zondag 16 september 2018

16 september


Uncool oldies begeven zich massaal op Facebook, en jagen er het jonge volkje weg, zo lees ik in mijn Engelse krant. Het zet mij aan het denken. Over mezelf. Ze hebben me al vijftig- en zestig- en zeventig-plusser genoemd, ze hebben me met de senioren op de bus willen zetten voor een Tupperware-uitstapje met bingo-avond. Noem me dan een oude man, in hemelsnaam. Een bejaarde, als het zo ver zal zijn. Of nu dus een uncool oldie, daar kan ik perfect mee leven. Vooral het uncool flatteert me. Laat me maar de eendjes voeren in het park, mijn snoeppapiertjes keurig in de afvalbak doen. Maar op Facebook zul je mij niet vinden. Ik moet niet weten op welk terrasje mijn achternicht met een zacht eitje ontbeten heeft, en ik hoop van haar hetzelfde. Voor mij hoeven de jonkies dus niet bij die Suikerberg en zijn arglistige reclamewinkel weg te gaan. Dat ze het toch doen, vind ik wel cool van ze.

zondag 9 september 2018

9 september


Shaun Helman adviseert de Britse overheid in kwesties van verkeersveiligheid. We denken nu even niet aan fietsers of autorijders, maar aan de voetgangers. In het bijzonder, voetgangers die zich met hun smartphone in het verkeer begeven. Ze staan overal in de weg, botsen tegen mensen op, steken de zebra over met hun ogen aan het schermpje geplakt, dat is wat Helman 'ongewenst gedrag' noemt. Zijn overtuiging is, dat je niet moet proberen dat gedrag met dure campagnes te veranderen, het lukt toch niet. Beter kun je de infrastructuur aanpakken, zegt hij. Verkeerstekens in het trottoir verwerken, lichtjes inbouwen in de stoeprand, die rood worden als er gestopt moet worden. Aparte loopstroken voor smartphonegebruikers, met pijlen op de grond die de te volgen richting aangeven. 

Mocht iemand eraan twijfelen, het bestaat al, in China en in Nederland, bijvoorbeeld. Helmans denkwerk is verdienstelijk, maar hij had best wat verder mogen gaan. Tunnels bijvoorbeeld onder de trottoirs, waar de telefoonkijkers via voor hen voorbehouden roltrappen of liften in terecht kunnen, zodat ze verder ongehinderd hun weg kunnen gaan, alleen elkaar voor de voeten lopend. Ze worden niet afgeleid door drukke etalages of vrijende stelletjes, niet door Greenpeace- of andere activisten aangeklampt. Het bovengrondse straatbeeld zou er aanzienlijk van opfleuren. Mensen zouden elkaar weer aankijken, wie weet zelfs een goeie dag toewensen. 

Mogelijk is het telefoonsignaal ondergronds niet zo best, dat is dan ook mooi meegenomen.

vrijdag 7 september 2018

7 september


Gelezen, op een oude versleten deur in Florac (Lozère): Laissez la porte fermée pour que les chats n'entrent pas. Eronder, in kleine lettertjes: Merci. Dat heet nu heldere communicatie. Geen truttige frulletjes à la Veuillez avoir la gentillesse of Merci de bien vouloir, die alleen maar de aandacht van de boodschap afleiden. Het is ook geen verzoek, het is een instructie. Fair enough. Als die deur open staat, lopen de katten naar binnen. De bewoner van het pand wil dat niet, dat is zijn goed recht. Ik laat die deur dus toe, avec plaisir. Dat had ik zonder het briefje natuurlijk ook gedaan. Aan wie was het dan wèl gericht? Het zijn mijn zaken niet. Ik ben maar een passant op vakantie. Sprakeloze rijder op de Corniche des Cévennes

Klik om te vergroten
 

zaterdag 1 september 2018

1 september


Weerzien met oude bekenden, na weer een winter en een zomer. Vous allez bien? Alles goed? Wie geht es? Are you all right? Het doet goed. Het is ook oppassen. Veel dingen gebeuren in zo'n jaar. Een van de bekenden kan er niet zijn - omdat, de winter is slecht geweest - wegens. Voor het gesprek al te somber wordt, kun je beter het register bijstellen. Wat een heerlijk weer weer, en wat zie je er goed uit, en wat sta je prachtig met je nieuwe haarsnit. Niet te veel vragen stellen, zo onder ouder wordende bekenden. Un train peut en cacher un autre.

zaterdag 18 augustus 2018

Le français sans peine



Van mijn Franse buurman, die de kleinkindjes te gast had, zoals ook ikzelf, heb ik het woordje chicoufs geleerd. Van Chic, ils arrivent! en Ouf, ils repartent! Het is zeer minzaam bedoeld, natuurlijk is hij dol op ze, zoals ook ikzelf, maar vandaag na twee weken afscheid van ze nemend, begreep ik toch even wat de buurman bedoelde. Ze hebben het woord zelf ook gehoord, die van mij, en toen ik het ze uitlegde, keken ze meer dan bedenkelijk. Terecht. Hoe kan een papi zoiets over zijn kleinkindjes zeggen? Tja, en hoe leg je ambiguïteitstolerantie uit aan een elf- en een dertienjarige? Geen nood, ik zie ze over een paar dagen al weer. Chic!

dinsdag 7 augustus 2018

7 augustus


Als je een praatje moet maken, bijvoorbeeld bij de afwas, en je weet niet waarover, waarover kun je ook praten met een wildvreemd iemand als er niets bijzonders aan de hand is, dan kun je altijd over het weer beginnen, zoals we allemaal weten. Miss Marple was daar goed in, misschien heb ik het wel van haar geleerd. 'Nice day,' kon ze zeggen, op een mooie dag. De regel van zo'n gesprek is, dat je niets zegt dat tegenspreekbaar is. 'Wat is het heet,' zeg je dezer dagen, en de aangesprokene beaamt het. 'Ja, het is bakken,' zegt hij of zij bijvoorbeeld. Het gesprek is vertrokken, het kan nu met enige vaardigheid alle kanten op worden gestuurd. Ondertussen vordert ook de afwas, en als die klaar is, kan het gesprek worden afgerond. 'Nou, ik ga maar eens,' kun je nu zeggen, in mijn geval meestal met enige tot vrij grote opluchting. Ik praat niet zo heel graag als het niet echt nodig is. Nu, afwassen ook, eigenlijk.

zondag 29 juli 2018

29 juli


Ik wil een cartoon tekenen, voorstellend een tafereel op de Camping Municipal van M. Ik teken een joekel van een caravan, met bovenop een buitenmaatse schotelantenne. Daar komt in een ballonnetje PIEWIEIEWIEIEWIEP! uit, want deze mensen zijn hun antenne aan 't richten. (Later op de avond zal hun thuislandtelevisie wijd en zijd te horen zijn, maar dat gaat niet op dit prentje.) Bij een van de hoeken zie je iemand gebukt staan met een soort boormachine. Ballonnetje: TAKTAKTAKTAKTAK!!, ze zijn de poten elektrisch neer aan 't laten. Net naast de caravan zie je een klein iglotentje, waar WWOEOEOEWOEWOEWWW!! uitkomt. Dat is het elektrisch pompje waar ze de luchtbedden mee opblazen. Uit een grote bak bovenop de caravan komt nog een tekstballonnetje: SHSSSHSSSHSSSSHHHSH!!: ze hebben de airco opgezet (het is warm). MOOI PLEKKIE HIER!!!, schreeuwt een voorbijganger boven het tumult uit. JA HOOR!!!, roept de caravanman terug. Maar ik kan niet zo best tekenen. Mijn gade zegt: Je vergeet de mover. Ja, zeg ik, maar die maakt maar heel weinig lawaai. En trouwens, we hebben zelf ook een mover. 

Klik om te vergroten

woensdag 25 juli 2018

25 juli


Ik bestel iets in mijn beste Frans. Ik zeg quatre-vingt-dix niet nonante. Ik let angstvallig op al mijn le's en mijn la's, mijn uns en mijn unes en mijn du's en de la's. Ik soigneer mijn nasalen en gutturalen, mijn palato-alveolairen en andere sibilanten, mijn e's en mijn é's en mijn è's. Als ik klaar ben, krijg ik het gevraagde, ik betaal, en de man of vrouw zegt: Thank you! Ze hebben natuurlijk al van ver aan mijn sandalen of de lengte van mijn short of mijn haar gezien dat ik van elders kom. Of zou het toch mijn accent zijn?

zaterdag 21 juli 2018

21 juli


Als niet mijn scooter in panne was geraakt, waardoor ik een depaneur moest laten komen, zodat ik, op hem wachtend, de tijd moest doden op een terras op de Place du Marché, waartoe ik een Magasin de Presse binnenliep om er de Libération te kopen, die helaas uitverkocht was (het was rond de middag), wat mij ertoe noopte dan maar Le Monde te kopen, die achteraf ook veel prettiger bleek om te lezen, dan had ik daar niet, op pagina vier, een stuk gevonden over de Spaanse justitie en de eeuwige Carles Puidgemont en zijn positions jusqu'auboutistes.

Toen was mijn dag weer goed, al betreur ik natuurlijk het - ik hoop kortstondig - gemis van mijn goeie Sym. Voor een prachtig woord als jusqu'auboutiste wil ik nog wel een paar straten te voet lopen. In het thuisland zitten ze ook, de immer onbuigzame gelijkhebbers die, als ze ooit toch gelijk zouden krijgen, wel heel snel iets anders vinden om weer onbuigzaam over te zijn. Ook nadat Brussel-Halle-Vilvoorde al lang gesplitst is. BHV? Gesplitst? Waar hebt u het over?

zondag 8 juli 2018

8 juli


Gezien, nabij Chambéry, de wereldbekerwedstrijd van België tegen Brazilië, aan de table belge, waaraan een mij verder onbekende Waal me had uitgenodigd. Hij trakteerde me prompt op een koffie. Eerder was een andere jonge Waal op zijn fiets mijn woonwagen voorbijgereden en, de nummerplaat ziende, had hij geroepen: Les Belges mènent un à zéro! Toen wist ik dat ik mijn voetbalaversie opzij moest zetten. De Waals-Vlaamse vriendschap is me dat waard. Toen laat in de wedstrijd Meunier een gele kaart kreeg, mengde de Franse cafébaas zich in het gesprek. C'était Debrune?, wou hij weten. Non, zei de Waal, c'était Meunier. Et puis, ce n'est pas De Brune, c'est De Bruyne. C'est un Wallon qui le dit, voegde hij er ten overvloede aan toe. Ik zal het maar toegeven: ik heb me wreed geamuseerd. Dat de Belgen wonnen was meegenomen, maar anders was ook oké. Het is maar een spelletje, en al die vlaggen blijven belachelijk.

donderdag 5 juli 2018

5 juli


Zowat exact tien jaar geleden ging ik op rust. Dat heb ik zopas passend gevierd, door mijn vouwstoel naar achter te zetten, in sluimerstand, en in de schaduw van een boom een XL middagdut te doen. Het was stil, ook al tsjirpten de krekels massaal en oorverdovend. Weinig dieren kunnen ze dat nadoen, samen zoveel lawaai maken zonder dat het op mijn zenuwen werkt. Eén mug is te veel. Eén hond. Dommelend in mijn stoel, half wakend half slapend, bedacht ik nog wat tien jaar van een leven betekenen. In de eerste tien jaar, bijvoorbeeld, heb ik leren lopen, praten, lezen en schrijven, ik was nog net geen tien en ik had in Brussel al de Spoetnik gezien in het Russisch paviljoen. Ik had al geleerd, vanop de eerste rij, dat er schoolmeesters waren die kinderen in de speeltijd naar binnen riepen om ze er herhaaldelijk en hard te slaan, en dat ze daar zichtbaar plezier in vonden. De laatste tien jaar heb ik niet veel meer bijgeleerd. Ik bedoel: de voorbije tien jaar. Dat is nu net het soort versprekingen dat een mens begint te maken. Maar dat is oké. Ik bedoel: ik ben op rust, vandaag onder een boom in Piemonte, en ik heb iets te vieren.

vrijdag 29 juni 2018

29 juni

Ik loop op het strand van Torre del Lago op zoek naar een plekje om mijn badhanddoek neer te leggen, en mezelf erop. Dat duurt wel even. De Italiaanse zeden willen dat de honderden en honderden kilometers strand die het land rijk is, verdeeld zijn in allemaal kleine stukjes, waar middenstanders tegen betaling badgasten mogen toelaten. 

Vele en vele duizenden parasols en strandstoelen staan in strak gelid langs de zee opgesteld. Wie iets betaalt, mag daar op of onder gaan zitten of liggen. In het obligate bijhorende etablissement zijn panini en gelati en andere dingen te koop. De kust, om het maar eens korter te zeggen, is totaal geprivatiseerd, en ziet er ook zo uit. Lelijk.

Niet echt totaal: tussen het geldgewin is hier en daar een strookje strand vrij toegankelijk. Daar ben ik naar op weg. Je mag er zo maar gaan liggen, voor niets. Het is er flink vuiler dan elders, er wordt niet schoongemaakt. Wie er per ongeluk zou beginnen te verdrinken in zee heeft pech: elders dan op de andere strandjes, die allemaal een salvataggio- ploeg met boot hebben, is de drenkeling hier op zichzelf aangewezen. 

Ik zie het allemaal rond me, en ook de tientallen mensen die beladen met strandlakens en hoedjes en tassen en zonnebrillen en andere rommel uren langs het water lopen, in de hoop dat iemand ooit misschien iets van ze koopt.

Dit is nou kapitalisme, denk ik bij mezelf, als ik plots word opgeschrikt door een luidspreker die loeihard reclameboodschappen over het strand begint uit te braken. Ik stap harder door, maar het geraas blijft me onverminderd volgen. Op ieder strandje moet wel zo'n luidspreker staan, denk ik moedeloos, vluchten kan niet meer. Net dan kijk ik even opzij naar de zee, en zie daar een boot varen evenwijdig met het strand. Er staan twee gigantische luidsprekers op.

De Italianen mogen in hun betaalde vakantie naar zee gaan, als ze dat willen, het is een vrij land, maar de reclame horen is wel verplicht. Ze niet horen is misschien niet verboden, het is wel onmogelijk. Zo moet het ook: Groei, groei, groei. Jobs, jobs, jobs.

Ik leg mijn handdoek neer op een plekje waar nog niemand zit, wacht tot de boot eindelijk voorbij is, ik stap de zee in en zwem. Tot de zee, tot nu toe, is de toegang gelukkig nog voor iedereen vrij. Nu niet te ver gaan: een redder is er niet.

maandag 25 juni 2018

25 juni


Gezien in Tarquinia: de necropolis en het museum van de Etrusken. Veel gaat over doden en begraven, maar de levenslust spettert er niet minder van af. De kleuren, de zwierige figuren, de thema's van dansen, van eten en drinken - we zijn in Italië - duikers, jongleurs, worstelaars, zich en elkaar uitgebreid opmakende vrouwen. Vrijers, in de eros-vitrine van het museum, vrolijk en ongecomplexeerd poserend voor hun beeltenis op schaal of amfoor, in niets aan de verbeelding overlatende houdingen die onze vals-preutse tijd expliciet zou noemen. Het moet niet altijd Kama Soetra zijn. Ik kan niet nalaten te denken aan al de kerken die ik in dit land heb bezocht, met hun mythologie van stijve, zuinig kijkende, langgerokte, al dan niet gemijterde en gesluierde heiligen, met hun dun mondje en hun opgestoken hand. Vele eeuwen later gemaakt, toen de pret tot zonde was uitgeroepen. Het zal wel weer ingewikkelder liggen dan dat, maar toch - een beetje meer Etrusk, wat een verademing.

vrijdag 22 juni 2018

22 juni


Wie mij liever niet nog eens hoort zeuren over de taal van de betere kranten, kan hier beter wegklikken. Jongere geeft rake klappen aan chauffeur De Lijn. Wat is daar nu mis mee? Het ligt vast aan mij. Ik hou niet van die rake klappen. Journalisten, ook van De Standaard, hebben zulke vals-leuke clichés naast zich liggen in het bakje. Zo gauw iemand een ander aftuigt, afranselt, slaat, verwondt, grijpen ze naar de rake klappen. Je kunt ze uitdelen, of ook verkopen. Het klinkt haast sympathiek. De klappen, in dit geval, blijken 'enkele', dan weer 'verschillende' vuistslagen te zijn. Dat schrijft HLN en wordt bevestigd door het parket Halle-Vilvoorde, schrijft de Standaardjournalist, zich nu bedienend uit een ander bakje, waar de slecht gebouwde zinnen in liggen. Onderwerp, lijdend voorwerp: geen tijd op de redactie voor dat soort neukwerk. Uit het leven gestapt is nog zo'n truttige frase. Alsof het leven een bus is naar het shopping center. De strijd tegen kanker gewonnen. Wie van de ziekte sterft zal wel een loser zijn. Ja, zuur, goed, het is ook nooit goed, oké. Had dan weggeklikt, ik zei het nog.

woensdag 20 juni 2018

19 juni



Laatst stond ik in Rome voor de Trevifontein. Gelukkig is die heel groot, anders had ik de fontein niet te zien gekregen, door de massa mensen die er ook voor stond. De meeste bezoekers willen een foto nemen. Dat kan op twee manieren. Traditionalisten, onder wie ikzelf, richten hun fototoestel naar de fontein en drukken af. Sommige, waar ik niet bij hoor, willen iemand mee op de foto. Het object krijgt een plaatsje tussen de fontein en het toestel. De fotograaf drukt af. Andere, waar ik ook niet bij hoor, willen zelf ook op de foto. Ze vragen iemand om hen voor de fontein te fotograferen. Weer andere willen samen met iemand op de foto. Ze spreken een voorbijganger aan. Grazie!, klinkt het na afloop, ook al is de kans reëel dat de voorbijganger een Koreaan is of een Senegalees. Dat is allemaal oude school. De fotograaf van de nieuwe school gaat met zijn rug naar de fontein staan, steekt zijn telefoon vooruit, en drukt af. Mensen uit de entourage, als ze maar dicht genoeg tegen de fotograaf aanschurken, mogen er ook op. Als zijn arm te kort is, monteert de fotograaf zijn telefoon op een uitschuifbare stok, en steekt die voor zich uit, weg van de fontein. Pijnlijk wordt het, als nieuwe en oude school elkaar voor de voeten lopen. Zo wil ik een foto van de fontein, maar voor me staat een dame met zo'n stok. Ze steekt hem dreigend naar me uit, de telefoon raakt net mijn neus niet, en grijnslacht ondertussen breed, voor haar foto. Mij rest geen andere optie, dan de dame met stok en al te fotograferen, in de hoop dat achter haar toch een stukje van de fontein te zien zal zijn. De bezoeker van Rome kan ik adviseren de Trevifontein over te slaan. Hij is als Manneke Pis, alleen groter. Wil men toch een foto: er bestaan heel kunstige ansichtkaartjes, professioneler van kadrering en belichting dan de gemiddelde toerist zoals ikzelf ze kan maken, en er staat niemand in de weg. 

Klik om te vergroten