zondag 28 februari 2021

28 februari

Op mijn lockdownwandelingen in de buurt kom ik af en toe een bevlagd huis tegen. Er wappert een Vlaamse leeuw aan een mast in de tuin. In goud een leeuw van sabel getongd en geklauwd van keel. Om onduidelijke redenen is het keel veelal verdwenen. Of een zwart-geel-rode lap stof hangt uit het raam naar buiten. Terwijl er geen Europacup aan de gang is, en tijdelijk ook geen regeringsvorming. De bewoner van het huis maakt zich gewoon kenbaar als Belgisch of Vlaams gezind. Wat dat inhoudt is me een raadsel. Landen en gewesten bestaan niet echt. Het zijn abstracties, ze zijn niet zichtbaar uit de ruimte. Zelf ben ik al eens goed of slecht gezind. Ik zou voor mijn huis een zwarte of witte vlag kunnen hijsen naar mijn humeur van het moment. Een weinig werkbaar idee, want ik heb wel eens te lijden van mood swings de laatste maanden. Ik zou nogal in de weer zijn met die vlaggen. Humeur is wel zichtbaar. Zo niet uit de ruimte, dan toch op een niet al te grote afstand. Reken maar dat je 't kunt zien als ik de pest in heb. Geen zwarte vlag van doen. Nu het erover gaat, ik kwam op mijn vroegere lockdownwandelingen veel wit bevlagde huizen tegen. De mensen die er woonden waren niet per se goed gezind, ze voelden wel mee met de zorgwerkers in rust- en ziekenhuizen. Dat wilden ze laten zien. Die witte vlaggen zijn intussen haast allemaal weg. Wat dat wil zeggen weet ik niet. Het deert me niet. Ik heb het toch al niet op vlaggen begrepen.


woensdag 24 februari 2021

24 februari

Dit lijkt hier meer en meer op een politiestaat, zegt de vrouw op de radio. Ze bedoelt kennelijk dat ze niet altijd mag gaan en staan waar ze wil, zonder daar door de politie te worden op aangesproken, er mogelijk voor te worden beboet. Dan zijn we niet in Rangoon of Pyongyang, maar op de Vogelmarkt in Antwerpen, waar de grondwettelijke vrijheden te grabbel worden gegooid. Zoals de vrijheid om lege colablikjes op straat te gooien, of toevallige passanten in hun gezicht te hoesten. En nu ik toch bezig ben: waarom zie ik de laatste tijd zoveel foto's met voetballers in een zwart-en-blauw gestreept hemdje? Het zijn spelers van Club Brugge, maar dat is niet wat er op hun shirtje staat. Er staat 'UNIBET', en dat is dan weer met meer dan 13,5 miljoen klanten een van de grootste online gokbedrijven wereldwijd, volgens Wikipedia. Zij waren de eerste club hier die zich door een gokbedrijf liet sponsoren, maar inmiddels hebben 17 van de 18 eersteklasseclubs er een, waarvan de helft ook met shirtreclame. Dat weet ik van Arne Nilis, die iets weet van voetballen maar ook van gokverslaving en wat die zoal aanricht. Men weze zo goed waar ik bij ben niet lyrisch te doen over ballentrappers in loondienst van een casino. En dan nog iets: wat is dat met die Jean-Marc Nollet van Ecolo? Hij vindt één knuffelcontact maar weinig, en dus staat hij zichzelf toe er twee in huis te halen. Un couple, alsof dat iets uitmaakt. Mag dat? Nee, maar Nollet 'staat het zichzelf toe'. Je m'autorise, zegt hij. Ik zal nog wel eens voor de groenen stemmen, als ze dat soort zelfbedienend volk als covoorzitter kiezen. Gelukkig is Meyrem Almaci het niet met Nollet eens, al vind ik haar protest wat aan de makke kant. Dan liever Paul Magnette. Les bras m'en tombent, zegt die, door vrtnws vrij maar gevat vertaald als daar zakt mijn broek van af. Dan wil ik graag wel eens voor Magnette stemmen, maar dat kan dan weer niet. Daar zakt nu mijn broek van af.


donderdag 18 februari 2021

18 februari

'Het inmiddels iconische Ski jacket uit 1994', lees ik in De Standaard Weekblad. Van 'de bekende hedendaagse schilder Peter Doig'. Die schilder is dus bekend, dat begrijp ik, al ken ik hem niet. Maar zijn schilderij is niet bekend, het is iconisch. Mijn vermoeden is, dat het woord verwijst naar een andere, hogere orde van bekendheid.

Ik heb alweer een hele tijd niet meer over dat woordje iconisch gezeurd. Dan mag het wel nog eens, vind ik. De laatste keer was in mijn alfabet Het jaar van de ooievaar, onder de letter i. Ja mezelf citeren heb ik ook al lang niet meer gedaan.

Het is een stuk van Bernard Dewulf over sneeuw. Hij haalt allemaal schilders en schilderijen aan. Dewulf kent veel schilders en schrijft daar graag over. Als je een slecht karakter had, zou je het name dropping kunnen noemen. Maar ik heb geen slecht karakter, al zeg ik het zelf. Ik benijd zijn kennis van de schilderkunst.

Iconisch dus. Zelf haalde ik destijds Johnny Halliday aan als voorbeeld, en James Dean en Marilyn Monroe, maar ook de Eiffeltoren en de Aston Martin van James Bond, zelfs 'een iconisch stukje snelweg in Gent'. Het is de onstuitbare opmars van de hyperbool, de stijlfiguur van de overdrijving. Fenomenaal, adembenemend, briljant. Hallucinant, degoutant, abject. Het zal best wel.

Toen ik een jaar of tien was haalde ik wel eens een zakje van vijf bij Erna in haar frietkot bij het station. Er stond nog een tweede kot, van Anita, maar daar ging ik niet. Beide frituren waren in de hele stad bekend, dat was bekend genoeg toen in de late fifties. De frieten waren niet onovertroffen noch ongeëvenaard of verrukkelijk of exquis, ze waren wel lekker. Dat was lekker genoeg, zeker met nog een frank pickles erop of mayonaise.


maandag 8 februari 2021

7 februari

De kippen komen niet naar buiten. Ze blijven koppig in het hok, willen het laddertje niet af naar beneden. Waar alles bedekt is met een dikke laag koude witte materie, ze houden er niet van. Ik moet met een hark in de weer, om de grond rond het hok en de waterbak weer zichtbaar te maken. Klotesneeuw ook. Daarna kan ik nog met schop en bezem aan de slag, het trottoir vrij maken voor mogelijke passanten. Ze zullen niet komen, de passanten, maar ze kùnnen komen. Ik schep en borstel en baal. Wat haat ik de winter.

Later, na het middageten, ga ik toch naar buiten voor een korte wandeling. Ik verlies me een beetje in de wirwar van straten in de nieuwe wijk. Merelstraat. Spreeuwenstraat. Kievitstraat. Kwartelstraat. Loop dan toch voorbij een wijd open veld waar grote borden de woningen al aanprijzen die hier binnen afzienbare tijd worden neergezet. Kopenhagenplein. Romeplein. Stockholmplein. Helsinkiplein. In het groen, dicht bij alles. Nu dus in het wit.

Maar kijk: overal zijn mensen, trekken sleeën voort met wonderlijke kindjes, sneeuwballen vliegen in het rond, roepen, gelach. Zwarte bomen met kale takken, een beek, opvliegende kauwen, vrij naar Bruegel. Dus zo kan sneeuw ook zijn. 

Ik was het vergeten. Met al de rest die ik vergeten was, thuis zittend contact mijdend afstand houdend mijn handen wassend in onmacht. Kniezend niezend in mijn elleboog en de hele bubbelboetiek. Wat was ik niét vergeten, eigenlijk?

Nog later breng ik de kippen wat keukenafval. Ze lopen nu toch buiten rond, in het nest ligt een ei. Morgenochtend zacht gekookt vijf minuutjes en veel zout.

zondag 7 februari 2021

7 februari

Johan Terryn was laatst op het Middagjournaal. Hij zei dat deze tijd bijzonder geschikt is om lijstjes te maken. Zelf had hij er een gemaakt van twintig dingen waarover hij zich blijvend verwondert. Op het einde van het journaal nodigde hij iedereen uit zijn eigen lijstje naar hem te sturen. 'Van wonderlijke dingen', zei hij erbij, maar dat laatste was volgens mij niet verplicht.

  1. noorden
  2. eetlust
  3. weg
  4. moed
  5. tijd
  6. hart
  7. geduld
  8. hoop
  9. boodschappenlijstje
  10. gezicht
  11. gewicht
  12. evenwicht
  13. goed humeur
  14. vertrouwen
  15. hoofd
  16. zelfbeheersing
  17. portefeuille
  18. bril
  19. jas (pullover, handschoenen, sjaal)
  20. sleutels (huis, auto, scooter, fiets)

Mijn lijstje met twintig dingen die ik vaak (soms, al eens, een enkele keer) verlies, maar gelukkig ook meestal weervind. Het is niet exhaustief, noch geordend van vaker naar minder vaak. Anders stond bril bovenaan.

zaterdag 6 februari 2021

6 februari

Hoe lang zal dat hier nog regenen?

Zulke onzekerheid knaagt aan het welbevinden. Zo'n gebrek aan duidelijk perspectief. Als er nu eens een app zou bestaan, die de legitieme vraag helder en ondubbelzinnig beantwoordt? Dan kon ik verder met mijn leven. Dan wist ik: goed, het blijft misschien nog een tijd regenen, maar dan klaart het weer op. Dan was er licht aan het eind van de tunnel.

De app bestaat natuurlijk. Er is stilaan geen app meer denkbaar die niet bestaat. Meer nog, hij staat al jaren op mijn telefoon. Ik tik op het zonnetje met het wolkje, ik krijg een weersvoorspelling voor de komende uren en dagen. Maar vandaag schakelde mijn telefoon plots naar een hogere level.

Het stopt over 41 minuten met regenen, liet hij me weten.

Daar keek ik niet weinig van op, ook omdat het me niet was opgevallen dat het überhaupt regende. En zie, de regen deerde me niet. Ik wist nu: er komt een eind aan. Over eenenveertig minuten. Dat stelde me helemaal gerust.

Een beetje vooruitzicht, een beetje zekerheid, een beetje klare communicatie, meer vraagt een mens toch niet.


donderdag 4 februari 2021

3 februari

Vandaag gespot, in Carrefour, een bordje met 'Happy Easter!', boven een heel rek vol paaseitjes.

Vandaag gekocht, bij AVV, een zak ongepelde apenootjes (Arachis hypogaea) voor de eekhoorns. Pinda's worden ook wel aardnoten of grondnoten of olienoten genoemd, maar, zegt Wikipedia, 'botanisch gezien' zijn het helemaal geen noten, maar peulvruchten. Ja, apenootjes moet met twee n'en, maar ik doe het toch niet.

Gisteren gespot, op de site van vrtnws, de zinnen Wil je meer weten over fake news? Check dan onze explainer in de highlights! Over fake news wil ik het liefst minder weten. Het komt dus goed uit dat ik de tweede zin niet versta, omdat hij in fake Dutch gesteld is.

Vandaag gekocht, in Euroshop, twee flesjes gebruiksklaar desinfectiemiddel van 500 ml, met 80% gedenatureerd ethanolmengsel. Omdat de twee vorige flesjes stilaan leeg raken. Eentje staat in de keuken, eentje in de auto. Zo'n flesje gaat best lang mee, maar het sars-CoV-2-virus nog langer.



donderdag 28 januari 2021

De taalhond rijdt door

U mag uw verplaatsing verder zetten, zei de politieagent op de radio tegen de België binnengereden Nederlander. Die had hij nabij de grens tot staan gebracht, mogelijk met de woorden Wilt u uw verplaatsing tijdelijk onderbreken?

De agent wilde weten wat de Nederlander in België kwam doen. Ik weet niet meer hoe hij dat vroeg. Kunt u de reden van uw aanwezigheid op dit grondgebied toelichten? Toen bleek dat de buitenlander een fatsoenlijke reden had, mocht hij doorrijden.

U mag doorrijden, had de agent kunnen zeggen, maar dat deed hij dus niet. Ik weet ook niet of de Nederlander meteen doorgereden is. Mogelijk had hij niet direct door wat de agent bedoelde met U mag uw verplaatsing verder zetten.

Toch spraken ze allebei Nederlands, de Nederlander en de Belgische agent. Maar er is Nederlands en Nederlands. Kijk maar eens naar FactCheckers op Eén, een verder zeer onderhoudend programma. Luister naar de reclamespotjes op de Vlaamse radio. Naar minister-president Jambon. Koning Filip tegen de gestelde lichamen.

In Nederland zullen ze dat ook wel hebben, individuen en groepen die in hun heel eigen Nederlands communiceren, bijvoorbeeld op Telegram en/of op straat 's avonds tegen een uur of negen. Dan is het volkomen legitiem dat ook onze politie zich van haar heel eigen vakidioom bedient, ten dienste van de openbare orde.


woensdag 27 januari 2021

27 januari

Nico Dijkshoorn heeft excuses van mij te goed. Ik geneer me om dit te zeggen, die een onvoorwaardelijke bewonderaar van hem ben. Dat ik hem amper ken, doet van mijn bewondering niets af. Ik geloof dat hij in Leiden woont, maar misschien is dat ook niet zo. 

Wel weet ik dat Nico Dijkshoorn 's middags om vijf voor één een stukje voorleest op radio één. Het Middagjournaal, als afsluiter van het programma Nieuwe feiten. Een week lang van maandag tot vrijdag, waarna iemand anders het weer een tijdje overneemt. Er zijn veel overnemers, en ze zijn best verdienstelijk, maar iedere keer denk ik, als ik ze hoor: wanneer komt Nico weer?

Zo ging dat, tot ik niet lang geleden een Middagjournaal hoorde van Jovanka Steele. Van deze Jovanka weet ik nog minder dan van Nico Dijkshoorn. Wel dat ze Amerikaanse is. De manier waarop Jovanka zegt: We hebben thuis vijf katten is werkelijk onnavolgbaar. Alleen al door dat hemelse accent van haar zijn Jovanka's stukjes elke keer een cadeau. 

Daarbovenop is Jovanka Steele overwegend vrolijk, guitig, een beetje kwajongensachtig, als ik zo'n woord voor een vrouw mag gebruiken, je weet dat niet goed meer tegenwoordig. Helemaal anders dan Nico Dijkshoorn, die graag sombert en bromt en klinkt alsof het einde der tijden al een poos bezig is, wat het altijd al is ook eigenlijk.

Dan is die jolige Jovanka zo verfrissend, dat ik me op een mooie vrijdagmiddag liet ontvallen: Die Amerikaanse is zowaar nog beter dan Nico! Ik zei die Amerikaanse omdat ik haar naam nog niet goed kende. Hij klonk een beetje als Jo Vandecasteele, op z'n Amerikaans-Nederlands gezegd met een lettergreep te veel. Ik heb sinds toen nog meer stukjes van haar gehoord, en elke keer was ik helemaal in de wolken, en vergat ik Nico Dijkshoorn een beetje meer.

Vandaag om vijf voor één was Nico er weer. Gisteren ook, maar toen was ik niet thuis. Maandag ook, maar toen stond de radio niet aan. Nico bromde en somberde over de avondklok, en dat hij na negen het huis niet meer uit mocht, terwijl mensen die een hond hebben dat wel nog mogen, zogezegd om hem uit te laten, maar ze staan natuurlijk maar tegen elkaar te zeiken op de wijze van hondenbezitters: hoe oud hun hond is, en hoe hij heet, meestal een mensennaam, tegenwoordig ook een achternaam. Ik heb een enorme rothekel aan honden, zei Nico ook nog, en dat wat hem betreft alle honden maar beter Hond heten.

Op dat moment wist ik weer: al is Jovanka Steele met voorsprong de beste in het Middagjournaal, Nico Dijkshoorn is toch nog net weer een beetje beter. Dat was ik even vergeten. Deswegen, geachte heer Dijkshoorn, beste Nico, mijn gemeende excuses. En dat u over honden hardop zegt, op de openbare radio, wat ik van ze denk, maar voor mezelf hou. Om toch vooral maar niemand in mijn vrienden- en familiekring voor het hoofd te stoten. Met Vlaams Blokkers heb ik dat ook. Ik zal, anders dan u, wel een Belg zijn.

zondag 24 januari 2021

24 januari

Vandaag ben ik weer eens rond 't Ster gelopen. Gelopen op z'n Nederlands, dat wil zeggen gestapt, gewandeld, niet op z'n Belgisch lopend, hollend of rennend of hardlopend. Ik heb twee rondjes rond 't Ster gelopen. Een met een kleine omweg, en dan nog een zonder omweg. Het tweede rondje werd aangevat na overleg met mijn loopgezel, waarin wij eensgezind besloten dat een rondje te kort was.

Het was ons natuurlijk om het lopen te doen, het buiten bewegen als antidote tegen het onbewogen binnen zitten. Maar het was ons natuurlijk ook om het praten te doen, nu praten niet meer mag in de gezellige warmte van het huis bij een geurende kop op de geduldige sofa. 

Praten in het echt, face to face, zonder fancy faciliterende gimmicks als daar zijn telefoons waar je de ander mee kunt zien, en zelfs jezelf. Dat laatste is belangrijk nu, dat je jezelf ziet, en dat je ter bevestiging van jezelf af en toe een foto maakt genaamd selfie. De achtergrond mag er ook op als excuus.

Praten in het echt mag wel nog buiten, met inachtneming van de afstandsregel. Je zou in de tuin kunnen zitten, maar dit is januari. Het is nog altijd koud in januari zitten in de tuin.

Zo komt het dat lopen en praten elkaar vinden, niet zelden op 't Ster. We praten al lopend over de kinderen en de kleinkinderen, respectievelijk, over de scholen en over vroeger en over later, over binnenkort en over lang geleden. 

Het schijnt dat microscopische, mogelijk infectieuze aerosols als wolken uit onze mond walmen, maar we zien ze niet. Dat is wat microscopisch wil zeggen, en ook is alles goed verlucht hier buiten op 't Ster.

Ook de eendjes en de meeuwen bewegen zorgeloos rond, bekreunen zich evenmin om het aviair influenzavirus dat hier naar het schijnt al even onzichtbaar rondwaart. Ze kwaken en krijsen, respectievelijk, zoals eendjes en meeuwen doen. Ze zitten ook niet graag lang binnen.


donderdag 21 januari 2021

21 januari

Zonder beginzin kan ik niet beginnen.

Met deze zin begint Bernard Dewulf zijn column in De Standaard Weekblad van 9 januari. Dan weten we: Bernard weet het ook niet meer. Je kunt een half leven lang stukjes schrijven, er is altijd wel iets. Maar op een mooie dag is het op, er is niets. Het lege blad blijft gapen, het raakt niet vol. Wat valt er in hemelsnaam nog te zeggen?

Volgens Bernard Dewulf lukt het altijd, zo gauw de beginzin er maar is. Alleen: in zijn column van 9 januari komt die niet. Nu deed zich dus het ondenkbare voor: er kwam, ook na uren, maar geen beginzin. Daar zat ik dan. Wat moest ik beginnen?

Dat weten we inmiddels. Dewulf schrijft zijn hele column vol over de beginzin die er niet is. Maar zolang er maar een zin is, besefte ik alweer, volgt vanzelf de volgende. Het lege blad is gevuld. Slim van Bernard.

Of niet? Het is een noodgreep. Hij kan het geen tweede keer doen. Hij heeft zijn ultieme cartouche verschoten. De volgende keer dat Bernard Dewulf geen idee heeft voor zijn stukje, rest hem niets anders dan het lege blad leeg te laten. Een eervolle capitulatie. Eervoller toch dan vijfhonderd en vier woorden schrijven over een beginzin die er niet is.

Beste lezer, het is alweer tijd voor mijn column. Wat gaan die weken snel! Helaas, ik kan met de beste wil niet bedenken waarover het dit keer zou moeten gaan. Maar de column moet er wel zijn, dat staat in mijn contract. Als u het goed vindt, beste lezer, zal ik daar dan maar vijfhonderd woorden over schrijven. Dat ik niets te zeggen heb. Woorden schrijven is voor mij geen probleem, ik doe het al een half leven lang. Wat zegt u? Lezen? Ja dat is uw probleem. Daar zegt mijn contract niets over.



donderdag 14 januari 2021

Het duizelt de taalhond

Ik las een stuk in De Standaard van 2 en 3 januari over voornamelijk witte, cisgender, heteromannen en- vrouwen, een groep waar ik mij na enig denk- en decodeerwerk waarschijnlijk toe moet rekenen.

Vroeger dacht ik dat ik een man was. Ik was me ervan bewust dat er homofiele mannen en vrouwen waren. Van het Griekse homoios, gelijk, als in homogeen of homeopathie. Dat vind ik oké. Zelf ben ik dan een heterofiele man. Van het Griekse heteros, verschillend, als in heterogeen.

Ik heb ook geleerd dat sommige mannen zich veeleer vrouw voelen, en omgekeerd. Men spreekt van transgenders. Van het Latijnse trans, aan de andere kant, als in transalpijns. Dat is oké. Ik heb dat niet. Van de weeromstuit ben ik een cisgendere persoon geworden. Van het Latijnse cis, aan deze kant, als in Cisjordanië.

Sommige mensen willen liever niet kiezen tussen man zijn of vrouw. Ze vinden die keuze tussen twee polen te eng. Daar is wel iets voor te zeggen. Zij zijn non-binaire personen. Binair als in de wiskunde, met alleen maar eentjes of nullen. Ik ben veeleer een binaire persoon. Ik ben een heterofiele binaire persoon. Meer precies ben ik een heterofiele, binaire cisgendere persoon. Een witte ook.

Nog in De Standaard, in hun Journalistiek jaarverslag 2020, las ik een serieuze discussie ('Transtaal, trans taal') over de vraag hoe je moet verwijzen naar transgenders. Het ging over de spelling, meer in het bijzonder de aaneenschrijving. Ik leerde dat sommigen, onder wie het Transgender Infopunt, vragen om 'een stigmatiserende terminologie te vermijden en woorden als trans en transgender in combinatie met personen alleen nog te gebruiken als bijvoeglijke naamwoorden'. Stigmatiserend, 'omdat een samenstelling als transgenderpersoon of transman die persoon te veel zou herleiden tot zijn (hun) gender.' Hun omdat non-binaire personen niet graag hebben dat naar hen verwezen wordt met woorden als hij of zij of zijn of haar. Dan liever op z'n Engels: Hen krijgt een Oscar voor hun rol. Dat voorbeeld heb ik ook uit het Journalistiek Jaarverslag.

Men schrijve dus trans man, niet transman. Als het over mij zou gaan: cis man. Niet cisman, wat mij te veel herleidt tot mijn gender.


maandag 11 januari 2021

11 januari

Als we eerlijk zijn, wie zou die superieure Britten niet eens goed willen jennen als ze nog eens het water oversteken naar Europe? Laat ze maar wat wachten voor de grens. Laat ze maar wat papieren invullen. Laat ze maar hun koffers openmaken en laten zien wat daar allemaal in zit. Het mag gerust een half uurtje duren.

Maar welke douanier zou een hard werkende trucker z'n boterhammen-met-vleesbeleg durven af te pakken? Het antwoord is: een Hollandse douanier in Hoek van Holland. De geschokte trucker stelt nog voor het vlees achter te laten, kan hij toch het brood nog opeten. Nee, zegt de douanier, dat zal niet gaan. We moeten alles in beslag nemen. Sorry, voegt hij eraan toe, en, mocht de Brit denken dat zijn excuus gemeend is: Welcome to Brexit!

Moeten we het zo hard spelen? Misschien wel. Regels zijn regels. En ja, ze hebben er zelf om gevraagd. Wij rekkelijke Belgen zijn zo al niet goed in het toepassen van regels. We kunnen van die precieze Hollanders nog wat leren. Maar die mens zijn boterhammen?

Ik heb daar even over nagedacht. Niet te lang. Het leek een verscheurend dilemma, maar dat is het niet. De boterhammen van een trucker zijn onschendbaar. Dat staat vast ergens in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Britten, ook Britse truckers, mogen gepest worden. Maar van hun boterhammen blijft iedereen af.


zaterdag 9 januari 2021

8 januari

 O, u bedoelt dat ik de dingen twee keer zeg. (lacht) Nee, dat gebeurt niet bewust. Dat is een bug in mijn systeem.'

Frank Vandenbroucke in De Standaard. Ik lees dat, en ik (lach) ook. Want ik ken dat. Ik heb die ook in mijn systeem, die bug.

- Kun je eens komen? 
- Ik kom. Ik kom. 
- Is de zijdeur op slot?
- Ja, ik heb ze net op slot gedaan. Ze is op slot.

Waar raap je zo'n bug op? Misschien wel op school. Ik bedoel: als lesgever. Je wilt alles uitleggen. En je gaat er, vaak terecht, van uit dat niet iedereen meteen mee is. Dus je zegt het nog eens. Repetitio iuvat en zo. Voor je het weet, is de herhaaldrang chronisch geworden.

Je zou denken: het gaat wel weg als ik stop met lesgeven. Bijvoorbeeld, in mijn geval, als ik op rust ga. Of in Vandenbrouckes geval: als ik weer minister word. Maar zo werkt het niet, integendeel.

- Je klinkt weer als een schoolmeester. Dat had je zo niet toen je nog les gaf.

Dat klopt. Ik deed het voor mijn studenten. Maar toen waren die plots weg, dan deed ik het maar thuis.

- Doe.
- Hoe, doe? 
- Dan doe ik het maar thuis.

Het is geen herhaling, het is een correctie. Een correctie.

woensdag 6 januari 2021

5 januari

Kranten lezen breekt me op. Ik weet het, kranten lezen breekt iedereen op. Covid, Brexit, T***. De foto's zijn nog het ergst. Injectienaalden, Pfizerflesjes. Vrachtwagens, ferryboten. Scheef grijnzende prime ministers, blaaskakige presidenten. Wat kun je doen?

Hier is een tip. Voor wie dan toch graag klikt en leest: Wikipedia. Klik op willekeurige pagina. De kans bestaat dat je iets best lezens- en wetenswaardigs tegenkomt. Akkoord, de kans is ten minste zo groot dat je op nog meer bladvulling stoot. Volgens mij is Wikipedia grotendeels met kevers gevuld en andere rare beesten. Maar: geef niet te gauw op.

Test: mijn eerste klik vanavond gaf 'Serranochromis meridianus, een straalvinnige vissensoort uit de familie van de cichliden (Cichlidae).' Tweede klik: 'Mordella subvittata, een keversoort uit de familie spartelkevers (Mordellidae).' Derde klik: 'Ophiarthrum elegans is een slangster uit de familie Ophiocomidae.'

Dat begint verdacht veel op de krant te lijken, ik geef het toe. Anderzijds, spartelkever, slangster, waar vind je zulk fraai vocabularium in De Standaard? Voetballers, gemeenten in de Vendée, een professional golfer uit Zuid-Korea (Hwang In-choon). Ja je moet wat geduld hebben, en tussendoor passeert nog menige vlinder en varenachtige plant. Maar de aanhouder wint. 'Carabus melancholicus is een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).' Oeps! Dat bedoelde ik niet.

'Het jaar 1801 is het 1e jaar in de 19e eeuw volgens de christelijke jaartelling.' Ja! Eat this, Standaard! En: 'Deze lijst van voetbalinterlands is een overzicht van alle officiële voetbalinterlands tussen de nationale teams van Indonesië en Palestina. De landen hebben tot nu toe 1 keer tegen elkaar gespeeld. Dat was een vriendschappelijke wedstrijd op 22 augustus 2011 in Surakarta.' (Indonesië won met 4-1).

Kijk dat is wat ik bedoel. De ellendige pandemie kan niet verder weg zijn.