dinsdag 11 november 2014

11 november


Tot volgend jaar! las ik boven de uitgang bij het verlaten van Antwerp Expo. Ik dacht: misschien niet. Eén Boekenbeurs om de tien jaar is een goed gemiddelde. Dan ben je toch weer vergeten hoe het er op de beurs aan toegaat: tijd om nog eens te gaan kijken.

Maar nog voor ik goed binnen was, riep ik: nee, niet weer! Het was net als de laatste keer, met nog meer volk, nog meer kookboeken. Honderden standjes, elk met zijn sterauteurs, zijn gadgets, zijn hostesses (Mijnheer! Leest u Gazet van Antwerpen al?), zijn hoogst originele blikvangers - een echte wandelende Jommeke met wie ik op de foto mocht.

Wat komen al die mensen hier doen? Handtekeningen verzamelen, een selfie maken met Herman Brusselmans, eten en drinken, een boek kopen, hun gratis Grimbergen oppikken. Op de Boekenbeurs zijn, quoi.

Wat kom ik hier doen? Goede vraag, maar het antwoord gaf ik al: ik kom nog eens kijken hoe de Boekenbeurs eruitziet. Dat is dan gebeurd. De Boekenbeurs ziet er niet goed uit. Dat was de vorige keer net zo, alleen wat minder. Ik haast me naar buiten. Daar lees ik boven de uitgang: Tot over tien jaar!

zaterdag 8 november 2014

8 november


Yves Leterme leeft nog. Ik heb hem laatst gezien op de televisie, en jongens wat zag die man er goed uit. Hij leek twintig jaar jonger dan in de nadagen van zijn premierschap, toen hij grauw en gram en grimmig door de Wetstraat liep. Baas zijn van België, dat was echt geen job voor Yves. 

Ik had het niet zo voor Leterme. Ik neem het hem nog altijd kwalijk dat hij - een Standardsupporter! - zijn ziel verkocht aan de flaminganten. Zij mochten de staart worden van zijn hond, als paars maar gebroken werd. Voor Yves het wist, was hij zelf staart geworden. Niemand kreeg de hond weer in zijn hok.

Nu is Leterme dus teruggekeerd, verjongd en verlicht en vervrolijkt, en hij vertelt honderduit over zijn nieuwe werk in Zweden, waar hij nu baas is van de Internationale Intergouvernementele organisatie voor Democratische en Electorale Assistentie. Een beetje moeilijk, maar daar is Yves nooit bang voor. Ik denk dat hij dat goed doet, dat nieuwe werk. Dat hij beter op zijn plaats zit daar in Stockholm dan in Brussel. Hoewel, Brussel. Er zijn er die zeggen dat de baas van België nu kantoor houdt in Antwerpen.

dinsdag 4 november 2014

4 november


Hoe Vlaams is mijn Nederlands? Sinds vanochtend weet ik het: 27%. Is dat veel? Het valt wel mee: mijn Standaardnederlands heeft een licht-Vlaamse toets. Nederlanders zullen nu en dan een woord van mij kunnen leren. Twee procent minder, en mijn Standaardnederlands was niet of nauwelijks Vlaams gekleurd. Ik werd moeiteloos begrepen over de grens.

De grens met Nederland, wordt hier bedoeld. Die grens steek ik niet zo vaak over. Als het toch gebeurt, ga ik veelal naar Hulst, waar het Nederlands al net zo Vlaams kleurt als hier. Vaker steek ik de grens met Frankrijk over. Zo ik daar al begrepen word, moeiteloos zeker niet, al kunnen de Fransen dat goed wegstoppen, dat ze je niet verstaan hebben.

Het had erger gekund: 'Uw Standaardnederlands is vrij Vlaams. Nederlanders zullen uw woordgebruik merkwaardig óf schattig vinden.' Dat is 51 tot 75%. Ik heb liever niet dat iemand mijn woordgebruik schattig vindt. Dan lijkt het me beter dat ze me gewoon niet verstaan. Dat gaat ook, ik heb het in Italië nog meegemaakt.

Het had nóg erger gekund: 'Uw Standaardnederlands is heel Vlaams. U bent een prima ambassadeur van het Vlaams.' Dank u wel. Als dat zo zou zijn, begon ik vandaag nog Esperanto te leren.

Wat is overigens 'het Vlaams'? Die vraag kun je stellen aan mensen die hier uit het buitenland arriveren en Nederlandse lessen volgen omdat ze de taal van het land willen leren. Dat gaat vaak verbluffend goed, maar gaan ze na afloop iets drinken in de kroeg op de hoek, dan blijkt iedereen daar iets heel anders te spreken. Dat is dan Vlaams, en ze verstaan er geen bal van.

zondag 2 november 2014

3 november


Laatst liep ik in de supermarkt tegen een mij onbekend Belgisch bier aan. Het was genoemd naar een dorp in West-Vlaanderen, dat ik hier niet wil noemen. Op het etiket stond het silhouet van 'historisch correcte' soldaten aan het front van 1914-18, tegenwoordig steevast 'de Groote Oorlog' genoemd, met twee o's. Er stond ook een historisch correcte klaproos op, in dit geval vast een poppy.

Nog op hetzelfde etiket stond het verzoek om een minuut stilte in acht te nemen bij het openen van de fles, 'to commemorate those who fell on the battlefield'. In het Engels, omdat het bier nu eenmaal mikte op het marktsegment van Engelse oorlogstoeristen. Om die reden werd het ook verkocht in een halveliterfles.

Over smaak valt niet te redetwisten, ook niet over slechte smaak, over smakeloosheid al helemaal niet. Je zou de bedenkers van dat bier, naast totale smakeloosheid, ook opportunisme kunnen verwijten, cynisme, obsceen mercantilisme, lijkenpikkerij, mogelijk een hang naar necrofilie. Maar de kans is groot dat ze geen van die woorden begrijpen. Wat overblijft is: domheid.

Een meer gepaste manier om de gevallenen op het slagveld te herdenken is al vast om dit degoutante product te negeren, samen met alle andere toeristo-commerciële strapatsen waar sommigen zich dezer dagen mee opgeilen aan de ellende en de dood van zo vele mensen.

zondag 26 oktober 2014

25 oktober

'En dan komen al die oude mensen...', hoor ik haar zeggen. Ze staat achter mij, een opgeschoten tiener met haar moeder, ook te wachten tot het voetgangerslicht op groen springt. 'Al die oude mensen', zegt ze. 'En wij maar stampen en zwoegen tegen de wind, en dan komen al die oude mensen op hun elektrische fiets en zoef!

Ze vertelt het met verve, haar toon houdt het midden tussen verbazing en ongeloof, geen ergernis valt erin te bespeuren. En ik sta samen met mijn gade mee te luisteren, ik zie in gedachten de pelotons van bedaagde burgers groepjes ontstelde scholieren voorbijsuizen, niet voor ze hun aankomst per fietsbel hebben aangekondigd, keurig zoals het hoort. 

Wat is het een prachtig verhaal, en hoe meeslepend vertelt het dit jonge meisje, terwijl ze intussen samen met ons de zebra oversteekt naar de kant waar het park is.

Wij hebben nog geen elektrische fiets, mijn gade en ik. Niet dat we nog te jong zouden zijn: we vallen helemaal in de doelgroep waar het verhaal over gaat. Geen oudere mensen, geen zestig- of andere plussers, geen senioren of gepensioneerden, daar gaat het verhaal niet over, de hemel zij dank. 

Maar al die oude mensen, oké, in dat gezelschap wil ik eerstdaags wel meefietsen, elektrisch, met veel plezier en een tienervriendelijke beltoon.

vrijdag 24 oktober 2014

24 oktober

Dat de paus twittert, wisten we al. Met goedvinden van wijlen meneer god, zou L.P. Boon gezegd hebben. Toen ik dat voor het eerst hoorde, keek ik er niet echt van op. De kerk van Rome is tot veel in staat als het eropaan komt een schijn van moderniteit te wekken. Maar de Britse koningin?

Vandaag dus wel, om 11.35 u. plaatselijke tijd. Ze was in het Science Museum in Londen om er een tentoonstelling over de Information Age te openen. Hoe zou dat dan gaan, vraag je je af, de Britse koningin die twittert? Geheel zoals te verwachten was: The Queen removed a glove to send the tweet in front of around 600 guests, volgens The Guardian. Je kunt nu eenmaal niet tweeten met handschoenen aan. Toch geen twee handschoenen.

En wat zou de koningin in haar tweet gezegd hebben? Veel kan dat niet geweest zijn, gezien de aard van het medium. Anderzijds, een beetje communicator moet toch iets zinnigs kwijt kunnen in 140 karakters. It is a pleasure to open the Information Age exhibition today at the @ScienceMuseum, is wat de vorstin te zeggen had, and I hope people will enjoy visiting. Getekend: Elizabeth R. Nou!

Ik kijk er alweer niet van op. Twitter is bij uitstek het medium dat toelaat niets te zeggen aan mensen die niets te zeggen hebben. Daardoor, ongetwijfeld, is het zo populair, en is het eerder ook door wijlen meneer god gezien en goed bevonden.

Voor wie de Britse monarchie toch nog van oubolligheid zou verdenken, bracht de directeur van het museum, Ian Blatchford, in herinnering dat koningin Victoria al belangstelling toonde voor de telefoon. Ook haalde hij een 'door historici gesmaakte' gebeurtenis op van 26 maart 1976, toen deze zelfde Elisbeth II van vandaag de eerste monarch ter wereld werd die een e-mail stuurde. Dat was tijdens een bezoek aan het Royal Signals and Radar Establishment, een onderzoeksinstelling bij Defensie. De directeur vertelde niet wat er dan in die e-mail stond, maar ik denk: It is a pleasure to be at the Royal Signals and Radar Establishment today and I hope people will enjoy visiting.


vrijdag 17 oktober 2014

17 oktober


Er moet een tijd geweest zijn, dat mensen voor enige duur weggingen van huis, en toen ze daarna terugkeerden, zetten ze de deuren en ramen wat open om te verluchten, en gingen gewoon verder waar ze gestopt waren.

Er kunnen in die tijd nog wel een paar dingen geweest zijn, nieuwe kippen die weer geleerd moest worden hoe ze het trapje op moesten om op stok te gaan, en hoe de graanbak met opstapklep werkte, en waar de eitjes moesten liggen, en waar de excrementen - vooral niet samen.

Ook moest de thuiskomende reiziger, die mogelijk al die tijd geen piano gespeeld had omdat het een onpraktisch instrument is om mee te nemen, weer al zijn oude stukjes gaan instuderen, en het zal eveneens zijn voorgekomen dat hij niet meer wist waar hij de reservehuissleutels verborgen had, een al te ingenieuze plek, helaas.

Ik bedoel maar, het was in die tijd vast niet zo dat de belgacombakjes gereset moesten worden, en de modem geherconfigureerd, met de hulp van een helpdesksupporter aan de mobiele telefoon, omdat de vaste telefoon het niet meer deed, en de preselecties op de huisradio opnieuw ingesteld, en de waterontkalker weer geprogrammeerd, alsmede de digitale thermostaat en de klok van het keukenfornuis.

We reizen om te leren, en weggaan is altijd een beetje thuiskomen, ik bedoel elders, maar thuis thuiskomen - wie weg is moet daar eens goed over nadenken, of dat wel zo'n slim idee is.

vrijdag 10 oktober 2014

10 oktober


Ik lees voor uit Pietje Puk wordt parachutist, de kleintjes liggen naast me op het bed te luisteren.

Binnen is maar één loket, lees ik.
'Wat is een loket?'
'Zo'n ruitje waar iemand achter zit, zoals in het station als je een kaartje koopt.'

En hij knapt voor anderen dikwijls een karweitje op.
'Wat is een karweitje?'
'Een werkje.'

Je spreekt met de burgemeester, Pietje. Kun je dadelijk vijftig postzegels van een gulden brengen?
'Wat is een gulden?'
'Zo heette de euro vroeger in Nederland. Bij ons heette hij frank.'

Dan brengt hij het pakje naar de notaris.
'Wat is een notaris?'
'Iemand waar je naar toe moet als je een huis koopt, voor de papieren.'
'Of als je een huis erft,' zegt ze.
'Ja, dan ook, als je een huis erft.'

Het zàl een knalfeest worden, zegt Pietje, nu geestdriftig.
'Wat is geestdriftig?'
'Tja. Zo, ja, als je iets zegt of doet met veel plezier, zo van yes!, niet van, nou, goed, vooruit dan maar. Zo met veel vuur, niet half tegen je zin.'
'Enthousiast?', zegt ze.
'Ja. Precies. Enthousiast, natuurlijk. Ken jij enthousiast?'
Ze kent het. En haar broertje, weet die ook wat enthousiast is?
Ja, haar broertje weet het ook. Gewoon, enthousiast.

donderdag 2 oktober 2014

2 oktober


'Et dire que la mer est si grande', zei de man tegen mij die ik tegenkwam een goed eind in zee. We raakten in gesprek nadat ik, achteruit zwemmend, plompverloren tegen hem aan was gebotst. Op een paar pootjebaders bij het strand na waren wij de enige zwemmers binnen gezichtsafstand.
'Excusez-moi', zei ik. 'Ik had u niet gezien. Ik zwom op mijn rug.'
'Ik u ook niet,' zei de man, 'en ik heb nochtans een zwembril op.'
Hij had een zwembril op. Het incident dusdoende met gepaste excuses gesloten hebbend, zwommen wij beiden verder. Het gebeurde in de Middellandse Zee ter hoogte van de stad Sète. Een non-event, zo kan men zeggen, al blijkt er toch maar uit dat aanvaringen met onbekenden niet per se onprettig hoeven te zijn.

woensdag 1 oktober 2014

29 september


'Nog altijd 1500 straatlampen kapot in S na hagelstorm', lees ik op deredactie.be. Dan hoop ik echt dat mijn straatlamp daar niet een van is, ik bedoel de lamp die net voor mijn huis staat en zo'n vredig oranjegeel licht in mijn woonkamer laat schijnen, zodat ik 's nachts als ik de slaap niet kan vatten, wat gelukkig zelden gebeurt, zonder het licht aan te maken de trap af kan lopen naar beneden, voor een glas water, en weer op naar boven. Het kan 'nog enkele maanden' duren, zegt de website, voor alle lampen weer zijn hersteld. Zolang wil ik nu ook niet wachten om weer naar huis te gaan. Of toch? 'Michel Wuyts analyseert WK wielrennen'. O nee, o nee. Ik blijf in elk geval hier tot ik mij het lezen van zo'n kop niet meer kan herinneren. Tant pis als dat ook nog enkele maanden duurt.

vrijdag 26 september 2014

26 september


Pas de nuisances sonores. Kijk dat is wat ik nu al altijd dacht, alleen vond ik er het juiste woord niet voor, voor het gejengel, gedreun en getetter uit radio's, televisies en ander tuig waar de publieke ruimte mee wordt verziekt. Nuisances sonores, in Palavas-les-Flots willen ze er niet van weten, evenmin als van honden op hun strand, en geef ze maar eens ongelijk. Ze hebben er grote borden voor neergezet, waarop de burger wordt herinnerd aan een aantal règles élémentaires. Ja règles zijn niet populair tegenwoordig, het staat integendeel goed te roepen dat er veel te veel regels zijn. Ik daag al die verlichte deregulators uit met mij mee te tellen waar er het meeste van zijn: regels, of lawijtmakers. Regels, of drollen op de grond. 


dinsdag 23 september 2014

23 september


Als ik straks weer van vakantie thuis kom, wordt het zaak iets om handen te hebben. Niet evident, sinds ik nu zes jaar geleden officieel op rust ben gesteld. Het valt niet mee om uit het absolute far niente zomaar een zinnige tijdsbesteding te verzinnen. Die liefst nog iets opbrengt ook, dat mag tegenwoordig. Wel niet in dienstverband. Als ik iets doe, zal ik mijn eigen baas zijn. Een ondernemer, als het ware.

Het klimaat in het thuisland is gunstig, verneem ik. Ik zou mezelf als vlaggenverkoper in de markt kunnen zetten. Ook daarvoor is het klimaat gunstig. Ik laat ze voorlopig nog maken in een veraf lageloonland, in afwachting van de dag - men zegt dat hij nu snel naderbij komt - dat ook in mijn land de lonen weer betaalbaar worden. De vraag naar vlaggen boomt, de trend is opwaarts. Schotse, Catalaanse, Baskische, Bretoense, Padaniaanse, wie weet binnenkort Friese en Beierse vlaggen, zelfs Vlaamse, hoewel de markt daar stilaan wel verzadigd lijkt. Oekraïense, Krimse en Donetskese vlaggen. Dat is dan nog maar Europa, maar verder hoef ik ook niet te gaan.

De tijd komt dat elk dorp, elke wijk, elke straat vendelend en vaandelzwaaiend zijn eigen identiteit uit zal willen dragen: wij zijn de sympathieke gasten van de Gasmeterstraat, verwar ons niet met de dikke nekken van de Burgemeester Valère De Wildestraat, of de zuurpruimen uit de Gladiolenlaan.

Nu nog even niet, ik ben nog op vakantie, maar de dag dat ik thuiskom wil ik dat eens goed bekijken.

zaterdag 13 september 2014

13 september


On va se baigner, zeggen de Fransen. Het werkwoord roept onweerstaanbaar beelden op van dames in overdadige badkostuums, heren met gekrulde snorren in een gestreept 'eendelig badpak met knielange pijpen en korte mouwen'*, die zich te water begeven in het Coxyde van de Belle Epoque. Se baigner is een ernstige bezigheid, die niets te maken heeft met het proestend en spetterend vertoon waar hedendaagse strandgasten zich aan overgeven. Men waadt kniediep of desnoods heupdiep de zee in, en kuiert vervolgens bedaard evenwijdig met het strand op en neer in het water, luchtig keuvelend met een of meerdere medebaders of -baadsters. Zo zie je het nog altijd, hier aan de Etang de Thau. De badpakken zijn wat coulanter geworden, maar het baden heeft verder niets aan sérieux ingeboet. Zwemmen? Dat is voor toeristen zoals ikzelf, uitslovers die te diep de zee ingaan, en dan door de redder in zijn bootje vriendelijk maar kordaat worden teruggeroepen. U bent de gele boeien voorbij, zegt de redder. U bevindt zich in de zone des pêcheurs. Ik excuseer me, ik zeg dat ik het niet gezien had. Ce n'est pas grave, zegt de redder vaderlijk. Hij wijst me nog eens goed waar ik precies mag zwemmen. En voor hij zijn bootje wegstuurt roept hij nog: Bonne baignade! Het is vast een tactvolle terechtwijzing. Zo'n baignade als de mijne lijkt inderdaad nergens op.

* Koninginnen aan de Noordzee - Scheveningen, Oostende en de opkomst van de badcultuur rond 1900, red. Ben de Pater en Tom Sintobin

dinsdag 2 september 2014

2 september


Mensen uit het thuisland spreken mij aan. Dat het nu wel warm is hier. Ze kennen mij van haar noch pluim, en dat het warm is, dat kan iedereen zo voelen. Waarom spreken ze mij dan aan?

'Ik hoor dat gij ook Vlaams spreekt?', zeggen ze. Of ze krijgen mijn nummerbord in de gaten en ze zeggen: 'Nederlands? Français?' Dat is maar een wankele grond om een gesprek te beginnen.

Erger is dat ze ook andere dingen zeggen, zoals: 'Het wordt nu wel beter in België, nu de goeie eraan zitten'. Ik weet niet wie er nu in België aan zitten, ik ben op vakantie, maar ik betwijfel sterk of het de goeie zijn.

Er was ook een Nederlander die uitlegde wat een fijne humorist Geert Wilders is, en hoe er in zijn land veel te veel Marokkanen zijn. 'Een peloton mariniers eropaf', zei de Nederlander, die verder een vriendelijke man leek als hij over iets anders sprak, hij had nog in België gewerkt.

Zo is het nu altijd: ook de grootste klojo's hebben wel een aardig kantje, zodat je weer zegt: ach ja.

Ik stel me voor dat ik na mijn vakantie rondloop in mijn stad S, en daar voorbijgangers aanklamp en zeg: 'Ik hoor dat gij Vlaams spreekt?' En dan zeg ik: 'Geen wonder dat het hier naar de kloten gaat, nu de slechte eraan zitten'. En zij maar antwoorden: 'Ja, ja', want in dat soort gesprekken word je niet geacht tegen te spreken.

Dan komen ze thuis en ze zeggen tegen hun vrouw: 'Ik ben weer zo'n zure linkse zak tegengekomen op straat', en zij antwoordt: 'Ach, die mens zal ook wel zijn goeie kanten hebben'.

maandag 1 september 2014

1 september


Ik weet niet waarom het mij vandaag te binnen schiet, de dingen die ik geleerd heb op school, en daarna weer vergeten. Driehoeksmeetkunde, chemie. Maagdenburgse halve bollen, olievelden in de Sovjetunie. Zeshonderd Franchimontezen. Oud Grieks en Latijn, woordjes en stamtijden. Toen dat allemaal vergeten was, ging ik talen studeren, Russisch en Engels. Maar voor het zover was moest ik door een inleiding tot de economie, het burgerlijk recht. De sociologie, de filosofie. De linguïstiek volgens de Saussure, en nog tal van andere vakken waar ik niet alleen de inhoud, maar ook de naam van vergeten ben, of zelfs dat ik zo'n vak ooit heb geleerd. Diplomatieke geschiedenis? Na mijn afstuderen vergat ik prompt ook het Russisch, zodat ik uiteindelijk het Engels nog over hield, een taal die inmiddels iedereen al kende. En het Nederlands, dat ik al sprak voor de hele schoolellende begon. Ik bedoel maar, waar dient het allemaal voor? De geest scherpen, de algemene ontwikkeling ontwikkelen, kan dat ook niet met sudoku's en af en toe een goed boek? Is zeventien de juiste leeftijd om over Plato na te denken, als de oestrogenen en de testosteron de dienst uitmaken? Ja, goed, ik weet ook niet hoe het dan wel zou moeten, en ik ben er al bij al redelijk gaaf en content uit tevoorschijn gekomen. En ja, ik heb er zelf mijn brood mee verdiend, mij zelfs kwaad gemaakt als ze niet wilden luisteren, de arme scholieren en studenten.