmer uitgerekend jou kant op komt. Die kans wordt wel kleiner naarmate je verder uitzwemt, maar je moet nog terug ook natuurlijk. Dat kun je beter niet vergeten: je moet nog terug.
Het zal maar gebeuren dat de wind terwijl je uitzwemt van richting verandert. Kleine venijnige spattende golfjes slaan zonder ophouden op je kop. Het strand is op slag drie keer zo ver nog weg. En je ziet het niet, je zwemt op je rug. Maar dat is het ergste niet. Rugzwemmen is saai. Ik bedoel: echt saai. Boring is het beste woord, helaas weer Engels. Maar dat is precies wat rugzwemmen is.
Je kunt alleen naar de lucht kijken. Die is meestal egaal blauw, bij grauw regenweer ga je niet gauw te water. Daar kun je dan naar kijken: een egaal blauwe lucht. Met wat geluk wil er wel een meeuw overvliegen. In het beste geval een mouette rieuse. Je kunt even meelachen, maar lang duurt het niet. Boredom cloudless and entire, in de onnavolgbare woorden van Martin Amis.
Het zal allemaal wel erg blasé zijn. Dat gaat naar zee in juni, dat ligt op het strand te zonnen of zwemt een beetje, en dat klaagt dat het saai is. Maar zo heb ik het niet bedoeld. Ik wou net zeggen dat niets feestelijker is dan zwemmen in zee. Dat heb ik toch gezegd, hier helemaal bovenaan? Dat ik er ook graag nog iets bij te zien heb, is dat zo raar dan? Je gaat toch ook niet wandelen met je ogen toe? Of met je neus in de lucht?
Maar het zal wel niet helpen. Dat heb je met communicatie: zeg maar om het even wat, gegarandeerd klinkt het helemaal anders. Interviewers weten dat goed. Daar wil ik nog eens heel goed over nadenken, zegt de geïnterviewde. Hoor ik u nu zeggen dat u het voorstel afwijst? Dat soort trucs. Nee, mijnheer. Ik zeg dat ik er nog eens heel goed over na wil denken. Ik zei alleen, dat zwemmen op de rug saai is.
Het antwoord is nee. Maar pas nu op: het is niet zomaar het zwemmen. Zwemmen is best zalig, als het water niet te koud is en niet te warm, er is genoeg wind voor een beetje golving maar niet zoveel dat je elke keer met je kop ver omhoog moet om lucht te happen. Dat is als je zoals ik op je buik zwemt. Beginnersmodus, nu al een jaar of zestig. Verder ben ik niet geraakt. Als ik echt moe word, draai ik op mijn rug.
Je mond is nu naar boven, ademen gaat min of meer ongestoord. Af en toe kun je best wel eens omkijken. Het zal maar gebeuren dat nog zo'n rugzwemmer uitgerekend jou kant op komt. Die kans wordt wel kleiner naarmate je verder uitzwemt, maar je moet nog terug ook natuurlijk. Dat kun je beter niet vergeten: je moet nog terug.
Het zal maar gebeuren dat de wind terwijl je uitzwemt van richting verandert. Kleine venijnige spattende golfjes slaan zonder ophouden op je kop. Het strand is op slag drie keer zo ver nog weg. En je ziet het niet, je zwemt op je rug. Maar dat is het ergste niet. Rugzwemmen is saai. Ik bedoel: echt saai. Boring is het beste woord, helaas weer Engels. Maar dat is precies wat rugzwemmen is.
Je kunt alleen naar de lucht kijken. Die is meestal egaal blauw, bij grauw regenweer ga je niet gauw te water. Daar kun je dan naar kijken: een egaal blauwe lucht. Met wat geluk wil er wel een meeuw overvliegen. In het beste geval een mouette rieuse. Je kunt even meelachen, maar lang duurt het niet. Boredom cloudless and entire, in de onnavolgbare woorden van Martin Amis.
Het zal allemaal wel erg blasé zijn. Dat gaat naar zee in juni, dat ligt op het strand te zonnen of zwemt een beetje, en dat klaagt dat het saai is. Maar zo heb ik het niet bedoeld. Ik wou net zeggen dat niets feestelijker is dan zwemmen in zee. Dat heb ik toch gezegd, hier helemaal bovenaan? Dat ik er ook graag nog iets bij te zien heb, is dat zo raar dan? Je gaat toch ook niet wandelen met je ogen toe? Of met je neus in de lucht?
Maar het zal wel niet helpen. Dat heb je met communicatie: zeg maar om het even wat, gegarandeerd klinkt het helemaal anders. Interviewers weten dat goed. Daar wil ik nog eens heel goed over nadenken, zegt de geïnterviewde. Hoor ik u nu zeggen dat u het voorstel afwijst? Dat soort trucs. Nee, mijnheer. Ik zeg dat ik er nog eens heel goed over na wil denken. Ik zei alleen, dat zwemmen op de rug saai is.
maandag 10 juni 2019
10 juni
We zitten in
Pas-de-Calais, zei ik.
Je kunt daar beter blijven,
was het antwoord. Het was zondagavond 26 mei. Mijn correspondent zat
een beetje naar de eerste kiesresultaten te kijken. Hij had
twee keer gestemd, een keer voor hem, en een keer voor mij. Het had
niet veel geholpen. De mood
bij nogal wat landgenoten was grimmig - in onze stad S nog meer dan
gemiddeld. Sindsdien heb ik ook een paar kranten gelezen. Je moet
geen paranoïde linkse rakker zijn (of rukker,
of rat)
om de lijn te ontwaren van Antwerpen naar Middelkerke naar Vlaams Belang naar Schild en Vrienden. Men gunt elkaar een plekje op de
lijst. Er kan gepraat worden, ook met de koning. Een beetje pr doet
wonderen. Je kunt je naam wat bijstellen. Van Blok
naar Belang. (Van Front
naar Rassemblement in
Frankrijk.) Keurig
pakje aan. De
taal een beetje bijboenen. Van Eigen Volk
naar Onze Mensen.
Geen idee wie dat zijn. Niet de mijne.
vrijdag 31 mei 2019
30 mei
We
weten niet goed waar we zijn. Of hoe je zegt waar we zijn. We vragen
het aan de plaatselijke visser, die op de pier met een net in de weer
is. Ik zeg Lomener,
zegt de visser, als in Robert.
Klaar. Maar vraag het hier iemand anders, gaat hij door, dan zegt die
misschien Lomener,
als Roger.
We mogen dus kiezen. Zoals in Carpentras de Passage Boyer,
maar dat is ver van
hier.
Ik heb twee baguettes besteld in de bureau d'accueil. Ik kom ze
morgen ophalen. A demain,
zegt de mevrouw. Avec le soleil!
Sinon, pas de pain! Hier
praten ze veel over de zon, omdat ze niet vaak te zien is. In de
Intermarché heb ik voor veertig cent een kaartje gekocht met een
cartoon, die ook over de zon gaat, die ook niet te zien is. Nu, naar
Breizh
kom je niet voor 't mooie weer.
![]() |
| Klik om te vergroten |
zondag 19 mei 2019
19 mei
Gisteravond
met de auto westwaarts rijdend rond een uur of acht, de lucht voor me
uit wat vuil oranjig, kon ik niet nalaten me erover te verbazen hoe
we altijd maar heen en weer gaan, als een slinger in een ergens bij
elkaar gehouden hangklok, die maar tikt. Dan weet je niet hoe laat
het is. Of wat je hier doet, in die gehate tunnel, ooit geopend met
veel feestgedruis, vijftig jaar geleden. Of wanneer je thuis zult
zijn, of waar.
donderdag 16 mei 2019
De taalhond waakt
Na een lange
procedure en veel getouwtrek mocht RWDM het stadion toch de hare
noemen.
De Standaard in een warrig artikel over de voetbalacademie van Molenbeek. Wie wil zo'n krant nu het hare noemen?
De Standaard in een warrig artikel over de voetbalacademie van Molenbeek. Wie wil zo'n krant nu het hare noemen?
zaterdag 11 mei 2019
11 mei
Gisteravond
met de auto oostwaarts rijdend zo tussen zes en zeven, de lage zon
zat pal achter ons en kleurde al dat meilandschap betoverend groen,
zag ik plots rechts voor me een stukje regenboog dat allengs langer
werd, en door een ander stukje aan de linkerkant werd begroet. Voor
ik het wist, ontplooide zich voor mij de mooiste en helderste
regenboog die ik ooit heb gezien. In deze tijden hoor je daar
terstond een foto van te maken, zodat je de regenboog kunt delen
met allemaal mensen die elders zijn en dit overweldigend schouwspel
moeten missen. Tiens,
kunnen ze dan zeggen, een regenboog. Helaas ben ik een digitale
kluns, bij wie telefoon
en foto
klinkt als scheerapparaat
en espresso, laat
staan dat de gedachte om een regenboog te sharen
bij me op zou komen. Overigens zat ik aan het stuur, het was
aangewezen om ook een beetje op de weg te letten. Nu heb ik dus geen foto's, en de mensen die mijn stukje hier zouden lezen zullen
mij op mijn woord moeten geloven dat de regenboog er zat, en dat hij
machtig mooi was. Is dat geen fake news
weer? Is dat wel gefactcheckt? Hij zal in het beste geval wel weer
schromelijk overdrijven, hij kleurt zijn regenboog schaamteloos bij,
we zien hem toch niet. Ik zweer het! Het was op de A11, een beetje
voor de tunnel bij Zelzate. We kwamen van Brugge en reden naar huis.
Mijn gade heeft hem ook gezien. Ze zat naast me en vond hem ook heel
bijzonder. We hebben er samen een hele tijd van genoten. Toen was hij
plots weer weg.
10 mei
Zo zijn er in
Amsterdam vierduizend publieke laadpalen voor elektrische wagens, in
Brussel vier.
De
slotzin van een artikel in De Standaard
over een groepsaankoop van elektrische auto's. De zo
wijst terug naar de
overheid, die warm en koud tegelijk blaast.
We moeten van de
fossiele brandstoffen af, maar er zijn geen
concrete acties om dat mogelijk te maken.
Ze
blijven beleefd, bij De Standaard. Ik
ken kranten die de vergelijking met Amsterdam een stuk smeuïger
zouden serveren.
Maar goed.
Concrete acties, daar
zijn wij Belgen niet zo sterk in. In Brussel nog minder, waar
gewesten en gemeenschappen, federale en lokale besturen elkaar al
maar voor de voeten lopen. Het mag een klein wonder heten, dat er
überhaupt een publieke laadpaal staat in Brussel. Wat zeg ik? Vier!
Zouden die cijfers wel kloppen? Je weet het niet meer, in deze tijden
van alternative facts.
Eén laadpaal meer, en we praten over een winst van twintig
procent. Dat kan tellen
als groeipotentieel. Wacht maar tot Brussel met concrete
acties in gang schiet.
Ze komen nog kijken uit Amsterdam.
vrijdag 3 mei 2019
3 mei
Als
aandeelhouder kijk ik op gezette tijden uit naar mijn dividend.
Vandaag is het weer zover. Feest! Een domper is wel de mededeling, dat op mijn
opbrengst van vijf euro een roerende voorheffing van 1,50 euro
verschuldigd is. Tant pis, rest mij toch 3,50 euro. Om niets
te doen! En wacht eens: ik kan de roerende voorheffing terugvorderen
via de aangifte van mijn personenbelasting, ten
belope van maximaal 640
euro. Gewoon invullen in Vak VII a 1b 1437-18 / 24 37-85. Yes!
Het is wel een hoop
papierwerk weer, maar dat nemen wij aandeelhouders er graag bij.
Noblesse oblige.
Abonneren op:
Posts (Atom)
