Nog
eens lezend in De verering van Quirina T., een ongewoon boek
van de ook buitengewone L.H.Wiener, bots ik op zijn onversneden
lofzang op het verhaal van Winnie-the-Pooh, eigenlijk Edward Bear en
favoriete knuffel van Christopher Robin, eigenlijk Christopher Milne,
zoontje van A.A. Milne, die het allemaal bedacht.
Ik schaamde me
eigenlijk, schrijft Wiener, dat ik het als leraar Engels niet
eerder had ontdekt. Dat was na mijn dertigste, toen ik
al jarenlang voor de klas stond.
Geen zorg, Wiener. Zelf sta ik
al twaalf jaar niet meer voor de klas als leraar Engels, en ik ben
Pooh Bear pas nu aan 't ontdekken. Dat is na mijn zeventigste.
Christopher Robin ken ik wel al lang, sinds de tijd toen mijn nog
prille gade en ik een boon ontwikkelden voor Melanie Safka, in de
nadagen van Woodstock, en haar liedje Christopher Robin Is Saying His Prayers.
Dat was na mijn twintigste, waarmee ik, als Wiener
zelf, in lang voorbije dagen terechtkom, in velerlei verbazingen,
gretig trachtend weer te zien wat er toen was, en als het niet
lukt, pas ik er ook maar een mouw aan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten