woensdag 22 januari 2020

22 januari


Nog eens lezend in De verering van Quirina T., een ongewoon boek van de ook buitengewone L.H.Wiener, bots ik op zijn onversneden lofzang op het verhaal van Winnie-the-Pooh, eigenlijk Edward Bear en favoriete knuffel van Christopher Robin, eigenlijk Christopher Milne, zoontje van A.A. Milne, die het allemaal bedacht. 

Ik schaamde me eigenlijk, schrijft Wiener, dat ik het als leraar Engels niet eerder had ontdekt. Dat was na mijn dertigste, toen ik al jarenlang voor de klas stond

Geen zorg, Wiener. Zelf sta ik al twaalf jaar niet meer voor de klas als leraar Engels, en ik ben Pooh Bear pas nu aan 't ontdekken. Dat is na mijn zeventigste. 

Christopher Robin ken ik wel al lang, sinds de tijd toen mijn nog prille gade en ik een boon ontwikkelden voor Melanie Safka, in de nadagen van Woodstock, en haar liedje Christopher Robin Is Saying His Prayers.

Dat was na mijn twintigste, waarmee ik, als Wiener zelf, in lang voorbije dagen terechtkom, in velerlei verbazingen, gretig trachtend weer te zien wat er toen was, en als het niet lukt, pas ik er ook maar een mouw aan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten